De tijd van 6-minutenpasta is voorbij

Het Italiaanse wielrennen, hard getroffen door de talloze dopingonderzoeken, zal niet snel meer zo dominant worden als voorheen. Daar verandert zondag zelfs een overwinning in Milaan-Sanremo niets aan.

De man in het joggingpak schudt tijdens de Tirreno-Adriatico handen in de ontbijtzaal van hotel Michelangelo Palace, begroet nog meer kennissen en knipt in zijn vingers. Hij doopt zijn croissant in de koffie, laat weer wat handen de zijne grijpen en staat vervolgens op.


Achteraf is het allemaal zijn schuld. Vijf jaar geleden kneep Paolo Bettini bij het WK in Varese voorgoed de remmen dicht en stapte van zijn fiets. In tranen zwaaide zijn land hem na. De succesvolste Italiaanse eendagsrenner van het vorige decennium zwaaide al even ontroerd terug.


Toch viel er niets te treuren, beweerde hij. Bettini kon met een gerust hart stoppen. Tal van jonge landgenoten stonden klaar om in zijn voetsporen te treden. Hij hoefde die dag slechts naar Alessandro Ballan te wijzen, die door hem vakkundig naar de wereldtitel was geloodst. Het Italiaanse wielrennen mocht zich verheugen op een hoopvolle toekomst.


Van die belofte is vijf jaar later maar een klein deel ingelost. De overwinning van Luca Paolini in de Omloop Het Nieuwsblad was een valse noot van een eens zo pompeus orkest dat zijn wijsjes steeds zachter ten gehore brengt.


Ivan Basso is na zijn schorsing op zijn retour geraakt als ronderenner. Alessandro Petacchi sprint nog maar af en toe met de besten mee. Ballan, Scarponi en Pozzato zijn of waren, zoals menig andere landgenoot, verwikkeld in een dopingonderzoek.


De dopingjagers hebben sinds 2000 nagenoeg vrij spel. Toen werd in Italië een wet aangenomen die de strijd tegen verboden middelen hoog op de agenda plaatste.


Het Italiaanse wielrennen is sindsdien hard getroffen door de vele onderzoeken. Het nationaal olympisch comité CONI kreeg het voor elkaar ook buitenlandse toprenners als Alejandro Valverde ten val te brengen. En de vrees bestaat dat het daarmee nog niet is gedaan.


Vanuit Padua doet procureur Benedetto Roberti onderzoek naar het netwerk van Michele Ferrari. De lijfarts van Lance Armstrong is vanwege het verstrekken van doping al jaren uit de sport verbannen. Maar zoals bleek uit de eerste informatie die in oktober per ongeluk op straat kwam, hebben de dokter en talrijke profrenners zich daarvan weinig aangetrokken.


Roberti had eind 2012 zijn werk al willen afronden. Dat dit nog niet is gebeurd, betekent niet dat er zand in de machine is gekomen, vertelt iemand die bij de Padua-zaak is betrokken. Het in kaart brengen van de geldstromen rond Ferrari en zijn klantenbestand kost meer tijd dan was gedacht.


Dwarse vedette

Tot die tijd balanceert Italië tussen hoop en vrees en torst Nibali - dinsdag winnaar van Tirreno-Adriatico - de druk van een natie met zich mee. De jeugd, in de persoon van Guardini, Viviani en Moreno Moser, neef van Francesco, is daar nog niet klaar voor. En al gaat het Nibali wat beter af, een uitgesproken persoonlijkheid zal de Siciliaan, rijdend voor Astana, wel nooit worden.


Matt Rendell kijkt er niet van op. De Brit schreef een biografie over Marco Pantani en kent de Italiaanse wielercultuur door en door. 'Italianen houden van sporters die zich uitspreken', zegt hij. 'Iemand die zichzelf op zijn borst durft te kloppen en zijn ambities niet verhult. Het is niet voor niets dat Bettini en Pozzato zo vaak worden nagezwaaid en Pantani, ondanks alles, nog steeds wordt vereerd.'


Inderdaad acteert Pozzato weer als vanouds de dwarse vedette die niet weet of hij op tijd klaar is voor de eerstvolgende grote koers. Maandag hield hij het als een van de eersten voor gezien in een etappe die het uiterste van de renners vergde. Een half uur later wandelde hij, de haren zorgvuldig in model gebracht, breed lachend de tv-studio binnen.


Misschien maakt hij zondag kans in Milaan-Sanremo. De ma's en dai's zullen als vanouds klinken wanneer hij op het startpodium een microfoon onder zijn neus krijgt gedrukt. Hij is nog altijd de laatste Italiaan (2006) die de eerste voorjaarklassieker naar zijn hand wist te zetten. Maar de Slowaak Peter Sagan is met afstand de te kloppen man aan de Bloemenrivièra. En anders Cancellara, Boonen, Hushovd of Cavendish.


En de Italianen? Niemand die zijn vingers eraan durft te branden. Bescheidenheid is wat het land past, nu het links en rechts is ingehaald op het hoogste niveau. Alleen Lampre en Cannondale (het vroegere Liquigas) zijn als profploegen in de WorldTour overgebleven.


De rest is afgelost door concurrenten met een vooral Angelsaksische inslag. Teams die de sport wetenschappelijk benaderen en zich niet gebonden voelen aan de door Italianen jarenlang gepropageerde klassieke wielercultuur.


Te geforceerd hebben de Italianen aan hun eigen wetmatigheden vastgehouden, denkt Gerry van Gerwen. De oud-renner nam in 2008 de Milramploeg over, die voortbouwde op de resten van het Italiaanse Domina Vacanze. Bij Milram moest Van Gerwen de Duitsers en Italianen zien te verenigen. Het bleek niet minder dan een botsing der culturen. 'Italianen zijn erg op zichzelf. Ze rijden het liefst in eigen land en omringen zich met hun landgenoten. Om nog maar te zwijgen over de spaghetti, die precies zes minuten moet zijn gekookt.'


Sponsor Nordmilch, een Duits zuivelconcern, vroeg Van Gerwen eens hoe het toch kon dat er honderden kilo's kaas tegelijk doorheen gingen in de ploeg. 'Ik ben toen op Stanga afgestapt, de ploegleider. Die vertelde dat hij de kazen voor hammen inruilde bij een vriend. Ik zeg: 'Dat is niet helemaal de bedoeling hier.' Van dit soort trucjes was de ploeg doordrenkt.'


Het begrip campanilismo heeft niet voor niets alleen in Italië betekenis. Campana betekent (kerk)klok en de term omvat de drang om de eigen stad en streek trouw te blijven. Naar verluidt woonde nog niet zo lang geleden slechts 10 procent van de Italianen verder dan 50 kilometer van zijn geboorteplaats. In Lucca, gelegen op 17 kilometer van Pisa, luidt een oude zegswijze: liever een lijk in huis dan een Pisaan aan de deur.


Zo is het er ook jarenlang in het wielrennen aan toegegaan. Jonge renners doorliepen hun opleiding bij een wielerschool of bij een trainingscentrum, zoals het vermaarde Mapei, en gingen aan de slag bij een ploeg in eigen land.


Ze komen er niet meer mee weg. Het aantal profploegen is sterk verminderd. Het gevolg: ook al liggen de banen bij teams uit andere landen ook niet voor het opscheppen, Italiaanse renners beproeven vaak al op jonge leeftijd hun geluk in het buitenland en leren er hun talen spreken, zoals Giacomo Nizzolo van Radioshack of Salvatore Puccio van Sky.


Het land richt zich steeds meer naar buiten. De bazen van RCS, dat Milaan-Sanremo en de Giro d'Italia organiseert, kletsen tegenwoordig ook in het Engels honderduit. Zo ook directeur Michele Acquarone, die in alles denkt als marketeer.


Onder zijn aanvoering start de Giro volgend jaar in Ierland, na Amsterdam (2010) en Denemarken (2012). Acquarone: 'Overal waar de fans ons willen zien, moeten we proberen te komen. We willen andere landen laten kennismaken met de traditie en kracht van Italiaanse wedstrijden.' Ofwel: een grenzeloze dosis liefde voor de koers, een vleug heroïek en een laag spektakel.


Genadeloos fileert Acquarone de stand van zaken in zijn land. Politiek gezien ligt Italië in een wurggreep sinds de onmogelijke verkiezingsuitslag. En de tiende wereldeconomie slaagt er maar niet in zijn potentie in daadkracht om te zetten. In Italië zou 17 procent van het bruto binnenlands product, althans een bedrag gelijk daaraan, worden omgezet zonder medeweten van de belastingdienst.


Wie verder kijkt dan de pracht en praal van de plaatselijke kathedraal, ontdekt het soms jammerlijke verval. In zekere zin is het wielrennen als bijna elk willekeurig dorp in de Abruzzen of Toscane. Het ziet er gelikt uit, maar van binnen verliezen renners de aansluiting met de top. Van Gerwen: 'Italië, dat is vooral heel veel voor de bühne doen.'


In hotel Michelangelo Palace zit Bettini er vandaag niet mee. Twee vrouwen op leeftijd versperren hem gedecideerd de doorgang naar de lift. Een foto per favore? Alleen als het niet te veel gevraagd is, natuurlijk. Dat is het vandaag niet. Morgen trouwens ook niet.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden