De Tourcultuur in boekvorm

Met de Tour de France kun je alle kanten op als je een boek wilt schrijven. Dit jaar voelden veel schrijvers die aandrang...

Londres volgde de Tour voor Le Petit Parisien en de stukken voor zijn dagelijkse kroniek werden later gebundeld. Jarenlang had Les Forçats een bijna mythische allure, vooral omdat het boekje niet meer verkrijgbaar was. Tot uitgeverij Arlea een herdruk op de markt bracht die 3,05 euro kost.

Het dikste boek over de Tour de France is de zevendelige Tour Encyclopédie van Robert Janssens, Guido Cammaert en Joel Godaert, een monnikenwerk waarvan de voltooiing samenvalt met het jubileumjaar van de Tour en dat de liefhebber à raison van een kleine 300 euro voorziet van zo'n vijftienhonderd pagina's Tourinformatie.

Zo zie je maar weer: met de Tour de France kun je alle kanten op als je een boek wilt schrijven.

Dit jaar, honderd jaar na de start van de eerste Tour de France, voelden veel schrijvers die aandrang. In Frankrijk is sprake van een ware lawine aan boeken over de Tour, het ene nog mooier dan het andere - naast een hoop snel in elkaar gegooide troep natuurlijk. Maar ook in Nederland wordt het eeuwfeest van de beroemdste wielerwedstrijd ter wereld gepast gevierd. Hoewel Nederlandse coureurs pas in 1936 hun entree maakten in de Ronde - in tegenstelling tot Belgen, Italianen en Zwitsers die de Fransen van meet af aan partij gaven - zou je, als je de stapel vers verschenen Tourboeken ziet, bijna gaan geloven dat Nederland tot de echte Tourlanden is gaan behoren.

Wat is een echt Tourland? In een echt Tourland leeft het besef dat de Tour de France veel meer is dan een wielerwedstrijd. En tevens is men er op de hoogte van het feit dat een wielerkoers meer is dan een hardfietswedstrijd van punt A naar punt B. En tot slot bestaat in een echt Tourland vertrouwdheid met de historie van de Ronde. Zoals je een land christelijk mag noemen zolang de canon van grote christelijke verhalen brede bekendheid geniet, zo mag je een land Tourland noemen als de grote verhalen van de Tour tot het collectieve geheugen zijn gaan behoren.

Italië is een Tourland, België ook en Spanje eveneens. Zwitserland is het en zelfs Lúxemburg is een Tourland. Frankrijk is natuurlijk ook een Tour de France-land.

Maar Nederland? De eerste die in Nederland schreef over de Tour de France was Joris van den Bergh, beroemd vanwege zijn Temidden der kampioenen en gevierd als de eerste grote Nederlandse sportjournalist. Met Van den Bergh ging het gelijk al mis. Hoewel hij betrokken was bij de afvaardiging van de eerste Nederlandse Tourploeg naar Frankrijk, begreep hij titel noch jota van de Ronde. Van den Bergh begreep überhaupt weinig van het wielrennen op de weg. Terwijl ze in de echte Tourlanden al lang doorhadden waar het in de Tour écht om draaide - de harde rationaliteit van geld en winnen, vermengd met de romantiek van het lijden en de volharding - aanschouwde Van den Bergh het spektakel met de naïviteit van een gereformeerde hopman in een hoerentent.

Dus hoe moest híj zijn landgenoten duidelijk maken wat de Ronde werkelijk inhield? In de jaren vijftig boekte Nederland grote successen aan de hand van ploegleider Pellenaars en radiocommentator Jan Cottaar. Met de geleidelijke ontdekking van de Ronde verloor ook de journalistiek langzaam maar zeker de sulligheid van het nieuwe jongetje in de klas. Martin Duyzings publiceerde in het begin van de jaren vijftig Sport op twee wielen, een boek dat weliswaar bol stond van Hollands moralisme, maar waarvan de auteur in elk geval wist waarover hij het had: de Tour de France, combinatie van genadeloze wedstrijd, keiharde commercie en glorieus theater - en niet het pittige schoolreisje van frisse knapen dat Van den Bergh de lezers had voorgespiegeld. Sport op twee wielen was in zekere zin een doorbraak.

Duyzings boek was niet de aanzet tot een gestage productie van Tourboeken op niveau - zoals de successen van Van Est, Wagtmans en Nolten niet het begin vormden van een blijvende serieuze aanwezigheid van de Nederlanders in de Ronde. Ongetwijfeld bestaat tussen die twee constateringen een verband: Nederland bleef nog heel lang een calvinistisch land dat de katholieke Tourcultuur volstrekt niet begreep.

Het wielrennen en met name de Tour de France genoten in de jaren zeventig en tachtig grote populariteit en Nederlanders wonnen veel, maar de Tourboekenlezer bleef gefrustreerd achter, als hij tenminste het Frans niet machtig was.

Zelfs in het Engelse taalgebied verschenen mooie Tourboeken, maar de Nederlandse liefhebber moest het doen met de gestaag voortschrijvende Jean Nelissen en de eerste liefdesverklaringen aan Fausto Coppi van Martin Ros.

Eigenlijk kwam daar pas écht verandering in in de jaren negentig, toen zich langzaam maar zeker - vreemd genoeg op een moment dat de Nederlandse coureurs geen deuk meer in een pakje boter reden - iets begon te vormen dat op wielercultuur leek, op Tourcultuur in boekvorm.

Begin jaren negentig verscheen Het zweet der goden van Benjo Maso, het eerste boek in de Nederlandse taal waarin de geschiedenis en de mores van het wielrennen in een sociologisch perspectief werden geplaatst en waarvan volgende week een nieuwe, uitgebreide editie verschijnt.

Twee andere belangrijke boeken voor de ontwikkeling van de Hollandse wielerbibliotheek waren Tourkoorts van Peter Ouwerkerk (1996) en Bravo, les Hollandais! van Jeroen Wielaert (1997) - het laatste kwam vorig jaar opnieuw op de markt als Pijn en glorie van polder. Ouwerkerks boek kan het best worden omschreven als impressionistische Tourgeschiedschrijving door een ooggetuige, in Wielaerts werk werd voor het eerst de oral history van de Tour de France serieus genomen. Eindelijk hoorden we bijvoorbeeld de stem van Theofiel Middelkamp, in 1936 de eerste Nederlandse etappewinnaar: 'Godnomdelievedeugd, hoeveel koersen heb ik in mijn leven niet verkocht?'

Het was alsof er een gong weerklonk: de wielerschrijvers ontwaakten en zetten zich met grote ijver achter de tekstverwerker.

Dat resulteerde in sterke biografieën (Bart Jungmanns Langs het ravijn over Johan van der Velde, Dominique Elshouts Alleen vooruit over Hennie Kuiper, bio's van Peter Post en Jan Janssen door Fred van Slogteren), fraaie romans (Van Santander naar Santander van Peter Winnen), mooie Tourgeschiedenis (Wij waren allemaal goden van Benjo Maso), in een journalistiek-literair wielertijdschrift (De Muur) en dus ook tot een kleine explosie van Tour-jubileumboeken.

Daarvan is Parijs is nog ver - Zintuigelijke sensaties uit honderd jaar Tour de France, een soort deel twee in Peter Ouwerkerks zoektocht naar het wezen van de Tour, in elk geval het origineelste. Ouwerkerk, dertig Tours de France op zijn conto, schrijft in het nerveuze ritme van een korte bergetappe, springt associatief van de kop van het peloton naar de bezemwagen en van de stank van de angst naar de sweet smell van het succes. Een met Parijs is nog ver te vergelijken boek is over de Tour nooit eerder geschreven, niet in Nederland en evenmin daarbuiten: Wat gebéurt er in dit land?

In De vergeten Tour - Vervlogen dromen van Nederlandse Tourrenners, interviewt Marije Randewijk tien coureurs die van de Tour hebben verloren. Van alle coureurs die van start gaan verliest 90 procent van de Tour - wínnen doen ze in elk geval niet - maar voor sommigen is de nederlaag wel heel wrang en een litteken dat elke zomer weer begint te schrijnen. Dat is sneu en heel erg, maar natuurlijk wel prachtig om te lezen, vooral als het zo mooi is opgeschreven als Randewijk doet.

Raymond Kerckhoffs en Robert Janssens schreven Triomf en tragiek op de Tourcols - 100 jaar Tour de France, een boek als een col van de eerste categorie, dat had gewonnen bij een wat minder gestructureerde aanpak, maar dat niettemin ruikt naar het zweet van de schrijvers en de liefde voor het cyclisme.

Jean Nelissen schreef de volgende editie van zijn bijbel: De bijbel van 100 jaar Tour de France, en hij vulde daarvoor eerdere edities aan met veel drama uit de historie van de Tour. Nelissen is van de Nederlandse wielerjournalisten de eerste geweest die besefte waar het in de wielersport om ging: verhalen, liefst vol drama en tragiek. Zo lezen wij over de Belgische oud-coureur Marcel Kerff die in 1914 door Duitse Uhlanen werd opgehangen. Niet in de Tour de France maar in de Eerste Wereldoorlog, maar het zal je maar gebeuren.

Nelissens oude compaan Mart Smeets voegt met 100 Mannen - wie zijn op de cover toch die vreemde snuiters áchter de verslaggever? - weer een nieuw boek aan zijn oeuvre toe, inclusief denkbeeldig eindklassement van de honderd beste renners met wie Smeets ooit persoonlijk contact had.

En dan is er natuurlijk Martin Ros, die met zijn vaste schrijfmaat Wout Koster De klimmers maakte, een serie portretten van beroemde klimgeiten uit de Tour de France. Bartali en Coppi, dat weten we nu zo langzamerhand wel en de portretten van de klimmers die ooit de Tour wonnen komen sterk overeen met die uit Heersers van de Tour uit 1997, van dezelfde auteurs. Maar de schrijfstijl van Ros - zeker wanneer die in toom wordt gehouden door de wat nuchterder Koster - is aanstekelijk genoeg om met De Klimmers - eventueel samen met Triomf en tragiek op de Tourcols - een paar prettige uren door te brengen en en passant uit te groeien tot een bergspecialist.

Jan Siebelinks Eerlijke mannen op de fiets is geen Tourjubileumboek, maar lift wel mee op de hausse aan wielerboeken. Siebelink plakte een enkel nieuw stuk vast aan oud werk uit een vorig boek (Pijn is genot) en voegde dat weer samen met eerder elders verschenen interviews met eerlijke mannen op de fiets. Het voorwoord werd geschreven door P.F. Thomése: de vaderlandse wielersport wordt stormenderhand veroverd door mannen die tot voor kort nog dachten dat een derailleur een Frans bloedworst uit de Haute-Savoie was en Jacques Anquetil een vergeten existentialist.

De schrijvers doen wat ze kunnen, nu de Nederlandse renners nog. Maar ook al valt er straks niks te juichen, we hebben in elk geval iets te lezen.

Raymond Kerckhoffs en Robert Janssens: Triomf en tragiek op de Tourcols - 100 jaar Tour de France.

BZZTôH; 360 pagina's; en euro; 24,50.

ISBN 90 453 0092 3.

Jean Nelissen: De bijbel van 100 jaar Tour de France.

L.J. Veen; 344 pagina's; en euro; 24,90.

ISBN 9020 4070 31.

Peter Ouwerkerk: Parijs is nog ver - Zintuiglijke sensaties uit honderd jaar Tour de France.

De Arbeiderspers; 317 pagina's; en euro; 17,95.

ISBN 90 2953 65 51.

Marije Randewijk: De vergeten Tour - Vervlogen dromen van Nederlandse Tourrenners.

Tirion; 160 pagina's; en euro; 13,90.

ISBN 90 439 0468 6.

Martin Ros en Wout Koster: De klimmers.

Thomas Rap; 208 pagina's; en euro; 18,90.

ISBN 90 6005 948 4.

Mart Smeets: 100 mannen.

L.J. Veen; 237 pagina's; en euro; 10,-.

ISBN 90 2040 27 30.

Jan Siebelink: Eerlijke mannen op de fiets.

Thomas Rap; 208 pagina's; en euro; 12,50.

ISBN 90 600 5371 0.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden