De troostrijke werking van het getal

'Onverzettelijke beminnelijke maniak.' Geen man die de wetenschap de afgelopen jaren steviger de oren waste dan John Ioannidis, epidemioloog en superster. Blijkt hij ook nog eens libretto's en romans te schrijven.

John Ioannidis. Beeld Els Zweerink

Zo'n twintig minuten is John Ioannidis aan het woord, als de verslaggever hem toch maar even in de rede valt. Eh, professor Ioannidis? John? Ik begin me een beetje zorgen te maken. Er moeten vliegtuigen worden gehaald, fotosessies worden gedaan. En dit was eigenlijk nog maar de eerste, inleidende vraag.

Ioannidis lacht hartelijk, meer geamuseerd dan verontschuldigend. Twinkelende ogen boven die ietwat olijke snor. Het gebeurt ook zo weinig dat journalisten hem vragen naar die andere kant van zijn oeuvre, zijn literaire werk in het Grieks. En als ze hem dan vragen wat voor soort werk het eigenlijk is - nou, heb je even?

Zeg 'John Ioannidis', en over de hele wereld vullen wetenschappers haast automatisch aan: Why Most Published Research Findings Are False. De titel van zijn grote wetenschappelijke wereldhit, zijn artikel uit 2005 dat de onderzoekswereld tot op de dag van vandaag op haar grondvesten doet schudden. Ioannidis, opgegroeid in Athene maar hoogleraar aan de Amerikaanse Stanforduniversiteit, maakt daarin hard dat van al het wetenschappelijke onderzoek het meeste... nou ja, gewoon niet klopt.

Niet dat wetenschappers de kluit bedonderen; het zit anders. In de wetenschap zijn het de leuke, toffe en opvallende resultaten die de wind mee hebben. Die vallen op bij de congressen, krijgen geld voor verder onderzoek, halen vaker en prominenter de vakbladen, mogen shinen in de persberichten en de media.

Het is helaas alleen wel een wind die ook veel los schuim in de wereld blaast. Toevalstreffers die heel wat lijken. Statistisch gammele rammelonderzoekjes met een mooie uitkomst. Hoopvol klinkende eerste aanwijzingen. Als je het allemaal uittekent en modelleert, toonde Ioannidis langs statistische weg aan, is de meeste wetenschap gewoon drijfzand.

Alsof er een bom afging. Ziedaar de diepere reden waarom zoveel experimenten bij herhaling opeens iets anders opleveren; ziehier waarom we nog steeds doodgaan aan kanker, alzheimer en ALS, terwijl de wetenschap al decennialang onophoudelijk beweert het geneesmiddel nu écht te hebben gevonden.

'Toch zou ik dit geen probleem willen noemen', zegt Ioannidis. 'Ik zou het wetenschap noemen.' Wetenschap is nu eenmaal voortdurend in verbouwing, legt hij uit. 'Ieder tijdperk, iedere manier van werken in de wetenschap levert nieuwe uitdagingen op. Dat we nu meer obstakels tegenkomen, duidt juist op een versnelling van de wetenschappelijke ontwikkeling. Het is de kern van de wetenschap om dit soort hindernissen tegen te komen en ze te overwinnen.'

Typisch John Ioannidis. Onverstoorbaar optimistisch. Charmant, zachtaardig, sensitief. En grappig. Toen het Britse vakblad BMJ hem eens vroeg zichzelf in drie woorden te karakteriseren, kwam hij uit op: 'Uncompromising Gentle Maniac'. De gesel der wetenschap, maar met fluwelen handschoenen. 'Als je mensen gaat beschuldigen, krijg je defensieve reacties', zegt hij. 'Dat wil ik vermijden. We zijn het allemaal. Het is ónze wetenschap.'

Zo gooit Ioannidis compromisloos, vriendelijk en maniakaal de ene na de andere knuppel in het hoenderhok. Dat van al het neurowetenschappelijke onderzoek 95 procent statistisch rammelt. Dat de meeste klinische studies geen nut hebben. Meer dan 800 artikelen telt zijn uitdijende repertoire, en op de lijstjes van meest geciteerde wetenschappers ter wereld staat hij steevast ergens bovenaan.

John Ioannidis. Beeld Els Zweerink

En alsof het niet genoeg is, is er dus zijn literaire werk, in het Grieks. Zes boeken heeft hij geschreven; twee haalden de shortlist van de Griekse Anagnostis-literatuurprijs. Dit zijn geen niemendalletjes, maar complexe, gelaagde werken, waarin allerlei vertelstijlen, genres en motieven bedachtzaam in elkaar grijpen.

'Een gemengd universum van schrijfmethodes', zegt de maniak zelf. Neem zijn net verschenen Tractaat van de zesde roem. Samengesteld uit 166 middeleeuwse wondervertellingen, 32 door elkaar geknipplakte overlijdensberichten van Griekse wetenschappers, 21 'constructies' van curieuze wetenschappelijke data, plus 21 versies van de Griekse mythe van de verkrachting van Persephone.

Als dat maar goed gaat, met dat vliegtuig dat klaarstaat.

1. Boek: Homeros, De Odyssee

'Waarschijnlijk voel ik me meer dan in de VS thuis in Griekenland, het land waar ik opgroeide en studeerde. Maar zelfs daar voel ik me altijd een buitenstaander die weer weg moet. Eerlijk gezegd denk ik dat veel Grieken zich zo voelen. Ja, er is wel een land dat Griekenland heet, maar Grieks zijn gaat zeer over reizen. En een reiziger heeft geen thuis, moet steeds weer op zoek naar een nieuwe horizon om zich levend te voelen.

'Dat is waarschijnlijk waarom de Odyssee zo doorklinkt in de Griekse cultuur. Dat grote epische gedicht, zo universeel, er zit zo veel in. Dit thema vangt de mens die geen macht heeft, niets weet en die voortdurend links en recht wordt getroffen. Door goden, tegenslagen, het vergaan van ons schip, het verdrinken van onze vrienden. En monsters, al die bovennatuurlijke monsters!

'En te midden van dat alles heb je de held, die op zijn verstand vertrouwt; zijn rede. Wetenschapper, ja, dat is het adjectief par excellence om Odysseus te beschrijven. Heen en weer geworpen tussen de continenten probeert hij de chaos om hem heen te bedwingen en... De arme man, hij wil alleen maar naar huis!'

Hij lacht onbedaarlijk. Dan: 'Ik voel dat. Ik voel dat. Maar voor mij is het te laat, ik voel me nergens thuis. Net Odysseus!'

2. Wiskundig concept: Getallen

'Grote schoonheid zit er in wiskunde. In vergelijkingen. In grafieken. In theorieën. Maar als ergens geen getallen in zitten, ook in niet-wetenschappelijk materiaal, voelt het of ik iets mis. Zelfs in literatuur die ik lees zitten vaak getallen.

'Ik voel me dan ook zeer ongemakkelijk tegenover mensen die kwalitatief een punt proberen te maken. Zelfs als hun argumenten volstrekt logisch zijn: liever hang ik er een getal aan. Ik probeer zelfs getallen te hangen aan zaken die je niet direct in een getal kunt vangen. Zoals gevoelens, emoties. Als je er een getal aan kunt verbinden, geeft ze dat een handvat, een handgreep om ze te pakken.

'En ik weet heus wel dat je liefde, haat of geloof niet kunt kwantificeren. Maar een getal zien maakt dat ik me wat beter voel. Als een klein kind dat zijn lievelingsspeelgoed 's nachts tegen zich aan drukt.'

John Ioannidis. Beeld Els Zweerink

3. Muziek: Johann Sebastian Bach, Die Kunst der Fuge (ca. 1742-1750)

'Ik schrijf soms zelf libretto's. Ik houd enorm van muziek, thuis leven we aan een infuus van klassieke muziek, mijn vrouw en ik. De hele dag door. Soms zelfs de hele nacht door. Ongeacht wat we doen, speelt er klassieke muziek. Muziek is een venster naar een andere wereld, een andere dimensie, een dimensie die ergens in zit tussen tijd en ruimte.

'En dan Die Kunst der Fuge, met die wiskundige structuur. Het is een poging een nieuw heelal te scheppen, een poging om alles wat er van deze kunst [van fuga's, een muziekvorm waarin meerstemmigheid centraal staat, MK] bekend is samen te ballen, te condenseren. Je hebt deze componist, de grootste, die op een dag besluit: laat ik proberen dit in elkaar te zetten. Met een hoog intellectuele, mathematische structuur. Ik vind dat uniek. Het is bijna als een perfecte meta-analyse!'

Meta-analyses, dat zijn geneeskundige studies die eerdere onderzoeken naar een bepaald onderwerp samensmeden tot een geheel. Het analyseren ervan is zijn werkterrein. 'In meta-analyses hoop je altijd dat dit het ultieme antwoord is, het laatste woord. Die Kunst der Fuge is bedoeld als zo'n finaal antwoord. Je kunt zeggen: dat is onmogelijk, dat moet wel fout gaan op het eind. En dat gebeurt ook, want Bach heeft het stuk nooit voltooid. Maar zelfs dát is opwindend. Het zegt je: tja, misschien is dit niet haalbaar. Je komt er dichtbij, maar de worsteling om er zo dichtbij mogelijk te komen is waarschijnlijk het beste wat je kunt krijgen.'

4. Film: Andrej Tarkovski, Solaris (1972)

'Een zeer diepe duik in onze ziel. De film daagt de grens uit van wat het is om mens te zijn, wat het betekent om bewustzijn te hebben, wat het betekent om jou te zijn. Wie zijn we, wat zijn we? Opnieuw: waarschijnlijk is het in dat opzicht een mislukking, want het antwoord ontglipt je, je blijft achter in onzekerheid. Ik houd van kunst die spectaculair faalt. En toch is het bevredigend. Je voelt je er mens door. Ik ben beperkt, er is van alles onzeker en te majestueus om greep op te krijgen, maar dat is prima.'

Film: Solaris

5. Eiland: Antipaxi

'Een minuscuul eiland in de Eonische zee, van slechts een mijl of drie lang. Elke zomer gaan we erheen, mijn vrouw, dochter en ik, al zeventien jaar. Om er te komen moet je met een boot naar Paxi, wat ook al een klein eilandje is. En dan moet je nog de speedboot nemen om op Antipaxi zelf te komen. Winkels en hotels zijn er niet, alleen twee taveernes die om vijf uur sluiten. Je voelt je er een beetje als Robinson Crusoe. Het enige wat jammer is, is dat er tegenwoordig enig telefoonbereik is.'

Eiland: Antipaxi

6. Wetenschapper: Galileo Galilei (1564-1642)

'In de wetenschap is eigenlijk geen ruimte voor rocksterren. Samenwerking is oneindig veel belangrijker dan de geïsoleerd werkende zolderkamergeleerde uit de stereotypen. Maar als ik dan toch een afzonderlijke geleerde bij naam moet noemen, zal het Galileo zijn.

'Hij leefde in een tijd waarin de wetenschap nog geen fundament had. De wetenschappelijke methode bestond eigenlijk nog niet. Dus moest hij een aantal moeilijke beslissingen nemen, en het grensgebied tussen filosofie en wetenschap afbakenen. Maar op de een of andere manier wist hij wat hem te doen stond. Hij was brutaal daarin, vooruitstrevend, feilloos, maar moest er ook een prijs voor betalen, met huisarrest. Zo verdrietig. En zo eenzaam.

'Vandaag de dag zijn wetenschappers er volledig aan gewend in een lange traditie te staan. Je kunt worden uitgedaagd, maar altijd kun je bedenken: ik sta er niet alleen voor, er zijn miljoenen anderen die hetzelfde hebben gedaan als ik. Galileo had die lange keten van voorgangers niet. Hij moest het gevecht helemaal in zijn eentje leveren.'

Wetenschapper: Galileo Galilei.

7. Schilderij: Jheronymus Bosch, De tuin der lusten (1503-1515)

'Bosch opent hier een compleet universum. Een complex, omvangrijk, symbolisch, onderling verbonden, lastig te vertalen universum. Er is mysterie, er is allegorie, er zijn meerdere dimensies, er is veel onbekend, en er is veel verbondenheid. Ik vind dat uniek. Al die stukjes en beetjes, al die wonderlijke details, allemaal met elkaar verbonden in dat grotere thema.'

Jheronymus Bosch - 'De Tuin der lusten'.

8. Wetenschapsmuseum: Museum of Science, Boston

'Eerlijk gezegd houd ik niet zo van wetenschapsmusea. Ze proberen meestal de aandacht te trekken met grote, indrukwekkende zaken. Een enorme dinosaurus. Een raket. Zo wekken ze de indruk dat wetenschap een of andere faraonische activiteit is, waar het draait om de ontdekkingen. Dat klinkt makkelijk. Je bezoekt zo'n museum en je denkt: elektriciteit, natuurlijk, makkelijk.

'Maar haast nooit krijg je een indruk van de moeite die het heeft gekost om zo ver te komen. Hoeveel mislukte pogingen er waren, hoeveel dwaalwegen we volgden, hoeveel mensen het probeerden en faalden. Het wetenschapsmuseum laat resultaten zien, niet de machinerie. De aantekeningen, het opbouwen van de zaak, de geleidelijkheid van het tot zo'n prachtige ontdekking komen. Het Museum of Science in Boston wijkt daarin nog het meeste af. Als een van de weinige neigt het ernaar meer te tonen van het verhaal, het proces.'

9. Lekkernij: Vijgen

'Handgeplukt van de bomen in Griekenland in de zomer: aan al die voorwaarden moet zijn voldaan. In de achtertuin van het huis in Athene waar ik opgroeide, stond een vijgenboom. Elk jaar was dit het ijkpunt van de zomer: als de vijgen rijp waren. 's Ochtends opstaan om ze te plukken, en ze ter plekke opeten. Dat is een universeel Griekse ervaring. Op bijna elk Grieks eiland kun je door de velden zwerven, een vijgenboom tegenkomen die van niemand is en er vijgen plukken. Of nou ja, van niemand; soms is het discutabel, misschien staat zo'n vijgenboom net op iemands land maar zijn de takken bereikbaar vanaf de weg. Dat is een unieke, Griekse ervaring die veel verder gaat dan die heerlijke smaak alleen.'

Vijgen.

CV

1965 Geboren in New York. Jeugd in Athene.

1996 Doctoraat biopathologie, Universiteit van Athene

1996-1998 Hiv-onderzoek, epidemiologie.

1998-heden Tufts University, Boston: diverse posities. Adjunct-professor sinds 2002.

1998-2003 Universitair docent, Universiteit Ioannina, Griekenland

2005 Why Most Published Research Findings Are False

2003-2010 Hoogleraar epidemiologie, Universiteit van Ioannina

2010-heden Hoogleraar epidemiologie, Harvard School of Public Health, Boston

2014 Mede-oprichter onderzoekscentrum Metrics (Meta-Research Innovation Center), Stanford University

2015 Eredoctoraat Erasmus Universiteit Rotterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden