De tuin van de duivel

Vijftien ton ongebruikte munitie en mijnen kunnen de mannen van MineTech dagelijks in Zuidoost-Irak verwerken, en als ze in dit tempo doorgaan met ruimen, dan hebben ze nog voor ruim 180 jaar werk....

Rolf Bos en Jonathan Olley

Anno 2007 omschrijven de munitieruimers het gebied als ‘de tuin van de duivel’. Hun werk is gevaarlijk en smerig. Het wordt uitgevoerd in een desolaat landschap, waar munitie en mijnen gedumpt zijn uit de vele oorlogen die de laatste decennia in deze streek gevoerd zijn.

Elke keer als de mannen van MineTech hun stapel ongebruikte munitie laten ploffen, regent het bloedhete, stalen splinters, scherp als scheermesjes, onder een oranje-grijze stofwolk, vol giftige dampen. De ruimers schuilen dan onder hun Isuzu-trucks tot de stofregen gedaald is en gaan dan weer verder met hun sisyfusarbeid.

De mannen van MineTech komen uit Zimbabwe. Ze zijn ex-soldaten van Robert Mugabe en ze werken als gastarbeiders in een bizar en vijandig land onder de supervisie van Australische en Nieuw-Zeelandse experts. ‘Er ligt in dit gebied alleen al meer munitie dan in de totale legervoorraden van Nieuw-Zeeland en Australië te vinden is’, zegt de Australische ex-militair Bill Van Ree, die voor de Verenigde Naties het ruimingswerk coördineert.

De Zimbabwanen die het vuile werk verrichten, dragen namen als Tobias Chomburo, Lovejoy Lwange, Eliajah Sibande en Innocent Mbdzamiri. Ze weten alles van Chinese mortieren, van Zuid-Afrikaanse 155-mm-granaten en Russische landmijnen. Ze noemen hun werk ‘humping and dumping’.

Ze brengen het dodelijke tuig naar de verzamelplaatsen en maken onderweg cynische grappen. ‘Als ik een van deze zware baby’s zachtjes op mijn voet laat vallen, ben ik mijn voet kwijt’, zegt Innocent Mbdzamir terwijl hij zo’n bom sjouwt, ‘maar als ik ’m hard laat vallen, gaan we met z’n allen in een rode mist de lucht in.’

Eliajah Sibande was op een dag een mijn aan het ontmantelen, toen het ding ontplofte. Hij werd gered door zijn oranje, beschermende pak, waarin hij in dit kaalgrijze landschap oogt als een figurant uit Star Wars. ‘Ik had alleen maar wat lichte brandwonden’, zegt hij.

Welkom in de hel, luidt de begroeting die je hier te horen krijgt langs de Al Amarah Route 6, de weg tussen Bagdad en Basra. Kom je hier als journalist op bezoek, dan krijg je een belangrijk advies van de mannen van MineTech: ga nooit van de asfaltweg af, zelfs niet als je moet pissen.

De dappere Afrikanen van MineTech ruimen overal. De ene dag halen ze niet-geëxplodeerde granaten weg uit het kippenhok van mevrouw Ali, de volgende dag kammen ze het enorme gebied uit waar het Iraakse leger in de jaren van Saddam Hussein zijn munitie dumpte en waar tienduizenden landmijnen uit de Iran-Irak-oorlog verstoppertje spelen.

De Zimbabwanen halen hun schouders op als lokale ‘Ali Baba’s’ met koevoeten illegaal niet-geëxplodeerde artilleriegranaten openwrikken om er de brandstof uit te halen. Als stookmiddel om mee te koken, wordt dat spul op de markt verkocht. Ook met andere explosieve restmaterialen weten deze scharrelaars wel raad.

Ze sluipen als hyena’s rond de verlaten munitieplaatsen, de Ali Baba’s. Soms komen ze iets te dichtbij en worden ze door bewakers met oude kalasjnikovs weggeschoten. Dan verdwijnen ze weer in het maanlandschap – maar altijd komen ze terug, om te plunderen. Ook nadat er weer eens eentje van hen in een rode mist de lucht is ingegaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden