Analyse

De studiebeurs komt na de verkiezingen terug, zo veel is zeker – maar voor wie?

Nieuwe ronde, nieuwe kansen: verkiezingen bieden uitzicht op nieuw beleid voor slepende kwesties. Welke problemen mogen straks niet ontbreken in het regeerakkoord? En waar liggen de grote politieke verschillen? Vandaag: het studieleenstelsel.

null Beeld Matteo Bal
Beeld Matteo Bal

Wat is het probleem?

Studeren kost geld. Voor welgestelden geen onneembare hindernis, maar hoe bewerkstelligt de overheid dat ook kinderen zonder rijke ouders een studie kunnen volgen? Daar zijn door de jaren heen allerlei regelingen voor bedacht. Tot 1986 konden studenten van ouders met een laag inkomen een studiebeurs krijgen die ze niet hoefden terug te betalen. Aanvullend was een renteloze lening mogelijk.

In 1986 werd de basisbeurs ingevoerd voor alle studenten. Wie daar niet genoeg aan had, kon bijlenen. Vijf jaar later ging die beurs wat omlaag, maar kreeg iedereen er een ov-kaart bij. Weer twee jaar later werd de beurs gekoppeld aan een minimaal aantal te behalen studiepunten (tempobeurs). In de jaren negentig volgden verdere aanscherpingen: de ov-kaart was voor óf het weekend, óf door de week. De basisbeurs werd een lening voor wie geen diploma haalde (prestatiebeurs) en er kwam nog een ‘langstudeerboete’ (hoger collegegeld) voor wie meer tijd nodig had.

In 2015 kwam het huidige ‘sociale leenstelsel’ tot stand, ook wel ‘studievoorschot’ genoemd. De basisbeurs verdween, iedereen kan (nagenoeg) renteloos lenen. Wel is er voor lagere inkomens een aanvullende beurs. Daarmee ging een lang gekoesterde wens van de PvdA in vervulling. De theorie leek sluitend: het is niet logisch dat het zoontje van de geslaagde advocaat dezelfde gratis basisbeurs krijgt als het zoontje van de ploeterende bakker – de vergelijking is van voormalig PvdA-leider Wouter Bos uit 2006.

De praktijk heeft zich in vijf jaar tijd weerbarstig getoond. Schulden werken belemmerend bij starters op de toch al stagnerende woningmarkt, de entree op de arbeidsmarkt gaat vaak via onzekere contracten waarbij schuld een extra stressfactor is, leenangst kan leiden tot het afzien van een vervolgopleiding (hoewel cijfers dat alleen staven voor de overgang van mbo naar hbo) en het streven naar een lage schuld kan leiden tot onprettige prestatiedruk.

Hoe is het probleem ontstaan?

Bij de invoering waren ook jongerenorganisaties van de vakbonden CNV en FNV, scholierencollectief LAKS, studentenvakbond LSVb en politieke partijen als CDA, SP, PVV en CU al tegen. Maar voor de PvdA was het nieuwe stelsel een concreet voorbeeld van het feestje dat ‘nivelleren’ heet. Juist met de VVD kon het gerealiseerd worden, omdat die partij lenen als ‘eigen verantwoordelijkheid’ zag. Zo vonden twee ideologieën elkaar.

PvdA en VVD kregen D66 en GroenLinks mee, waardoor ook steun in de Eerste Kamer was verzekerd. Aanlokkelijk voor die partijen was dat het plan in tijden van bezuinigingen 1 miljard euro opleverde, die volgens afspraak in het hoger onderwijs werden geïnvesteerd.

Niettemin was het stelsel vanaf het begin omstreden. ‘Het lukte onvoldoende het sociale karakter van de wet over het voetlicht te brengen’, schrijft toenmalig minister Jet Bussemaker in haar onlangs verschenen politieke memoires.

In de kabinetsformatie van 2017 lieten VVD, CDA, D66 en CU het onderwerp rusten. De laatste jaren, en versterkt nu door corona, is het leenstelsel niet langer louter een zaak van hoe het onderwijs te organiseren, maar is het een generatiekwestie geworden. Bewegingen als Coalitie-Y en het SER-jongerenplatform hebben dat versterkt.

Wat is nu de politieke keuze?

De vraag die voorligt is niet zozeer of de studiebeurs moet terugkeren; daarover lijken de meeste partijen het wel eens. Het gaat vooral om de vorm waarin dat gebeurt, en of een terugkeer betekent dat iedereen die vanaf de zomer van 2015 heeft geleend ook moet worden gecompenseerd.

De grootste hobbel ligt bij de VVD. Die partij blijft trouw aan het leenstelsel, met als uitgangspunt dat ‘als een opleiding tot een hoger inkomen leidt, je een eerlijk aandeel van de kosten terugbetaalt’. De PvdA, coalitiepartner ten tijde van de totstandkoming, is rigoureus van opvatting gewijzigd. De basisbeurs wordt heringevoerd. Een bedrag noemt de PvdA niet. Het zoontje van de advocaat gaat later alsnog bloeden, doordat hij – inmiddels zelf ook advocaat – in een belastingtarief van 60 procent komt.

‘Nog steeds solidair’, zegt de voorzitter van de PvdA-programmacommissie, Esther-Mirjam Sent. Daar bovenop wil de PvdA de extra onderwijsinvestering die dankzij het leenstelsel mogelijk was behouden, een uitgebreide aanvullende beurs én wil de partij de lichtingen compenseren die moesten lenen. Alles bij elkaar vergt dat dus een grote zak geld voor het onderwijs.

null Beeld

CDA en CU willen een nieuwe basisbeurs, met onderscheid naar inkomen en tussen uit- of thuiswonend, en compensatie voor het leenstelsel. Ook de PVV wil af van het schuldensysteem. GroenLinks wil een basisbeurs van 400 euro voor iedereen die uit een gezin komt waarin niet meer dan 100 duizend euro wordt verdiend. Iedere 18-jarige krijgt bovendien 10 duizend euro en de leengeneratie krijgt dit bedrag als compensatie. D66 pleit ook voor 400 euro basisbeurs, maar legt de inkomensgrens bij 70 duizend euro. Dan krijgen zes op de tien studenten weer een studiebeurs.

Het is in feite een aanpassing van de grens voor een aanvullende beurs, die zoals gezegd altijd is blijven bestaan. De SGP, net als de andere christelijke partijen steeds tegenstander van het leenstelsel geweest, pleitte er al eerder voor op deze manier een oplossing te zoeken.

De kiezer heeft globaal drie keuzes: blijft het leenstelsel bestaan, keert de basisbeurs volledig terug of komt er een inkomensgrens? Compensatie voor de achterliggende jaren wordt een apart punt van onderhandeling in de kabinetsformatie. Net als andere maatregelen voor jong volwassenen. Bussemaker waarschuwt dat het ‘een illusie’ is te denken dat de druk op jongeren louter wordt opgelost met de herinvoering van de basisbeurs. Dat vergt ‘een omvangrijkere analyse en strategie’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden