De terugkeer van het korte verhaal hangt in de lucht

Of beter gezegd: verhalen wachten op de comeback van de lezer. Want waarom zou je, om met Hermans te spreken, het gewicht van het verhaal bepalen door het aantal woorden te wegen?

Korte verhalen en novellen bestaan óók nog. Al lijkt dit een vanzelfsprekendheid die het opmerken niet eens waard is, de veronachtzaming van een heel genre door lezers en kopers is zo dramatisch, dat uitgevers er tegen in het geweer zijn gekomen. En dat wil wat zeggen, want die beroepsgroep is gedwongen om behalve in kwaliteit ook in verkoopbaarheid geïnteresseerd te zijn. En van die laatste is geen sprake, als het om verhalen en novellen gaat.


Waarom heeft de Nederlandse lezer geen zin in een kort verhaal? Wél in columns, die tot de drukst gelezen en besproken rubrieken in de krant behoren, en ook in romans die - tijdgeest of niet- vaak niet dik genoeg lijken te kunnen zijn. Maar niet in het tussenmaatje: een bundel met verhalen van zo'n tien à twintig pagina's per stuk, of novellen van een pagina of dertig tot tachtig (daarna mag je al voorzichtig gaan spreken van een korte roman, een kans die uitgevers zich niet laten ontnemen)?


Het hoeft geen betoog dat we veel auteurs zonder hun verhalen niet zouden kennen of waarderen: van Anton Tsjechov, Guy de Maupassant, Edgar Allan Poe, Roald Dahl, Isaak Babel, Saki, Raymond Carver, Franz Kafka en J.D. Salinger tot Jhumpa Lahiri (Vreemd land, 2008). Of in eigen land Maarten Biesheuvel, A. Alberts, F.B. Hotz, Helga Ruebsamen, Mensje van Keulen, Manon Uphoff, A.L. Snijders en sinds haar debuut IJsregen (2005) beslist ook Sanneke van Hassel. Daarnaast zijn ook onze grote romanschrijvers ondenkbaar zonder de klassieke verhalen uit hun oeuvre: De ondergang van de familie Boslowits (1950) van Gerard Reve, Het behouden huis (1951) van Willem Frederik Hermans, of de bundels Het tuinhuis (2006) van Hella Haasse en 's Nachts komen de vossen (2009) van Cees Nooteboom.


Iedereen die die verhalen in zijn hart heeft gesloten, weet ook wat de specifieke aantrekkingskracht van het genre is: de ontdekking van een microkosmos, de confrontatie met een gecondenseerde roman, de betovering van in korte tijd een heel universum voorgeschoteld krijgen. Misschien dat het korte verhaal de lezer ervan niet in de leunstoel laat zakken, maar hem van het begin af alert wil hebben. Een verhaal doet een beroep op onmiddellijke concentratie. We horen iets te herkennen in wat Sanneke van Hassel in een Volkskrant-interview zei: 'Het fragmentarische heeft mijn voorkeur. Ik hou erg van het begin van toneelstukken. Je voelt dan al wat er aan de hand is. Na het eerste bedrijf kan ik naar huis gaan, en dan heb ik een hele mooie avond gehad.'


Drie jaar geleden besloot het bestuur van de Libris Literatuurprijs dat daarvoor alleen nog romans mochten worden ingestuurd. Dit nadat D. Hooijer (die in september van dit jaar is overleden) in 2008 de prijs had gewonnen voor Sleur is een roofdier, en de boekhandels met een onverkoopbaar object kwamen te zitten. En de boekhandel denkt aan de handel. En in verhalen zit geen handel. Sanneke van Hassel besloot tot een protest-stuk in de Volkskrant, en bracht terecht als argument in dat een jury die proza moet beoordelen, niet een heel genre kan discrimineren. En het is zo'n mooi genre, dat 'de lezer kans biedt in de trein tussen Leiden en Amsterdam een complete roman uit te lezen'.


Maar zie, en dat is een verheugende, recente tendens: de uitgevers laten het hoofd vooralsnog niet hangen. Bij Podium verschijnt een hoogstaande reeks met korteverhalen (Lydia Davis, Scott Fitzgerald, Etgar Keret). Bij de Wereldbibliotheek zagen eind november drie novellen het licht, waaronder één grote ontdekking: Mamo van Angi Máté (1971), een Roemeense kleuterjuf die in het Hongaars schrijft en die met gevoel voor tragiek en poëzie de monoloog van een klein meisje presenteert: 'Over de dood wist ik wel iets: dat iemand leefde en leefde en daarna zijn ogen sloot, en ze nooit, maar dan ook nooit meer open kon doen, vanwege de dood.'


Bijna 10 euro voor een verhaal van 72 pagina's: uitgever Koen van Gulik van de Wereldbibliotheek wéét dat de lezer dan vindt dat hij niet genoeg waar voor zijn geld krijgt. Dezelfde mentaliteit die sommige besprekers ook parten speelt. Toen W.F. Hermans in 1980 twee novellen publiceerde (Filip's sonatine en Homme's hoest), werden ze door Jaap Goedegebuure in deze krant minachtend als 'zoethoudertjes' afgedaan. Toen ze elkaar bij een openbaar interview troffen, maakte Hermans in klare bewoordingen gehakt van de hooggeleerde kruidenier, die het gewicht van een verhaal bepaalde door het aantal woorden te wegen.


Het is dapper van de Wereldbibliotheek, om anno 2013 een novellenreeks te lanceren. De Bezige Bij is met Vleugels begonnen, een reeks digitale verhalen van jonge en gevestigde namen (Philip Roth, Maartje Wortel). In de Podium-reeks verscheen dit jaar het juichend ontvangen Tien december van George Saunders. Er worden geen tienduizenden exemplaren verkocht, de boekhandel zit er niet op te wachten, besturen van prijzen zien ze liever niet, maar ze zíjn er gelukkig nog.


Toen op 10 oktober bekend werd dat de Nobelprijs voor Literatuur naar Alice Munro ging, was de Canadese auteur zelf de eerste die de bekroning ook opvatte als een bekroning van het genre waar zij al tientallen jaren een meesteres in is: de novelle van een pagina of veertig. Zo'n aanmoediging kan het ondergeschoven kindje van het proza goed gebruiken. Tot vreugde van haar Nederlandse uitgever De Geus belandden Munro's bundels Lief leven en Te veel geluk zelfs in de wekelijkse boekentop-60 van de CPNB. Hoefde hij niets voor te doen, zei Eric Visser van De Geus in het vakblad Boekblad. Nu ja, dáár was hij wel achter gekomen: dat je op het omslag gewoon niet meer moet zeggen dat het om korte verhalen gaat. 'En dan verkoop je het boek wél goed.'


Al geeft dat weer te denken over de intelligentie van de lezer - alle methoden zijn geoorloofd, wanneer ze het genre levensvatbaar kunnen houden. Het verhaal is niet dood, de novelle is klaar voor een comeback. Nu alleen u nog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden