De tragische wereld van F.B. Hotz

Aleid Truijens werkte zeven jaar lang aan haar lijvige biografie van de schrijver F.B. Hotz (1922-2000). 'Het is een bizar verhaal, een slechte film, maar het is wel degelijk gebeurd.'

Het was liefde op het eerste gezicht tussen de studente Nederlands Aleid Truijens (1955) en de schrijver F.B. Hotz. 'Ik stond in boekhandel Atheneum te kijken wat er nieuw was verschenen en grasduinde in een bundel, Dood weermiddel en andere verhalen, het eerste boek van Hotz. Ik was meteen verkocht, ik begon te lezen en kon niet meer ophouden.' Ze schreef een scriptie over zijn verhalen die met grote regelmaat bleven uitkomen en volgde hem op de voet tot en met het in memoriam dat ze voor de Volkskrant schreef na zijn dood op 5 december 2000. En nu ligt er haar lijvige biografie.


Truijens: 'Het aantrekkelijke zit voor mij niet in Hotz' onderwerpkeuze, die nogal buitenissig is. Ook niet in z'n vrij conservatieve politieke visie. Maar in de scherpte, de precisie waarmee hij zonder gevoelens al te expliciet te beschrijven weet op te roepen wat er speelt tussen mensen. Intermenselijke relaties zijn bij Hotz niet al te vrolijk, vooral het huwelijk niet, maar wat er tussen ouders en kinderen, tussen echtgenoten of tussen vrienden aan de hand is, dat brengt hij haarscherp onder woorden. En hij is verschrikkelijk geestig.'


Het schrijven van de biografie was monnikenwerk en heeft niet voor niets zeven jaar gekost. De bronnen lagen namelijk niet bepaald voor het grijpen. 'Dat is een nogal nachtmerrieachtig verhaal', verzucht de biografe. 'Hotz had z'n zuster gevraagd om na zijn dood alles wat in z'n kamer werd aangetroffen te vernietigen: manuscripten, brieven, dagboeken, alles. Doodzonde natuurlijk. Maar ja, voor Atie was Frits niet in de eerste plaats een schrijver, het was haar diep beminde broer en hij wilde het zo.'


Wat Truijens over de streep trok om toch aan het levensverhaal te beginnen was dat de familie wel bereid was mee te werken en dat er in elk geval een omvangrijke correspondentie lag tussen Frits Hotz en zijn lievelingsoom Herman Kunst. 'Later is daar gelukkig nog veel meer aan schriftelijke bronnen bij gekomen, brieven van Frits aan Atie en aan z'n oma, een correspondentie met een vriend uit zijn tijd als jazzmusicus, Hans Roty, en met Theo Sontrop van De Arbeiderspers. Gelukkig is het niet zo dat al die brieven op z'n kamer lagen, die waren verstuurd. En naarmate je het vertrouwen wint van de familie en van goede vrienden, komt er steeds meer boven water.


'Iemand als zijn zus Atie zegt niet tijdens het eerste gesprek: ik heb hier ook nog spannende brieven voor je. Je moet weten over te brengen dat je je echt voor haar verhaal interesseert, dat het belangrijk is en dat je geen kwade bedoelingen hebt. Dan wordt het contact steeds meer ongedwongen en op een gegeven moment blijken er dan ook nog brieven te zijn.' Ze heeft veel indringende gesprekken gehad met Atie en met Hotz' zoon Jeroen. 'En met andere familieleden en vrienden van Frits. Ook zijn verhalen dienen als materiaal. Daar moet je voorzichtig mee zijn, want het is fictie, de verbeelding heeft vrij spel. Maar je hoeft ook weer niet te doen alsof het werk en het leven niets met elkaar te maken hebben en bij Hotz is het autobiografische aspect duidelijk aanwezig. Wat ik vaak heb gedaan is bijvoorbeeld bij Atie nagaan of die kleuterjuf uit een van zijn verhalen inderdaad zo'n kreng was.'


Een van de leukste dingen bij het zich grondig verdiepen in het leven van een ander is dat je altijd wel een ontdekking doet. Bij Frits Hotz lag wat dit betreft een heel terrein braak, want in de 24 jaar tussen zijn debuut (in 1976) en zijn dood hield hij zijn persoonlijk leven altijd krampachtig op de achtergrond. Dat had alles te maken met 'de moord', oftewel 'het gedonder in Den Haag'.


Aleid Truijens: 'Het is een bizar verhaal, net een slechte film, maar het is wel degelijk gebeurd. Hotz was na de nodige aarzeling, want hij geloofde toen al niet echt in het huwelijk, getrouwd met Barbara. Ze woonden in een voor kunstenaars bestemd hofje in Den Haag. Nog tijdens hun huwelijk begon zij een relatie met Hotz' beste vriend, de musicus Serein Pfeiffer. Frits is van Barbara gescheiden en zij bleef bij Serein. En die heeft ze korte tijd later vermoord, in koelen bloede. Uit de gesprekken met Atie, met Jeroen en met Helga Ruebsamen, die zeer bevriend was met Serein Pfeiffer en met Hotz, is me pas duidelijk geworden hoezeer deze moord in Hotz' leven heeft ingegrepen. Je kunt zelfs zeggen dat het de motor is geweest voor zijn schrijverschap.


'Hij schreef weliswaar al vanaf zijn puberteit en vrienden wisten dat Frits altijd in een schriftje zat te krabbelen, maar dat verdween allemaal in de la. Want Frits was muzikant, trombonist, dat was z'n passie, Paul Whiteman, de King of the Jazz uit de jaren twintig, was zijn idool. Die muziek wilde hij spelen, samen met mensen als Hans Roty en Serein Pfeiffer. Maar die was dus neergestoken, midden in het hart van zijn muzikale vriendenkring. Het muziek maken was als het ware besmet. En met zo'n gevoel van 'wat kan het me ook schelen?' heeft hij zich toen door z'n oom Herman Kunst laten overhalen om een verhaal, 'Tramrace', op te sturen naar het tijdschrift Maatstaf. Dat leidde daar meteen tot juichkreten en de uitgever drong aan op méér.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden