De taal is dood, de wetenschap leeft

‘Kleine letteren’-studies zitten in het verdomhoekje. Slechts een enkeling meldt zich voor Assyriologie of Sumerisch. ‘Als je zo’n studie opheft, gooi je zó veel kennis weg.’..

door Sara Berkeljon

In heel Nederland maar één nieuwe student Assyriologie – met spijt stelt docent Theo Krispijn het vast. ‘We hebben een imagoprobleem’, zegt hij. ‘Je bestudeert wel dode talen, maar het is absoluut geen dode wetenschap.’

Bij Assyriologie (officieel: Talen en Culturen van Anatolië en Mesopotamië) staat het bestuderen van duizenden jaar oude, in spijkerschrift beschreven kleitabletten centraal. Ook vorig jaar was er maar één nieuwe student.

Die student, Bernard Kemperman (20), koos voor de studie na het lezen van een folder van de Leidse faculteit Geesteswetenschappen. ‘In de vierde klas begon ik Latijn en Grieks leuk te vinden. En ik vind het leuk om in de hoofden van mensen van vroeger te kijken.’

Wat ook leuk is, zegt Kemperman: ‘Zelfs oud-Egyptisch wordt nog door kleine groepen gesproken, maar deze talen zijn écht dood. Het zijn de meest dode talen die je kunt studeren.’

Kemperman doet ‘alles een beetje anders dan andere mensen’, zegt hij. ‘Mijn professor zegt: je moet een beetje gek zijn om Assyriologie te studeren. Daar ben ik het wel mee eens. Zo heb ik bijvoorbeeld lang haar en luister ik naar langspeelplaten.’

De waarom-vraag is hij inmiddels een beetje zat. ‘Iedereen wil weten hoezo, en of er wel een toekomst voor me in zit. Ik vind het gewoon leuk om aan de hand van wat kleitabletjes een geschiedenis te reconstrueren. Of ik er later een baan mee kan krijgen, maakt me niks uit.’

Het gaat al jaren slecht met de ‘kleine letteren’. Omdat universiteiten gefinancierd worden op basis van het aantal studenten, kosten opleidingen met minder dan vijftien studenten veel meer dan ze opleveren.

Om de zoveel jaar verschijnt er een rapport waarin aan de bel wordt getrokken. Voor het laatst in 2002, toen de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) stelde dat de kleine letterenstudies zonder aparte financiering verloren zouden gaan. Sindsdien is er weinig verbeterd. Dit jaar werd bekend dat de Leidse faculteit Geesteswetenschappen miljoenen moet bezuinigen. De leerstoel Tibeto-Birmees werd onder protest opgeheven, andere opleidingen werden verbreed en functies werden versmald.

Ook bij Assyriologie hebben de bezuinigingen toegeslagen, constateert Krispijn. Hij doceert Sumerisch: een taal die tot 2000 voor Christus werd gesproken in het zuidelijke deel van Mesopotamië, het huidige Irak, en waarschijnlijk de eerste taal is waarvoor een schrift is ontwikkeld. In Nederland is hij de enige docent met een specialisatie in Sumerisch.

De aanstelling van Krispijn is dit jaar gehalveerd. En vanaf volgend jaar verdwijnt Assyriologie als zelfstandige bachelorstudie om samen met onder meer Egyptologie en Hebreeuws/Aramees deel uit te gaan maken van een nieuwe opleiding: Oude culturen van de Mediterrane wereld. Studenten hoeven daarbij pas na het eerste semester een studierichting, zoals Assyriologie, te kiezen.

‘Dat moet de aantrekkelijkheid vergroten’, zegt Krispijn. ‘De huidige generatie studenten heeft een andere instelling. Vroeger wisten ze: dít vind ik leuk. Nu komen er studenten met een vage belangstelling voor de oudheid. In de nieuwe opzet kunnen ze het eerste semester rondsnuffelen.’ Er zijn ook nadelen aan te brede opleidingen: ‘Het risico bestaat dat we aan de oppervlakte blijven hangen, dat er te weinig tijd is studenten écht de oude talen te leren.’

Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap is nog zo’n bachelorstudie die alleen in Leiden wordt aangeboden. ‘Ook wij gaan vanaf volgend jaar op in een bredere bacheloropleiding’, zegt docent Michiel de Vaan. ‘Taal & Communicatie. Dat klinkt hip. Maar studenten die iets als communicatiewetenschappen verwachten, rennen na twee maanden gillend weg.’

Volgens De Vaan is er de afgelopen tien jaar veel veranderd op de universiteiten. ‘Het is duidelijk dat we toegroeien naar een Amerikaans, kapitalistisch systeem, waarin het vooral gaat om studentenaantallen en geld. Bacheloropleidingen worden breder, want dat is voordelig voor studenten die niet kunnen kiezen. Universiteiten gaan met elkaar concurreren. Het is een pessimistisch beeld, maar voor de kleinste opleidingen moet je het ergste vrezen.’

Bij Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap houden studenten en onderzoekers zich bezig met de reconstructie van het Proto-Indo-Europees, de hypothetische voorouder van alle Indo-Europese talen. Deze ‘oertaal’ zou zesduizend jaar geleden zijn gesproken in wat nu Oekraïne is, alvorens uiteen te vallen in Europese, Iraanse en Zuid-Aziatische talen.

‘Natuurlijk kost dit soort opleidingen geld’, zegt De Vaan. ‘Maar je komt meer over de oertaal te weten, dus ook over geschiedenis en migratiestromen. Als je zo’n studie opheft, gooi je zó veel kennis weg. Je moet helemaal niet vragen hoeveel het oplevert.’

De uitval bij Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap is groot. Ongeveer de helft van de eerstejaars haakt af of kiest na de propedeuse voor een andere studie. ‘Cijfermatig ziet het er niet goed uit’, erkent De Vaan. Hij wijt het hoge aantal afvallers aan de moeilijkheidsgraad van de studie. ‘Je moet goed in taal zijn, maar het is ook erg algebraïsch. Je kunt er bij ons wat minder omheen kletsen dan in een scriptie over Jane Austen. Het faculteitsbestuur stuurt brieven dat de rendementen beter moeten. Maar het is heel moeilijk scholieren van tevoren duidelijk te maken wat deze studie precies inhoudt.’

Toch is dit jaar een goed jaar voor Indo-Europees, met negen nieuwe studenten. Na de introductiebijeenkomst is er een kleine borrel, georganiseerd door de studievereniging – met plastic bekertjes ijsthee en appelsap, in de kantine.

De nieuwe studenten zitten onwennig in een kringetje. Zo ook de Amerikaanse Caitlin Bayse (19), die speciaal voor Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap naar Nederland kwam. Onder de eerstejaars is zij het enige meisje. Dat is wel jammer, vindt ze, maar een andere studie doen was geen optie. ‘Er zijn maar een paar universiteiten ter wereld die deze bacheloropleiding aanbieden. Leiden leek mij de beste mogelijkheid. Ik ben erg blij dat ik deze studie kan doen.’

Vorig studiejaar leerde Bayse Nederlands, dit jaar kan ze dan eindelijk beginnen. ‘Ik heb Frans gehad op school. De gelijkenissen tussen Frans en Engels, dat vond ik zó interessant. Ik las thuis boeken over het Oudengels. Ik wist dat ik iets wilde met talen en geschiedenis. Ik verheug me erg op de colleges Gotisch, dat gaat heel interessant worden.’

Het liefst wil Bayse na haar studie promoveren. De concurrentie is groot, want dat willen de meeste van haar medestudenten ook. Docent De Vaan: ‘Deze opleiding leidt op tot wetenschappelijk onderzoeker. In die zin hebben wij niets aan dertig nieuwe studenten, want er zijn nooit meer dan twee promotieplaatsen per jaar.’

Volgens decaan Wim van den Doel van de Leidse faculteit Geesteswetenschappen is er maar één reden dat opleidingen als Assyriologie en Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap niet op dezelfde manier kunnen voortbestaan: geld. ‘Een opleiding met twee studenten is niet op de been te houden. Je moet steeds bijleggen. Je kunt geld weghalen bij de grote letterenstudies, zoals Geschiedenis, maar dat houdt een keer op. Het punt is: ook de grote opleidingen zitten tegenwoordig krap. Het budget per student daalt al jaren. Als we studies als Assyriologie en Indo-Europees niet opnemen in een brede opleiding, zijn ze niet te handhaven.’

Docent Krispijn meent dat de student ‘calculerender’ is geworden, en daarom minder snel geneigd tot een keuze voor de kleine letteren. ‘Dat is een resultaat van het studiehuis. Ze hebben op school geleerd hoe ze hun tijd zo efficiënt mogelijk kunnen besteden. Dat leidt tot gemakzucht. En voor een studie als Assyriologie moet je erg gemotiveerd zijn.’ Jammer, vindt de docent, want ‘als er geen nieuwe Assyriologen worden opgeleid, kan drieduizend jaar aan geschriften niet meer worden gelezen’.

Met de verbreding van opleidingen als Assyriologie en Indo-Europese Taalwetenschap zijn de problemen hooguit tijdelijk opgelost, zegt Van den Doel. ‘Ons budget blijft gelijk, maar er komen steeds meer studenten. Dus is op een gegeven moment ook met zo’n bredere opleiding de bodem weer bereikt. Het is eigenlijk heel treurig, want die vakken zijn belangrijk om de wereld te begrijpen.’

Docent Krispijn zegt dat een opleiding met maar een paar studenten eigenlijk alleen maar voordelen biedt. Zo hebben de studenten inspraak in het rooster en is de begeleiding intensiever. Krispijn geeft college op zijn werkkamertje in de bibliotheek. ‘Dat is verschrikkelijk leuk. Je neemt ze echt bij de hand, leidt ze in in een andere wereld. En als een student twee keer op college ontbreekt, vraag ik meteen wat er aan de hand is.’

Ook student Kemperman ziet veel voordelen in de kleinschaligheid van de opleiding. ‘Bij een grote studie maakt één iemand de samenvatting, de rest kopieert die en iedereen haalt een zes. Bij Assyriologie moet je hard werken. Het is niet alleen maar joepie, maar je hebt erg goed contact met de docenten.’ En de invloed die je als student op het rooster kunt uitoefenen, is ook niet vervelend, zeker als je ook wel eens wilt uitslapen. ‘Het is wel eens voorgekomen dat ik liever dinsdagmiddag college wilde terwijl ik ’s ochtends ook vrij was. De docent vond het nog goed ook.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden