De traan in de soep

Opnieuw is Willem Elsschot verzameld. Voor de zoveelste keer lees ik de zinnen: 'Eindelijk schrijf ik je weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke....

Kees Fens

Ik lees door, er wacht mij een schitterende zin, weet ik: 'Een naregeschiedenis natuurlijk, niet alleen voor haar, maar ook voor mijn zusters,die er zich bijna dood aan gewaakt hebben.' Ik houd van zinnen die knarsenvan de onderdrukte gevoelens.

Ik lees door, de kaas waar alles om begonnen is, ligt nog in Holland,de moeder moet eerst nog aftakelen en doodgaan. 'Zij was oud, zeer oud. Opeen paar jaar na weet ik niet hoe oud zij precies was. Ziek was zijeigenlijk niet, maar grondig versleten.' En dan volgen de passages overhaar aardappelen schillen - voor de hele buurt - en, later, katoenpluizen; nooit is de laatste kronkelweg in deerniswekkendere zakelijkheidbeschreven.

Ik ken de meeste zinnen eruit van buiten, maar ik lees ze alsof zenieuw zijn. Ik ga mee tot het kerkhof, want ik voel me verplicht nog ietsanders even te lezen. Johan Polak, die een herleesleven leidde, dag ennacht, vermoed ik, herlas geregeld Elsschots Een ontgoocheling, alleen omde laatste zin te bereiken. Het is het verhaal van de mislukkende Kareltjeen zijn om vele ontgoochelingen zo verdrietige vader - afgezet alsvoorzitter van de kaartclub, zijn Kareltje die geen advocaat maarstraatslijper wordt. Op de laatste bladzijden wordt hij begraven. Kareltjekomt thuis van het kerkhof, zijn moeder staat in de keuken en dan staat erdeze alles tot de hoogste staat verheffende alinea: 'En toen Kareltje haaraankeek, omdat ze zo raar praatte, zag hij dat zij met neergetrokkenmondhoeken wenend de soep proefde.'

Ik heb Polak vele malen die zin horen citeren, gewoon op straat, aanhet einde van een kort gesprek. Er bestond ooit, lang geleden, een geheimverbond van Elsschot-bewonderaars. Wie toegelaten wilde worden, moest opzijn minst een aantal citaten kunnen plaatsen of herkennen. In 1960 kwamik op een 'sollicitatiegesprek' bij de filmcriticus A. van Domburg, toenchef kunst van het dagblad De Tijd. Ik stond nog toen hij mij vroeg: 'Wieschreef: Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wassen?' 'Elsschot',antwoordde ik. 'U bent aangenomen', zei hij.

Ik heb in de nieuwe editie Een ontgoocheling en het gedicht Hethuwelijk, waarin de geciteerde regel voorkomt, herlezen. Toen ik evenuitgelezen was, zat ik met een stalen droefheid voor me uit te staren. Erzat weinig levensvreugde in het lijf van Willem Elsschot.

Elk werk kreeg in de nieuwe uitgave een tekening van Peter van Hugtenmee. Ze zijn uiterst eenvoudig, scherp zwart-wit, wat houtsnede-achtig vankarakter, als de tekeningen die hij in kleur op de economiepagina van dezekrant publiceert. In de tekening is het boek tot een onvergetelijke kernteruggebracht. Misschien de meest essentiële staat bij Verzen. Daar ziteen man in een fauteuil, 'teruggekomen van de reis', somber in zichzelfgekeerd. Totaal eenzaam. De tekening bij Lijmen is geweldig: tweevoorovergebogen mannen, hoed op, de een een tas in de hand, de wind istegen, maar ze zullen er komen, Boorman en Laarmans, en ze zullen van geenwijken weten. Bij Een Ontgoocheling staat Kareltje op de hoek van eenstraat, handen in de jaszaken, het kleine schoolpetje op zijn grote kop.

Hang alle tekeningen boven de boekenkasten en je hebt het verzameldwerk aan de muur. Kijk naar Kareltje en meteen is daar de eerste alinea:'De Keizer was sigarenfabrikant. Veel geld verdiende hij niet want hijwerkte slechts met enkele mensen, had te weinig kapitaal en maakte geenreclame zodat hij niet vooruitkwam in de wereld.' De rest wikkelt zichvanzelf af in je hoofd, tot de traan in de soep valt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden