De tippelzone lijkt rijp voor een plekje in het openluchtmuseum

Ze was ooit het toonbeeld van tolerantie en pragmatisme, de tippelzone. Maar door de aanzuigende werking op allerlei criminaliteit nemen steden er in rap tempo afscheid van. Niet in Nijmegen, want wat is het alternatief?

In 'de huiskamer' van de tippelaarsters in Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Tegen het vallen van de avond draait een stationcar met het opschrift van een Pools uitzendbureau de Nieuwe Marktstraat in Nijmegen op. Drie jonge mannen stappen uit, petjes op hun hoofd. Keurend lopen ze langs de vrouwen die op de stoeprand staan te lonken.

Marianne, een niet meer zo piepjonge blondine in een kort zwart jurkje met een diep decolleté, lopen ze straal voorbij. Wat is er mis met mij?, sist ze. 'Denken ze dat ik te duur ben of zo?'

De vrouwen op de Nijmeegse tippelzone maken geen geheim van wat ze te koop hebben. Seks is wat ze verkopen. Van de platte soort, want romantiek zit niet in het aanbod. De Nieuwe Marktstraat is een toonbeeld van troosteloosheid: een stille straat achter het spoor, halverwege afgesloten met een hek zodat auto's alleen op en neer kunnen rijden.

Nuchtere aanpak

De daad zelf vindt plaats tussen de schotten in de afwerkloods onder het oog van een toezichthouder in een afgeschermd hokje. Daarnaast is een huiskamer waar de vrouwen tussendoor op adem kunnen komen. Het zou de woonkamer van een gezellig studentenhuis kunnen zijn: een tafel met stoelen, een leren bank, een tv in de hoek. Aan de balie zijn schone spuiten en condooms verkrijgbaar, in de lucht hangt de geur van deodorant en parfum.

De Nijmeegse tippelzone is een voorbeeld van de nuchtere Nederlandse aanpak van een omstreden maatschappelijk fenomeen: er zijn (verslaafde) vrouwen die op straat seks verkopen en er zijn mannen die daarop afkomen. Dan kun je dat maar het beste zo goed mogelijk organiseren. 'Veilig erin, gezond eruit', luidt het motto op het bord in de afwerkloods.

Maar de tippelzone, een erfenis uit de vorige eeuw, lijkt rijp voor een plekje in het Openluchtmuseum. Rond de millenniumwisseling waren er negen tippelzones in Nederland. Daarvan zijn er nog maar vier over. En het is de vraag hoe lang nog.

De tippelzone in de Nieuwe Marktstraat in Nijmegen. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Tussen de strepen

Groningen kondigde onlangs aan dat het zijn tippelzone gaat sluiten. In Utrecht is geharrewar rond de voorgenomen verhuizing van de zone, in Arnhem leidde een voorstel tot sluiting tot ruzie in het college; voorlopig blijft de tippelzone open, maar de toon is gezet. Eigenlijk is alleen de Nijmeegse tippelzone onomstreden.

Wat is er aan de hand met de tippelzone? Wat ooit een toonbeeld was van polderiaanse tolerantie en pragmatisme, is nu de spreekwoordelijke vieze oom op het verjaardagsfeestje geworden: je wilt er liever zo snel mogelijk van af. Is de tippelzone veranderd? Of zijn wij veranderd?

Het was in 1984 dat de Rotterdamse wijkagent Hans Vos met een verfkwast twee strepen zette op het wegdek van de G.J. de Jonghweg in Rotterdam. Als de dames daarbinnen bleven zou hij ze met rust laten, buiten de strepen werden ze beboet. Daarmee was de tweede Nederlandse tippelzone - Den Haag had een jaar eerder de primeur - een feit. Het was een bestuurlijke noviteit die paste binnen het gedoogbeleid dat ook op andere beleidsterreinen (drugs) school maakte: eigenlijk mag het niet, maar als je je aan de voorwaarden houdt, knijpen we een oogje dicht.

De tippelzone was een reactie op een maatschappelijke noodtoestand, vertelt Vos, inmiddels 63 en gepensioneerd. Prostitutie in Nederland was tot in de jaren zeventig tamelijk ongeorganiseerd en onproblematisch: wie wist waar hij moest zijn, kon aan zijn gerief komen. Wie er niet van gediend was, had er geen last van.

Dat veranderde drastisch met de opkomst van de heroïne in de jaren tachtig. Een nieuw type hoer deed haar intrede: vrouwen die hun lichaam verkochten om te scoren. Zij brachten ook andere mores met zich mee, vertelt Sietske Altink, filosofe en beheerder van de website sekswerkerfgoed.nl.

Waar 'ouderwetse' hoeren nog een soort gedragscode hadden - geen overlast veroorzaken - schuimden verslaafde prostituees de straten af, wanhopig op zoek naar klanten. In Middelland-Zuid, de wijk waar Vos werkte, leidde dat tot wantoestanden. Berovingen en vechtpartijen waren aan de orde van de dag. 'Meiden scheten in de bosjes, vuile naalden lagen op straat. De buurtkinderen moesten daar dagelijks doorheen.' Rotterdam was geen uitzondering: in Den Haag, Amsterdam en Utrecht speelden zich dezelfde taferelen af.

Tussen schotten, de afwerkplek. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Revolutionair

De tippelzone was het rationele antwoord op deze binnenstedelijke problemen, zegt Adri Duivesteijn, als wethouder stadsvernieuwing van Den Haag in de jaren tachtig een van de wegbereiders van de tippelzone aan de Waldorpstraat. In de Schilderswijk veroorzaakte prostitutie enorme overlast, alleen al door de honderden auto's die dagelijks door de straten toerden.

'Wat wij deden was erkennen dat het probleem bestond en het een plek geven. Wij zeiden niet: gij zult niet tippelen. Maar: als u wilt tippelen, dan is daar de plek. Voor die tijd was dat revolutionair.'

Andere steden volgden. Na Den Haag en Rotterdam, kregen ook Utrecht, Amsterdam, Arnhem, Groningen, Nijmegen, Heerlen en Eindhoven hun eigen gedoogzone.

Maatregel

De tippelzone was bedoeld als maatregel om de openbare orde te handhaven. Maar, geheel in stijl met de tijdgeest, kregen de zones ook een min of meer sociaal karakter. Er kwamen huiskamers met maatschappelijk werkers, er was medische bijstand en toezicht zodat de meisjes veilig konden werken.

Het leek goed te gaan. Evaluaties door de jaren heen, schilderen een positief beeld van de tippelzone. De overlast werd ingedamd: probleemgebieden als de Zeedijk in Amsterdam en het Spijkerkwartier in Arnhem werden teruggegeven aan toeristen en bewoners. De sekswerkers voelden zich veiliger, de hulpverlening kreeg zicht op een groep verslaafde vrouwen die tot dan toe onder de radar bleven. Een ding lukte niet: de vrouwen van hun verslaving af krijgen.

Het werkte, beaamt Vos, die bij de verhuizing van de Rotterdamse tippelzone naar de Keileweg verhuiskaarten liet drukken met een gratis condoom erop. Voor even dan, want al gauw doken nieuwe problemen op. De tippelzone had namelijk een fatale aanzuigende werking op allerlei narigheid.

Vrouwenhandel

Rond de millenniumwisseling werden tippelzones overstroomd door vrouwen uit Oost-Europa en Zuid-Amerika, die door pooiers met busjes tegelijk werden afgezet. Tippelzones werden een vrijplaats voor drugsdealers en vrouwenhandel. In de media verschenen verhalen over zieke vrouwen die zich prostitueerden en meisjes met een verleden van seksueel misbruik die 2,50 euro vroegen voor een pijpbeurt. De tippelzone leek meer op een open inrichting dan een plek waar op basis van vrijwilligheid seks werd verhandeld.

Onder bestuurders brak een 'morele paniek' uit, zegt Altink. Burgemeester Job Cohen van Amsterdam sprak van een 'duivels dilemma': de gemeente als uitbater van prostitutie. SP-wethouder Peter van Zuthen voelde zich 'de grootste pooier van Heerlen'.

Juist dat morele aspect hadden de initiatiefnemers van het eerste uur altijd zorgvuldig vermeden, zegt Duivesteijn. 'De tippelzone was een pragmatische oplossing. Prostitutie zal er altijd zijn en we gaan het zo goed mogelijk reguleren, dat was de insteek.'

Een 'huiskamer' voor de tippelaars. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Veilige plek

Maar het tij was gekeerd. Amsterdam was de eerste die in 2003 de tippelzone sloot. Rotterdam volgde in 2005 en een jaar later ook Den Haag. Vanwege de 'mensonwaardige omstandigheden waaronder de tippelaarsters moesten werken', aldus het raadsbesluit.

Een 'kop-in-het-zand'-reactie, vindt Duivesteijn. 'Uitwassen als vrouwenhandel moet je bestrijden. Maar sluiting lost niets op. Je geeft jezelf als bestuurder de illusie dat je een daad verricht. Maar het enige dat je bereikt, is dat het probleem zich verplaatst.'

Dat is ook precies het bezwaar dat Proud, de belangenvereniging voor sekswerkers, heeft tegen het sluiten van tippelzones. 'Tippelzones bieden vrouwen met een zwakke maatschappelijke positie een veilige plek om hun werk te doen', zegt voorzitter Yvette Luhrs. 'Die noodzaak verdwijnt niet als je de zone afschaft. Het enige dat je ermee bereikt, is dat ze ondergronds gaan. Ongecontroleerd, minder zichtbaar, maar vooral minder veilig.'

Andere vormen

Niet alleen tippelzones, de prostitutie als geheel verdwijnt meer en meer uit het zicht, zegt Annelies Daalder. Voor het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) deed zij in 2014 onderzoek naar de stand van de prostitutie in Nederland.

De traditionele seksindustrie heeft het moeilijk. Het aantal raambordelen daalt fors (van 507 in 2006 naar 195 in 2014), seksclubs verdwijnen. Alleen escortbedrijven doen het redelijk goed. 'De prostitutie verschuift naar andere vormen', aldus Daalder. Sommige mannen komen aan hun gerief via dating sites. Thuiswerken via internet neemt toe - 'zoals overal in de maatschappij'.

De vraag of dat goed of slecht is, valt volgens Daalder niet te beantwoorden. 'Omdat niemand weet hoe het precies zit. De politie doet wel wat. Maar thuiswerk is moeilijk te controleren en slecht zichtbaar. Er zit waarschijnlijk allerlei ellende achter van vrouwen die slachtoffer zijn van mensenhandel. Maar er zitten ook krachtige vrouwen tussen voor wie het voordelen biedt om thuis te werken.'

In Daalders onderzoek werden gemeenten gevraagd in hoeverre ze zicht hebben op illegale seksbedrijven. Bijna de helft van de gemeenten gaf aan geen idee te hebben om hoeveel bedrijven het gaat. Amsterdam liet in 2005 uitzoeken waar de tippelaarsters zijn gebleven na het sluiten van de zone. Een deel was vertrokken naar het buitenland of uitgeweken naar andere tippelzones, een deel was uit het zicht verdwenen.

Het dilemma

Het is een klassiek dilemma uit het handboek bestuurder: verbied je iets dat ongewenst is, of sta je het oogluikend toe om te voorkomen dat het ondergronds gaat? Het is een afweging die van plaats tot plaats anders uitvalt.

Burgemeester Peter den Oudsten van Groningen vindt de toestanden op de tippelzone 'schrijnend en mensonterend' en wil er binnen een paar jaar van af. Nijmegen kiest vooralsnog voor voortzetting van de gedoogzone, zegt GroenLinks-wethouder Bert Frings. 'Moreel gezien is het niet te verdedigen. Daar worstel ik ook mee. Tegelijkertijd ben ik pragmaticus genoeg om te beseffen dat die vrouwen een plek moeten hebben om hun werk te doen. En dan heb ik ze liever ergens bij elkaar dan verspreid over de stad.'

Nijmegen hanteert officieel een 'uitsterfbeleid': alleen vrouwen die een pasje hebben, worden toegelaten op de tippelzone. Van hen zijn er nu nog 17; er worden geen nieuwe pasjes verstrekt. Maar sinds de invoering van het pasjessysteem in 2007 hebben zich alweer 27 vrouwen gemeld die zonder pasje werken maar wel worden gedoogd.

De vrouwen op de Nijmeegse tippelzone variëren in leeftijd van 25 tot 60 jaar, het merendeel is verslaafd. 'Het is voor niemand een droombaan', zegt Dorine Ringlever, een van de vaste groepswerkers die de huiskamer beheren. De meeste vrouwen tippelen om hun verslaving te bekostigen, sommige zitten in een behandel- of begeleidwonentraject. Want de tippelzone is er niet voor om de verslaving in stand te houden, benadrukt Ringlever. 'Dat is het laatste wat we willen. We hebben een uitstapprogramma waar de vrouwen elk moment in terechtkunnen als ze willen.' In de praktijk gebeurt dat zelden, weet wethouder Frings. 'Als je voor 40 euro per dag moet scoren heb je niet genoeg aan een baantje met een minimumloon.'

Een 'huiskamer' voor de tippelaars. Beeld Marcel van den Bergh/de Volkskrant

Nadia en Marianne

Voor de Nijmeegse vrouwen voorziet de tippelzone in een behoefte. Alles is hier prima geregeld, zegt Nadia, 48 jaar en geboren in Roemenië. Zorgvuldig opgemaakt en gekleed in strakke jeans en een zwart T-shirt maakt ze zich klaar voor een avondje werken. Nadia is niet verslaafd. 'Alleen aan sigaretten'.

Nadia loopt al zeventien jaar mee op de Nijmeegse zone. 'Je kunt hier condooms krijgen, er is beveiliging en de vrouwen achter de balie zijn aardig.' Nadia verdient per week zo'n 250 tot 300 euro met tippelen. Andere baantjes heeft ze wel geprobeerd, maar dat werd niks. 'Ik heb geen pooier, ben eigen baas. Laat ons deze plek om te werken.'

Haar collega Marianne heeft het moeilijker. Ze is 34 en zwaar verslaafd. Haar twee kinderen zitten in een pleeggezin. Plezier in haar werk heeft ze allang niet meer. 'Ik doe het met de ogen dicht, soms jankend.' Maar ze moet wel. Twee klanten per dag heeft Marianne nodig om haar verslaving betalen. 'Vanavond heb ik nog geen klant gehad', zegt ze terwijl ze mopperend weer de deur uitloopt.

Later op de avond heeft ze dan toch nog beet. Een van de Polen komt terug en verdwijnt met Marianne achter een gordijn in de loods. Even later klinken van achter het blauwe gordijn opgewonden geluidjes. Marianne kan weer scoren vanavond. Voor haar is het een oplossing.

Of het ook de beste oplossing is? 'Wie het weet mag het zeggen', zegt WODC-onderzoeker Daalder. 'Ik houd me hier al jaren mee bezig. Maar voorlopig heeft niemand het goede antwoord.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden