Analyse

De toekomst van Tata: duurzaam, deels dicht, helemaal dicht of in de Noordzee?

Na het zoveelste onderzoek naar gezondheidsschade door Tata Steel in IJmuiden (afgelopen week van het RIVM) klinkt steeds luider de vraag: hoe verder met de voormalige Hoogovens? De Tweede Kamer praat er komende week over. Vier scenario’s.

Tata Steel gezien vanuit de lucht. De weerstand tegen het staalbedrijf in de IJmond groeit. Beeld HH
Tata Steel gezien vanuit de lucht. De weerstand tegen het staalbedrijf in de IJmond groeit.Beeld HH

De directie: doorgaan, met ondergrondse CO2-opslag

De directie zet in op het voortbestaan van het totale staalbedrijf, inclusief baanbehoud voor alle elfduizend werknemers, van wie negenduizend in IJmuiden. In een brief aan de Tweede Kamer stelde directievoorzitter Hans van den Berg dat het daarbij bereid is ‘een duurzame toekomst voor Tata Steel te bevorderen’ en ‘te zorgen voor een goede leefomgeving’. Dit betekent onder meer dat Tata belooft in 2050 CO2-neutraal te produceren en de CO2-uitstoot al in 2030 met 40 procent terug te brengen: van 12,6 miljoen naar 7,6 miljoen ton. Dat laatste moet gebeuren door de afvang en opslag van CO2 in de Noordzeebodem. Dat kost 3 miljard euro, wat zonder overheidshulp niet lukt.

Daarnaast moet nog 300 miljoen euro worden geïnvesteerd in het terugdringen van de overlast voor de omgeving als gevolg van de emissie van stof, geur en geluid. Dit betekent dat de uitstoot van fijnstof, stikstofoxyden en zware metalen moet worden teruggebracht. In 2023 zal ook de uitstoot van de pak-stoffen worden verminderd, wat tot ‘tastbare resultaten zal leiden voor de omwonenden’.

Van den Berg wijst erop dat Tata al behoort tot de 10 procent ‘groenste staalproducenten’ in de wereld. Daarbij benadrukt hij dat Tata ook in de overgangsperiode op de Europese afzetmarkt – 85 procent van het in IJmuiden geproduceerde staal wordt in de EU verkocht – concurrerend moet blijven. Het probleem is dat de directie in IJmuiden de dienst niet uitmaakt. Eigenaar is het Indiase concern Tata, dat eigenlijk van het bedrijf in IJmuiden af wil en het in de etalage heeft gezet. Tot nu toe zijn de onderhandelingen met twee mogelijke kandidaten – een joint venture met het Duitse ThyssenKrupp plus beurgang en een overname door het Zweedse SSAB – mislukt.

De vakbonden: krimpen en vergroenen

De FNV en de andere bonden willen de tussenfase van afvang en opslag van CO2 overslaan. Het voorbestaan van Tata is alleen mogelijk als er radicaal wordt vergroend door direct over te stappen op de productie van staal met waterstof in plaats van kolen. Daarvoor moeten de twee kooksfabrieken (1 en 2) en twee hoogovens (6 en 7) die nu voor de productie van ruwijzer zorgen, worden vervangen. Als daar direct mee wordt begonnen kunnen die in 2025 klaar zijn. Kooksfabriek 2 en hoogoven 6 moeten al onmiddellijk worden gesloten. De andere kooksfabriek en hoogoven na 2025.

Volgens de FNV is hiermee een investering van 1,4 miljard euro gemoeid, de helft van het benodigde geld voor ondergrondse opslag. Omdat pas na 2030 voldoende waterstof – opgewekt door windmolens op zee – beschikbaar is, zullen de installaties tot die tijd op gas moeten draaien. De kooksfabriek is tevens verantwoordelijk voor een groot deel van de uitstoot van fijnstof en kankerverwekkende pak’s, zodat door dit plan ook de overlast voor de omgeving vermindert.

De PvdA en Milieudefensie hebben sympathie voor het FNV-plan. Tot nu toe zeiden experts dat dit plan technisch en economisch onhaalbaar zou zijn. Maar uit een vrijdag gepubliceerde tussenrapportage van het door de directie ingeschakelde onderzoeksbureau Roland Berger blijkt dat ook dit plan technisch haalbaar is. ‘Deze route is meer toekomstbestendig (klaar voor de overstap naar waterstof) en heeft naar verwachting een bredere publieke acceptatie’, zegt het bureau.

De omwonenden: helemaal sluiten. Of niet?

De omwonenden zijn verdeeld. In IJmuiden, Beverwijk en Heemskerk zijn veel mensen die bij het bedrijf werken. Soms van generatie op generatie. Behalve elfduizend mensen die een baan hebben bij Tata in Nederland zelf, van wie negenduizend in IJmuiden, zouden er nog bijna 30 duizend werken bij toeleveranciers.

Een deel van de mensen denkt dat een oplossing is om de hele voorkant van het bedrijf (de staalproductie zelf) op te doeken en alleen de verdere bewerkingen aan de achterkant (de walserijen, verflijn enz.) te behouden. Maar het aantal mensen dat voor totale sluiting is stijgt. En na de publicatie van het zorgwekkende gezondheidsonderzoek van het RIVM afgelopen week zal die steun verder toenemen. Er is inmiddels te veel gebeurd om nog aan vergroening te denken, vinden sommige onwonenden. Net als de mijnen in Limburg destijds, heeft het in 1919 opgerichte bedrijf het einde van zijn levenscyclus bereikt. De Dorpsraad in Wijk aan Zee – een badplaats die door Tata is ingesloten – is voor sluiting als vergroening niet mogelijk is. Dat geldt ook voor Milieudefensie.

Projectontwikkelaar Pieter van Duijn in Wijk aan Zee heeft zelfs al een plan opgesteld om het terrein opnieuw in te richten. Hij wil 850 hectare benutten voor de bouw van 60 duizend woningen en 400 hectare bestemmen voor natuur. Daarnaast moet een nieuw industriegebied worden ingericht voor bijvoorbeeld hightechbedrijven die voor nieuwe werkgelegenheid zorgen. In totaal zou het plan, waarin ook de bouw van een tweede Velsertunnel is inbegrepen, 17 miljard euro kosten. Tot nu toe hebben gemeente, provincie en ook demissionair minister Blok het plan afgewezen vanwege gebrek aan steun van Tata zelf, de ondernemingsraad en de vakbonden. In de IJmond wordt Van Duijn ook als een opportunist gezien omdat hij zelf projectontwikkelaar is.

Wild alternatief plan: met Schiphol in de Noordzee

Als Tata wordt gesloten, wordt het milieuprobleem slechts verplaatst. Het product staal zal nodig blijven. In de bouw en het vervoer, voor de verpakkingsindustrie en meubelen – staal zal nog decennialang onmisbaar zijn. Nederland zal al zijn staal moeten gaan importeren en kopen van bedrijven die vaak veel vervuilender opereren dan Tata in IJmuiden. Op wereldschaal wordt door sluiting het milieuprobleem alleen vergroot. Bovendien is het staalbedrijf in IJmuiden in 1919 juist opgericht omdat Nederland, door de blokkade in de Eerste Wereldoorlog, besefte dat het voor de productie van basismaterialen niet afhankelijk wilde zijn van het buitenland. Dat probleem speelt nu weer bij de chip-productie.

Net als Schiphol heeft Tata als groot nadeel dat het in een dichtbevolkt gebied ligt. Een oplossing kan zijn om Tata – al dan niet samen met de luchthaven – te verplaatsen naar een kunstmatig eiland in de Noordzee. Al in 1975 pleitte de Noordzee-eilandengroep, een consortium van 31 bedrijven, in een rapport voor de aanleg van een industrie-eiland in de Noordzee. ‘De zee als vestigingsplaats is voor de industrie voordelig vanwege de afwezigheid van bevolkingsconcentraties, waardoor stank, lawaai en horizonvervuiling geen direct probleem vormen’, was de conclusie. Andere voordelen waren diep vaarwater, overvloedig koelwater en goedkope energieopwekking.

De kosten – omgerekend naar nu zo’n 11 miljard euro – hadden via de gasbaten moeten worden gefinancierd. Die werden echter aan andere zaken besteed en het plan ging niet door. Inmiddels zouden de kosten vier keer zo hoog zijn, zo blijkt uit berekeningen voor een Schiphol in zee. Op dit moment is Tennet bezig met de realisatie van een stopcontacteneiland op de Noordzee: kosten 1,5 miljard euro. Misschien zou daar ook plaats zijn voor Tata.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden