De tiener die Ajax draagt

Ajax is koploper van de eredivisie dankzij een jongen van achttien jaar die nog bij zijn ouders woont. Rafael van der Vaart is het symbool van de hoop voor het zwalkende Nederlandse voetbal....

ONDER DE kop 'Ramon van der Vaart is nog goud waard', uit een krant van 1994, prijst trainer Fred Bisschot zijn spits: 'Hij is de beste hier in het amateurvoetbal. Hij moet bijna dood neervallen voor ik hem wissel. Hij is altijd aanspeelbaar, altijd gevaarlijk.'

Ramon van der Vaart, reparateur en verkoper van weegschalen, is al 33 jaar lid van de Kennemers uit Beverwijk. Hij speelde achttien jaar in het eerste elftal en noemt zichzelf een bonkige spits.

Bij zoon Rafael gooide hij de ballen al in de box. Later, naast de Heemskerkse, niet verplaatsbare woonwagen van zeventig vierkante meter waar het gezin woont, schoten vader en zoon op bierflesjes. Toen Rafael zes was, kon pa al niet meer winnen.

Zeker twee keer per week is Ramon, veertig jaar inmiddels en spits van het derde elftal, nog bij de Kennemers te vinden. Trainen, voetballen, drinken. In de kantine hangen drie ingelijste shirts aan de muur. Het rood-zwart van de Kennemers, het rood-wit van Ajax en het oranje van Jong Oranje.

De shirts zijn gedragen door Rafael, die dezelfde uiterlijke trekken heeft als zijn vader. Als voetballer zijn ze beiden linksbenig en weten ze armen en kont te gebruiken als ze de bal afschermen.

Jeugdtrainer Jur Zandbergen is er trots op dat hij een bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van Rafael, al is het dan maar een beetje ('Hij heeft hier één trainer gehad en dat ben ik'). Net als de andere betrokkenen zegt hij dat Rafael geen kapsones heeft gekregen, dat hij een rustig binkie was, een teamspeler met overzicht. En hij snapt er niets van dat vader Ramon nooit het betaald voetbal heeft gehaald. 'Dat moet clubliefde zijn.'

Als Rafael tijd heeft, kijkt hij naar wedstrijden van zijn vader of naar de C2 met zijn broertje, de enige rechtspoot in de familie. Een aardige, beetje dromerige rechtsbuiten.

En als Kabouters, F-jes en E-tjes trainen, houdt Zandbergen de jongetjes voor dat ze net zo goed kunnen worden als Rafael van der Vaart. Als ze hun best maar doen.

Rafael is heel goed, hij speelt op zijn achttiende al vast in het eerste elftal van Ajax. Sterker nog: hij is topscorer, leider in spe. In deze bange dagen van het Nederlandse voetbal is de hoop op hem gevestigd.

Bij Van der Vaart valt zijn nuchterheid op. Van postpuberale oprispingen is niets te merken. Of hij altijd zin in de training heeft? 'Je moet toch je bed uit. Als je dan eenmaal bij de club bent, kun je beter maar je best doen.'

Hoe hij van de Kennemers naar Ajax ging? 'Toen ik tien was, schreef mijn vader me in voor een talentendag.' Tevreden lachend: 'Dat heeft hij goed gedaan.'

Met een bepaalde nuchterheid, zonder tierelantijnen, voetbalt hij ook. Geniaal en toch gewoon. Speels en ook een beetje ouwelijk. En hoe gek het ook is: Van der Vaart is op dit moment al bijna onmisbaar voor Ajax.

Bondscoach Louis van Gaal noemde hem na het jeugd-WK in Argentinië één van de drie echte winnaars in zijn selectie. Een anekdote uit Zuid-Amerika: als de falende doelman Stekelenburg na de nederlaag tegen Costa Rica een sigaretje zit te roken zegt Van der Vaart op dwingende toon: 'Weet je wat jij moet doen? Jij móet eens een bal uit de kruising pakken.'

Zelf verliet hij het toernooi na een rode kaart in de kwartfinale tegen Egypte. 'Ik kan er niet tegen als ik weet dat we beter zijn en het gaat niet.'

Van wie hij die winnaarsmentaliteit heeft? 'Ik denk van mezelf. Thuis wilde ik nooit verliezen, ook niet met gewone spelletjes. Als je toch op het veld staat, wil je winnen ook. Mijn ouders hebben me nooit gedwongen om te voetballen. Ze hebben nooit gezegd dat ik mijn best niet deed. Mijn vader wilde trouwens ook altijd winnen.' Volgens zijn vader heeft het woonwagenkamp geholpen bij de mentaliteitsvorming. Het leven is daar harder, de mensen zijn recht voor de raap.

Zijn spel is een mengsel van berekening en jongensplezier. Zandbergen heeft de meeste doelpunten van zijn voormalige pupil op video opgenomen. Hij draait ze af, zet de beelden stil en merkt telkens dat de kalme Van der Vaart vooraf weet hoe hij een doelpunt gaat maken.

Als Dirk de Groot, al 26 jaar jeugdtrainer bij Ajax, Van der Vaart ziet voetballen, valt hem vooral zijn spelvreugde op. 'Aan zijn gezicht kun je zien dat hij het prachtig vindt als een actie slaagt.'

Van der Vaart beschikt, zo vertellen zijn opleiders, over functionele techniek. Hijzelf: 'Techniek is niet dat je de bal tien keer hooghoudt of drie keer achter je standbeen haalt.' Weer met die nuchterheid: 'Als iets niet nodig is, is het niet nodig.

'Bij mij is techniek de bal goed aannemen en spelen. Ik was nooit iemand die thuis de bal ging hooghouden, ik schoot liever. Het houdt alleen maar op, dat hooghouden. Het is leuk voor het publiek als je voorstaat.'

Van der Vaart is ook geen oeverloze pingelaar. Nooit geweest ook. 'Ik was altijd een teamspeler. Ik vind het zelf ook vervelend als iemand aan het egoën is en je krijgt zelf geen bal.'

In de vergelijking met Van Hanegem kan hij zich vinden, hoewel die iets rauwer was, sterker, groter en ongepolijster. Overeenkomsten: linksbenig, goed inzicht, dito techniek, niet al te snel. Van Hanegem was de Kromme, ook Van der Vaart heeft een zonderling loopje. De borst een beetje vooruit, zwaaiend met de armen. 'Mijn rechterbeen zou beter kunnen en ik zou sneller willen zijn. Maar als je inzicht hebt, iets eerder ziet dan een tegenstander, dan kun je gebrek aan startsnelheid compenseren.' Van Hanegem had het kunnen zeggen.

Linkshalf is zijn favoriete positie. Aanvallen, verdedigen, een beetje controlerend spelen, dat ligt hem het beste. 'Op tien kan ik ook redelijk spelen, maar dan moet ik veel aan de bal zijn.'

Hoewel Adriaanse hem nog niet ziet als de leider van Ajax en Van der Vaart zegt dat het inzicht moet groeien om in het veld de strategie te bepalen, is hij toch al een baasje. Als een schooljongen stuurde hij onlangs Chivu weg bij een vrije trap.

'Ik mag die vrije trappen nemen. Als iemand dan opeens zegt: laat mij het eens proberen, terwijl je je concentreert op die trap, dan moet je hem effe wegsturen.

Van der Vaart is topscorer van de eredivisie. In negen van de elf wedstrijden maakte hij telkens één doelpunt. Op eentje na, de 3-0 tegen NEC, waren ze allemaal van cruciaal belang. Zes keer de 1-0, een keer de 1-1, een keer de 2-0 in een wedstrijd die eindigde in 2-1. Dat was tegen Feyenoord in de Kuip, zijn belangrijkste en mooiste doelpunt tot nog toe. Bijna vallen na een overtreding van De Haan aan de zijlijn, snel opstaan, dribbelen, De Haan weer afschudden, doelman Dudek verschalken uit een moeilijke hoek. Vader Ramon zat op de tribune tussen supporters uit Rotterdam. Hij hield zijn stoel vast om niet te kunnen opveren. Van binnen danste hij van geluk.

'Ik kan het eigenlijk niet geloven, negen goals. In de jeugd scoorde ik gemiddeld een keer in vier wedstrijden. Ik heb er geen verklaring voor. Bij mijn laatste doelpunt, tegen Willem II, kreeg ik de bal met geluk terug. Dat geluk moet je een beetje hebben.'

Tegen Heerenveen scoorde hij, 1,74 meter klein, zelfs met het hoofd, terwijl drie Friezen hem omringden. 'Ik ben geen goede kopper, maar de timing was goed.'

Zijn gave optreden is mede te danken aan vorig seizoen, toen hij 27 wedstrijden speelde in de competitie (zeven doelpunten) en Witschge bijna overbodig maakte. Hoewel hij nauwelijks aan krachttraining doet, is hij sindsdien sterker geworden, ook conditioneel.

Op voorspraak van John van 't Schip kwam hij bij de selectie van Adriaanse. Van 't Schip was drie jaar zijn trainer geweest, in de B- en A-jeugd. Onder hem kwam hij in B1 en A1, terwijl hij vanaf zijn komst naar Ajax in D2 en C2 had gestaan.

'Hij was stabiel en liet zich niet gek maken in en buiten het veld', aldus Van 't Schip. 'In het begin was hij heel klein en altijd de jongste. Ik liet hem dan wel eens links aan de buitenkant spelen. Dat ging hartstikke goed. Later groeide hij uit tot de leider. Er waren jongens die sneller waren en meer trucjes beheersten, maar Rafael behield door zijn functionele techniek altijd het overzicht.

'Hij straalde zelfvertrouwen uit en was makkelijk in de omgang. Zijn leidende rol eiste hij op door hoe hij was, niet door praatjes.'

Van der Vaart: 'Ik heb altijd met plezier gevoetbald. Voor de meeste jongetjes was het elk jaar weer spannend of ze mochten blijven. De opleiding was keihard. Van de D2 is naast mij nog één jongen overgebleven: Kiran Bechan uit het tweede elftal. Je moet tegen kritiek kunnen.

Hij was aanvankelijk vrij rustig, ook omdat hij vaak het enige blanke ventje was. 'Ik was geen supertalent in het begin. Het tempo ligt hoog als je van een amateurclub komt. Ik schrok me dood toen ik voor het eerst meetrainde.'

Maar nooit zat hij huilend op zijn kamertje. Nooit stond zijn vader, die hem altijd bracht en stilletjes genoot, te schreeuwen als andere voetbalvaders. 'Dat mocht niet van mij en dat wilde hij zelf ook niet. Zo zitten wij niet in elkaar. Gelukkig niet.'

Net als Van 't Schip gaf Adriaanse hem vertrouwen. 'Toen ik goed speelde, mocht ik blijven staan.

'Adriaanse houdt van jonge, gretige spelers. Je moet elke wedstrijd gretig zijn. Dat heb ik in de jeugd geleerd: elke training, elke wedstrijd honderd procent geven. Ik kan me voorstellen dat oudere spelers denken: vandaag effe niet, terwijl het wel moet. Maar zo is zijn manier van werken.'

Rafael van der Vaart heeft een Spaanse moeder, hoewel die sinds haar zesde in Nederland woont en vernederlandst is (Rafael: 'Ik voel me Nederlandse Spanjaard. Half om half'). En nu heeft hij een huis voor zijn ouders gekocht buiten het woonwagenkamp. Niet dat ze het kamp te min vinden, maar ze droomden al jaren van een grotere behuizing. 'Ik denk dat we voor de kerst verhuizen. Het is mijn waardering voor hen.

'Mij maakt het weinig uit het kamp te verlaten. Het is ook geen probleem om voor het eerst in een huis te gaan wonen. Mijn vriendin woont ook in een huis. Nee, ik ga nog niet samenwonen. Mijn vriendin is zeventien, ik achttien. Ik blijf thuis, lekker makkelijk.'

De tiener die Ajax draagt, de tiener die een huis koopt voor zijn ouders. De tiener die straks het Nederlands elftal op sleeptouw neemt. Het is een beetje veel.

Van 't Schip: 'Je mag hem nog niet het etiket van internationale topper opplakken. Hij heeft het wel in zich dat te worden.'

Dirk de Groot vindt dat bij Ajax eerst nog maar eens een paar anderen moeten opstaan.

Jur Zandbergen vraagt zich af wat Ajax doet als hij zes duels geblesseerd is. Gaan ze dan zes keer verliezen?

Feit is dat de aanvoerder van Jong Oranje onlangs debuteerde in het Nederlands elftal als invaller tegen Andorra. Even, tijdens de warming-up, was er oogcontact met zijn vader op de tribune. Dat was een moment van intens genot.

Ja, hij gaat best mee in de veronderstelling dat de mentale hardheid ontbreekt in Nederland. 'Het is steeds net-niet. Hier op het EK misten we twee penalty's. Dat mag gewoon niet gebeuren, en dat gebeurt eigenlijk alleen Nederland: penalty's missen.

'Ik ben nog jong, ik voel de druk niet. Maar natuurlijk ben ik verbaasd. Aan het begin van het seizoen dacht ik dat tien goals heel mooi zou zijn. Ik hoop nu dat het er meer worden. Verder laat ik alles op me afkomen. Er zal ook een tijd komen dat het minder gaat. Dan zal ik niet aan mezelf moeten gaan twijfelen.'

Over een paar seizoenen zal Rafael van der Vaart vermoedelijk naar Spanje vertrekken, naar Barcelona (eerste keus) of Real Madrid. Opa en oma wonen in Cadiz. Sinds kort hebben ze een schotel op het dak, opdat ze beelden van de eredivisie kunnen ontvangen. 'Voor hen zou het een droom zijn als ik in Spanje zou voetballen.

'Maar eerst wil ik nog een paar jaar bij Ajax blijven.' Prijzen winnen met Ajax en vertrekken als gearriveerde speler. 'Mijn vader wil ook dat ik hier zeker nog een paar jaar blijf. Mijn contract uitdienen tot 2006? Dat is misschien heel lang. Dan mag ik bovendien voor niks weg. Ik denk niet dat dat de bedoeling is van Ajax.'

Terwijl de omgeving dweept met de adolescent, blijft hijzelf rustig onder alle aandacht. 'Ik vind het niet zo moeilijk om met beide benen op de grond te blijven staan. Het belangrijkste is dat ik eigenlijk nog helemaal niets heb bereikt.

'Mijn vader zou het absoluut niet accepteren als ik naast mijn schoenen zou lopen en ik wil geen ruzie met mijn vader. Hij zegt: je moet lekker normaal blijven doen en vriendelijk zijn tegen de mensen die je kent.'

Jur Zandbergen en zijn vrouw zaten onlangs te eten bij de Chinees in Heemskerk. De ober bracht een biertje en een glas wijn, aangeboden door de jongen en zijn vriendin die in de hoek zaten, een beetje verscholen achter een pilaar. Ze moesten de groeten van Rafael hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden