De thuishulp heeft geen tijd meer voor koffie

Wie wil weten hoe de thuiszorg van de toekomst eruitziet, moet naar Rotterdam. Daar is het budget door de gemeente al met zo'n 25 procent gekort. Boodschappen doen, planten water geven, even mee naar de dokter - het is voorbij.

Er hangt oproer in de lucht in de ontmoetingsruimte van de Rotterdamse seniorenflat De Hoeksteen. De ongeveer zeventig bijeengekomen ouderen, meest vrouwen, hebben aanmerkingen op de ingrijpend veranderde huishoudelijke hulp.


Mevrouw Schippers vertelt over haar thuishulp Coby, die de afgelopen tien jaar elke week haar huis grondig kwam poetsen. Altijd dronken ze samen koffie. 'Tot ik die ochtend zei als gewoonlijk: 'Dag Coby, tot volgende week.' Ik heb haar nooit meer gezien.' De 87-jarige Rotterdamse strijkt, zichtbaar aangedaan, door het zorgvuldig gekapte haar. 'Ze was een beetje als een dochter voor me.'


De week erna kwamen er twee nieuwe thuiszorgmedewerkers aan de deur van mevrouw Schippers. 'Ze doen erg hun best, maar hebben veel minder tijd, een kop koffie en een praatje is er niet meer bij. Het huis vervuilt langzaam.'


De aanwezige directeur Anita van Son van Aafje Hulpthuis probeert de ouderen ervan te overtuigen dat ze zullen moeten wennen aan het krappere budget. Sinds 22 april besteedt de gemeente Rotterdam ongeveer een kwart minder aan de hulp bij het huishouden van personen die daartoe zelf niet in staat zijn. 'Er is een tijd van voor en een tijd van na 22 april', zegt Van Son tegen haar onwillige gehoor. 'Die tijd van voor 22 april, met alle tijd en aandacht, komt nooit meer terug. Maar we maken uw huis wel schoon.'


Het is een voorbode van de aangekondigde landelijke bezuiniging van ongeveer 40 procent op de huishoudelijke hulp per 2015. Rotterdam is, vooruitlopend daarop, reeds begonnen de thuiszorg efficiënter te organiseren. In Rotterdamse seniorenflats is al te horen hoe ingrijpend deze bezuinigingen voor ouderen kunnen zijn. Een pijn die in alle ruim 400 Nederlandse gemeenten gevoeld gaat worden.


Om de huishoudelijke hulp af te slanken, laat Rotterdam alle cliënten opnieuw beoordelen op de hulp die ze nodig hebben. Bekeken wordt of iemand toch niet meer zelf kan doen. En of er niet iemand uit de omgeving van de cliënt kan helpen.


Dat er op hulp aan sommige ouderen door de gemeente wel erg rigoureus wordt gekort, blijkt uit het verhaal van de 85-jarige mevrouw Sterk. Zij zit in een rolstoel, sinds ze in de Tweede Wereldoorlog het grootste gedeelte van haar benen verloor. Na de nieuwe gemeentelijke beoordeling en de korting op de tijd door Aafje Hulpthuis krijgt ze nog maar twee uur en drie kwartier huishoudelijke hulp per week, ongeveer eenderde van wat ze voorheen had.


Ze wijst op haar beenprotheses. 'Alsof ik zelf kan schoonmaken. Ik had die jongen van de gemeente die mij heeft beoordeeld het liefst een draai om de oren gegeven.' Ze heeft nu zelf een particuliere schoonmaakster in de arm genomen om haar huis schoon te maken.


Schone kleren

Rotterdam helpt ruim 15 duizend personen bij hun huishouden. Aafje Hulpthuis heeft met stichting Humanitas Rotterdam in de meeste wijken hiervoor de aanbesteding gewonnen. Nieuw is dat de gemeente hen betaalt per resultaat en niet voor de uren dat de thuiszorgmedewerkers bij de cliënten zijn. Gewenste resultaten zijn bijvoorbeeld: 'Een schoon huis', of 'schone kleren'.


Praktijk is, zo blijkt uit de verhalen van de ouderen in De Hoeksteen, dat Aafje ongeveer een kwart minder tijd besteedt per cliënt dan voorheen. 'Het gaat niet om uren maken, het gaat om resultaten behalen, bijvoorbeeld dat het huis schoon is', zegt directeur Van Son.


Maar een aantal taken doet Aafje niet meer. Zoals de ramen aan de buitenkant lappen of het balkon schoonmaken: want dat is 'buiten' en valt niet onder de doelstelling 'schoon huis'.


Ook een praatje maken of een kopje koffie drinken, draagt niet bij aan het gevraagde resultaat. Van Son: 'Thuiszorgmedewerkers deden voorheen te veel dingen die niet tot de indicatie behoorden, zoals de hond uitlaten, planten water geven en dode bloemen uit de plantenbakken halen.' Er is volgens haar nog wel degelijk tijd voor een praatje. 'Maar dan gaat het werk gewoon door.'


'Maar wie bepaalt dan of het huis schoon is?', vraagt meneer Jan Vis, de 80-jarige strijdbaar ogende voorzitter van de bewonerscommissie.


Van Son: 'De gemeente stuurt mensen op pad die dat controleren.'


Vis: 'Wij pikken het niet als er zo'n mooi opgeleide meneer of mevrouw komt die tegen ons zegt dat de woning schoon is.'


'Mooi gezegd, Jan', roept een aantal vrouwen in koor.


Veel Rotterdamse ouderen zijn hun vertrouwde hulp kwijtgeraakt door de nieuwe werkwijze van Aafje. In het oude systeem legden thuiszorgmedewerkers vaak grote afstanden af om hun cliënten te bezoeken. Dat kan efficiënter, dacht Van Son, toen ze zag dat de helft van haar 6.700 thuishulpcliënten bij elkaar in seniorenflats bleek te wonen.


In bijvoorbeeld De Hoeksteen kregen 125 bewoners huishoudelijke hulp van 88 medewerkers. In november heeft Aafje voor deze flat tien vaste thuiszorgmedewerkers aangesteld, herkenbaar aan een paars Aafje-shirt, die er alle klanten voor hun rekening nemen, onder leiding van een 'meewerkend voorvrouw'.


Sommige ouderen hebben er ook moeite mee dat twee medewerkers tegelijkertijd een appartement onder handen nemen. 'Als er twee hulpen bezig zijn in zo'n klein huis kan ik op mijn leeftijd het overzicht niet behouden', zegt een 80-jarige vrouw in een panterblouse.


Mevrouw Van Welsenis is milder gestemd. 'Je kunt niet verwachten dat het zo schoon is als toen je het zelf nog kon doen.' De 79-jarige Rotterdamse uit Delfshaven, met twee nieuwe heupen en een nieuwe knie, had 'meteen een klik met die twee kordate dames van Aafje'. 'Ze waren als een witte tornado in mijn huis.'


Zwartboek

'Deze werkwijze lijkt op een schoonmaakbedrijf. Met zorg en ondersteuning heeft het weinig te maken', zegt voorzitter Ineke Palm van de Rotterdamse SP. Ze heeft een zwartboek aangelegd met een lange lijst met klachten over de vernieuwde thuiszorg in Rotterdam. De meeste gaan over Aafje, maar ook over de andere aanbieders.


Het kan niet, zegt Palm, dat Aafje aan de ene kant beknibbelt op de ouderenzorg en dat aan de andere kant Aafje-bestuurder Constant van Schelven enkele weken terug met een wachtgeldregeling van naar schatting 600 duizend euro is vertrokken.


Ook de Rotterdamse wethouder Marco Florijn (PvdA) van werk, inkomen en zorg is boos over het royale wachtgeld. Hij heeft een 'moreel appel' op Aafje gedaan om de regeling terug te draaien, die, in de woorden van de wethouder, 'echt niet kan'. Sinds dit jaar trekt Rotterdam dergelijke 'exorbitante' vergoedingen af van de subsidie.


Florijn kan zich voorstellen dat het voor de ouderen wennen is. 'Eerst kwam de hulp bijvoorbeeld drie uur. Als de hulp nu in twee uur het huis schoonmaakt, denk je: waar is mijn uur gebleven?'


Het is niet de wethouder die zonodig wil beknibbelen op de ouderen, beklemtoont hij, maar het Rijk, dat 40 procent op de huishoudelijke verzorging kort per 2015. 'Wat wij doen is niet meer dan normaal gezien de komende bezuinigingen. Wij vormen de thuiszorg geleidelijk om en ontwikkelen innovatieve werkmethoden, zodat er straks per 2015 geen schok plaatsvindt. De vraag is eerder waarom andere gemeenten nu niet hetzelfde doen, want de tijd is heel krap.'


Ongeveer de helft van de Nederlandse gemeenten is al bezig met het nemen van besluiten om de huishoudelijke hulp goedkoper te maken, schat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), bijvoorbeeld door het verlagen van de uurtarieven. Maar in Rotterdam is de transitie het meest manifest.


Dat de huizen van de Rotterdamse cliënten toch schoon zijn met de afgeslankte thuishulp, blijkt volgens Florijn uit de gemeentelijke steekproeven. Er is echter een onderliggend thema dat in de discussie een rol speelt, denkt Florijn, de eenzaamheid. 'Veel ouderen waren hun thuishulp gaan beschouwen als een soort dochter die wekelijks langskwam. Misschien kunnen nu buren of vrijwilligers van het welzijnswerk geregeld een praatje komen maken. Want koffie drinken hoort niet tot de standaardtaken van de thuishulp.'


'De meeste cliënten zijn wel tevreden met de nieuwe werkwijze', zegt Aafje-directeur Van Son, een week na de kritische bijeenkomst in De Hoeksteen. Zij vindt het onterecht dat haar teams worden omschreven als schoonmaakploegen die van zorg geen kaas hebben gegeten. 'Natuurlijk merken onze medewerkers het als er iets mis is met een cliënt. En misschien juist wel eerder dan voorheen, omdat ze zo vaak aanwezig zijn in het complex.'


De nieuwe thuishulp moet, zegt Van Son, omgaan met een generatie die er prat op gaat dat zij Nederland heeft opgebouwd na de oorlog. 'Zij vinden dat zij er recht op hebben hun uren thuishulp te behouden.'


Wat bovendien meespeelt, denkt van Son, is dat de huidige generatie ouderen nog uit een tijd stamt dat huishouden een dagtaak was voor de meeste vrouwen. 'Toen ze het zelf nog konden, deden ze jaarlijks een uitvoerige voorjaarsschoonmaak en de najaarsschoonmaak. Mijn eigen moeder wil ook dat elke week de deuren worden afgenomen. Maar met de landelijke bezuinigingen op komst zullen alle hulpbehoevenden in Nederland zich een ander verwachtingspatroon eigen moeten maken.'


Sommige thuiszorgmedewerkers hebben zich inmiddels neergelegd bij de nieuwe situatie. 'Ik werk tien keer prettiger met z'n tweeën in een huis dan alleen', zegt Sonja Steenbergen, 14 jaar werkzaam in de thuiszorg en sinds kort 'meewerkend voorvrouw' in een seniorenflat in IJsselmonde. Steenbergen is er deze middag de badkamer aan het boenen van het appartement van de 83-jarige mevrouw Haghuis-Spek. 'Met z'n tweeën kun je de lichte en de zware taken afwisselen', zegt Steenbergen. 'En je hebt altijd aanspraak.'


Haar compagnon Paula knikt, terwijl ze met een plumeau de boekenkast in de slaapkamer afstoft. Ze vertelt desgevraagd schuchter dat ze er wel moeite mee heeft dat haar salaris bij Aafje 20 procent lager is dan bij de vorige werkgever in de thuiszorg: voorheen werd ze betaald als verzorger, nu als schoonmaker.


Steenbergen heeft van dichtbij gezien hoe ingrijpend de huishoudelijke hulp de afgelopen jaren is veranderd. 'Vroeger had ik soms vier uur bij een klant. Ik ging als het nodig was mee naar de dokter of naar het ziekenhuis, een andere keer dronken we soms een uur koffie of deed ik de boodschappen.' Die tijden zijn voorbij. 'Het is nu meer schoonmaak', constateert ze. 'Maar minder dan dit kan niet. Ik denk weleens: als er nu nog meer afgaat van de thuiszorg, blijft er niets over.'


Ondanks de toegenomen werkdruk probeert Steenbergen het contact te behouden met klanten als mevrouw Haghuis.'Het was een hele overgang van een naar twee hulpen', zegt de fragiel ogende dame met dun grijs haar. 'De tijd is korter. Het sociale contact is anders. Maar je moet niet meteen gaan klagen, vind ik. Je ziet: ze maken mijn huis brandschoon.'


Met enige schroom vertelt Haghuis dat ze zich soms eenzaam voelt, sinds haar man in 2000 is overleden. Kinderen heeft ze niet. Te hopen is, zegt ze, dat 'de regering' niet meer hulp afsnoept van de ouderen. 'Zonder deze hulp zou ik niet zelfstandig kunnen blijven wonen. Ouderen moeten niet worden weggezet. Vergeet niet dat wij vijf jaar oorlog hebben meegemaakt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.