De toekomst van tennis is zwart

Eens zullen zwarte spelers tennis domineren, voorspelde Arthur Ashe. Krijgt hij gelijk? Bij de jeugd rukken zwarte spelers op. 'Wat me mooi lijkt is een Davis Cup-team met allemaal gekleurde spelers.'..

Door Mark van Driel

Ze kennen Yannick Noah. Natuurlijk weten ze wie hij is. Maar hun idool, nee, dat is de voormalig winnaar van Roland Garros (1983) niet. Ook al is hij zwart, net als zij.

Het voorbeeld van Donald O. Young, de jongste deelnemer aan het juniorentoernooi in Parijs, is Pete Sampras. Young (14) wil ook nummer van de wereld worden.

Scoville Jenkins (18) spiegelt zich graag aan Juan Carlos Ferrero, wiens voetenwerk hij bewondert. En Phillip Simmonds (18) houdt van de stijlvolle Roger Federer, die de indruk wekt dat tennissen eenvoudig is.

Alleen Gael Monfils (18) toont gevoel voor het verleden. Hij kiest voor Arthur Ashe, de enige zwarte man die Wimbledon won (1975). Toch is die prestatie voor Monfils niet doorslaggevend. Hij bewondert Ashe, die elf jaar geleden overleed, vanwege zijn pogingen zwarte tennissers te helpen.

Monfils: 'Hij heeft Noah als jongen van Kameroen naar Frankrijk gehaald. Hij heeft ervoor gezorgd dat Noah de kans kreeg Roland Garros te winnen.'

Ashe zou de keuze van Monfils hebben gewaardeerd, hij vond dat zwarte atleten zich bewust moesten zijn van hun geschiedenis. Maar hij zou nog meer waarde hebben gehecht aan de opmerkelijke prestaties van zwarte tieners, in Parijs en op andere Grand Slams voor junioren.

Zwarte spelers, voorspelde Ashe vijftien jaar geleden, zullen tennis eens domineren zoals ze doen in basketbal, honkbal en atletiek. Hij meende dat voor tennis dezelfde atletische gaven nodig zijn als voor die sporten. Zwarte spelers zouden volgens hem superieur zijn, zodra ze de kans kregen hun talent te ontplooien.

Aan Roland Garros doen zes zwarte tennissers mee, vier uit de Verenigde Staten en twee uit Frankrijk. De laatste twee Grand Slams voor junioren, in New York en Australizijn gewonnen door zwarte spelers. Gael Monfils, de favoriet in Parijs, is nummer op de wereldranglijst tot 18 jaar. En Donald O. Young, de frivole debutant in Parijs, is de sterkste tot 16 jaar.

'Ashe zou wel eens gelijk kunnen krijgen', denkt Rodney Harmon, die bij de Amerikaanse bond verantwoordelijk is voor het mannentennis. Een paar jaar na de doorbraak van Venus en Serena Williams bij de vrouwen volgen de mannen wellicht. 'Het lijkt wel alsof er steeds meer zijn.'

'Het is goed mogelijk dat zwarte spelers zullen domineren', denkt ook Louis Borfiga, coach van de Franse jeugdspelers. 'Het zijn uitstekende atleten.'

Harmon en Borfiga schrijven de opkomst van zwarte spelers toe aan de toegenomen populariteit van tennis bij de zwarte middenklasse. Het is niet langer een ontoegankelijke blanke sport. Ouders kiezen ervoor hun kinderen naar een tennisclub te brengen. Dat vertaalt zich, uiteindelijk, in de opkomst van talent.

In Frankrijk is de situatie rooskleurig. Gael Monfils, Josselin Ouanna en Jo-Wilfried Tsonga hebben onlangs een Grand Slam voor junioren gewonnen of in de finale gestaan. Zij vormen de voorhoede van de Franse jeugd en dromen hardop van een glansrijke loopbaan.

Monfils, wiens ouders uit Martinique en Guadaloupe komen, denkt dat in tennis hetzelfde kan gebeuren als in het Franse voetbal, dat uiterst kleurrijk is. 'Wat me mooi lijkt is een Davis Cup-team met allemaal gekleurde spelers. Net als in het voetbal.'

Zijn optimisme is mede te danken aan de opleiding die hij krijgt. De Franse tennisbond draait op voor het leeuwendeel van de kosten. Coaches, trainingen, materiaal en reis-en verblijfkosten worden vergoed. Arthur Ashe zou tevreden zijn.

'Het Franse tennis is gedemocratiseerd', zegt Borfiga. 'Wie talent heeft, kan hij in ons systeem doorbreken, ongeacht zijn huidskleur.'

In de Verenigde Staten wordt minder goed voldaan aan de voorwaarden van Ashe. Volgens bondsdirecteur Rodney Harmon is 25 duizend dollar per jaar nodig om een talentvolle tiener te begeleiden. Een groot deel van dat bedrag komt voor rekening van de ouders.

'Het is heel duur', zegt Illana Young, die haar zoon Donald samen met haar echtgenoot begeleidt. Door alles zelf te doen beide ouders zijn tennisleraar besparen ze geld. Maar ze weten dat de kost voor de baat uitgaat. 'Veel talent gaat verloren omdat deze sport te duur is. Basketbal of honkbal is goedkoper.'

Torrey Hawkins, de coach van Scoville Jenkins, is nog stelliger. Als de beste Amerikaanse atleten zouden kiezen voor tennis zou de toptien zwart zijn. 'Stel je voor dat de Michael Jordans zouden kiezen voor tennis. De sport zou voorgoed veranderen. Maar tennis heeft te weinig status. En het is te duur. Talent haakt af. Een paar basketbalschoenen kost vijftig dollar, tennis kost duizenden dollars. Dan is de keuze snel gemaakt.'

De ouders van de huidige talenten sprokkelen het geld bijeen. Maar eens houdt dat op. Voor Scoville Jenkins nadert bijvoorbeeld het beslissende moment in zijn loopbaan. De Amerikaanse bond zal de financi steun binnenkort volledig stopzetten. Hij wordt geacht op eigen benen te staan. Dan zal blijken of hij kan overleven in het meedogenloze profcircuit.

'Dat is moeilijk in een wereldsport', zegt Jenkins, die bij de junioren Grand Slams twee maal doordrong tot de kwartfinale. Hij is zijn onbevangenheid kwijtgeraakt door zijn jarenlange verblijf in het jeugdcircuit. Hij weet dat sommige van zijn leeftijdgenoten, zoals de Spanjaard RafaNadal, al bij de senioren tot de topvijftig behoren. 'Ik moet hard werken om het te halen.'

Donald O. Young toont minder twijfel. In Parijs doet hij niet mee om de prijzen, maar dat brengt hem niet van zijn stuk. Zijn tegenstanders zijn tenminste twee jaar ouder dan hij. Bovendien, zij hebben geen complimenten van John McEnroe op zak.

De voormalige vedette heeft over Young gezegd dat hij niet eerder een 14-jarige zag met zoveel balgevoel. Daarmee beweerde McEnroe niet dat de talentvolle knaap in de voetsporen zal treden van Arthur Ashe, Yannick Noah of, zoals hij zelf graag wil, Pete Sampras. Er kan nog zoveel mis gaan. Maar Young heeft er alle vertrouwen in.

'Ik heb een keer tegen McEnroe gespeeld. Hij won, maar ik was pas twaalf. Nu moet ik nog zien of hij mij pakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden