De toevalligheid van een catalogus

‘Nieuwlicht’ heette het Utrechtse kartuizerklooster waarvan onlangs nog resten zijn gevonden. Het werd gesticht in 1391 en in 1479, zoals alle kloosters in Noord-Nederland, opgeheven....

Kees Fens

Al deze overbodige kennis diende zich aan toen ik dezer dagen min of meer toevallig een veilingcatalogus van Christie’s in Londen in handen kreeg. Afgelopen juli kwamen daar ‘Important Old Master Paintings from the Collection of Jacques Goudstikker’ onder de hamer. Het laatste en vijfendertigste nummer was een tweede bewaard altaarstuk uit ‘Nieuwlicht’: een laatste avondmaal van een anonieme schilder, gemaakt rond 1520. Het hing boven het altaar van de heilige martelaren, aan de voet waarvan het graf was van de vader van twee van de drie monniken die op het linkerpaneel knielen (op het rechterpaneel knielt een vrome zuster van een van de geschilderde monniken.)

Bij de veiling werd het stuk opgehouden; de prijs was te hoog voor een anoniem schilderij. Hoeveel vroomheid de bidders voor het altaar uit het schilderij hebben gepuurd, weten we niet, maar het zal een zeer Hollandse vroomheid zijn geweest, want het laatste avondmaal is weinig verfijnd, nogal luidruchtig en meer een feest dan een afscheidsmaal. Maar er valt veel zo veel te kijken dat het schilderij plezier gaat geven. Wij kijken nog altijd van verre in onze eigen cultuur binnen. Te midden van alle drukte zit Jezus daar voor zich uit te staren, Johannes aan zijn borst. Hij is de mooiste en ontroerendste figuur van het hele drieluik: wij weten waaraan hij denkt. We zouden, dacht ik even, het schilderij de kans tot thuiskomst en herkenning moeten kunnen geven. (De drie monniken horen met hun Hollandse koppen hier trouwens ook thuis).

Het drieluik krijgt in de catalogus een uitvoerige tekst mee. Voor de gedetailleerde en precieze kennis, die het stuk toont, heb ik het allergrootste respect.

Veel dankt de auteur aan twee Nederlanders: R. van Luttervelt en H.J.J. Scholtens. Het meeste aan de laatste, een nu nauwelijks nog bekende amateurhistoricus (hij was burgemeester van Houten en Beverwijk), die zich jarenlang met de geschiedenis van de Nederlandse kartuizerkloosters heeft bezig gehouden. Hij heeft in het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw diepgaand het drieluik bestudeerd en een veel raadsels oplossend stuk daarover geschreven (de vraag wie de maker is, blijft overigens nog steeds onbeantwoord). Zijn datering van het altaarstuk is een meesterwerkje van vernuft. Ook zijn kennis van de kartuizerorde en -gebruiken – en die was heel groot – opent nieuwe ideeën over het drieluik.

Wat de toevalligheid van een catalogus allemaal niet uit de verte terughaalt: een vergeten klooster, een vergeten stukje Nederlandse geschiedenis, het werk van Scholtens, even zorgvuldig als wat deftig geschreven, allemaal cultuur begraven onder een altaarstuk uit Utrecht! Het mooiste dat zich echter aandiende, waren de schitterende uren doorgebracht bij de Frick Collection.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden