De troost van Alain de Botton

Deze week verscheen alwéér een nieuw boek van Alain de Botton: Het nieuws - een gebruiksaanwijzing. Kustaw Bessems legt uit waarom hij Het nieuws geen goed boek vindt; Wilma de Rek zoekt antwoord op de vraag wat De Bottons werk even goed al twintig jaar zo aantrekkelijk maakt.

1. De sleutelzin uit het werk van Alain de Botton is te vinden in hoofdstuk 5 van zijn boek The Consolations of philosophy, in het Nederlands vertaald als De troost van de filosofie. Hij staat op pagina 227 en gaat zo: 'Tussen periodes van wroeten in het donker door moeten we immer trachten onze tranen in kennis om te zetten.'


Het is een sleutelzin omdat hij alle ingrediënten bevat waarmee de Zwitsers-Britse schrijver Alain de Botton (44) zichzelf tot de bijzonder succesvolle Zwitsers-Britse schrijver Alain de Botton heeft gemaakt: a) de mismoedige vaststelling dat het leven niet zo leuk is; b) de geruststellende mededeling dat er tussen de sombere tunnels licht gloort; c) de opwekkende boodschap dat droefenis kan worden omgezet in iets goeds, namelijk kennis.


2. Wat er ook in zit, in die sleutelzin, is het woordje 'we' - godallemachtig, wat gebruikt De Botton vaak 'we'. Hoe onschuldig 'we' ook is, het woord kan moordneigingen opwekken als iemand het voortdurend gebruikt, terwijl hij het eigenlijk over 'ik' heeft. Als het wordt ingezet om particuliere eigenschappen te veralgemeniseren en daarmee interessanter te maken. De Botton gebruikt de truc al vanaf Essays in love (vertaald als Proeven van liefde), waarmee hij in 1993 debuteerde.


Het levert zowel prachtzinnen op ('Misschien is het wel zo dat we pas echt bestaan als er iemand is die ons ziet bestaan, dat we eigenlijk pas kunnen praten als er iemand is die begrijpt wat we zeggen; dat we in essentie pas werkelijk leven als iemand ons liefheeft') als onzinteksten: 'We worden verliefd omdat we graag aan onszelf willen ontsnappen met iemand die even mooi, intelligent en geestig is als wij lelijk, dom en saai zijn.' Laat mij erbuiten, ja!, schreeuwt de lezer kwaad tegen de pagina's, maar die trekken zich er niets van aan.


En Alain de Botton ook niet. Uit het deze week verschenen Het nieuws - een gebruiksaanwijzing: 'De reden dat we anderen willen zien falen en dat we genieten van geroddel over hun misstappen is uiteindelijk dieptreurig; omdat we woedend zijn over ons eigen gebrek aan aandacht proberen we troost te vinden door degenen te straffen die ons in onze ogen hebben beroofd van dat waar we recht op hebben.'


3. Evengoed gaat er van dat woordje 'we' iets geruststellends uit: stil maar, je bent niet de enige. En de meeste driften, verlangens en beperkingen horen nu eenmaal bij de diersoort die de mens is. Alain de Botton zoekt naar troost, en juist dat maakt hem zo goed, vindt hoofdredacteur Daan Roovers van Filosofie Magazine. 'Hij probeert de noden van de ziel te verlichten met schatten uit de religie, cultuur, filosofie: wat dan ook. Hij vraagt nooit: wat betekent dit, maar altijd: wat betekent dit voor ons.' Het toegankelijk maken van filosofie voor een breed publiek is precies wat Roovers met haar blad ook doet. 'Ik voel me wel verwant met hem', zegt Roovers. 'Ik heb ook het idee dat je filosofie niet moet zien als commentaar op commentaar op commentaar. Ik denk niet dat Aristoteles recht wordt gedaan als hij uitsluitend in de universiteitsbibliotheek wordt bestudeerd.'


De Troost van de filosofie (2000) is het eerste boek waarin De Botton filosofen expliciet inzet als therapeuten op wie je kunt terugvallen als zo'n drift of verlangen zich aandient. De eerder genoemde sleutelzin 'Tussen periodes van wroeten in het donker door moeten we immer trachten onze tranen in kennis om te zetten' is te vinden in het hoofdstuk 'Troost voor liefdesverdriet' (de andere hoofdstukken bieden troost voor impopulariteit, geldzorgen, frustratie, onmacht en 'moeilijkheden').


De filosoof die De Botton aanbeveelt voor de momenten waarop snerpend liefdesverdriet het hart aan stukken zaagt, is Arthur Schopenhauer, de pessimist die zijn hele leven vrouw- en kinderloos bleef (hij had wel veel poedels). 'Van oudsher zijn filosofen niet snel geïmponeerd', schrijft De Botton; 'De beproevingen van de liefde vinden ze te kinderachtig om er diepgaand onderzoek naar te doen, dat onderwerp kan maar beter aan dichters en hysterici worden overgelaten.' Dit is sleutelzin nummertje 2; De Botton buigt zich over onderwerpen waarvoor veel filosofen hun neus ophalen. 'Het is niet aan de filosoof om zich over handje-vasthouden en geparfumeerde brieven te buigen', schrijft hij. 'Schopenhauer vond die desinteresse merkwaardig.'


4. En Alain de Botton is het met Schopenhauer eens. Al lopen de onderwerpen die hij in de afgelopen twintig jaar ter hand heeft genomen sterk uiteen, ze hebben één ding gemeen: ze liggen dicht bij huis. Je loopt er in het dagelijks leven tegenaan, of je wilt of niet; en dus zijn ze interessant.


De eerste drie boeken van De Botton (zoon van een rijke Zwitserse bankier die toen hij 7 jaar was naar een Engelse kostschool ging en daarna in Cambridge geschiedenis studeerde) gingen over de liefde. Daarna schreef hij Hoe Proust je leven kan veranderen, een serie levenslessen gebaseerd op het werk van de Franse schrijver die hij al vanaf zijn 14de bewondert. Met instemming citeert De Botton daarin Prousts cynische opvattingen over onder meer vriendschap: 'Conversatie, het middel waarmee vriendschap tot uitdrukking wordt gebracht, is oppervlakkig gebeuzel dat ons niets biedt dat de moeite waard is. We kunnen een leven lang praten en niets anders doen dan eindeloos de leegte van een minuut herhalen.'


Alweer een sleutelzin - want een citaat. Hoewel De Botton in zijn eerste boek citeren nog afdoet als een vorm van emotionele luiheid ('alsof je in de vuile lakens van een ander slaapt'), leunt hij in zijn latere werk zonder enige terughoudendheid op citaten van derden. En die derden zijn steevast mannen van wie je natuurlijk dolgraag alle werken wilt lezen en dat zeker ook gaat doen, al is het er om onduidelijke redenen nog eventjes niet van gekomen: Kant, Nietzsche, Hegel; maar ook Karl Marx, Alexis de Tocqueville en Adam Smith. In de handen van De Botton worden dikke en lastige pillen opeens sierlijke stukjes tekst, glashelder en in hapklare brokjes opgediend. De Botton heeft een elegante schrijfstijl, is geestig en houdt van lichte ironie. Zijn teksten worden steevast gepresenteerd in genummerde paragrafen en verluchtigd met melige tekeningetjes, foto's of grafieken.


5. Overigens dienen die citaten doorgaans wel ter ondersteuning van een eigen betoog, zoals in Statusangst uit 2004. Statusangst is De Bottons benaming voor 'de kwellende gedachte, waarvan de funeste invloed zich over grote delen van ons leven kan uitbreiden, dat we mogelijk niet in staat zijn te voldoen aan het succesideaal zoals geformuleerd door onze samenleving en dat we dientengevolge het risico lopen gespeend te blijven van waardigheid en respect; de angst dat we ons op een te lage sport van de maatschappelijke ladder bevinden of op het punt staan nog dieper te zinken.' Alain de Botton meent dat statusangst alles te maken heeft met de opkomst van de moderne egalitaire samenleving, de meritocratie, waarin de status van mensen niet meer louter afhangt van hun afkomst, maar veel meer van hun eigen inspanningen. Zijn oplossing: zorg dat je afkomt van die kinderachtige drang om over je status te waken; volg liever je innerlijk bewustzijn dan af te gaan op de wisselvallige blijken van goed- of afkeuring van de buitenwereld.


6. Goed, het is een wat magere uitsmijter en hij roept vooral vragen op. Maar De Botton pretendeert ook nergens dat hij handzame oplossingen biedt. In zijn boeken en in interviews benadrukt hij keer op keer dat zijn boeken een polemische benadering hebben; hij wil 'problemen beschrijven' en 'de dynamiek van menselijke relaties inzichtelijk maken'.


Hij zegt niet waarom je wel of niet religieus zou moeten zijn, maar hij vertelt wat gelovigen handiger doen dan ongelovigen en wat ongelovigen derhalve van gelovigen kunnen leren (Religie voor atheïsten, 2011). Hij geeft geen antwoord op de vraag waarom mensen hun identiteit ontlenen aan hun baan, maar legt uit hoe een koekjesfabriek eruit ziet of wat een loopbaanadviseur zoal doet op een dag (Ode aan de arbeid, 2009).


In Nederland werd Alain de Botton in 1993 ontdekt door Emile Brugman van uitgeverij Atlas, nu Atlas Contact. Zijn debuutroman kwam eerst uit in het Nederlands en daarna pas in het Engels, een volgorde die sindsdien bij bijna al De Bottons boeken is aangehouden - buiten zijn eigen taalgebied is de schrijver nergens zo populair als hier. Twee boeken verschenen niet bij Atlas Contact: Meer denken over seks uit 2012, een van de zes zelfhulpboeken die is uitgebracht onder de vlag van de mede door De Botton opgerichte School of Life, gevestigd in Londen; en het eind vorig jaar verschenen Kunst als therapie, dat hij schreef met filosoof John Armstrong. Hierin betoogt De Botton dat kunst met name belangrijk is waar ze troost en hoop kan geven.


Kunstwerken zijn vooral instrumenten die de tobbende mens kunnen helpen zich aan te passen aan het dagelijks leven en zich met dat leven te verzoenen. Want dat is nog altijd wat hij met elk onderwerp doet dat hij aanpakt: de vraag stellen hoe dat onderwerp de mens, 'ons', kan helpen.


7. Hoe lang blijft die aanpak werken? Lang, denkt Daan Roovers van Filosofie Magazine. Ondanks toenemende kritiek op zijn werk, vooral in Engeland.


'Natuurlijk klinken titels als De troost van de filosofie of Hoe Proust je leven kan veranderen een beetje goedkoop en kitscherig. Maar ik vind het mooi dat De Botton zo volhardend en serieus voortgaat met zijn werk; met de democratisering van de filosofie, kunst, religie en wetenschap. Het is hem ernst.'


Jessica Nash van Atlas Contact ziet in de Nederlandse verkoopcijfers nog geen tekenen van Alain de Botton-moeheid. 'Hij is een van onze grote successen, inmiddels al meer dan twintig jaar. En er zijn nog veel onderwerpen waarin hij zich kan verdiepen. Ik heb hem een paar jaar geleden gevraagd of hij niet over kinderen wilde schrijven; ik had er net een. Maar hij zei dat hij van kinderen nog niet genoeg begreep.'


ALAIN DE BOTTON IN AMSTERDAM

Vanaf 25 april is Alain de Botton gastcurator in het Rijksmuseum, waar hij schilderijen uit de collectie zal voorzien van nieuwe teksten. Die zullen gaan over hoe de schilderijen een beroep op je gemoed doen en een ondersteuning kunnen zijn om je innerlijk leven vorm te geven. 'Het is verdrietig, wat de samenleving doet met mensen die van kunst houden', zei Alain de Botton vorig jaar in een interview met de Volkskrant. Musea en kunsthistorici leren ons slechts om op de droge feiten te letten en terug te kijken, maar niet wat een kunstwerk met ons gemoed doet, vindt De Botton, en dat moet anders. In het boek Kunst als therapie (2013), dat hij met filosoof John Armstrong schreef, doen de auteurs handreikingen om kunst te bekijken vanuit hun functie voor de ziel: herinneren, hoop, leed, in balans komen, zelf inzicht, ontwikkeling en waardering. Kunst is instrumenteel, vindt De Botton, en dat is het altijd geweest; zie de religieuze kunst uit het verleden. 'Kunst geeft kleur, textuur en zintuiglijke overtuigingskracht aan ideeën. De functie van kunst is om je te helpen leven en sterven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden