De totale oorlog

'Ook dit katje is het gezicht van de dood.' Uitgerekend in Duitsland opent morgen een vernieuwend museum over oorlog en geweld.

Ze ziet er verbijsterend lieflijk uit, het opgezette katje, net voorbij de gigantische V2 raket van Hitler en de éénpersoonszelfmoordtorpedoboot uit Japan. Ze staat middenin een rij met een olifant, paard en ezel, samen een vredige ark van Noach op de vierde verdieping van het nieuwe, enorme militair-historische museum in Dresden.


Lieflijk is het hier echter allerminst: 'Ook dit katje is het gezicht van de dood', zegt conservator Gorch Pieken (49) nuchter. Ze blijkt verstard van pijn, een naald is door haar poot geslagen. Katten zijn in de Tweede Wereldoorlog voor experimenten met biologische wapens ingezet, zegt Pieken, zoals al deze dieren ooit zijn gebruikt in oorlogen: 'Om te winnen is de mens nu eenmaal tot alles in staat.'


Morgen, na zes jaar voorbereiding en twintig jaar ambtelijk afwachten, zijn de kat en duizenden andere 'militair-historische' objecten voor het eerst voor het publiek te zien. Terwijl in Nederland dit jaar de laatste pogingen voor een nationaal historisch museum zijn mislukt, krijgt Duitsland er daarmee alweer een vernieuwend historisch museum bij. Alhoewel het ook hier niet vanzelf ging: het architectonisch ontwerp van de Amerikaan Daniel Libeskind bleef tot het laatst toe omstreden.


Het is dan ook een precair onderwerp: want hoe bouw je een museum rond oorlog en geweld uitgerekend in Duitsland, het land met verantwoordelijkheid voor twee Wereldoorlogen en de Holocaust? En hoe doe je dat in een stad die tot 1989 twee dictaturen heeft gekend, terwijl het museum ook nog door het Duitse leger, de Bundeswehr, wordt betaald?


Een 'anti-oorlogsmuseum', zo doopte de Frankfurter Allgemeine direct vol lof het concept, en andere Duitse media namen het over. Maar de benaming vindt men bij het nieuwe museum zelf te eenzijdig. Zeker, zegt directeur Matthias Rogg, oorlog is hier allerminst heroïsch, zoals de grote oorlogsmusea in Londen of Parijs uit het begin van de 20ste eeuw dat voorspiegelen. Maar het is niet expliciet pacifistisch: 'Je kan er pacifistische ideeën in vinden, maar die staan dan naast andere perspectieven.'


Officieel heet het nieuwe museum gewoon een 'militair-historisch museum', vertelt Rogg in zijn kantoortje. Volgens historicus en 'overste' Rogg, een man die over geweld kan praten als een dichter, maar in een camouflage-uniform van zijn opdrachtgever de Bundeswehr loopt, kan het concept echter het best als 'cultuurgeschiedenis van het geweld' worden omschreven.


Pieken, een tengere Berlijnse historicus met een blond staartje, zet nog een stapje verder. Hij noemt het 'een museum over mensen'. Hij ziet in agressie en verderf namelijk een onvermijdelijk deel van de menselijke natuur, die hij hier door de eeuwen heen toont.


Voor Pieken stond voorop dat het 'geen legerpropaganda' mocht worden, zoals vaak het geval is. Kort geleden nog, op een congres van militaire historici, vroeg een conservator van het legermuseum in Delft of het concept geen 'soldaten zou afschrikken'. De verontwaardiging is bij Pieken, die tijdens zijn promotie in Nederland studeerde, nog te merken. Het museum is dan wel modern aantrekkelijk vormgegeven, maar 'hoe kan in een oorlogsmuseum de dood afwezig zijn? De boodschap kan niet zijn dat oorlog mooi is.'


Als er één rode lijn is die door de uitgebreide presentatie loopt, is het de dubbelzinnigheid van geweld. Die is overal terug te vinden: in de opstelling, in de architectuur van Libeskind, die het bouwde voor de Duitsers, maar zelf kind is van voor de nazi's gevluchte Joodse vluchtelingen. En in de locatie Dresden, de 'angel in het vlees van de Duitse geschiedenis', zoals Rogg het noemt.


Morgen is bijvoorbeeld één van de eregasten bij de opening van het museum de 87-jarige Henny Brenner. In 1941 werd deze half-Joodse vrouw uit Dresden door de nazi's gedwongen in een fabriek te werken. Ze zou de ochtend van 13 februari 1945 naar een concentratiekamp worden gedeporteerd. De bombardementen van de geallieerden die ochtend redden haar het leven.


Haar verhaal staat nu naast dat van een toenmalige 13-jarige Dresdener jongen. Hij verloor zijn gehele familie door diezelfde bombardementen. De Britse en Amerikaanse luchtaanval doodden tienduizenden Dresdener burgers en verwoestte een groot deel van de stad.


De bombardementen op Dresden hebben de ene familie vernietigd en de andere gered. 'Met beide personen', zegt Pieken, 'voel je empathie als je hun verhaal leest.' Om geen misverstand over de aanstichter van het geweld te laten bestaan, liggen tegenover de verhalen uit Dresden dan weer brokstukken uit Rotterdam - zoals van een meisjesbeeld voor het voormalige weeshuis - en het Poolse stadje Vilun. Deze twee steden bombardeerden de nazi's aan het begin van de oorlog; als eerste.


Libeskind en Pieken hebben van de dubbelzinnige symboliek van 'Dresden' het beginpunt van de expositie gemaakt. Als bolwerk van de nazi's staat de stad voor de 'Duitser als dader', maar door de geallieerde bombardementen speelt het afgelopen jaren ook een grote rol in de discussies over het 'slachtofferschap' van de Duitse burgerbevolking.


Misschien dat een dergelijke 'dubbelzinnig' concept over geweld dan ook alleen uit Duitsland had kunnen komen. Het is immers de Duitse schuld, samen met de debatten rond het eigen slachtofferschap, waardoor de oorlog in Duitsland al decennia niet aflatend besproken wordt. In vergelijking met de andere West-Europese landen, zegt directeur Rogg, 'is Duitsland de laatste die met een groot militair museum komt. Maar die lange incubatietijd betekent ook dat wij het anders kunnen doen, minder traditioneel.'


In het gebouw zelf komen alle paradoxen van de Duitse legergeschiedenis samen. De imposante originele façade is als militair gebouw in 1871 opgericht, na de triomf van het Duitse leger over Frankrijk. Het werd eerst een wapendepot, en er kwam een officiersopleiding. Al in 1972 werd het een oorlogsmuseum, maar dan vol socialistische heroïek onder de DDR-dictatuur. Na de eenwording in 1990 viel het onder de West-Duitse Bundeswehr. Die wilde er weliswaar haar museale vlaggeschip van maken, maar wist jarenlang niet hoe.


Dat het museum door de Bundeswehr betaald is, betekent niet dat Pieken niet 'volledig vrij' was, zegt hij. Enigszins toevallig is die vrijheid overigens wel geweest, vermoedt hij. De besluitvorming rond het museum sleepte na de val van de Muur tergend voort, maar toen het concept eenmaal stond heeft de Bundeswehr de zeggenschap gewoon weer vergeten, vermoedt hij. Het leger betaalde, en heeft zich er toen niet meer mee bemoeid. '60 miljoen euro voor een museum is tenslotte een stuk goedkoper dan een eurofighter van 100 miljoen.'


Directeur Rogg heeft net een groep hoge militairen rondgeleid. Ze waren enthousiast over de vernieuwing, denkt hij. Volgens Rogg heeft het leger zich bewust niet met de inhoud bemoeit. Als men inhoudelijk had ingegrepen, dan was het concept maatschappelijk ook niet meer serieus genomen.


Een bewijs hiervoor, meent Rogg, is dat ook omstreden acties van het eigen leger een plaats hebben. Het bombardement op Kunduz in 2009 is bijvoorbeeld in de tentoonstelling verwerkt. Hierbij stierven 142 Afghaanse burgers, en de Bundeswehr kreeg opnieuw felle internationale kritiek over zich heen.


Op de vraag van het Legermuseum in Delft of dit museum soldaten zal afschrikken, heeft Rogg dan ook een antwoord. Het museum heeft veel contacten met soldaten, zegt hij, omdat Bundeswehr-historici met buitenlandse missies worden meegestuurd. Het zijn juist de soldaten die realisme rond oorlog, dood en verminking op prijs stellen, zegt hij. 'Soldaten weten al hoe oorlog werkt. Die hoeven er geen mooi beeld van te zien.'


---------------------------------------------------------------------


NAZI'S, MODELLEN EN TERRORISTEN

Van de vuistbijl tot nagelschaartjes als terroristische wapens; in de voormalige nazistad Dresden is een 'cultuurgeschiedenis van het geweld' te zien.

Alles is er, in het vernieuwde militair-historische museum in Dresden, waar nu de 'cultuurgeschiedenis van het geweld' centraal staat. Het begint met de vuistbijl, en eindigt met nagelschaartjes die kort na 9/11 op New Yorkse vliegvelden zijn afgenomen, als mogelijke 'wapens van het terrorisme'. Gewerkt wordt nog om '1001 mobieltjes van het Tahrir-plein' te verwerven, die laten zien hoe 'de massamedia potentaten kunnen laten vallen'.


Het nieuwe museum bestaat uit twee delen: het meest verrassende deel is in de nieuwbouw door de bekende architect Daniel Libeskind te vinden. Deze expositie is thematisch ingedeeld, zoals 'oorlog en herinnering', 'lijden aan oorlog', 'oorlog en mode'. Alle mogelijke authentieke objecten laten zien hoe oorlogscultuur in kleding, taalgebruik en speelgoed is terug te vinden, maar vertelt ook verhalen van daders en slachtoffers.


In de oude museumbouw is het meer conventionele tweede deel te zien; hier wordt de chronologische legergeschiedenis van Duitsland verteld, die loopt via de oude riddergevechten, langs de nazi's, tot de Bundeswehr-inzet in Afghanistan.


In 1990 werd besloten tot de bouw van een nieuw museum van de Bundeswehr, maar uiteindelijk is pas tien jaar later, na diverse mislukte pogingen, echt begonnen met het huidige concept. Een commissie van historische zwaargewichten werd ingesteld, Gorch Pieken, een historicus uit het Duitse Historische Museum in Berlijn, stelde sinds 2005 de expositie samen.


De nieuwbouw bestaat uit een groten glazen pijlpunt van vier verdiepingen dwars door de oude Pruisische bouw heen. Bovenin wijst de punt richting het stadshart in de verte. De bouw is symbolisch bedoeld. Dresden, een voormalig nazi-bolwerk, werd in 1945 gebombardeerd door de geallieerden. Pas de laatste jaren wordt het historisch centrum weer opgebouwd.


Voor meer informatie zie mhmbw.de

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden