De turnzaal is Orlovs domein

Het is huis-turnzaal, turnzaal-huis. Boris Orlov, bij de Spelen in Athene coach van Suzanne Harmes, houd van dat ritme. Het coachen is zijn leven....

Door Ab Schreijnders

De kleine pezige man met het lange witte haar zit te wachten op de verlate bezoekers.

Een sigaret in de mond, de opvallend lichtblauwe ogen staan een beetje dof. 'Zo, daar zijn jullie eindelijk.' Hij staat op en loopt naar boven. Beneden ligt de gymzaal, maar er is op dit uur, tussen twee trainingssessies in, niemand aanwezig.

Dit is het domein van Boris Orlov. Dit is De Hazenkamp in Nijmegen. Hier heeft een groot deel van het leven van de bijna zestigjarige Russische coach plaats. 'Hier ben ik de baas.'

Veel van wat hij zegt heeft een cynische ondertoon. Orlov is bondscoach geweest en heeft al heel wat meegemaakt in het Nederlandse turnwereldje. En al laat hij altijd zijn hart spreken, zijn verstand zegt hem dat hij zich nu toch een beetje gedeisd moet houden. 'Ik ben met alles tevreden en moet niet meer tegen de wind in pissen. Er zijn twee belangrijke woorden in het leven: willen en moeten. Ik heb altijd voor moeten gekozen. Dat past meer bij een realistisch leven.'

En, zegt hij: 'Met eigen wetten kom je toch niet een vreemde kerk binnen. Dat heb ik al lang geleden begrepen.' Nieuwe aanvaringen vermijden dus, dat heeft Orlov geleerd. Niet het avontuur zoeken, maar compromissen. Niet strijden tegen zaken die buiten zijn competentie liggen. Het is niet zijn stijl, maar het moet. En daardoor maakt hij soms een wat trieste, uitgebluste indruk.

Af en toe wordt hij emotioneel. Als hij zich de WK van 1999 in China herinnert. Hij was bondscoach. De datum weet hij nog precies: 8 oktober. Nederland was kansrijk voor olympische kwalificatie. Maar vijftien minuten voor de wedstrijd valt Marleen Deuning van de brug. Haar hele elleboog lag open.

'Marleen had pijn, ik had pijn, het hele team had pijn. Weg Sydney.' En noet het pijn. Want deze week moest Deuning opnieuw een operatie ondergaan, bijna vijf jaar na haar val. Zo betrekkelijk is het allemaal in deze blessuregevoelige sport.

Een zware val in 1964 maakte een einde aan zijn eigen sportcarri. Hij brak een nekwervel en lag een half jaar plat. Daarna begon hij aan zijn tweede leven, als trainer. Dan zegt hij, schertsend: '1964, dan zit ik dus al veertig jaar in dit rotvak.'

En daarin is hij nog lang niet versleten. Dat blijkt een paar uur later. Dan is er ineens die andere Orlov. Zeven meiden, zijn meiden, komen binnen voor de middagtraining. De ogen glanzen. Nu voelt hij zich gelukkig, nu is hij aan het werk.

'Het is zo mooi. Dat altijd maar oefenen, oefenen, oefenen lijkt saai, maar dat is het nooit. Elke keer een stap vooruit zetten. Herhaling is de moeder van het leren.'

En als Suzanne Harmes voor de fotograaf een handstand-spreidstand op de balk moet maken en dat niet meteen perfect doet, roept hij half-lachend keihard door de zaal: 'Ja hoor, dat is mooi voor de foto. Een olympisch kampioene met kromme knie D.' Hij is weer in zijn element.

Orlov zal Harmes straks bij de Olympische Spelen begeleiden. De andere Nederlandse turnster in Athene, Laura van Leeuwen, valt onder Frank Louter, de exbondscoach op wie Orlov forse kritiek had na de mislukte WK van eind augustus 2003 in Anaheim.

'Iedereen viel toen over me heen', zegt Orlov, die destijds onder meer verkondigde dat Louter en zijn begeleidingsteam er een zooitje van hadden gemaakt.

In Anaheim werd definitief afscheid genomen van de gouden generatie turnsters die Nederland nog maar drie jaar bezat. Of beter, een heleboel toppers stonden toen al buitenspel of waren geblesseerd. De ploeg greep naast de kwalificatie, twee individuele tickets resteerden, waarvan eentje bestemd was voor Harmes.

Twee jaar geleden stapte Harmes over van het Zoetermeerse Pro Patria van Frank Louter naar de Hazenkamp. Tussen haar en de coach klikte het niet meer, vond ze, de chemie was verdwenen. Onder de vriendelijke Rus Orlov hervond ze het plezier.

Ze bloeide op, net als Renske Endel een paar jaar eerder. Net als Loes Linders, die in mei de overstap maakte van Heerenveen naar Nijmegen en op dramatische wijze de Spelen aan haar neus voorbij zag gaan. En net als Verona van de Leur, in 2002 de sportvrouw van het jaar. Zij meldde zich vorig jaar bij Orlov.

Aan de komst van Van de Leur ging het nodige vooraf. Er was een hele lange babbel noodzakelijk. Een gesprek was het, dat veel weg had van een monoloog van Orlovs kant. 'Ja ja ja', was het enige dat Van de Leur wist te antwoorden. Uitgeblust was ze, en dolblij dat ze in Nijmegen opnieuw kon beginnen. Of ze ooit haar oude peil zal bereiken, weet niemand. Maar ze zit weer goed in haar vel en is positief ingesteld.

Orlov heeft dus een soort opvangcentrum voor ontheemde turnsters, die gevlucht zijn van andere clubs en/of steunpunten. Als de baas van dat spul ('mijn tent') voelt Orlov zich in elk geval lekker. Want is hij zelf eigenlijk niet ook een zwerver?

Maar hoe moet dat nu straks, als hij samen met Louter, immers de coach van Laura van Leeuwen, in de olympische hal in Griekenland staat? 'Zolang we maar niet op dezelfde kamer hoeven te slapen. Ik ben trouwens ook niet van plan daar dag langer te blijven dan nodig is.' Want ook een olympisch toernooi is gewoon werken natuurlijk.

Het sarcasme in zijn stem keert terug als hem wordt gevraagd hoe lang hij nog denkt door te gaan. 'Mijn toekomst? Dat is een plaats op het kerkhof.' Wat willen ze dan horen? Dat hij zegt: morgen ga ik lekker terug naar Rusland? En trouwens: waar is zijn land, waar is de Sovjet-Unie dan gebleven?

Daar was hij begin jaren tachtig de succesvolle trainer van Olga Bitsjerova. 'Als ik nu de beelden terugzie, denk ik: dat was kleuterniveau. Waar was ik eigenlijk mee bezig? Of ze dat over twintig jaar ook zullen denken van de huidige generatie, vind ik een interessante vraag. Maar tegelijk is het niet interessant voor me, omdat ik zelf dan vermoedelijk niet meer besta.'

In oktober gaat Orlov weer een nieuwe verblijfsvergunning halen, tenminste als 'ze niet genoeg van me hebben hier'. Dat doet hij elk jaar trouw. 'Ik ben al zo lang in Nederland. Maar toch: ik ben en blijf Rus hoor. Al is het Rusland van nu een nachtmerrie geworden, niet meer het land waarin ik ben opgegroeid. Er zijn nog maar weinig sportscholen bijvoorbeeld. Geld om kinderen van de straat te halen en naar de sportschool te sturen is er niet. Daar maak ik me grote zorgen over.'

Bij het afscheid haalt Orlov, die als jongeman bij de militaire sportclub CSKA Moskou zat, een regel aan uit een Russisch soldatenlied. 'Onze pantsers zijn heel sterk, onze tanks heel snel, dus wij gaan gewoon door.' En, voegt hij eraan toe: 'Ik ben een optimist.'

Hij laat een piepklein papiertje zien. 'Nou, dit is mijn boodschappenlijstje voor vandaag. Medicijnen voor mijn vrouw, en tabak, want ik rol mijn sigaretten zelf.' Straks rijdt hij weer naar huis, naar zijn dochter van twintig, die inmiddels volledig vernederlandst is en op zoek is naar een baan als schoonheidsspecialiste. Zijn zoon bewoont zijn appartement in Moskou, de stad waar Orlov geboren en getogen is.

Hij wijst op een Toyota Celica die voor de hal geparkeerd staat. 'Rijk ben ik er niet van geworden. Dit is mijn auto, twintig jaar oud.' Het is alsof hij het de bezoekers toeschreeuwt: want dat willen jullie toch allemaal weten!

Maar medelijden hoeven we niet te hebben met hem. Alsjeblieft zeg. Dit is zijn leven zelf noemt hij het zijn plan. Het is gewoon huis-turnzaal, turnzaalhuis. 'Ik houd van dit ritme.' Zo wil hij het zo lang mogelijk volhouden. Want alleen zo is Boris Orlov gelukkig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden