De subtiele invloed van de OESO

De 'rotary der naties' viert zijn vijftigste verjaardag.

AMSTERDAM - 'Ik ben een vertegenwoordiger van een volledig onbekende organisatie met de naam OESO', introduceerde directeur juridische zaken Nicola Bonucci zichzelf onlangs in Washington. Prominente juristen bleken nooit gehoord te hebben van de anti-steekpenningenrichtlijn die door de OESO was opgesteld.


Vandaag viert de OESO het vijftigjarig bestaan. Het is een drie dagen durend, bescheiden feestje op het hoofdkantoor in Parijs. Hoewel alle wereldleiders in de buurt zijn voor een G8-top in het Franse Deauville, zal alleen een beperkt gezelschap vandaag acte de présence geven. Daartoe behoren naast gastheer president Sarkozy onder meer de Amerikaanse minister Hillary Clinton, premier Kan van Japan en EU-commissievoorzitter Barroso.


De OESO wordt gekscherend 'de rotary club van de naties' genoemd. Slechts 34 landen zijn lid. Daarvan behoren er 30 tot de zogenoemde hoge-inkomenslanden. Hoewel Chili en Israël vorig jaar lid mochten worden, zijn de opkomende economieën slecht vertegenwoordigd.


China, India, Brazilië en Rusland maken geen deel uit van de OESO. Aart-Jan de Geus, de huidige plaatsvervangend secretaris-generaal van de OESO, zegt dat die landen niet zijn geweigerd door de ballotagecommissie. 'Er zijn twee criteria om lid te kunnen worden. De landen moeten het zelf willen. En ze moeten het vertrouwen hebben van de huidige leden. Maar ze hebben op dit moment niet de ambitie om lid te worden.'


Er zijn zoveel andere instituten die de wereldgemeenschap beter representeren: bijvoorbeeld de VN en zijn vele nevenorganisaties zoals FAO en Unesco, het IMF, de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de NAVO, de EU, de G20 en de G8.


De Geus - minister van Sociale Zaken in drie kabinetten-Balkenende voordat hij in 2007 naar Parijs ging - zegt dat er 'echter nog nooit een land overwogen heeft zijn lidmaatschap op te zeggen'. 'Dat bewijst dat de OESO nog steeds zijn nut heeft.'


Hij denkt dat het belang van de OESO de komende vijftig jaar weer zal toenemen. 'De 20ste eeuw was de eeuw van de instituten, de 21ste eeuw wordt de eeuw van het netwerken.' Landen in de wereld willen zich steeds minder vastleggen in afspraken en verdragen, zegt De Geus. 'De OESO stelt bepaalde standaarden waar iedereen zich aan zou moeten houden. Je kunt het soft law noemen. Of richtlijnen.'


De invloed van de OESO wordt subtiel genoemd, maar wel belangrijk. De OESO is een onmisbare bron van informatie geworden voor de aangesloten landen. Ze heeft niet daadwerkelijk macht, maar wel de 'slimme macht' of 'zachte macht' om ontwikkelingen naar haar hand te zetten. Het grote voordeel is dat de OESO nooit verscheurd wordt door verdeeldheid zoals de G20 of het IMF.


De OESO omschrijft zich in de eigen brochures als een denktank, een onderzoeksbureau en een niet-academische universiteit. De Geus noemt het een Centraal Planbureau van de wereld. 'Ooit is dat ook een instelling geweest die zich alleen bezighield met staathuishoudkunde en planning. Nu worden door het CPB strategische visies voor de lange en korte termijn opgesteld.'


De OESO is in 1961 opgericht in Parijs. Het was eigenlijk een voortzetting van de in 1948 opgerichte Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES) die onder leiding van de Fransman Robert Marjolin de Amerikaanse Marshallhulp coördineerde.


Nadat deze hulp werd beëindigd, stelde de OEES zich ten doel de vrije handel binnen Europa te bevorderen. Het resultaat was de oprichting van de EEG in 1957. Maar de organisatie vond dat geen geschikt moment om zichzelf op te heffen. Integendeel, het idee was om de Europese samenwerking ook naar andere continenten te exporteren in een organisatie waarvan ook de VS en Canada lid waren.


De Amerikaanse president Eisenhower, de Duitse kanselier Adenauer, de Franse president De Gaulle en de Britse premier McMillan kwamen met een plan voor een organisatie die wereldwijd economische samenwerking propageerde. In 1961 werd de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) opgericht. Japan zou als eerste Aziatische land drie jaar later lid worden.


Het uitgangspunt van de organisatie was het bevorderen van de vrije handel tussen democratisch geregeerde landen met als doel een verbetering van de levensomstandigheden van alle burgers. Meteen werd afgesproken dat binnen de OESO alle beslissingen met unanimiteit van stemmen worden genomen. 'De OESO kan dat doen omdat het geen uitvoerende instantie is, zoals het IMF', zegt De Geus.


De Deen Thorkil Kristensen was de eerste secretaris-generaal van de OESO. Hij werd in 1969 opgevolgd door de Nederlander Emile van Lennep, die de functie liefst 15 jaar zou vervullen en daarmee de veruit langstzittende secretaris-generaal werd. Sinds 2006 is de Mexicaan José Angel Gurria de secretaris-generaal met De Geus als zijn plaatsvervanger.


Het budget bedraagt jaarlijks 350 miljoen euro. Nederland draagt daaraan zo'n 10 miljoen euro bij. Naast een vaste contributie van 5 miljoen euro, betaalt Nederland 2 miljoen aan dochterorganisaties van de OESO, zoals het Internationaal Energie Agentschap, het Nucleaire Agentschap, het International Transportfund en het Global Forum for Tax Reform. Daarnaast werd in 2010 nog een vrijwillige bijdrage van 3 miljoen euro gegeven.


Op het hoofdkantoor in Parijs werken 2.500 mensen. Maar jaarlijks vergaderen zo'n 40 duizend experts uit alle werelddelen op het hoofdkantoor in Parijs.


De OESO geeft tegenwoordig over allerlei zaken haar mening: over het onderwijs, over de jaarrekeningen van bedrijven, over belastingontduiking en over woningfinanciering. 'We kijken in welke landen bepaalde zaken het best werken. En dat voorbeeld leggen we aan de andere lidstaten voor', zegt De Geus. Naast economische voorspoed telt ook het welzijn voor de OESO. Zaken als gezondheidszorg, milieu en vrouwenrechten staan hoog op de agenda.


Niettemin staan ontwikkelingslanden traditioneel argwanend tegenover de OESO. In 1998 werd er forse kritiek geleverd op een zogenoemde investeringsrichtlijn, waardoor ontwikkelingslanden zich gedwongen voelden de loonkosten terug te brengen en de milieu-eisen te verlagen om bedrijven aan te trekken.


Het aandeel van de OESO-landen in de wereldeconomie is sinds 1975 gedaald van 65 tot 50 procent. Maar dat heeft de OESO niet overbodig gemaakt. Rusland heeft zelfs te kennen gegeven lid te willen worden van de 'westerse rotary'. Alleen kan dat niet zonder dat het land eerst lid wordt van de Wereldhandelsorganisatie.


Pisa-onderzoek

De OESO houdt sinds 2001 een jaarlijks vergelijkend onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs in de aangesloten landen. Hiervoor worden sinds 2001 jaarlijks 250 duizend leerlingen van 15 jaar getest.


NEA

De Nucleair Energy Agency (NEA) is het oudste initiatief van de OESO. Ze bevordert het veilig en vreedzaam gebruik van kernenergie in de aangesloten landen. Op dit moment heeft NEA het moeilijk.


IEA

Tijdens de oliecrisis van 1973 werd door de OESO het Internationaal Energie Agentschap opgericht. Elk land moet in tijden van tekorten een voorraad aardolieproducten aanhouden, genoeg voor 90 dagen.


Tax Reform

De OESO strijdt de laatste tien jaar actief tegen internationale belastingontduiking en andere vormen van corruptie. Hiermee richt de organisatie zich vooral op belastingparadijzen, die wereldwijd tot de orde worden geroepen.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.