De tweeling van God

Wat is het verschil tussen een kerkgenootschap en een religieuze beweging? De Zweedse schrijver Per Olov Enquist, opgegroeid in een sektarische geloofsgemeenschap, de Fosterlandsstifselse, geeft in zijn nieuwe roman De reis van de voorganger een bondig antwoord: 'De opwekkingsbeweging bezat een keuken....

Hongerigen voeden, zwervers kleden en aan hen die 'in de drank'waren een dak bieden waaronder zij hun roes konden uitslapen – dat was in de eerste helft van de vorige eeuw de belangrijkste taak van de geroepenen Gods, ook wel de 'verlosten'die in Amerika en Europa hun snel uitdijende geloofsgemeenschappen stichtten.

Onder het slobberen van dunne erwtensoep klonk ijl gezang en werden bijbelteksten gelezen, en dan ging de rest eigenlijk vanzelf: de gevoeden raakten in de ban, God verstond hun geweeklaag en zij beleefden hun 'doorbraak'. Want de God van de opwekkingsbeweging had niet veel op met massa's die geleid werden door een machtsbelust bestuur; Hij stond oog in oog met ieder individu. Voor Hem gold: 'Zij was gering, maar deed haar best.'

De verteller van deze roman – zo'n beetje Enquist zelf – leest deze tekst, een grafschrift, op een kerkhofje van de hernhutters in het Deense Christiansfeld. Dit stadje dankt zijn naam aan de geesteszieke koning Christian VII, wiens lijfarts Strunsee de macht aan het hof veroverde, tot het volk hem ten val bracht. Maar voordat zijn lijf aan stukken werd gesneden had Struensee, in 1771, concessie verleend voor deze gemeente; ook zijn vader was een hernhutter.

Dat gegeven is de verbindende schakel tussen De reis van de voorganger en Het bezoek van de lijfarts, dat andere magistrale boek waarmee Enquist internationaal zi ¿ jn doorbraak, een literaire ditmaal, afdwong. Struensee is de hoofdpersoon in die deels op historische feiten gebaseerde roman. Dat procédé gebruikte Enquist ook voor zijn tweede, in Nederlandse vertaling uitgeven roman, De vijfde winter van de magnetiseur: voor de charismatische figuur van Meisner stond de magnetiseur Mesmer model. Ook dit nieuwe boek, dat het leven beschrijft van Lewi Pethrus, de stichter van de Pinkstergemeente in Zweden, is gebaseerd op documenten en getuigenissen.

Enquist is een meester in dit genre: persoonlijke drama's ingebed in een tijdperk waarin de wereld snel veranderde – in de vorige twee romans de opkomst van de Verlichting, in De reis van de voorganger de groei van de democratie in de 20ste eeuw. De feiten zijn bekend, maar de verbeelding wekt de innerlijke strijd die bij mensen gewoed moet hebben tot leven, maakt er weer een verhaal van.

Achter de historische duiding en dat grote vertelplezier wordt nog een andere behoefte zichtbaar. Alledrie de romans gaan over de strijd tussen ratio en gevoel, intellectualisme en blinde overgave. In een interview met de Volkskrant (20-9-2002) vertelde Enquist dat hij geprobeerd heeft 'een man van de Verlichting'te worden. Maar: 'Ik mag dan wel de beschikking hebben over een heel rationeel hoofd, ik weet ook dat ik met mijn voeten diep in de antirationalistische klei sta.'

In de proloog, meteen al een van de mooiste passages in de roman, hoort de ikfiguur bij het lezen van de namen op Gods akker in het stadje Christiansfeld 'het grote fluisterende Europese koor van stemmen van mensen die klein waren, maar hun best deden'. Onder luide hoempamuziek – sterven is immers een feest voor wie verlost is – begeleidt hij er een oude kennis, Efraïm, naar zijn graf. En daar is het weer: 'Het bloed van Christus. Daar waren we immers mee grootbegracht. . . De Fosterlandsstifselse ademde zwaar van bloedmystiek en het hernhuttterse geloof, wij hadden het bloed in ons bloed meegekregen. Wij kwamen er nooit meer van los.'

Van daaruit stroomt het bloed vanzelf de roman in. De gestorven Efraïm was een van de getrouwen van Lewi Pethrus, de oprichter van de Zweedse Pinkstergemeente. Maar aan het eind van zijn leven werd hij 'uitgestoten', en keerde hij terug naar de beweging waarin hij was opgevoed. In zijn Lebenslauf, een levensbeschrijving die iedere hernhutter achterlaat, leest de ikfiguur weinig over de man zelf, maar veel over zijn Voorganger, Lewi Pethrus. De geschriften van Pethrus, zijn eigen herinneringen en zijn verbeelding doen de rest: hij schrijft de Lebenslauf van deze wonderlijke figuur – en dat werd deze roman.

Lewi was de vriend van de armen en verdrukten. Aan het begin van de vorige eeuw begon hij te verkondigen in een aftands zaaltje. Kleine zielen zouden worden aangeraakt, als ooit de discipelen op Pinksteren, door vurige tongen. Bij zijn dood in 1974 bleek Lewi het zaad te hebben gezaaid voor honderden gemeentes. Indirect, via zending, verwierf hij miljoenen aanhangers in het buitenland. Hij stichtte die gemeentes niet, nee, daar ging het juist om: 'pinkstervrienden'organiseren zichzelf. Hij was een voorganger, niet hun leider.

De zachtmoedige Lewi vindt zijn grote vriend in zijn tegenpool, de dichter Sven Lidman. Deze, teleurgesteld in de liefde en vernederd in 'hogere kringen', blijkt een begenadigd preker; als gelovige bouwt hij een schitterende tweede carrière op. Maar de vriendschap tussen de mannen is echt, liefde is het bijna.

Samen verovert de 'tweeling van God'Zweden. Overal waar zij komen, vallen er toehoorders in katzwijm, beginnen spontaan te 'spreken in tongen'– extatisch gebrabbel dat soms griezelig veel weg heeft van bestaande vreemde talen – en besluiten te breken met hun zondige leven. Vooral vrouwen zijn het, de pinksterbruidjes van God, die stralend luisteren naar Sven en Lewi. Maar de organisatoren die zich opwerpen zijn mannen, en daarmee begint het gedonder.

Succes heeft zijn eigen dynamiek; hysterische bewondering kweekt idolen, en kontlikkers. Lewi raakt verstrikt in de netten van machtsbelusten die brood zien in de vrijgevigheid van de pinkstervrienden. Zij dwingen hem oude getrouwen te verstoten – ook Sven. Lewi's anachronistische strijd tegen drank, dans en film wordt steeds verbetener. Maar het verlies van zijn vriend komt hij niet te boven.

Enquist beschrijft de hysterische trekjes van de beweging – de verplichte dracht van 'pinksterknoetjes', de panische angst voor seksualiteit – met humor, maar nooit honend of cynisch. Het gaat hem om wat mensen bewogen kon hebben, om hun dilemma's en angsten. Dat maakt van De reis van de voorganger meer dan een interessante, goed gedocumenteerde historische roman. Iemand als de zoon van de vrome Maja uit Västerbotten – Enquists moeder, aan wie hij de roman opdroeg – weet dat wie het wezen van religie minacht, nooit iets van menselijke verlangens kan begrijpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden