De twee geheimen van Jospin

Het staat vrijwel vast dat de Franse premier Jospin over een half jaar presidentskandidaat zal zijn. Franse presidentskandidaten moeten, willen ze een serieuze gooi naar de macht doen, over een biografie beschikken....

EÉN KEER heb ik naast Lionel Jospin gezeten. Dat was in het vliegtuig terug, nadat hij in oktober 1998 een werkbezoek aan Den Haag had gebracht. Jospins woordvoerster had een dagje met de premier geregeld, en zo kwam ik in de stoel naast hem terecht. En begon uiteraard vragen te stellen. Na een paar minuten viel Jospins oog op de blocnote op mijn knie. Hij ontstak in blinde woede. 'Wat is dit? Een interview? Ik weet van niets! Ik geef nooit zomaar interviews!' Na wat gesoebat wilde Jospin mokkend een paar vragen beantwoorden. Hij zou zelf het resultaat controleren. 'Hoewel ik absoluut geen tijd heb.'

Na deze uitbarsting kwam er van het interview niet veel meer terecht. Ik faxte het magere resultaat volgens afspraak. Het stuk kwam terug, tot mijn verbazing aangevuld met een indrukwekkende lijst 'verbeteringen' en antwoorden op niet gestelde vragen. Dit alles in het ronde, springerige handschrift van Jospin. Denk eens in: de Franse premier, die zijn gehoor graag voorhoudt dat hij de leider is van de op drie na grootste wereldmacht, eigenhandig schrappend en vijlend aan een uitermate bescheiden tekstje voor een hem onbekende buitenlandse krant.

Het bizarre toneeltje is Jospin ten voeten uit. Hij staat bekend om zijn cholerische temperament, mede toegeschreven aan een overactieve schildklier. Belangrijker dan zijn hormoonhuishouding, de dwang alles te controleren, of leraarneigingen is dat hij niet delegeert. Jospin houdt er uiteraard een fikse staf op na, maar heeft geen hordes spindoctors om zich heen, zoals collega Blair. Zijn vrouw Sylviane Agacinski kiest zijn dassen met smaak, en daar houdt het mee op. 'Ik ben degene die de regeringspolitiek voert, en niemand anders', zegt hij in een heel andere context in Jospin - Secrets de familles.

Die persoonlijke trek wordt nog versterkt door de nationale gebruiken. Onlangs onthulde Le Monde in een cursiefje dat de Franse premier óók beslist over de ruilverkaveling van stukjes grond. Zo ging het ten tijde van het ancien régime al. Zo gaat het nog steeds. De Franse samenleving is van boven naar beneden geboetseerd, en dat brengt met zich mee dat de responsable inderdaad overal op aanspreekbaar is. Veel meer dan Wim Kok moet Jospin uitstralen dat hij alles kan, alles weet, over alles een oordeel heeft. Uiteraard heeft hij een boek geschreven, zoals alle politici met ambities. Hij zet zich persoonlijk in voor de redding van de bijna failliete Moulinex-fabriek. Hij geeft ellenlange televisie-interviews met als boodschap dat de premier Frankrijk in de palm van zijn hand heeft. Een vermoeiend bestaan, maar dat zijn de Franse politieke manieren.

En nu heeft hij maar liefst twee biografieën. Ook dat telt als je president van Frankrijk wilt worden. Het politieke is hier nu eenmaal persoonlijk. Mitterrand had goede biografieën. Chirac ook. Rocard en Balladur hadden slechte, en het is met hen dus ook niets geworden. Jospin mag over zijn twee biografen niet klagen. Hij zal met argusogen gelezen hebben hoe de twee auteurs, allebei linkse journalisten met een achtergrond bij het weekblad Le Nouvel Observateur, Jospins Grote Geheim hebben behandeld en beoordeeld.

Welnu, hij komt er meer dan genadig vanaf. Dit voorjaar werd onthuld hoe Jospin meer dan vijftien jaar in het geniep actief was in de Parti Socialiste als trotskistische 'duikboot' - in de beweging houden ze om begrijpelijke redenen niet zo van het pejoratieve begrip 'mol'. Het schandaal wordt in beide boeken weggewimpeld. Over het feit dat Jospin in 1972 namens de trotskisten lid wordt van de PS, schrijft Claude Askolovitch in Lionel: 'Jospin is geen bom in de PS. Zijn daad is bijna een genereuze.' Verderop: 'Het trotskisme is au fond een wat virielere uitvoering van de sociaal-democratie, al bleef Jospin langer actief dan redelijk was.'

Je moet wel Frans-links zijn om de stiekeme leninistische voorhoede die de trotskisten per slot van rekening waren, te vergelijken met het brave reformisme van de sociaal-democratie. Erger is dat noch Claude Askolovitch, noch Serge Raffy precies heeft uitgezocht onder welke omstandigheden Jospin uiteindelijk met de trotskisten heeft gebroken. Urenlang hebben ze allebei met Jospin gesproken, schrijven ze in hun inleidingen. Vleien volop, maar doorvragen, ho maar. Zeker is dat Jospin tot 1986/1987 contacten onderhield met de trotskistische onderwater-leiding. Op dat moment was Jospin bijna vijftig, zestien jaar lid van de socialistische partij, vijf jaar partijsecretaris, en nog net geen minister van Onderwijs.

Niets lezen we over Jospins breuk met het trotskisme. Je zou allebei de biografieën subiet in de papierbak gooien, maar in Frankrijk werkt het anders. De trotskistengeschiedenis wordt Jospin helemaal niet kwalijk genomen, integendeel. 'De onthulling van zijn avonturen als sociaal-trotskistische dubbelagent hebben een welkom snufje mysterie toegevoegd aan zijn levensgang', was het oordeel van de recensent van Libération. Het verloste hem deels van zijn slechte naam als protestante, humorloze, stramme partij-apparatsjik. Dit alles uiteraard in het licht van de presidentsverkiezingen van volgend voorjaar.

Aanzienlijk schokkender voor Jospin zelf is de enige echte onthulling in Secrets de familles: Jospins vader was fout, tijdens, maar vooral ná de Tweede Wereldoorlog. Robert Jospin, in 1899 geboren, maakte de Eerste Wereldoorlog mee in de Noord-Franse stad St. Quentin. 'Op zijn zeventiende sjouwde hij als brancardier met tientallen lijken.' De Grande Guerre tekende zijn verdere leven. Hij wilde dominee worden, studeerde theologie, eindigde als leraar. Zijn politieke bestaan stond in het teken van het pacifisme. Plus jamais ça, dat nooit meer.

Toen de Duitsers in 1939 opnieuw kwamen - de kleine Lionel was twee jaar oud - maakte vader Jospin dezelfde keuze als miljoenen Fransen die dachten bij Pétain in veilige handen te zijn. Merkwaardiger was zijn beslissing om zich in april 1944 door het Vichy-regime te laten benoemen tot raadslid van de Parijse voorstad Meudon. Zijn eerste raadsvergadering viel drie weken ná de geallieerde invasie in Normandië. Als gevolg van zijn misstap werd de oude Jospin voor tien jaar uitgesloten van de toenmalige socialistische partij, de SFIO.

Nog minder begrijpelijk was het gedrag van Jospin senior in de jaren vijftig. Hij richtte mede het blad La Voix de la Paix op, dat diende als podium voor de eerste bekende Franse holocaust-ontkenner, Paul Rassinier. Het blad schreef tegen de processen van Neurenberg, en in 1961 tegen het Eichmann-proces.

Na lezing van Secrets de familles belde premier Jospin zijn biograaf Serge Raffy op om hem te vragen naar de documenten waaruit bleek welke rol zijn vader had gespeeld. Nooit, zei Jospin, had hij met zijn vader over les années noires gesproken.

IN HOEVERRE valt Jospin te begrijpen aan de hand van zijn twee geheimen? Claude Askolovitch schrijft dat de jonge Jospin 'zich construeerde' als tegenpool 'van een man die zich vergiste'. Zijn trotskisme, verklaarde Jospin brommerig toen een en ander was uitgekomen, moet gezien worden in de tijd. Eind jaren vijftig was vader Jospin weer bij de SFIO in genade aangenomen. De partij, aan de regering, voerde op dat moment een smerige koloniale oorlog in Algerije.

Daartegen rebelleerde de jonge Jospin, die na de inval in Hongarije (1956) evenmin terecht kon bij de communisten. De PCF was volledig in de greep van de stals, zoals stalinisten in trotskistische kring werden genoemd. Lionel Jospin studeerde sciences-po in Parijs en kwam via de studentenvereniging met de trotskisten in aanraking. En vervolgens werd hij als student aan de eliteschool ENA ook voor de trotskistische partijleiding interessant.

Cultuurpaus André Malraux, altijd goed voor een bon mot, zei ooit: 'Een man is wat hij verbergt.' In de tijd dat hij in het nauw was gebracht door zijn verleden, maakte Jospin daarvan: 'Een man is niet wat hij verbergt, maar wat hij doet.'

Die uitspraak had zo uit de ransel van François Mitterrand zelf kunnen komen: dubbelzinnig, suggestief, uitwegen biedend. Mitterrand was Jospins derde beslissende ontmoeting. De schildklier heeft hij van zijn vader, de rechtlijnigheid van het trotskisme, de politieke acrobatiek van Mitterrand.

Mitterrand smeedde zijn Parti Socialiste in 1971 uit een samenraapsel van partijtjes, stromingen en persoonlijke claques. Mitterrand wilde de grote communistische partij dooddrukken, 'de communistische kip plukken', zoals hij het noemde. Daarvoor waren alle middelen geoorloofd. Mitterrand liet zijn luitenants onderhandelen met de trotskistenleiding, en wist zodoende van meet af aan van de dubbele agenda van Lionel Jospin.

Het nieuwbakken partijlid maakte een komeetachtige carrière binnen de PS. Toeval? 'De vinger van God' had hem aangeraakt, dat wil zeggen die van Mitterrand. Binnen een jaar was Jospin internationaal secretaris en zat hij naast Bruno Kreisky, Willy Brandt en Felipe Gonzalez op de eerste rij. Mitterrand zag 'grote kansen voor le frisé' - de krul, zoals Jospin inmiddels naar zijn woeste haardos werd genoemd. Hij was de enige die communistenleider Marchais in een direct debat wist te vloeren. En hij was degene die tijdens het partijcongres in Metz (1977) de doorslag gaf bij de verkiezing van Mitterrand tot partijleider, ten koste van Michel Rocard met diens gematigde deuxième gauche.

Ogenschijnlijk zijn er geen groter tegenpolen denkbaar dan Lionel Jospin en François Mitterrand. Hun karakters weerspiegelen de eeuwige tweedeling van Frankrijk, zoals door Nancy Mitford beschreven in haar prachtige The sun king (1966). 'Fransen kun je verdelen in Franken en Galliërs, de Franken zijn serieus en nogal kil, de Galliërs frivool en adorabel, maar ook de vernietigers van de natie.'

Enerzijds de leraarszoon Jospin, met het wantrouwen van honderden jaren protestantse onderdrukking achter de brillenglazen, recht in de leer, overtuigd van zijn gelijk, ééndimensionaal ook. Daartegenover het katholieke spoorwachterskind uit de diepe provincie Mitterrand, even listig als gewetenloos, altijd schakend op vijf borden tegelijk, in wiens leven nimmer één rechte lijn te bekennen is geweest.

Hij zal het nu ontkennen, maar desondanks was Jospin met vele vezels aan Mitterrand verbonden. Die won in 1981 de presidentsverkiezingen. Hij ontbood 'de krul' in zijn kleine huisje aan de Rue de Bièvre. En terwijl hij zich schoor, zei hij langs z'n neus weg dat Jospin de partij 'mocht hebben'. Jospin leerde van de oude vos dat macht georganiseerd moet worden. De 'stromingen' binnen de PS hadden het karakter van persoonlijke netwerken, en de nieuwe partijsecretaris was druk met het organiseren van zijn jospinie.

ZIJN VERTROUWELINGEN uit die tijd - Claude Allègre, Dominique Strauss-Kahn, Pierre Moscovici, Daniel Vaillant, Bertrand Delanoë, Olivier Schrameck - vinden we later terug als minister of burgemeester van Parijs. Jospin keek van Mitterrand ook zijn evenwichtskunstenarij af. Mitterrand jongleerde met de stromingen binnen de PS. Jospin deed het later met zijn meervoudig linkse coalitie, waar de nu tandeloze communisten aan het infuus liggen en de elkaar onderling bestrijdende Groenen (Les Verts) zich in de regering betrekkelijk loyaal gedragen.

Anno 2001 is Jospins positie binnen de PS onbedreigd. Maar in de jaren tachtig was niet iedereen dol op hem. Tot zijn grote teleurstelling koos Mitterrand in 1984 niet hem, maar de 34-jarige Laurent Fabius als premier. Die was jonger, frisser, minder politiek geprofileerd dan Jospin. En vooral was Fabius grenzeloos arrogant. Op dat moment barstte de guerre des clans los in de PS.

Jospin liet zich steeds negatiever uit over Mitterrand. Andersom was de partijsecretaris voor de getrouwen van de president (Lang, Fabius, Tapie, Charasse) voortaan 'een koud-pisser', een 'loser', een 'has-been', ook wel gewoon een 'klootzak' of 'de uil' vanwege zijn licht uitpuilende ogen. Ook na de tweede overwinning van Mitterrand in 1988 kreeg Jospin het premierschap niet. Hij werd minister van Onderwijs, en gesuggereerd werd dat hij de volgende premier zou zijn.

Er kwam niets van, en het werd steeds duidelijker dat hem een tocht door de woestijn wachtte. De gehate Fabius had intussen de partij overgenomen. Jospin raakte zijn ministerie kwijt, verloor zijn parlementszetel, en in 1993 resteerde hem alleen nog zijn lidmaatschap van de departementale raad van het zeer afgelegen Haute-Garonne. In datzelfde jaar gaf Jospin al zijn partij-activiteiten op, diep gekwetst en vol rancune tegenover de man die hem gemaakt en gebroken had. Hij meldde zich bij het ministerie van Buitenlandse Zaken voor het geval er een ambassadeurspost vrij zo komen.

In 1994, de president was in zijn zieke nadagen, viel de onthulling over Mitterrands Vichy-verleden en de vriendschap met René Bousquet, organisator van de grote Franse razzia's. 'Je zou hopen dat hij een simpeler, een helderder levensreis had gemaakt', verzuchtte Jospin in het openbaar. Mitterrand was pijnlijk getroffen, en liet in het geniep een onderzoek naar Jospins vader instellen. Zo waren de manieren.

En nog vorig jaar speelde Jospins familiegeschiedenis een onaangename rol. Roland Dumas, mitterrandist onder de mitterrandisten, raakte meer en meer in het nauw als gevolg van het Elf-schandaal. Hij verweet premier Jospin de justitie-honden op zijn spoor te hebben gezet, en dreigde in een vraaggesprek nauwelijks verhuld dat Jospin hetzelfde zou kunnen overkomen als de Deens premier, die had moeten ontdekken dat z'n vader collaborateur was geweest.

Dat was een laatste oprisping van de naargeestige guerre des clans, die uitliep op een volledige kaalslag binnen de Parti Socialiste. Met zijn verdeel-en-heers had Mitterrand de partij te gronde gericht, precies zoals Nancy Mitford haar Galliër had beschreven: frivool, adorabel, maar uiteindelijk desastreus. Voor de presidentsverkiezingen van 1995 was er geen socialistische kandidaat meer over. Jacques Delors wilde niet, de andere partijtenoren waren verstrikt in financiële malversaties, andere affaires of onderlinge haatcampagnes Eén kandidaat bleef over. Lionel Jospin.

Hij verloor de presidentsverkiezingen eervol, en won vervolgens de parlementsverkiezingen van 1997. Hij lanceerde het 'recht van inventaris', waarmee hij afstand nam van het onwelriekende Mitterrand-verleden. Vierenhalf jaar later is Jospin de populairste premier uit de geschiedenis van de Vijfde Republiek en onomstreden heerser in regering en partij. Ook de laatste les uit de politieke cursus van Mitterrand heeft hij ter harte genomen: 'Ik ben degene die de regeringspolitiek voert, en niemand anders.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden