De tijd om lacherig te doen over defensie is voorbij

Gastcolumn Geerten Waling

Een militaire invasie van Nederlands grondgebied lijkt weliswaar ver weg, maar er zijn redenen te over om onze krijgsmacht te versterken.

Soldaten in oefening. Beeld belga

Met enige regelmaat is het Nederlandse leger onder de voet gelopen bij invasies die eigenlijk te verwachten waren geweest. Bijvoorbeeld in 1672 tijdens het rampjaar, in 1795 met de Frans-Bataafse overrompeling, in 1940 met de inval van Hitler. Vandaag leren de spanningen met Rusland en met het islamitisch fundamentalisme ons wederom: vrede is geen vanzelfsprekendheid. CDA-leider Buma noemde die spanningen in WNL Opiniemakers 'de redenen waarom wij onze defensie weer op orde moeten brengen'. Hij heeft gelijk. Het zou eindeloos naïef zijn om te blijven vertrouwen op internationale regels en afspraken, op verdragen en tribunalen. Dat softe gedoe helpt niets tegen de opgestoken middelvingers van de Al-Baghdadi's, Kim Jong-uns en Poetins van deze wereld.

De geopolitiek is terug van nooit weggeweest. Het kan geen kwaad een stevig leger paraat te hebben. Jazeker, oorlogvoeren is een nasty business - je moet wel gek zijn om het te willen. Helaas zijn er genoeg gekken die er hun levensdoel in zien. Nederland lijkt een klein landje, zo aan de Noordzee met die kleinzielige sores achter de dijken, maar we moeten onze bescheidenheid niet overdrijven. We zijn ten diepste internationaal geworteld: de Baltische handel, de Atlantische connectie, de overzeese gebieden. De stromen van goederen, geld, informatie en diensten gaan al eeuwenlang per schip, maar nu ook via de weg, de lucht en de datakabel. Nederlanders zitten overal. Is het niet voor handel of wetenschap, dan wel voor toerisme, kunst of sport.

Korps mariniers

Nederland houdt zich goed staande in dit gemondialiseerde tijdperk, maar tegelijk zijn conflicten waar ook ter wereld nooit ver van ons bed. Ten eerste bedreigen ze al gauw de Nederlandse belangen, wat militair optreden wenselijk zou kunnen maken. Vanuit die gedachte is ooit, dit jaar precies 350 jaar geleden, het Korps Mariniers opgericht door filmhelden Michiel de Ruyter en Johan de Witt. De zwaar getrainde zee-infanterie heeft sindsdien in binnen- en buitenland de Nederlandse belangen veilig gesteld. Nog altijd wordt het korps ingezet om koopvaardijschepen te beschermen tegen piraterij.

Ten tweede is er de meer principiële noodzaak om militair te kunnen interveniëren in buitenlandse conflicten: het verdedigen van onze waarden. We laten ons graag voorstaan op onze vrijheid en tolerantie. Elke handelsmissie naar een barbaars land krijgt die dwingende boodschap mee: mensenrechten! Vruchtbare betrekkingen onderhouden met landen die bloggers zweepslagen geven, die rebelse punkmeisjes opsluiten, die homo's doodstraffen, die overspelige vrouwen stenigen - het gaat toch knagen... Op zijn minst moet de schijn worden opgehouden dat de mensenrechten 'ter sprake' zijn gekomen. Als heartland van de westerse vrijheden zou Nederland er goed aan doen om niet alleen te dreinen, maar op zijn tijd ook een rij scherpe tanden te tonen. Kortom, de koopman én de dominee, de industrieel én de mensenrechtenactivist, zouden allebei voorstanders moeten zijn van een sterke krijgsmacht.

Dienstplicht

Maar daarvoor moeten we wel willen betalen. Het defensiebudget is afgelopen halve eeuw schrikbarend gekelderd, zo toont het economische weblog Follow The Money. Het relatieve budget is nu zelfs lager dan dat van 1929. De Speld, doorgaans behept met voorspellende gaven, grapte al over decentralisatie van defensie. Afgelopen jaar was het totale budget nog maar 7,6 miljard euro - dat is inclusief alle uitkeringen, pensioenen en wachtgelden. Als we even doen alsof 16,8 miljoen burgers dat bedrag moeten ophoesten, dan hebben we het over zo'n 38 euro per Nederlander per maand. We betalen gemiddeld evenveel voor onze smartphone als voor ons leger!

Een terugkerend begrip als het gaat om defensie is 'draagvlak'. Blijkbaar hadden we daar in de afgelopen halve eeuw steeds minder van, maar onder druk van de actualiteit lijkt dat nu te veranderen. Bezuinigingen worden opgeschort, maar het defensiebudget komt bij lange na niet in de buurt van de NAVO-afspraken. Voor meer politiek draagvlak is zichtbaarheid van de krijgsmacht in de samenleving cruciaal. Het ministerie van Defensie probeert die te vergroten met bijvoorbeeld trainingen op straat.

Een goede poging, maar helaas ziet hetzelfde ministerie uit angst voor terrorisme wel graag dat militaire uniformen in het straatbeeld worden gecamoufleerd. Het soldatenleven lijkt een sociaal taboe, weggestopt in afgesloten kazernes. Alsof we ons schamen voor het leger. Als het bijvoorbeeld gaat over de 'maatschappelijke stage' voor jongeren, dan is er voor die opgelegde liefdadigheid wel ruimte in kerken en moskeeën, maar niet in een kazerne. Dat is een verkeerd signaal. Het zou goed zijn als de krijgsmacht een zichtbaar en natuurlijk onderdeel van de samenleving zou zijn. Het idee om de dienstplicht nieuw leven in te blazen, deze week geopperd door parlementariër Joram van Klaveren, gaat wellicht wat ver, maar de gedachte is begrijpelijk. Een militaire invasie van ons grondgebied lijkt weliswaar historisch ver weg, maar bedreigingen kunnen vele vormen aannemen. Er zijn redenen te over om nu eens níet roekeloos achterover te leunen. De tijd om lacherig te doen over defensie is voorbij.

Geerten Waling (@geertenwaling) is historicus.
Samen met Coos Huijsen publiceerde hij in 2014 het boek De geboortepapieren van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.