De terugkeer van twee 'terroristen'

Voor het eerst sinds 1980 zijn Naphtali Manana en Petrus Mashigo terug in het dorp in Zuid-Afrika waar ze een aanslag pleegden....

'Zie je die platte stenen? Daar wasten we ons 's ochtends, Snel, zodatniemand ons zag.' Naphtali Manana (49) wijst naar rotsen in een nu drogebedding. Hij staat langs de weg tussen Morebeng, tot voor kort Soekmekaargeheten, en Tzaneen, in het noorden van Zuid-Afrika. De oevers zijn dichtbegroeid met lage bomen en verdord gras.

'We verborgen ons weken in de bush, in een gat dat we zelf haddengegraven,' vertelt Petrus Mashigo (44), die naast hem staat. 'We groevenals een trein langs kwam, zodat niemand het hoorde. Overdag gingen we opverkenning in Soekmekaar, wachtend op het juiste tijdstip voor onzeaanval.'

Ze willen nu niet verder zoeken naar hun oude schuilplaats. Manana: 'Erzitten hier overal slangen. Toen hadden we geen keus, het militaire doelstond voorop. Nu wel.' En ze stappen in de auto.

Mashigo en Manana zijn oud-strijders van Umkhonto we Sizwe, van degewapende tak van het destijds verboden ANC. Begin 1980 vielen ze met tweekameraden het politiebureau van Soekmekaar aan. Ze schoten tweemachinegeweren leeg op de gevel, wierpen twee granaten en reden weg in eengekaapte pick-up.

Dat slechts één agent licht gewond raakte, stond een latereveroordeling tot de strop niet in de weg. 'Je wordt veroordeeld te hangenaan de nek tot je sterft', hoorden beiden uitspreken in de rechtszaal vanPretoria op 26 november 1980, morgen exact 25 jaar geleden.

Maar tot de executie kwam het niet. Hun veroordeling leidde tot groteinternationale ophef. De Veiligheidsraad van de VN nam een resolutie aandie de Zuid-Afrikaanse regering 'dringend' opriep de terdoodveroordelingongedaan te maken. In Nederland organiseerde de Anti-Apartheids Bewegingdemonstraties en verzamelde ze twaalfduizend handtekeningen, om Haagse drukop Pretoria te bewerkstelligen. Ook waren er Kamervragen. In 1982 werd destraf omgezet in levenslang, die ze uitzaten op Robbeneiland tot hunvrijlating in 1992.

Ondanks hun wens ooit terug te keren naar Soekmekaar kwam het er nooitvan. Tot vandaag. Nieuwsgierigheid, een vleugje nostalgie en de behoefteeen verhaal af te ronden zijn hun drijfveren. De actie van negentigseconden heeft hun leven immers ingrijpend veranderd.

De jeep van Mashigo draait de weg op naar het dorp. Tijdens hun aanvalzat Johnson Lubisi achter het stuur, vertelt hij. Manana en hij hebben hunmedeveroordeelde (de vierde man is nooit gepakt) al jaren niet meer gezien.'Na de arrestatie is Lubisi gemarteld en draaide hij door. Hij beweerde datwe hem hadden gedwongen mee te doen', zegt Mashigo met lichte afkeer.'Misschien dacht hij strafvermindering te krijgen. Dat trauma ging nooitover. Op Robbeneiland hoorde ik hem eens zeggen dat hij in contact stondmet Gorbatsjov.'

Tijdens de vier uur durende rit vanaf Johannesburg hadden Manana enMashigo uitgebreid verteld over wat hen tot de aanslag dreef. Over descholierenopstand in 1976 in Soweto, waaraan beiden meededen. Over hunwoede dat de politie met scherp schoot op de kinderen. De brandbom dieManana bij een politiewagen naar binnengooide (de agenten konden ongedeerdontsnappen). De vlucht naar de ANC-trainingskampen in Tanzania en Angola.

En over de opleiding in explosieven die Manana kreeg in eentrainingskamp op de Krim, in de toenmalige Sovjet-Unie. 'We zaten er metNamibiërs, Zimbabwanen en Palestijnen. Voor de Arabieren was elke jood eenvijand. Als ik vertelde over onze joodse kameraden in het ANC, zeiden ze:dat is Afrika, niet het Midden-Oosten.'

Maar waarom was het afgelegen Soekmekaar doelwit voor een aanslag? Dathad te maken met de gedwongen verhuizingen van zwarten in deze regio naarzwarte thuislanden. Het ANC wilde de bevolking tonen dat het ANC hensteunde in hun verzet tegen die verhuizingen. Manana: 'Het was 'gewapendepropaganda', we mochten niemand doden.'

Navraag leert dat dit doel niet is bereikt. Een zwarte onderwijzer inhet township van Soekmekaar, herinnert zich hoe hard iedereen wegrende nade klap. Maar hij heeft geen idee waarom de aanslag werd gepleegd.Hetzelfde geldt voor een bejaarde Afrikaner boer. 'De angst voorterroristen was groot', weet hij nog. 'Een leraar die zou komen lesgeven,is daarom nooit gekomen.'

Een gepensioneerde blanke lerares weet als enige de reden van deaanslag. Politiesergeant Koos Kruger had het haar zelf verteld: Moskou hadhem op de dodenlijst gezet, omdat hij zo veel terroristen ving. 'Ze kwamenvoor hem.'

Manana en Mashigo lijken er niet mee te zitten. Als ze het dorpbinnenrijden, kijken ze goedkeurend naar de huisjes die met overheidsgeldzijn gebouwd in het township. In het voormalige blanke centrum van driestraten, wonen en lopen nu vooral zwarten. 'Toen wij hier op verkenninggingen, liep het dorp 's avonds leeg. Alleen blanken mochten blijven. Datis ook waar we voor vochten, dat iedereen mag gaan waar hij wil', zegtMashigo.

Met het etiket 'terrorist' willen beiden niets te maken hebben. Manana:'Een terrorist is iemand die zijn doel wil bereiken door onschuldigen tetreffen, zoals in Londen is gebeurd', zegt Manana. 'Wij troffen geenonschuldigen.'

Als iemand daarover zou kunnen oordelen, moet het politieagent ThariMothibi (55) zijn. Nog altijd werkt hij op het politiebureau van Morebeng,net als vijfentwintig jaar geleden. Hij zat op de veranda limonade tedrinken, toen hij moest wegduiken voor het spervuur uit de AK47-geweren vanManana en Mashigo.

De ex-strijders staan niet te springen om een gesprek. 'We zijn hierniet gekomen voor verzoening', zegt Mashigo streng. 'We staan achter onzedaden.'

Mothibi zelf lijkt er ook niet happig op. Hij heeft iets gehoord overde komst van Manana en Mashigo, maar als hij ze ziet, nog wel in gezelschapvan een journalist, loopt hij verschrikt weg om honderd meter verderop destoppels van zijn schedel te laten scheren, bij een kapper onder een boom.

'It was a bád day', zegt hij daar, van de schrik bekomen. 'Maar verteldie twee gerust dat ik hun niets wil aandoen. Eigenlijk ben ik ze dankbaar:ik heb toen geleerd dat je elk moment kan sterven. Sindsdien ga ik andersmet het leven om.'

Voelt Mothibi dan geen wrok? 'Weet je, het zijn mijn broeders, echt. Zehebben ook mij bevrijd met hun acties. Destijds werkte ik voor de blankeregering, maar na de omwenteling in 1994 kon ik blijven. Ik ben nu geheelgeaccepteerd door de gemeenschap. Ze zien me puur als misdaadbestrijder,niet meer als handlanger van de apartheid.'

Kort daarop staan de drie mannen toch nog geanimeerd te praten bij debenzinepomp tegenover het politiebureau, dat volgens Mashigo nauwelijks isveranderd. Ineens beginnen de gevangenen in de politiecellen religieuzeliederen te zingen. Manana, Mashigo en Lubisi zongen ook liederen, toen zevijfentwintig jaar geleden de rechtszaal betraden: We shall overcome, eneen lied in het Zulu, 'Er zal vrijheid heersen als wij terugkomen'.'Vergeet alleen niet dat wij politieke gevangenen waren', zegt Manana. 'Zijniet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden