De tweekoppige draak die kickboksen heet

Veel gemeenten subsidiëren kickboksen als ondersteuning van probleemjongeren. Maar er is ook die duistere kant, van geweld en onderwereld. Kickboksen, vloek of zegen?

en groepje academici wilde wel eens kickboksen en een bevriende hoogleraar, met banden in die sport, wist een adresje. Maar toen het zover was, aarzelden de geleerden. Stonden voor de deur, durfden niet naar binnen.


Dat adresje is de Chakuriki Gym, te vinden in een bakstenen doos achter schotelantennes in Amsterdam-Noord. Aan de muur hangt een foto van de Amsterdamse burgemeester, omringd door Amsterdamse blondines. Werd gemaakt bij de heropening van het gebouw.


Zwaargebouwde mannen zitten deze ochtend onderuitgezakt op bankstellen. Het is een internationaal gezelschap van professionele vechtsporters. Hun werkdag staat op het punt van beginnen. Andere mannetjesputters druppelen binnen. Thom Harinck zegt: 'Kijk, daar heb je Marcello.' Over de boomlange Marcello Adriaanse zal de sportschoolhouder later zeggen: 'Op die jongen ben ik dus echt trots. Destijds heb ik hem in de Bijlmer van de straat geplukt toen het helemaal mis dreigde te gaan. Door de sport is Marcello positief zo omhoog geschoten. Heeft nu een baan, is getrouwd, geeft zelf les. Dat is nou eens een mooi voorbeeld hoe een slechterik een goeierik kan worden.'


Dat is de voorbeeldige kant van het kickboksen, van een sport die een reddingsboei is voor probleemjongeren. Maar er is ook een keerzijde. Soms wordt een goeierik van kickboksen ook wel eens een slechterik.


Op ditzelfde bankstel zat ooit Badr Hari, de verpersoonlijking van de keerzijde. Thom Harinck zegt dat hij er alles aan heeft gedaan om hem aan de goede kant te houden. Het is hem niet gelukt. Hari ontspoorde en is nu een verdachte van ernstige mishandeling. Op dit moment zit Hari in het Kroatische Zagreb als deelnemer aan een groot vechtsportgala.


Maar de kwade kant van kickboksen beperkt zich niet tot Badr Hari. Er zijn de gala's die uitmondden in schietpartijen en er is de zware criminaliteit met dwarsverbanden naar de sport. Kickboksen heeft een imagoprobleem en misschien wel meer dan dat.


Ruim anderhalve maand geleden was het stadhuis van Amsterdam decor van een vechtsportconferentie. Overheid en belanghebbenden kruisten de degens over wat er mis was en wat goed. Die ambivalentie wordt belichaamd door de burgemeesters van Amsterdam en Hoorn. Op de vraag of kickboksen een vloek of een zegen is, aarzelt Onno van Veldhuizen (Hoorn). 'Ergens ertussenin', zegt hij, hopend dat het de goede kant opgaat.


Zowel Amsterdam als Hoorn vaardigde eerst een verbod uit op kickboksgala's. Vervolgens kwamen ze tot het besef dat er daarnaast wel iets nobels in steekt. Eberhard van der Laan (Amsterdam): 'Ook burgemeesters zijn lerende mensen.'


Zo subsidiëren veel gemeenten projecten om jongeren daarmee weer in het gareel te krijgen. Het instituut voor Vechtsport en Maatschappij coördineert dergelijke projecten. Volgens directeur Jurgen Huizenga helpen ze tegen schooluitval en sociaal isolement. Op jaarbasis worden een kleine dertig projecten in gang gehouden. In de meeste gevallen is dat kickboksen.


Ook Amsterdam steekt er geld in. Toch plaatst uitgerekend Van der Laan een kanttekening bij al dat kickboksen. Onlangs bracht Amsterdam zijn veelplegers in kaart, jongeren die om de haverklap met justitie in aanraking komen. De helft van hen is geschoold in kickboksen, althans beweert dat te zijn. Van der Laan zei daarover op de conferentie: 'Kennelijk is het dus zo dat jongeren zich de skills eigen maken om zich in de publieke ruimte te misdragen.'


Dat klinkt als een serieus probleem, maar is het blijkbaar niet. Amsterdam heeft er in elk geval geen nader onderzoek naar gedaan. De drie andere grote steden kennen kickboksen helemaal niet als een probleem voor de openbare orde en dat geldt ook voor het ministerie van Justitie.


Toch wordt daarvoor uit de wetenschap wel munitie aangedragen. Uit een Noors onderzoek onder scholieren bleek dat vechtsporters zich vaker schuldig maken aan geweld en diefstal. Doordat het onderzoek zich uitstrekte over twee jaar meenden de onderzoekers een link te kunnen leggen met vechtsporten.


Wim Slot, hoogleraar jeugdbescherming aan de Vrije Universiteit, noemt het onderzoek betrouwbaar. 'Er wordt een relatie gelegd met politiecontacten. Alleen is niet uitgewerkt wat voor politiecontacten dat waren.'


Maar in rapporten van de Vlaamse wetenschapper Marc Theeboom en het Pim Mulier Instituut wordt juist het tegendeel verkondigd: in het algemeen doet vechtsport jongeren goed.


Theeboom, hoogleraar in de bewegingswetenschappen, vindt het Noorse rapport te kort door de bocht. 'Het oorzakelijk verband wordt niet aangetoond. Het hoeft niet per se de sport te zijn. Er wordt niet gekeken hoe de sport wordt aangeboden.'


Dat laatste is essentieel vindt iedereen, ook Wim Slot. Kickboksen staat of valt met de wijze van onderricht. Theeboom citeert een karateleraar: 'Er bestaan geen slechte sporten, er bestaan alleen goede of slechte sportleraren.' Maar die algemene opvatting verdient dan weer nuancering per individu. Voor sommige jongeren is een sport als kickboksen helemaal niet zo geschikt.


Jeugdpsychiater Carl Blijd, zelf beoefenaar van de klassieker kungfu: ' Iedereen denkt dat agressieve jongeren gebaat zijn met een boksbal in hun kamer. Kunnen ze die agressie kwijt. Maar dat is zoiets als vuur blussen met benzine. Dat soort jongens kan beter driepunters oefenen in het basketbal.'


'Oesh', zeggen de kickboksende kinderen tegen elkaar als begroeting voor hun wekelijkse training. 'Oesh', zegt de professionele kickbokser in antwoord op de kritiek van zijn trainer. En je leest het ook, maar dan correct gespeld, als afsluiting van mails uit de wereld der vechtsporten.


Osu, uit te spreken als oesh, is een Japans woord waarmee volgens traditie respect wordt betuigd. Er hoort ook eigenlijk een lichte buiging bij. Toen de moderne vechtsporten veertig jaar geleden Nederland bereikten, wilden ze die traditie graag hoog houden. Kickboksen was een instantsucces. 'Je voelde dat er iets nieuws ging gebeuren', zegt een ooggetuige in de biografie van kickbokslegende Ernesto Hoost. 'Boksen, daar kwamen oude mannetjes naar kijken, dat was de sport van je opa. Nu kwamen er jonge jongens met mooie meiden. Het was show.'


Twee Amsterdamse sportschoolhouders, onder wie Thom Harinck, werden elkaars grote tegenstanders. 'Het was zoiets als Ajax tegen Feyenoord , maar dan binnen de stad.'


In die ontstaansgeschiedenis schemert al iets van de huidige problemen. Andere sporten zijn opgebouwd als een piramide: een hobby groeit trapsgewijs uit tot een topsport. Kickboksen is nooit zo'n pure liefhebberij geweest. Sportscholen trainen vechters met wie ze geld hopen te verdienen en promotors organiseren om dezelfde reden hun wedstrijden. Kickboksen is geen piramide, maar een wankele constructie van zuilen.


Zo kreeg elke variant van het kickboksen op den duur een eigen bond en na een ruzie waren dat al gauw twee. 'Dat is inherent aan de gezagscultuur van het kickboksen', zegt Marianne Dortants. De Utrechtse bestuurskundige legde onlangs de problemen binnen het kickboksen bloot.


Sensei, de leermeester

In de rangorde van de vechtsporten staat de sensei bovenaan. Hij is de leermeester die de traditie voortgeeft. De beste leerlingen treden in zijn voetsporen. Daarom vertakken sportscholen zich vaak als in een stamboom over de regio.


Onenigheid binnen die hiërarchische structuur kan kennelijk alleen door afsplitsing opgelost worden. Daardoor verwatert ook de traditie. Kickbokser Hesdy Gerges: 'Veel jongeren zeggen geen oesh meer.' Door die onderlinge concurrentie kon de sport tot grote hoogten stijgen. Nederland is jarenlang toonaangevend geweest dankzij de kundige leermeesters. Een lange reeks van wereldkampioenen ontplooiden zich in verre buitenlanden, met name Japan en Thailand, waar hun talent geld waard is.


Maar in het rapport Aanzien en overleven van Dortants gaat het over de nadelige gevolgen van de verzuiling. Zo ontbreekt elk toezicht op de sportscholen. Iedereen kan bij wijze van spreken morgen een kickboksschool beginnen. Dat heeft geleid tot een wildgroei die intern ook als een probleem geldt. De Leidse sportschoolhouder Ino Alberga vertelt van een collega. 'Na afloop hoorde ik hem zeggen dat ze die avond bij het uitgaan nog plezier konden hebben van de les. Een grapje misschien, maar toch: zoiets zeg je niet.'


De wildgroei baart ook de Hoornse burgemeester Van Veldhuizen zorgen. 'Het is natuurlijk niet de bedoeling dat er knokploegen worden opgeleid.' Gemeenten staan daarin machteloos. 'Toezicht op kickboksscholen zou het werk moeten zijn van een overkoepelende bond, maar die is er dus niet.'


Een nog acuter probleem is kickboksen als wedstrijdsport. De vechtsportgala's zijn particuliere initiatieven die behoorlijk schimmig in elkaar kunnen steken: de coffeeshop als geldschieter en zijn zakenrelaties aan de VIP-tafel. Amsterdam en Hoorn eisen nu volledige transparantie in de financiering. Alleen acceptgiro's, niets handje contantje. 'Cleaner dan clean', aldus Van Veldhuizen.


En dan zijn er, tot slot, de reglementen die ernstig te wensen overlaten. Door de wirwar van bonden gaan die alle kanten op en niet de goede.


Op de conferentie, waar Dortants' rapport ter discussie stond, klonken verontrustende geluiden over beginnende pubers die vechten, terwijl elementaire bescherming ontbreekt. 'Het is wachten op de eerste dode', zegt Fred Royers daarover.


Vroeger was Royers onder zijn bijnaam Le Gladiateur professioneel kickbokser. Tegenwoordig runt hij een sportschool in Arnhem, levert commentaar bij Eurosport en is kritisch observator . 'Elke normale sport heeft één bond. Wij hebben er negen.'


Zelf heeft Royers de hoop opgegeven. Hoe vaak is hij al niet naar NOC*NSF gegaan om aan de bel te trekken, hoe vaak is hij niet onverrichter zake teruggekeerd.


'Het moet van de sport zelf komen, zeggen ze, maar deze sport kan dat niet. Ieder heeft zijn eigen agenda en zijn eigen belangen. Er is geen registratie, er is geen overzicht, er is geen medische controle. Sterker, vaak is er niet eens een arts aanwezig op een gala. En dat in een sport waarin het streven knock-out is. Het is werkelijk onvoorstelbaar.'


Ino Alberga heeft het massieve lichaam van een verhuizer, het peinzende hoofd van een schaker en een hart van goud. Dat laatste beweert althans Rashid van Exel die van sensei Alberga leerde kickboksen. Hun band is zo hecht dat ze over elkaar spreken als vader en zoon. Alberga kwam als 18-jarige van Paramaribo naar Leiden om er te studeren. Hij werd zodanig gegrepen door het kickboksen dat hij nu al decennialang niets anders doet. Alberga heeft een sportschool in de Leidse binnenstad, daarnaast geeft hij les aan studenten en middelbare scholieren.


Elke maandagmiddag traint hij een groepje kinderen op een zolderverdieping die hij Jurojin Gym noemt. Eerst betuigen de leerlingen hun leraar respect. Vervolgens worden de spieren losgemaakt, waarna de beenkappen en de handschoenen worden aangetrokken voor het echte werk.


Weerbaarheid

Alles speelt zich af in een serene rust. Een opgewonden standje wordt ongemerkt in het gareel getrokken. Het angstig meisje met de bril krijgt zachte klapjes om weerbaarder te worden.


Ino Alberga kan beeldend vertellen hoe hij alle lagen van de bevolking bereikt met zijn sport. Het kickboksen klinkt uit zijn mond als een hogere tegeltjeswijsheid. Zoals: je doet de ander pijn, maar je wilt het niet. Of: hoe meer je iemand vertrouwt, hoe harder je hem raakt.


Meteen bij zijn eerste kennismaking met de sport, in Amsterdam, werd Alberga gebombardeerd tot bestuurslid van de MTBN. Dat werd later de WMTA en de EMTA om uiteindelijk te eindigen in de FOG. Toen is Ino Alberga radicaal gestopt met al dat bestuurswerk om min of meer voor zichzelf de IMA te beginnen.


De IMA bepaalt de regels van martial arts. Vaak zit Alberga met andere officials in Rusland en aanverwante staten om wedstrijden te leiden. In zijn mobiele telefoon zit een foto van president Poetin die een wedstrijd volgt, pal naast zijn wedstrijdtafel.


Maar vandaag zit Ino Alberga in Steenwijk. Hij is juryvoorzitter van het jaarlijkse kickboksgala in theater De Meente.


Vorig jaar deed organisator Gerry Lubbelinkhof nog zaken met de NOVER. Maar die bond eist vanaf dit jaar van alle deelnemers een bewijs van goed gedrag. Dat kon Lubbelinkhof op die termijn niet voor elkaar krijgen en dus zocht hij zijn toevlucht tot IMA. Er kraait geen haan naar in Steenwijk.


Twee uur voor aanvang is Ino Alberga met ringarts en andere officials aanwezig. Ze wegen, registreren en keuren de gezondheid. Kickboksers overhandigen hem hun wedstrijdboekje, maar die krijgen ze per ommegaande terug. 'Daar heb ik dus niets aan', zegt Alberga.


In die boekjes staan, als het goed is, alle gevechten genoteerd. Maar elke bond heeft een eigen boekje, dus het overzicht ontbreekt. Daardoor zou het kunnen gebeuren dat een routinier tegenover een onervaren kickbokser komt te staan. Of een kickbokser zou na een knock-out alweer veel te snel in de ring kunnen staan.


En dus beperkt de IMA zich tot gewicht en leeftijd van ieder deelnemer, om in elk geval daarin evenwicht te vinden. Alberga: 'Een paar kilo verschil kan al doorslaggevend zijn.'


De Meente stroomt vol tegen zeven uur . In de twaalf jaar dat Lubbelinkhof gala's organiseert, heeft hij het nog nooit zo druk meegemaakt. Kickboksen leeft in Steenwijk. Toeschouwers worden bij binnenkomst gefouilleerd en een camera vereeuwigt ze. Strafpleiter K. Kok en café Caram-Bar behoren tot de geldschieters. Geen coffeeshops dus en, ook belangrijk, de VIP-tafel kon alleen met een acceptgiro worden betaald. Daarmee is Gerry Lubbelinkhof zo transparant als hij maar kan zijn.


De wedstrijden worden strak in de hand gehouden. Als een onderlip is gescheurd, maakt de ringarts een einde aan het gevecht. De scheidsrechter doet hetzelfde als een kickbokser in doodsangst alleen maar klappen krijgt. De speaker zegt: 'Het publiek wil dit gevecht misschien door laten gaan, maar zo werkt het hier niet.'


Maar het publiek schikt zich in zijn lot en heeft zelfs een bemoedigend applausje over voor de panische kickbokser. Rond middernacht is het In Memoriam Frans Santing Gala afgelopen. Geen schot gelost, geen wanklank geklonken.


---------------------------------


Moderne vechtsporten voor dummies

KICKBOKSEN

(werkwoord; kickbokste, heeft gekickbokst): Alle stoten en trappen met vuisten en voeten. Gebruik van ellebogen en knieën is verboden.


THAIBOKSEN

(alleen onbepaalde wijs, ontleend aan Engels Thai boxing): Uitgebreide vorm van kickboksen. Het is toegestaan de tegenstander af te klemmen om hem met elleboog of knie aan te vallen.


KRAV MAGA

(zelfstandig naamwoord; het. Hebreeuws, lett. contactgevecht): Israëlische vorm van zelfverdediging en populair als militaire training. Alles is toegestaan.


MIXED MARTIAL ARTS

(zelfstandig naamwoord; Engels): Twintig jaar geleden berucht geworden als free fight. Ook hierin is alles toegestaan. Combinatie van worstelen en kickboksen, populair in Amerika.


FULL-CONTACT KARATE

(zelfstandig naamwoord; het. Japans, van 'kara' (leeg) + 'te' (hand)): Onderscheidt zich van andere vechtsporten door het gebruik van beschermend materiaal, zodat blessures zeldzaam zijn.


BRAZILIAANS JIU-JITSU

(zelfstandig naamwoord; het. Japans, lett. zachte bedrevenheid): Nadruk ligt op het grondgevecht. Doel is dat de tegenstander zo snel mogelijk afklopt.


Bron: Vechtsporten met een +, Marc Theeboom en Ellen Verheyden; Aspekt; 238 pagina's; €24,95


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden