De trein brengt verbroedering

Bij Shanhaiguan eindigt de Grote Muur in de Stille Oceaan. Aan het Drakenhoofd ligt toerisme voor de hand. Maar het schone strand is voorbehouden aan de partijtop....

Peking ligt zo'n driehonderd kilometer ten westen van de Stille Oceaan. Daar mag de partijtop zich aan het strand van Beidaihe graag ontspannen, zoals eerder de buitenlandse diplomaten en rijken dit Chinese Biarritz verkozen.

We zijn voorbereid op de moeilijkheden van het eerste Chinese treinkaartje. Die zijn er niet. De voorspeller heeft waarschijnlijk nooit een Nederlands treinkaartje gekocht. De taal dan? De beambte weet waarvoor je komt. In je Rough Guide of Lonely Planet wijs je aan waarheen je wilt, wat voor zit- of ligplaats je wenst alsmede de weekdag plus datum in cijfers. Je krijgt dan op een kladje prijs en vertrek uren. Nergens kost dat meer dan vijf minuten. Soms wordt wanneer je uitgestunteld bent de boodschap door de loketist in vlekkeloos Engels herhaald.

Met een kaartje ben je van een plaats verzekerd. De belangrijke treinen met hun nummers worden ook in het Engels vermeld. Instappen gaat uiterst ordelijk: je mag pas uit de wachtkamers naar het perron wanneer de trein voorstaat. Op je kaartje staan trein-, wagon- en plaatsnummer alsmede vertrektijd vermeld en bij elke wagon staat een behulpzame conducteur. De trein vertrekt precies op tijd!

Het eerste uur voert door immense buitenwijken. Krotten, sloop en nieuwbouw en dan de overgang van stad naar land, dat industriële inferno van door gescheurd golfplaat bedekte ruïnes met gebroken ruiten, gebed in gebarsten beton, kolengruis, roest, poelen met olievlekken, oude rails op rottende bielsen, flarden teerpapier, lappen plastic en daartussen brandnetels. Toch een tehuis voor ontelbare armen.

De trein brengt verbroedering. De indruk dat alle Chinezen op elkaar lijken, is snel vervallen. De verschillen hebben veel meer met opleiding, status en welvaart te maken. Plotseling wordt me duidelijk dat in de menselijke evolutie de verschillen in uitdrukking en gedrag, de karakters, veel ouder zijn dan het later door de natuur toegevoegde patina van 'ras'.

We gaan naar Shanhaiguan, een stoffig stadje aan de voet van de Grote Muur, die daar bij het Grote Drakenhoofd in zee eindigt. Shanhaiguan was van oorsprong een fort en helemaal ommuurd. We vinden een hotel aan de oostelijke poort en doen de eerste verkenning. De hoofdstraat is stoffig, maar heel gezellig. De huizen tellen hoogstens één verdieping, op de begane grond is bijna altijd een winkeltje of werkplaats. Daar is van alles te koop, van bamboe klerenhangers tot hypermoderne elektrische fietsen. Een eettent adverteert als rand-rest-tau. Chinees is monosyllabisch: de volgorde komt bij vertaling wel eens in het gedrang.

We fietsen naar het eind van de muur. Aan het Drakenhoofd ligt toerisme voor de hand. Muur en forten zijn minutieus gerestaureerd, inclusief een legerkamp met slaapzalen, helm, kussen en gevouwen deken, alsof de krijgers net vertrokken zijn. We fietsen naar een stil stukje strand om te zwemmen. Die stukjes zijn door hoge muren en strenge hekken afgesloten. Onleesbare, met rode ster gemerkte borden en bewakers. Partijtop, veteranensanatorium?

Iets verderop loopt over een bospad een stoffige toeristenkameel met franje naar een poort die toegang geeft tot een vervuilde baai. Het strand is voor gewone kameraden onbereikbaar. We fietsen terug tot binnen de imponerende muren van Shanhaiguan naar het Jingshanhotel. Er zijn nauwelijks gasten. Wel een dubbele telefooncel waarin een zeer dronken Chinees wanhopig van de ene naar de andere telefoon strompelt en ze beurtelings opneemt, terwijl hij met de andere hand zijn broek ophoudt, die hem uiteindelijk van de heupen glijdt, waarna hij als enig houvast zijn geslacht ter hand neemt, omvalt en tevreden op zijn rug blijft liggen. Dat is in het preutse China een heel ongebruikelijk gezicht.

De televisie op de kamer heeft meer dan tien nationale en ontelbare lokale kanalen. Veel talking heads onder aanvoering van president Jang Zemin, met onwezenlijke glimlach en weke handjes het applaus voor zijn zoveelste belangrijke mededeling neerwuivend. Deze avond is ook het legendarische strijdersmeisje uit de revolutionaire opera te zien, die rode-vaandeldragend de overwinning beklimt, inmiddels een vriendelijk relativerende oma. In bed horen we de melancholieke dubbelhoorn der passerende nachttreinen, op weg naar het eindeloos lege noorden.

Door de westpoort verlaten we het stadje, dat daar ook meteen ophoudt. Waarvan het gemaakt is, zien we aan de leemkuilen: de halve bovenlaag van China is tot baksteen gebakken. De groeven zijn gevuld met volkstuin-achtige landbouw. Voetzoolbrede paadjes tussen groentebedden waar van alles groeit dat voortdurend gespit, geschoffeld, bewaterd en geoogst wordt. Aan de rand van zo'n veldje weer een vijvertje, een minimaal plaggenhutje, kippen, ganzen en eenden en een tevreden ogende, maar niets bezittende broodmagere keuteraar.

De lunch is onduidelijk: er is een analogie tussen land en keuken. Veel is niet wat het lijkt: halftransparante ingewandenballetjes, verwarde noedels zonder begin of einde, maar ook uit wortel gesneden bloemen, visjes uit rammenas.

We pakken de bus naar Beidaihe, badplaats der bevoordeelden waar de rode elite baadt in keurige zwarte zwempakken, naar verluidt met waterdichte mobieltjes. Beidahe is door koloniale buitenlanders ontdekt, lange tijd verwaarloosd, maar nu opnieuw in de verf gezet. Vroeger hadden Jiang Qing, Lin Biao en Deng Xiaoping hier hun villa's. Zittend op een van de rotspunten zou Mao een gedicht hebben geschreven. Wellicht het bescheiden: 'Lang heb ik gewenst boven de wolken te stijgen'?

De communistische scheiding tussen de drie stranden: kader, buitenlanders en sanatoriumpatiënten dan wel Helden van de Arbeid is grotendeels opgeheven. Op de boulevard treffen we een gezet Chineesje, petje achterstevoren, die zichzelf zeer goed Engels heeft geleerd. Ze heeft man, geen werk, geen geld, maar met een goed hart en kind. Haar droom is Peking, om als tolk in een hotel te werken. Haar broer - haar vader is overleden - wil dat niet, vooral omdat ze nu vrijwel gratis in zijn restaurant Big Sea werkt. Maar ze is vast van plan te gaan: 'Vind je dat ik gelijk heb?'

Big Sea, waar we enorme garnalen eten, heeft hotelaccommodatie, maar daar mogen buitenlanders niet in. Zo belanden we in de Foreign Diplomatic Mission, een enorm, maar geheel leeg complex met ruime kamers, eigendom van de Partij, in een park vol betonnen hertjes boven een stralende oceaan. De volgende ochtend gebruiken we voor een lange strandwandeling en een deinend zeebad. De meeste Chinezen baden alleen pootje, maar een enkeling zwemt met forse crawl tot ver in zee.

Daarna gaan we met de bus terug naar Shanhaiguan waar we de trein naar Peking nemen die om drie uur vertrekt en inderdaad om drie uur vertrokken blijkt te zijn. Drie uur 's middags schrijft men hier als 15.00 uur! Daar was ik niet op verdacht. M'n kaartje wordt lacherig, maar gratis geruild voor een zitplaats in de volgende trein.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden