'De tram mag nu ook in het Duits fluiten'

Op 11 november ontvangt Waltraud Ht (53) in Amsterdam de Martinus Nijhoff Prijs 2004 (vijftigduizend euro) 'voor haar creatieve en uiterst nauwkeurige vertalingen van Nederlandse literatuur in het Duits'....

'Sommige uitgevers lijken de vertaler als een noodzakelijk kwaad te beschouwen.'

Vrijwel dagelijks prijst Waltraud Ht (53) zich gelukkig met de omstandigheid dat zij als vertaalster in haar onderhoud voorziet. Of ze zich nu over de wervende tekst van een zuivelproducent ontfermt, of over een boek van Thomas Rosenboom: steeds ziet zij zich voor andere dilemma's gesteld, en steeds verdiept zij zich met grote ijver in nieuwe onderwerpen. En altijd dringt zich die prangende vraag op: heb ik recht gedaan aan de bedoelingen van de auteur?

Hierover is zij in de loop der jaren niet lichtvaardiger gaan denken. 'Routine heb ik nooit ontwikkeld. Zeker, je maakt je een bepaalde handigheid eigen, je bent op den duur beter in staat idiomatische wendingen te herkennen, en gaandeweg verdiept je taalkennis zich. Maar tezelfdertijd ben ik steeds onzekerder geworden. Ik ben er van overtuigd geraakt dat je je als vertaler eigenlijk voor een onmogelijke opdracht gesteld ziet: je moet proberen de gedachten van een auteur los te weken van de taal waarin hij ze tot uitdrukking heeft gebracht, om ze vervolgens in een andere taal weer te geven. Soms, op onbewaakte ogenblikken, denk ik dat dit helemaal niet k Uiteindelijk handel ik pragmatisch, en ga ik verder met vertalen. In de wetenschap dat het resultaat van mijn werk hooguit een benadering is van het origineel.'

Elk boek stelt weer andere eisen. 'De ingetogen, laconieke zinnen van Alberts vragen om een andere benadering dan de verbale guirlandes van Rosenboom.' Stilistische voorkeuren van de vertaler hebben op dit proces hoegenaamd geen invloed, denkt Ht. Zij heeft vooral een dienende taak zowel ten opzichte van de auteur als van de lezer. De voorkeuren van de schrijver zijn voor haar een gegeven waarmee zij gewetensvol probeert om te gaan. 'Is hij een liefhebber van barok? Dan probeer ik het in het Duits net zo barok te maken. Toen ik Gewassen Vlees van Thomas Rosenboom vertaalde, heb ik de Duitse literatuur uit de 18de eeuw er nog eens bij gehaald.'

Niettemin moest Ht ook nog uitvoerig met de auteur van gedachten wisselen. 'Eindeloze vragenlijsten heb ik aan hem voorgelegd, en avonden heb ik met hem gebeld. Om mij zo goed mogelijk in zijn gedachtewereld te kunnen verplaatsen.' Normaal vertaalt zij op basis van zestigurige werkweken zo'n tachtig pagina's literaire tekst per maand. Haar worsteling met de 'tale Rosenbooms' heeft twee jaar gevergd. 'Het was moeilijk om de juiste uitdrukkingsvormen te vinden en het evenwicht te bewaren tussen het hedendaags taalgebruik en de ietwat archache uitdrukkingen waarvan hij zich bedient. Willem Augustijn, de hoofdfiguur van Gewassen Vlees, wekte op den duur moordlust bij mij op. Ten slotte heeft zijn vader, die overigens ook niet zo innemend was, hem gedood.'

Zelfs als Ht een schrijver op een fout meent te betrappen, trekt zij geen voorbarige conclusies: misschien is het wel helemaal geen fout, maar een verkeerd begrepen stijlfiguur. Nog problematischer zijn de tekstfragmenten die vreemd zijn aan de Duitse ervarings-of belevingswereld. 'Zo komt in De donkere kamer van Damocles geregeld een blauwe tram voor die zijn komst aankondigt met een fluit. Het probleem is dat de gevoelswaarde die de blauwe tram voor oudere Nederlandse lezers heeft, niet aan de Duitse lezer kan worden overgedragen. En wat te denken van het fluitsignaal? In eerste instantie wilde de uitgever hier een belsignaal van maken, want trams bellen nu eenmaal. Nadat ik mij in het verschijnsel had verdiept, mocht de tram ook in de Duitse vertaling fluiten.'

Dergelijk onderzoek bepaalt mede het genoegen dat Ht aan het vertalen beleeft. Al is de grondigheid waarmee zij te werk gaat vooral door twijfel ingegeven. 'Twijfel is mijn basishouding.' Dat dit in haar mer geen handicap hoeft te zijn, blijkt uit de toekenning van de Martinus Nijhoff Prijs de mooiste onderscheiding waarmee in Nederland de waardering voor een literair vertaler tot uitdrukking kan worden gebracht. Zij moet nog even wennen aan het vooruitzicht van een huldebetoon. In de uitgeverswereld de Duitse in het bijzonder lijkt de vertaler namelijk weinig achting te genieten.

'Soms is het moeilijk om niet verbitterd te raken in dit mooie vak', zegt ze. 'Sommige uitgevers lijken de vertaler als een noodzakelijk kwaad te beschouwen. De normen die in het zakelijk verkeer van kracht zijn, worden ten opzichte van de vertaler niet altijd in acht genomen. Mondelinge afspraken worden genegeerd, brieven worden niet of schandelijk laat beantwoord, en de honorering is nogal karig. Ik heb er geen bezwaar tegen om bijna elke avond te werken, of om opdrachten van zuivelproducenten te verwerven, maar eigenlijk heb ik ook geen andere keus. Feitelijk worden de uitgeverijen door de vertalers gesubsidieerd.'

Ht schrikt van de schijn van wrok die zij wekt, want ondanks alles kan zij zich geen aangenamer bezigheid voorstellen dan vertalen. En uiteraard is zij buitengewoon blij met de Martinus Nijhoff Prijs. Al was het maar om zich wat vaker een niet rendabele vertaalklus te kunnen veroorloven.

Literaire ambities zijn haar vreemd. Haar beroepskeuze is ook niet ingegeven door de wens ooit zelf boeken te gaan schrijven. 'Het viel volledig buiten mijn bevattingsvermogen om schrijfster te worden.' Ooit, tijdens haar verblijf op een basisschool in Werdohl (Sauerland), won zij een opstelwedstrijd. Een opmerkelijk wapenfeit, want de meeste van haar mededingers waren gymnasiasten. Zij trok er niet de conclusie uit dat zij zich verder op het schrijven moest toeleggen. Aan lezen veel lezen had ze genoeg. Daarmee plaatste ze zich al ver buiten de orde van het arbeidersmilieu waarin zij opgroeide.

Na de Volksschule probeerde ze min of meer op de tast de intellectuele bedding van haar leven te verbreden. Ze volgde een beroepsopleiding bij hetzelfde advocaten-en notariskantoor waar ze haar eerste werkervaring opdeed, ze bezocht de avondschool, leerde Engels in Londen, legde het Duitse equivalent van het vwo-examen af, en ging Neerlandistiek, Germanistiek en kunstgeschiedenis aan de Freie Universit(FU) in Berlijn studeren.

Haar inschrijving aan de FU was een alibi voor een dagelijks verblijf in uiteenlopende collegezalen, en in de bibliotheek, waar zij ongeconeerd en ongelimiteerd boeken las. Ook Nederlandse boeken: Max Havelaar, De donkere kamer van Damocles en Het jongensuur maakten veel indruk op haar. Wat haar vooral nog heugt is het gedicht 'Melopee' van Paul van Ostaijen, waarmee de cursus 'literair vertalen' werd ingeluid: 'Onder de maan schuift de lange rivier/Over de lange rivier schuift moede de maand/Onder de maan en langs de rivier schuift de kano naar zee/Langs het hoogriet/langs de laagwei/schuift de kano naar zee/schuift met de schuivende maan de kano naar zee/Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man/Waarom schuiven de maan en de man getweegedwee naar de zee?'

'Dit gedicht', zegt Ht, 'waarvan de woordmelodie niet in de Duitse taal is om te zetten, markeerde voor mij toen al de grens van de vertaler.'

Pas toen ze naar Katwijk aan Zee verhuisde, om in het naburige Leiden Germanistiek en Neerlandistiek te gaan studeren, kwam er enige structuur in haar literaire consumptie. De 18de en 19de eeuw, die in Nederland allerminst door Sturm und Drang werden gekenmerkt, stonden op het programma. Ht las dus Rhijnvis Feith, Bilderdijk, Betje Wolff en Aagje Deken. Verschrikkelijk, bij tijd en wijle. Maar dat had ze in haar enthousiasme niet zo in de gaten. Echt gert werd zij door de poe van Simon Vinkenoog. Zozeer zelfs, dat zij heeft geprobeerd diens werk te vertalen.

Begin jaren tachtig vertaalde zij al non-fictie: boeken over de Mossad de Israsche geheime dienst , over seksualiteit van dwarslaesiepatien, over kunstmatige intelligentie en over de psychologische en medische oorzaken van drugsverslaving. Heel leuk en boeiend allemaal, 'maar van literaire opdrachten kon ik slechts dromen'.

Op voorspraak van vertaalster Ingeborg Lesener, die haar Vinkenoogproeve had gelezen, werd zij betrokken bij de samenstelling van de bloemlezing Unbekannte N Moderne Niederlische Lyrik bis 1980, een groepsproject dat een belangrijke leerfase voor haar markeerde.

Sindsdien heeft de Nederlandse literatuur zich in Duitsland ontwikkeld tot een modeverschijnsel. Vooral de Frankfurter Buchmesse van 1993 heeft hieraan bijgedragen. Ht heeft echter de indruk dat de hausse voorbij is. In zowel de op-als de neergaande lijn manifesteert zich, behalve de stand van de Duitse conjunctuur, de macht van de recensent, zegt Ht. 'In mei sprak Elke Heidenreich in het literatuurprogramma Lesen met waardering over de nieuwe vertaling van Kaas, van Willem Elsschot. Duizenden kijkers gaven gehoor aan haar aanbeveling. De belangstelling voor zijn boek Villa des Roses, dat al in 1993 in een Duitse vertaling verscheen, werd hier echter niet door aangewakkerd. Marcel Reich-Ranicki, de nestor van de Duitse recensenten, heeft meerdere Nederlandstalige boeken tot bestseller bevorderd. Omgekeerd heeft hij zich zitisch uitgelaten over Belladonna van Hugo Claus, dat veel kopers het boek ongelezen terugbrachten naar de winkel. De lezersgunst is vaak volkomen ondoorgrondelijk. Het is mij een raadsel waarom het zo lang heeft geduurd voordat Maarten 't Hart hier succes had, en waarom Eilanden van Alberts onopgemerkt is gebleven.'

In het hypothetische geval dat een uitgever haar zou benaderen met de vraag welke Nederlandse titels in het Duits vertaald zouden moeten worden, zou haar lijstje er ongeveer zo uitzien: Herinneringen van een engelbewaarder, Een heilige van de horlogerie en een aantal novellen en korte verhalen van Willem Frederik Hermans; De Uitvreter van Nescio; iets van Theo Thijssen: Het grijze kind en misschien ook Kees de jongen; De vergaderzaal van A. Alberts en De onderaardse wereld van Athanasius Kircher van Anton Haakman. Desgewenst verzorgt zij zelf de vertaling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden