De twee gezichten van de uitgever

In de april-aflevering van Tirade stond een fraaie bijdrage van Han Voskuil over zijn uitgever Geert van Oorschot. Voskuil zet hem haarscherp als uitgever, vriend en mens neer....

Omstreeks 1965 leerde ik Geert van Oorschot kennen, toen ik als leraar Nederlands werkzaam was op het Spinozalyceum in Amsterdam. Ik had als leerling zijn zoon Wouter. Op een van de ouderavonden kwamen Geert en zijn vrouw met mij kennismaken. Trekkend aan zijn grote sigaar kwam Geert, gevolgd door Hil, het lokaal binnen. 'Dus U bent de leraar Nederlands van onze zoon Wouter', zei Geert. 'Wat zijn uw favoriete Nederlandse schrijvers?' Enigszins overrompeld door de onverwachte vraag en geïntimideerd door zijn onderzoekende blik en barse toon, antwoordde ik vrij spontaan: Hermans, Du Perron en Nescio.

Dat antwoord beviel Geert. Even later drong het tot mij door dat deze auteurs door hem werden uitgegeven. Geert bleef een tijdje praten en begon herinneringen aan Nescio op te halen. Toen ook nog bleek dat ik Voskuils Bij nader inzien grondig had gelezen en waardeerde, kon het niet meer stuk. Bij het afscheid waren hij en Hil erg vriendelijk. Ik hoor hem nog zeggen: 'Wilt U goed op mijn zoon Wouter passen.'

Pas later, toen ik Geert en Hil goed leerde kennen, begreep ik ten volle de betekenis van de laatste opmerking. In 1963 had hun zoon Guido een eind aan zijn leven gemaakt. Wat hem was overkomen, mocht Wouter nooit overkomen.

Regelmatig was ik daarna hun gast op Donkervliet in Loenersloot. Die bezoeken waren intense en vaak verwarrende ervaringen. Dat kwam door de vaak emotionele gesprekken over literatuur en leven en door de sloten alcohol die daarbij genuttigd werden. Meer dan eens kwam Guido en hun groot verdriet ter sprake. Soms had ik de indruk dat ik een soort geadopteerde zoon van hen was, de katalysator waarop Geert en Hil hun onderlinge spanning konden afreageren. De sfeer op het grote huis had iets van een roman van Dostojevski.

Een bezoek bij hen kon ook deprimeren. (Voskuil heeft dezelfde ervaring.) Als bezoeker voelde ik me tegenover zoveel hartelijkheid en spontaniteit tekortschieten. Er was echter ook ergernis, omdat ze erg veeleisend waren. Het was niet gemakkelijk om tegenover Geerts dwingende persoonlijkheid jezelf te blijven. Toen ik op een gegeven moment aan Geert vertelde dat ik besloten had te trouwen, was zijn eerste opmerking: dan trouwen jullie uit mijn huis. Daar komt niets van in, reageerde mijn aanstaande vrouw onmiddellijk.

Als uitgever was Geert van Oorschot uniek. Als ik op zijn kantoor op de Herengracht kwam, trof ik hem dikwijls in het magazijn aan, waar hij zwetend, met een grote sigaar in zijn mond, boeken stond in te pakken. Hij ging ook zelf de boekhandel langs om zijn boeken te slijten, waarbij hij meermalen liet zien Elsschots Lijmen en Het been goed te hebben gelezen. Hij was een gewiekst zakenman, soms iets te gewiekst, zoals Willem Frederik Hermans in een rechtszaak tegen hem gedemonstreerd heeft.

In zijn kantoor keek ik altijd naar de boekenkast waar de boeken van zijn fonds waren geëtaleerd: Nescio, Multatuli, Du Perron, Ter Braak, Richard Minne, Jan van Nijlen, Jan Emmens, Koolhaas, Chris van Geel, Vasalis, Carry van Bruggen, Kopland, Voskuil, Leopold, Gerard Reve, Karel van het Reve, Van Oudshoorn, Hanlo, Israël de Haan, Elisabeth Eybers, Herzberg, Hillenius, Hermans, Gomperts, Fens, Walraven, Lodeizen, Emants, Dèr Mouw. Wat een fonds! Allemaal hoogtepunten uit de Nederlandse literatuur. En dan niet te vergeten de Russische Bibliotheek en de steeds groeiende reeks afleveringen van het tijdschrift Tirade.

Fascinerend in het stuk van Voskuil is het om te lezen hoezeer Geert in Bij nader inzien geloofde. Een van de belangrijkste eigenschappen die een goede uitgever moet bezitten, is het inschatten van de kwaliteit van een boek. Een uitgever moet bij de keuze van een boek besluiten: daar ga ik voor, geen mens kan me daarvan afbrengen. De publicatie van Bij nader inzien was een risico. De uitgave van een dikke, tweedelige roman van twaalfhonderd bladzijden is niet mis. Het boek werd in de kritiek matig ontvangen en slecht verkocht, maar dat schokte Geerts geloof niet. Ruim twintig jaar na de eerste druk werd Bij nader inzien herdrukt. Dat was kort voor Van Oorschots dood. Dat moet hem goed gedaan hebben.

Wat zou hij het schitterend gevonden hebben dat zijn zoon Wouter met de publicatie van de zevendelige roman Het Bureau een nog spectaculairder huzarenstukje uithaalde.

Ik heb aan Geert van Oorschot, die keiharde en sluwe zakenman, begiftigd met een uitgesproken, literaire smaak, moeten denken toen een tijdje geleden in de uitgeverswereld een groot kabaal losbarstte. Een redactrice van een uitgeverij neemt ontslag, loopt over naar een andere uitgeverij en een stoet van auteurs (de kranten maken er meteen 'topauteurs' van) gaat achter haar aan. Het is echt een 'coup'. Men beweert dat de coup werd gepleegd om de echte literatuur niet ten prooi te laten vallen aan commerciële belangen, aan winstmaximalisatie.

Dat klinkt allemaal nobel, maar het is natuurlijk hypocriet een kunstmatige scheiding aan te brengen tussen de uitgever als geldwolf en de uitgever als literatuurliefhebber. Allicht wil een uitgever zoveel mogelijk geld verdienen met het uitgeven van boeken. Wanneer hij dat niet wil, is hij als uitgever mislukt. Zowel hijzelf als zijn auteurs varen daar wel bij. Hoe meer hij verdient, hoe meer boeken hij verkoopt, des te beter. Met het verdiende geld kan hij bovendien meer riskeren, kan hij ook boeken uitgeven die commercieel niet echt rendabel zijn. De beste en meest gerespecteerde literaire uitgeverijen zijn de uitgeverijen waar commerciële belangen niet ten koste gaan van de literaire idealen. Andersom moeten de literaire idealen niet zo hooggestemd zijn dat de uitgeverij commercieel naar de knoppen gaat. Zoals in elk bedrijf moeten in de literaire uitgeverij de bedrijfsvoering en het personeelsbeleid uiterst economisch en efficiënt worden geregeld, zodat de uitgever in staat is zijn ambitieuze literaire plannen te realiseren.

Nogmaals: een goede literaire uitgever is een combinatie van een keiharde zakenman en een idealist. Geert van Oorschot was zo'n Janus Bifrons. Waren er maar veel meer!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden