De treinkapers geëxecuteerd? Den Uyl had andere zorgen

Dat militairen zes kapers doden als ze op 11 juni 1977 de treinkaping bij het Drentse De Punt beëindigen; premier Joop den Uyl kan er die dag niet mee zitten. 'Het aanvalsplan berustte op een zo snel mogelijk uitschakelen van de kapers', zegt hij tegen zijn collega's in de ministerraad. Slachtoffers zijn voor de premier niet 'de terroristen', maar de twee passagiers die in de kogelregen omkomen.

Beeld anp

Wat die gewelddadige beëindiging van de treinkaping en de gijzeling van een basisschool betekent voor de positie van de Molukkers in de Nederlandse samenleving houdt het kabinet Den Uyl evenmin bezig. Orde en veiligheid, daar draait het om. En om beloning: twee weken later besluit het kabinet zestig 'betrokkenen' een onderscheiding te geven, maar dit buiten de publiciteit te houden.

Dit blijkt uit notulen van de ministerraad die het ministerie van Algemene Zaken nu, 37 jaar later, heeft overgedragen aan het Nationaal Archief. Het zijn 'zeer geheime' zogenoemde P-notulen die destijds niet zijn gearchiveerd, maar naar het huisadres van elke minister gingen.

Een uitgebreid verslag van alle vergaderingen over de Molukse gijzelingen aan de hand van de notulen staat vanaf morgen op Volkskrant.nl.

Beeld anp

Opstelten

Volgende week presenteert minister Opstelten van Justitie een onderzoek waaruit moet blijken of zes van de negen treinkapers de facto zijn geëxecuteerd of bij het 'uitschakelen' zijn omgekomen.

Eerder door de Volkskrant onthulde documenten maken duidelijk dat in de lijken van de gedode kapers in totaal 144 kogelinslagen zijn gevonden. Ook zouden de kapers van dichtbij zijn beschoten. De stukken verdwenen in de kluis en achtereenvolgende ministers van Justitie ontkenden dat de gijzelnemers zijn geliquideerd.

Executie, liquidatie of een andere opdracht die de militairen meekregen: daar reppen de notulen niet over. In de eerste ministerraad na de actie gebruikt Den Uyl het woord dat sindsdien de officiële lezing is: uitschakelen. Tien jaar later zegt hij vlak voor zijn dood: 'Het was een executie, van mensen in overtreding, maar het blijft een executie.'

Beeld anp

Schreeuw om aandacht

Hij en zijn kabinet hebben aan het begin van de gijzelingsacties, die bijna drie weken zouden duren, nog enig begrip voor deze schreeuw om aandacht van de Molukse jongeren die zich onderdrukt en genegeerd voelen.

Maar een dag voor de beëindiging stelt Den Uyl met spijt vast: 'Het zal niet mogelijk zijn de meer dan 35 duizend Molukkers uit Nederland te verwijderen.' Minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk Harry van Doorn valt hem bij: 'Molukkers willen zich een maatschappelijk goede behandeling laten welgevallen. Zij willen een groep blijven die ieder moment kan klagen.'

Als de gijzeling voorbij is, instrueert Den Uyl, moet een commissie zorgen voor de toekomst van de Molukse gemeenschap in Nederland. Daarbij heeft de minister-president geen praatsessies voor ogen, maar huiszoekingen, politietoezicht en de liquidatie van de Molukse ordediensten. Ook moet de politie de zware wapens die, zo blijkt uit de notulen, zijn gestolen uit Nederlandse legerdepots, terughalen uit de Molukse woonoorden - voormalige WOII-kampen waar 12 duizend Molukkers begin jaren vijftig in zijn weggestopt.

Lees morgen in de Volkskrant en als long read op Volkskrant.nl een uitgebreide reconstructie aan de hand van vertrouwelijke verslagen van de ministerraden na de Molukse gijzelingsacties van 1977.

Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden