De teloorgang van Antwerpen

HISTORICI ZIJN aanzienlijk trager dan schrijvers. Verbazingwekkend is dat natuurlijk niet. Historici moeten precies zijn. Zij graven diep in archieven en oude boeken, op zoek naar de historische waarheid....

Tot die precieze historici behoort ongetwijfeld de Belg Guido Marnef. In zijn Antwerpen in de tijd van de Reformatie brengt hij nauwgezet het protestantisme, en vooral het calvinisme en het wederdoperdom, tussen 1550 en 1577 in de Scheldestad in kaart. Zijn boek roept herinneringen op aan een veel ouder boek over de Reformatie in Vlaanderen. In 1979 verscheen Het Geuzenboek van de begenadigde schrijver Louis Paul Boon. Hierin beschrijft Boon, in 1979 gestorven, op levendige wijze de Reformatie, de Spaanse inquisitie, het verzet van de edelen en de strijd van de Geuzen tegen Spanje voorzover zich die in Vlaanderen heeft afgespeeld.

De val van Antwerpen in augustus 1585 bezegelde voor eeuwen de scheiding tussen de Zuidelijke en de Noordelijke Nederlanden. De Zuidelijke Nederlanden bleven onder Spaanse overheersing. Het rijke Antwerpen raakte in verval. Boon eindigt zijn boek met de zin: 'En Vlaanderen was overwonnen en stierf, en alle Geuzen waren er uitgeroeid, amen en uit.'

Het boek van Guido Marnef gaat alleen over Antwerpen, dat in de zestiende eeuw zijn grote bloeiperiode beleefde. De stad aan de Schelde was in die tijd een belangrijke, internationale handelsstad met een snel groeiende bevolking en een dicht netwerk van buitenlandse contacten. Het open karakter van de stad, die gehecht was aan haar autonomie en privileges, de aanwezigheid van drukkerijen, de opkomst van gegoede middengroepen en eerste vormen van industrialisatie bevorden dat Antwerpen een centrum van het calvinisme werd.

Al vroeg in de zestiende eeuw werden hier geschriften van Luther gedrukt en gelezen. De grootste drukkerij bezat Christoffel Plantijn, die op een gegeven moment tachtig man in dienst had. Handel, ambachtelijke nijverheid en toenemend onderwijs schiepen een burgerij die openstond voor andere ideeën en religieuze vernieuwing.

Een van de kringen waar deze ideeën tot uitdrukking kwamen, waren de rederijkerskamers, waarvan Antwerpen er in die jaren drie had. Marnef vertelt hoe deze rederijkers in hun spelen aandacht gingen besteden aan religieuze kwesties en de Reformatie. Hij citeert een kroniekschrijver uit die tijd met de opmerking: 'En het had al het volk wel behaagd, maar de clerus was vol gramschap.'

De Reformatie stuitte ook op krachtig verzet: van de katholieke kerk en van de overheid in de persoon van Karel V en later, na 1555, van Filips II. Spanje en de kerk schiepen samen de beruchte inquisitie, die in Vlaanderen werd belichaamd door kardinaal Granvelle en deken Titelmans. En niet te vergeten de 'ijzeren hertog' Alva met zijn bloedige Raad van Beroerten, voor wie Antwerpen 'een Babylonië, een mierennest en een vergaarbekken van zeer talrijke sekten' was.

Daartussendoor bewoog zich Willem van Oranje, onze Vader des Vaderlands, maar in de ogen van veel Vlamingen in die tijd meer een Willem de Twijfelaar. Zo althans heeft Louis Paul Boon hem beschreven. Volgens Het Geuzenboek zou vooral in Antwerpen het gevoel hebben overheerst door Willem van Oranje in de steek te zijn gelaten.

De uitspraak van Alva over Antwerpen is een van de vele citaten in het boek van Marnef. Alle citaten geeft hij in de oorspronkelijke taal, de vertaling staat achter in het boek, dat een 'herwerkte versie' is van zijn proefschrift. Antwerpen in de tijd van de Reformatie is inderdaad voer voor wetenschappers, voor mensen die geïnteresseerd zijn in het detailwerk van de geschiedschrijving. Het knappe van het boek is dat Marnef als het ware een dikke laag stof heeft weggewist, waardoor lang vergeten namen, levenspatronen en gebeurtenissen weer zichtbaar worden. Door grondige studie van archiefmateriaal heeft hij het Ondergronds protestantisme in een handelsmetropool 1550-1577, zoals de ondertitel luidt, kunnen reconstrueren.

Marnef schetst een beeld van de economische en politieke machtsverhoudingen in Antwerpen, van het onderwijs en de cultuur in de stad. Maar bovenal wil hij toch laten zien wie die calvinisten en doopsgezinden waren. Hij heeft naar precieze antwoorden gezocht op vragen als: waar kwamen deze protestanten vandaan, welke beroepen oefenden ze uit, tot welke sociale laag behoorden ze, hoe vermogend waren ze? Hij schildert hun gedrag tijdens de periode van onderdrukking en hoe de aanhangers van het calvinisme veranderden tijdens het Wonderjaar 1566-1567, toen door toedoen van Willem van Oranje, ook wel Willem de Zwijger genoemd, voor korte tijd de repressie werd gestaakt.

In het Wonderjaar, dat volgde op de Beeldenstorm, heerste vrijheid van godsdienst in Antwerpen, met als gevolg dat nu ook rijke kooplieden en intellectuelen zich openlijk bekeerden tot het calvinisme. Marnef beschrijft die verschuiving uitvoerig; een verschuiving die binnen het protestantisme het wat bittere gevoel wekte 'dat in het begin voor het grootste deel arme lieden tot de kerk komen en de rijken meestal daarna, als alle zaken in goede staat en zekerheid zijn'.

Wat onderbelicht blijft, is de politieke strijd. In 1567 ontstond er een machtsstrijd in Antwerpen, die de intussen bewapende calvinisten verloren. De Spaanse troepen behaalden in Vlaanderen enkele overwinningen en de rijke calvinisten begonnen Antwerpen te ontvluchten. Op 11 april 1567 verliet Willem van Oranje de stad, 'samen met vele protestanten'. Maar wat er toen precies is gebeurd en vooral welke rol Willem van Oranje, markgraaf van Antwerpen, heeft gespeeld, laat Marnef in het midden. Ook de mededeling dat op 9 september 1567 'de graven van Egmont en Hoorn werden aangehouden', wordt niet toegelicht.

Marnef vertelt geen spannend, makkelijk leesbaar verhaal. De wetenschappelijk onderzoeker werkt in dit boek met tabellen en grafieken en zelfs plattegronden. Want de lezer krijgt niet alleen allerlei cijfers, bijvoorbeeld over de vervolging van calvinisten en doosgezinden, voorgeschoteld, maar hem wordt ook de plaats gewezen waar de gereformeerden in Antwerpen woonden. Het zijn interessante gegevens, maar als Marnef uiteindelijk ook nog ingaat op de vraag hoeveel boeken en schilderijen de protestanten bezaten, dan zal bij menig lezer het verzadigingspunt zijn bereikt.

Onbevredigend is dat het boek eindigt in 1577, want het verhaal is dan nog niet afgelopen. De calvinisten keerden korte tijd terug naar Antwerpen. In Vlaanderen ontstonden Calvinistische Republieken. Totdat in 1585 definitief het doek viel. Willem van Oranje, die in 1567 in ballingschap ging en koos voor het verzet tegen Spanje, had al enkele jaren eerder Antwerpen voorgoed verlaten. De Spaanse troepen veroverden de stad. Vlaanderen was verloren. Bijna de helft van de Antwerpse bevolking trok naar het noorden.

Louis Paul Boon op de laatste bladzijde van Het Geuzenboek: 'De Zeventien Provinciën waren gescheiden. In de verlaten, verwilderde en vernietigde streek verschenen wolven die in benden mens en dier aanvielen. Tenslotte werd een premie uitgeloofd aan iedereen die een volwassen wolf kon doden. De rechterpoot en het linkeroor moesten als bewijsstuk voorgelegd.'

En in Holland begon spoedig de Gouden Eeuw.

Jan Luijten

Guido Marnef: Antwerpen in de tijd van de Reformatie.

Meulenhoff/Kritak; ¿ 65,-.

ISBN 90 290 6009 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden