De trap is zo gek nog niet

HET LIJKT misschien iets dat enkel nog bestaat in Amerikaanse actiefilms. Of in boeken over het favoriete jongensberoep. Maar nee, de glijpaal in brandweerkazernes, waarmee de spuitgasten in vliegende vaart van de slaap- en wachtvertrekken naar hun ladder- en bluswagen kunnen, bestaat nog steeds....

Eind negentiende eeuw kwamen de palen op in Amerika. Het eerste Nederlandse exemplaar dateert van 1897, in de Amsterdamse Hondhorstkazerne nabij het Rijksmuseum. 'In die tijd bestond een blusploeg al snel uit een man of tien, twintig', vertelt Gerard Koppers, directeur van het Nationaal Brandweer Documentatiecentrum. 'Die moesten allemaal zo snel mogelijk naar beneden kunnen bij een brandmelding.'

Natuurlijk zouden ze ook op de begane grond kunnen wachten, maar een verdieping hoger had een aantal praktische voordelen. De paarden, die de karren van de brandweer moesten trekken, stonden beneden en ook de stookketels bleven altijd op een laag pitje branden, zodat de machinerie bij alarm meteen op gang kon komen. De warmte van de paarden en de ketels steeg op, waardoor de wachtvertrekken gratis op temperatuur werden gebracht. 'Toen heette dat nog geen milieubeleid of energiebesparing, maar efficiënt was het wel', zegt Koppers.

Als elke seconde telt, ligt het gebruik van glijpalen voor de hand. Tot in de jaren tachtig werd elke kazerne met een beroepscorps er daarom standaard mee uitgerust. Maar het gebruik raakt de laatste jaren steeds meer uit de mode. De arbeidsinspectie is niet gelukkig met de palen - om valpartijen te voorkomen zou je je eigenlijk boven eerst moeten zekeren met een veiligheidsgordel en die beneden weer losmaken. Maar dat maakt de operatie alleen maar trager. En de brandweerlieden beseffen zelf ook dat hun rug elke keer bij het neerkomen een flinke smak te verwerken krijgt. De trap is dus zo gek nog niet.

'Bovendien', zegt Koppers, 'je kan toch niet met zeven man tegelijk langs die paal naar beneden. Daarom worden de nieuwe kazernes nu gebouwd met een brede trap die je wel met een paar man tegelijk en naast elkaar af kunt hollen.'

Om zo snel mogelijk te kunnen uitrukken - richtlijn is dat het eerste voertuig zes minuten na de melding bij de kazerne ter plaatse moet zijn - heeft elk corps zo zijn eigen gewoonten en tradities. Vooral 's nachts, als de brandweerlieden in de kazerne slapen, is een goede voorbereiding het halve werk. Moet het team overdag na de toeter of bel binnen een halve minuut wegrijden, 's nachts is dat binnen een minuut, vanwege de hersteltijd om wakker te worden en voor het aankleden.

In sommige kazernes slaapt men tijdens de nachtdienst met een deel van het pak en de sokken al aan, aldus Koppers. 'Elders doet men voor het slapen gaan eerst de broek uit tot op de knieën, en dan de laarzen. De broek blijft over de laarzen naast het bed staan. Bij het alarm kun je dan onmiddellijk in je kleren schieten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden