De term 'populisme' heeft zijn functie verloren

'De term 'populisme' is zo verwaterd, dat je elke politicus een populist kunt noemen.'

Als ik het goed begrijp heeft Wilders de verkiezingen niet gewonnen, maar eigenlijk ook weer wel. VVD en CDA zijn immers PVV-lights en daarmee hebben de PVV en zijn wat gematigder vleugels samen 72 zetels, bijna een Kamermeerderheid. Het populisme, las ik her en der, is woensdag geen halt toegeroepen, maar het heeft juist geglorieerd.

Dat Mark Rutte het in de campagne opeens had over 'slecht populisme' zaaide veel verwarring. De definities van wat populisme precies is, zijn divers, maar nu bleek er ook nog sprake van slecht populisme - en dus van goed populisme. Het wordt steeds ingewikkelder.

Zeker omdat Roemer een conservatieve linkse populist schijnt te zijn, Klaver in Afas Live ook best progressief populistisch stond te doen, Pechtold het populisme van Wilders bestrijdt met een liberale vorm van populisme, Krol een rollatorpopulist is, Denk populistisch de allochtone stem binnenhaalde en zelfs Van der Staaij wel erg populistisch tekeerging over moskeeën - fundamentalistisch christelijk populisme. Met Baudets onfrisse dandypopulisme er ook nog eens bij wordt het populisme zo een grote lappendeken van substromingen - eigenlijk zijn alleen Thieme van de PvdD en Segers van de CU vrij van populistische smetten - de situatie is kritiek.

Misschien moeten we vaststellen dat de term 'populisme' hiermee zijn functie heeft verloren. Hij is zo verwaterd, dat je elke politicus een populist kunt noemen, zeker in campagnetijd. Je zag het tijdens de Turkse veldslag: niemand waagde het om rationeel te reageren, er vormde zich een verenigd front met slechts één credo: nu niet verstandig gaan doen, populistisch ten strijde tegen de Turk, anders kost het je zomaar drie zetels.

Om er nog iets van te begrijpen, pakte ik David van Reybroucks Pleidooi voor populisme maar eens uit de kast. In diens ogen is populisme niet per se iets negatiefs: het is de roep van de burger om deel te mogen nemen aan de besluitvorming, meer inbreng te hebben dan eens in de vier jaar een stem. Een paar jaar later beschreef hij zijn rigoureuze oplossing in Tegen verkiezingen - overigens geen pleidooi voor referenda.

Duister populisme

Het negatieve oordeel over 'populisme' ontbreekt bij Van Reybrouck, maar hij maakt één uitzondering, voor wat hij het 'duistere populisme' noemt. Dat is het populisme dat groepen in de samenleving tegen elkaar opzet, zichzelf tot stem van 'het volk' benoemt en uit naam van dat volk met absurde oplossingen komt; het populisme dat de legitimiteit van de rechtsstaat ondergraaft, de parlementaire democratie verdacht maakt en de vrije media tot de vijand benoemt.

Het duistere populisme van Trump en Wilders.

Om Wilders te bestrijden gingen Rutte en Buma te gemakkelijk mee in diens discours. Maar ze noemden rechters geen D66-kliek, hadden het niet over het nepparlement en stonden journalisten gewoon te woord. Bij hen ontbrak Wilders' ziekelijke obsessie met de vermeende islamisering en ze deelden evenmin diens verering van extreem-rechtse leiders als Trump en Orbán.

Wie VVD en CDA als 'PVV-light' omschrijft, vindt Wilders kennelijk een wat uitgesprokener uitgave van Rutte. Dat is een vergissing die het debat vervuilt. Wilders is een rechtsextremist, dat zijn Rutte en Buma in de verste verte niet. Het duistere populisme scoorde woensdag 15 procent van de stemmen: veel, maar een stuk minder dan hier en daar wel werd gesuggereerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden