De tolerantie ontmaskerd

Tegelijk met de WTC-torens lijkt de mythe van de Nederlandse tolerantie te zijn ingestort. Onderhuids heeft altijd wantrouwen gesluimerd jegens moslims....

Wat is er sinds 11 september toch aan de hand met de veelgeroemde Nederlandse tolerantie? In het land dat zo graag het morele vingertje heft naar de rest van de wereld, steekt plotseling een virulente islamofobie de kop op.

In de eerste twee weken na de terroristische aanslagen op Amerika regende het incidenten rond moskeeën en islamitische basisscholen. Van Venlo tot Groningen en van Ede tot Alkmaar werden uiterlijke symbolen van de islam bestookt met brandbommen en beklad met hakenkruisen en provocerende leuzen ('Heil Bush', 'Dood aan de moslims'). Ruiten van moskeeën en van individuele woningen van moslims werden ingegooid. Buschauffeurs lieten vrouwen met hoofddoek demonstratief bij de halte in de regen staan.

Haastig werden, als een soort bezweringsformule, overal in het land interreligieuze ontmoetingen georganiseerd. Zo leidden in de gevangenis in Roermond een imam en een pastoor, na diverse incidenten tussen moslims ('allemaal Bin Ladens') en autochtone gevangenen, samen een verzoeningsdienst. Premier Kok, minister Van Boxtel van Grote Steden- en Integratiebeleid en talrijke burgemeesters bezochten moskeeën en gingen in debat met islamitische jongeren op middelbare scholen.

Tegelijk met de WTC-torens lijkt de mythe van de Nederlandse tolerantie te zijn ingestort. De bezweringsformules, de praatcircuits, werken niet. Etnische groepen zijn, nu meer dan ooit, geneigd zich op de vierkante centimeter van het eigen gelijk terug te trekken. Racistisch gemotiveerd vandalisme is nog aan de orde van de dag. Nederlanders zijn evenzeer behept met vreemdelingenhaat als andere volkeren. We zijn geen haar beter. Ook niet slechter. Want dat we sinds 11 september plots racistischer zijn dan andere Europeanen, zoals zou blijken uit de eerste rapportage van het Europees Observatorium tegen Racisme, is natuurlijk ook niet waar. In dit regeltjesland met de ontelbare meldpunten wordt de frustratie gewoon beter geregistreerd.

Tolerantie was er altijd wel, maar dan in negatieve zin. Dat is Sultan Gün, een 21-jarige rechtenstudente van Turkse afkomst, na 11 september pijnlijk duidelijk geworden. 'Echt geaccepteerd ben ik hier eigenlijk nooit. Ik werd gedoogd, meer niet', zegt ze. Sinds het WTC-drama laten de Nederlanders haar ook expliciet weten dat ze niet welkom is. 'Het pesten van moslims is nu legitiem.' Gün, die met trots een hoofddoek draagt, voelt zich regelmatig bedreigd, op straat, in winkels.

Haar vriendin Shanti Tuinstra (24), afgestudeerd antropologe, van Nepalese afkomst, geadopteerd door Nederlandse ouders, draagt geen hoofddoek. Ze is geen moslim, maar zou er qua uiterlijk wel mee kunnen worden verward. 'Ik hoorde dat meisjes met hoofdoek sinds 11 september geen leven meer hebben. Ik kon het niet geloven. Zelf had ik er geen last van. Kennelijk is de haat vooral gericht tegen zichtbare moslims, roept een hoofddoek associaties op met terrorisme.'

Na een incident op de campus van de Universiteit van Amsterdam, waar een collega-studente met hoofddoek tot tweemaal toe door een man werd belaagd (hij trok de doek met geweld van haar hoofd), vroeg Tuinstra of ze een dag met Gün mocht optrekken. Ze wilde ervaren of het echt zo erg was. Tuinstra: 'Op de universiteit waren geen opmerkelijke reacties. Hoogstens die van mannelijke moslims die ons extra wilden beschermen. Maar in de Bijenkorf werd het akelig. We werden van top tot teen bekeken, met blikken zo vuil. Ik kreeg echt het gevoel dat we daar niet mochten zijn.'

Op straat, op weg naar het station, werden ze uitgescholden. Gün: 'Door een man die dreigend dicht bij me kwam lopen en Taliban riep.' Tuinstra: 'Ik beweeg me altijd vrij door de stad. Vaak wordt met me geflirt. Maar nu werd ik smerig aangekeken.' Gün: 'In winkels word ik niet meer geholpen, tenzij ik er nadrukkelijk om vraag.' Gün woont in Amersfoort, gaat regelmatig uit in Amsterdam en keert dan 's avonds laat terug met de trein. 'Na 10 uur durf ik eigenlijk niet meer naar het station. Soms denk ik dat ik beter niet meer uit kan gaan. Maar zo'n aanslag op mijn vrijheid, accepteer ik niet.'

Wanhopig vraagt Gün zich af wat ze nog meer moet doen om te bewijzen dat ze geïntegreerd is. 'Ik spreek goed Nederlands, ik studeer rechten, ik ga uit, voel me vrij. Kennelijk mag ik niet anders zijn. Moet ik mijn hoofddoek afleggen, assimileren. Maar dat weiger ik. Die doek hoort bij mijn identiteit.'

Het is die doek die haar kenmerkt als gelovig moslim en die agressie en intolerantie oproept. En niet alleen bij laaggeschoolden. Bij de intellectuele elite werkt het, op een subtieler niveau, precies zo. Bauco van der Wal, medewerker van minister Van Boxtel die regelmatig toespraken voor hem schrijft, bekent in een column in Metro sinds 11 september ook heftig te reageren op uiterlijke kenmerken. 'Waarschijnlijk zit er niets achter dat sommigen bepaalde kenmerken delen met Bin Laden, maar wil ik het risico lopen dat zij van het verachtelijke soort zijn dat andere opoffert aan waanideeën?', schrijft hij. Bitter verzucht hij dat de terroristen 'de laagste instincten' bij hem losmaken.

Dat overkwam ook de weldenkende Bert Musschenga, hoofd van het Bezinningscentrum en hoogleraar ethiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. 'Twee weken na de aanslagen stond ik bij een tramhalte in Amsterdam. Achter de ruit zag ik een bebaarde moslim zitten. Dat zag ik aan zijn kleding en aan een klein boekje met Arabische letters dat hij las. Een zak-korannetje, vermoedde ik. Voor 11 september zou ik dat beeld gewoon hebben geregistreerd. Maar die dag associeerde ik die man onmiddellijk met een radicale moslim. O jee, ik ook al, dacht ik.'

Musschenga zegt natuurlijk beter te weten, dat je individuen nooit op hun uiterlijk mag beoordelen. Hij constateert dat kennelijk onderhuids altijd wantrouwen heeft gesluimerd jegens moslims. 'Voor velen is het nu legitiem om die afkeer openlijk te laten blijken. De aanslagen hebben aangetoond wat ze altijd al dachten: de islam deugt niet. Het is ten onrechte dat zo wordt gedacht. Maar sinds 11 september wordt onze houding tegenover moslims, ook die van mij, behoorlijk op de proef gesteld.'

Bij Jacques Wallage, burgemeester van Groningen en voorzitter van het Nationaal Centrum Buitenlanders, hebben de laagste instincten nog niet opgespeeld. 'Niet sinds 11 september, althans. Ik had wel een vergelijkbare ervaring, toen ik net burgemeester was. 's Avonds liep ik op straat in Den Haag. Het was donker, ik was alleen en zag drie donkere mannen op mij afkomen. Antillianen bleek later. Ik werd heel erg bang. Een van de mannen herkende me en stak enthousiast een hand naar me uit. Achteraf schaamde ik me rot. Ik had ze op hun uiterlijk beoordeeld. En dat je daar niemand op mag afrekenen, zit er bij mij, als jood, heel diep in.'

En toch overkwam het Wallage. De burgemeester heeft over dergelijke reflexen stevig nagedacht. Het beheerst zijn leven, zegt hij. In Thuis en ontheemd, een boekje dat vorige week is verschenen, diept hij het thema tolerantie uit. 'Vreemdelingenhaat is van alle tijden. In diverse gelaagdheden komt die haat bij elk mens voor. Hij wortelt in angst en onzekerheid', zegt Wallage, die de gevoelens van nu projecteert op de tijd rond de Tweede Wereldoorlog. Toen was iedereen doordrongen van het besef dat de mens tot het ondenkbare in staat is. In zo'n periode is wantrouwen stevig verankerd.

In zijn boekje refereert hij aan zijn vader, die hem altijd voorhield dat het ondenkbare zo weer kon gebeuren. 'Heb geen illusies jongen, zei hij keer op keer. Denk aan de gaskamers, de zes miljoen doden, de fabrieksmatige moord.' Dat besef van toen was weggeëbd. Door de lange periode van welvaart, de economische groei, het uitblijven van oorlog, de hereniging van Berlijn.

Wallage: 'Er zijn nieuwe generaties, die goed zijn opgeleid en die alleen positieve ervaringen hebben. Voor hen is de wereld ingrijpend veranderd. Na de instorting van de WTC-torens staat het ondenkbare kwaad plotseling ook op hun harde schijf.'

Dat brengt nieuwe angsten en onzekerheden mee die worden geprojecteerd op moslims, op die groeiende groep in ons midden waarvan we te weinig weten. Musschenga vertelt dat zijn dochter omging met een Marokkaans meisje, maar dat het tussen de gezinnen nooit tot een echte uitwisseling van contacten is gekomen. Nederlanders koesteren hun individuele privacy en Turken en Marokkanen die van de groep, zegt hij. 'Je zegt elkaar gedag op straat. Verder is er geen contact. Als iedereen zich maar aan de burgerlijke fatsoensnormen houdt, is dat uitstekend vol te houden.'

In tijden van crises echter slaat dat gebrek aan contact makkelijk om in wantrouwen. De onderlinge waarnemingen worden gekleurd en iedereen is extra op zijn qui-vive. 'Dan wordt tolerantie pas echt op de proef gesteld', zegt Musschenga. 'Op zich is tolerantie een leeg begrip. Je kunt niet zonder meer zeggen dat we een tolerant volkje zijn. Tolerantie is geen berusting en geen zelfrelativering. Het vereist bewuste keuzes over wat we, onder bepaalde omstandigheden, wel en niet goedkeuren.'

Daar is een helder begrip van de nationale identiteit voor nodig en een zorgvuldig aangeven van culturele juridische grenzen. En dat blijkt nu juist zo moeilijk. Mag bijvoorbeeld van moslims worden verwacht dat ze expliciet aangeven niets te hebben met Bin Laden? Burgemeester Wallage, die de afgelopen weken diverse moskeeën bezocht, ervaart een dergelijk reactie als 'buitengewoon gênant'. 'Dat is net zo erg als wanneer jonge Duitsers mij gaan vertellen dat ze nazi-Duitsland verafschuwen. Dat is toch vanzelfsprekend.'

Helemaal niet, zegt Musschenga. Hij mist 'een diep gevoelde afkeer van de aanslagen' in de reacties van moslims. 'De aanslagen worden wel afgekeurd, maar zonder doorleefde overtuiging.' Hij krijgt vaak te horen dat het christendom ook niet altijd deugt, onder verwijzing naar de kruistochten en naar het kwaad dat het apartheidsregime in Zuid-Afrika heeft aangericht. Dat waren immers ook daden van geloofsbroeders en- zusters.

'Het verschil is dat vanuit de christelijke gemeenschap altijd zeer forse kritiek is geleverd op Pretoria. Vanuit Nederland en de Verenigde Staten, noem maar op. Er werd minder gezocht naar verzachtende omstandigheden. De huidige angst en de intolerante reacties in het Westen worden niet ingegeven door de islam als zodanig, maar door het gebrek aan vertrouwen dat er voldoende positieve tegenkrachten opkomen in de moslimgemeenschap.'

Collectief worstelen we met de tolerantie-vraagstukken van de multiculturele samenleving. Moeten we tolereren dat krantenbezorgers weigeren een kleurenmagazine te bezorgen met de koran op de omslag? Of tonen we dan te weinig respect voor onze democratische rechtsstaat? Mag een imam ongestraft zeggen dat homoseksuelen minder zijn dan varkens? Mag de hoofdredactice van Opzij verslaggeefsters met hoofddoek weigeren?

Eenduidige antwoorden zijn er niet. Helder is slechts dat de tolerantie dusdanig onder druk staat, dat ze ook in Nederland haar vermomming van onverschilligheid, politieke correctheid en zelfgenoegzaamheid heeft afgelegd. En dat op zich is niet verkeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden