De strip is kunst

Een strip? Dat is poppetje, plaatje, grapje en klaar. Niet voor de nieuwe generatie striptekenaars. Wie zijn ze en wat drijft HEN?...

De strip zit in het slop, concludeerde Jean-Marc van Tol, een van de makers van de cartoon Fokke & Sukke, uit gesprekken met uitgevers en distributeurs. 'Het gaat slecht met de verkoop. De strip is niet meer het massacommunicatiemiddel van twintig, dertig jaar geleden. Het ligt aan de concurrentie van videogames, tv en internet zeggen sommigen in het vak, maar ik geloof dat niet.

'Ik denk dat de jongerencultuur dertig jaar geleden homogener was. De jongeren waren nog niet zo verdeeld in sub-subcultuurtjes zoals nu. Alle jongens van een jaar of veertien vonden strips gewoon leuk. En als je dat niet vond, hoorde je er niet bij.'

Van Tol is een van de initiatiefnemers van de vorig jaar opgerichte stichting NuKomix, een belangenorganisatie voor een generatie striptekenaars die een nieuwe weg is ingeslagen. In hun werk geen gekke poppetjes en poep- en piesgrappen of spannende avonturen met flink gespierde helden. Deze generatie heeft, aldus de oprichtingsverklaring, van de strip een 'serieuze kunstvorm' gemaakt.

'Ons werk is persoonlijker dan dat van onze voorgangers', zegt Guido van Driel, NuKomixlid en maker van onder meer De fijnproever, een 'stripdocumentaire' over een bordeelbezoeker. 'Er is meer introspectie. Dat sluit aan bij de thematiek die ook in de literatuur speelt: jeugd, opvoeding, innerlijke twijfels, menselijk falen...'

Van Tol: 'Seks.'

Maaike Hartjes, die de autobiografische strip Maaikes Dagboekje in de Viva tekent, vult aan: 'Doordat er steeds meer striptekenaars uit andere disciplines komen, zoals de beeldende kunst, zie je heel nieuwe manieren van tekenen en vertellen ontstaan'.

Wie zijn de nieuwe striptekenaars, wat maken ze en vooral: wat drijft hen in hun werk? Het Volkskrant Magazine nodigde zes NuKomix leden uit voor een gesprek in het Amsterdamse restaurant Inez ipsc. Aan tafel zitten vier mannen en twee vrouwen: Jean-Marc van Tol, Guido van Driel, Tobias Schalken, Stefan van Dinther, Maaike Hartjes en Gerrie Hondius.

Het is een zonnige middag en op het Muntplein, waaraan het restaurant is gelegen, krioelt het van de winkelende mensen. Vanaf onze plek hoog boven de straat kunnen de striptekenaars deze mierenhoop aanschouwen; een inspirerende plek om te praten over het onderwerp van gesprek: hun blik op de wereld zoals die blijkt uit hun strips. De wereld van humor en amusement, taboes en engagement.

Waarin onderscheiden jullie je van vorige generaties striptekenaars?

Tobias Schalken, die samen met Stefan van Dinther het tweemanschap Eiland vormt, is het niet eens met het woord generatie: 'Wij zitten hier nu wel aan tafel, maar we hebben nauwelijks enige verbondenheid.'

Hartjes: 'Er zijn wel een paar algemene kenmerken. We zijn allemaal rond de dertig en maken niet-commerciële strips. Ik vind dat een groot verschil met toen ik tien jaar geleden begon met striptekenen. Toen maakte je een strippoppetje, je verzon een paar grapjes en probeerde dat in een blad te krijgen. We leven in een individualistische maatschappij en dat levert meer persoonlijke strips op.'

De strip is kunst geworden?

Van Tol: 'In de strip van nu wordt gebruikgemaakt van teksten waarmee je ook literatuur kan maken, en van visuele aspecten die ook in de kunst gelden.

'Die combinatie maakt het heel ongrijpbaar. In Frankrijk wordt de strip ook wel de negende kunst genoemd. Maar hier in Nederland denkt men nog altijd dat kunst alleen bestaat uit opera's en beeldhouwwerken en weet ik wat voor gefuck allemaal. Sla de Agenda van de Volkskrant er maar op na.'

Is de strip niet bij uitstek een medium voor de kwajongen?

Van Driel: 'Dat vind ik een heel achterhaald idee. Ik heb altijd het gevoel dat ik dat beeld moet ontkrachten. Onderbroekenlol vind ik prima, maar ik ben er niet zo goed in als anderen. Ik ben weer goed in andere dingen.'

Van Tol: 'Ik voel er juist wel wat voor: de strip als medium voor de kwajongen. Wij zijn eigenlijk de kwajongens van nrc Handelsblad.'

Hartjes: 'Maar dat is ook de functie van Fokke & Sukke: om de lezer te laten lachen en ook nog even tussen neus en lippen door kritische commentaren te laten lezen.'

Het gesprek komt op een van de traditionele pijlers van het stripverhaal: de humor. Met poep- en plasgrappen en gooi- en smijtwerk de lezer aan het lachen brengen, is passé. En was humor in de strips als Joop Klepzeiker en de familie Doorzon nog een middel om tegen heilige huisjes aan te trappen, in het huidige werk is daar weinig van terug te vinden.

Welke rol speelt humor nog wel?

Van Driel: 'Ik gebruik humor in beperkte mate. Maar het is wel noodzakelijk. Het geeft de verhalen een zekere mate van verlichting.'

Hartjes: 'Hoe commerciëler je werk wordt, hoe belangrijker het is dat je de lezer aan het lachen maakt. Dat gaat soms ten koste van andere zaken die je er nog in had willen stoppen.'

Van Tol: 'Bij Fokke & Sukke is humor het belangrijkste. Toch vind ik het ook prettig om te merken dat er mensen zijn die onze grappen niet begrijpen. Als je humor gaat maken met als doel dat ook 7-jarige randdebielen erom moeten lachen, moet de grap helemaal worden uitgelegd. Daar is niets aan. Daarom vind ik het wel fijn om boze brieven te krijgen.'

Met klootjesvolk willen jullie niets te maken hebben?

Van Tol: 'We zijn zelf klootjesvolk.'

Hondius: 'Je wilt wel je eigen publiek creëren, lezers die jouw gevoel voor humor delen. De mensen die die humor missen zijn dom.'

Hartjes: 'We willen toch niet alleen maar de intelligente lezer bereiken?'

Hondius: 'Ik wel.'

Zijn er nog heilige huisjes?

Van Tol: 'Een taboe was altijd: je mag het niet over neuken hebben. Daar zijn we klaar mee.'

Hondius: 'Het is moeilijk om nog te provoceren. Robbie Muntz was bij de vpro enorm aan het schoppen, maar het was niet leuk. Ik vind het schandalig als je wilt provoceren om het provoceren alleen.'

Schalken: 'Provoceren is passé.'

Van Tol: 'We hebben weleens hele goeie grappen gemaakt over onderwerpen waarvan we dachten: wie doen we daar een plezier mee? Wat voor zin heeft het om op 4 mei een grap te maken over Anne Frank?'

Hartjes: 'Het is niet meer nodig om te provoceren. Vroeger hielp het blijkbaar. Maar wat schiet je er tegenwoordig mee op behalve dat je mensen kwetst?'

Een taboe doorbreken?

Hartjes: 'Er zijn geen taboes meer.'

Van Driel: 'Dat is niet waar. Er zit een taboe op het niet-winstdenken. Een bedrijf moet altijd winst maken. De grote bedrijven gaan allemaal naar de beurs. En de gewone Nederlander gaat in opties. Iedereen draait fanatiek mee in de molen en men is bang voor elke rimpeling in de vijver. Zelfs op hoog politiek niveau mag dat doorgedraaide kapitalisme niet ter discussie worden gesteld.'

Van Tol: 'Weet je wat ik belachelijk vind? Dat je op het nieuws hoort wat de beurskoersen zijn.'

Van Driel: 'Dat er bij de aanhouding van Arveladze van Ajax meteen wordt bijverteld dat het aandeel Ajax 5 procent is gedaald.'

Van Tol: 'Nee, het handelen in de aandelen Ajax werd stopgezet.'

Hondius: 'Wat ook zo raar was: dat de beurs op Hemelvaartsdag en Koninginnedag open was.'

Van Tol (somber): 'Taboedoorbrekend.'

Is het voor jullie dan niet belangrijk zoveel mogelijk boeken te verkopen?

Van Driel: 'Wij zijn niet gericht op het geld en daarmee maak je een soort tegenbeweging.'

Hartjes: 'Je gaat niet de straat op om tegen het kapitalisme te protesteren, maar je maakt een persoonlijke keuze in je werk: je maakt wat je wilt maken en de vraag of je daarmee geld verdient is van ondergeschikt belang.'

Van Tol: 'Ik vind dat als je je vak serieus neemt, als stripmaker, beeldend kunstenaar of wat dan ook, je moet meedoen aan het circus eromheen. Je moet goed weten hoe de markt werkt: hoe de distributie in elkaar zit, hoe je je product kan promoten en wat de prijzen zijn. Je kunt je er helemaal aan onttrekken, maar dat betekent dat je niet gelezen wordt en je er dus niet van kunt leven met als gevolg dat je andere dingen moet doen om in je levensonderhoud te voorzien.'

Hartjes: 'Er gaan verhalen over jou dat je veel meer aan het regelen bent dan dat je daadwerkelijk tekent.'

Van Tol: 'Dat klopt, ik besteed maar 20 procent aan het tekenen zelf.'

Hartjes: 'Jij vindt dat regelen leuk, maar de meeste tekenaars hebben een pesthekel aan het gedoe eromheen.'

Van Driel: 'We zijn een stelletjes mollen bij elkaar.'

Schalken: 'Ik zou ook wel willen dat Eiland bij de Albert Heijn verkrijgbaar was, maar ik heb geen zin om het grootste deel van mijn tijd kwijt te zijn aan de verkoop van onze boeken.'

Van Tol: 'Het is ook moeilijk. Je moet als striptekenaar veel vaardigheden combineren: niet alleen moet je een visueel en een tekstueel talent hebben, je moet ook nog zakenmannetje spelen.'

Schalken: 'Bij de aftiteling van films zie je hoeveel mensen aan zo'n project meewerken. Zelfs voor het koffie halen is er wel iemand. Als je achterin ons stripboek kijkt, tsja, daar staan alleen onze namen.' (gelach).

Iedereen is het erover eens: met striptekenen is geen droog brood te verdienen. Je moet er hard voor knokken om je verhalen te verkopen. Van Tol is de enige die van strips alleen leeft. De anderen werken ook als illustrator. Maar hun hart ligt bij het striptekenen, zeggen ze. Vanwaar die passie? Heeft de bevlogenheid vooral artistieke gronden of willen ze ook een mening uitdragen met hun strips? Maatschappij-kritiek speelde vaak een belangrijke rol in het beeldverhaal, getuige het werk van Jaap Vegter in Vrij Nederland en van Opland in de Volkskrant.

De genodigden reageren sceptisch: wie zit vandaag de dag nog te wachten op een boodschap in een strip?

Schalken: 'Ik geloof niet in een eenduidige les in wat voor werk dan ook. De mensen die de boodschap oppikken, leven toch al volgens die mores en aan de rest zal het voorbijgaan. Je kunt alleen maar een bepaalde context scheppen waarin je gedachten kan opwekken. Ik houd absoluut niet van het opgeheven vingertje.'

Van Driel: 'Als je een boodschap hebt, moet je hem verstoppen. Als die zichtbaar wordt, ontneem je de ander de kans hem zelf te ontdekken.'

Hondius: 'Het is tegenwoordig bijna verboden om moraal in je werk te stoppen. Maar het komt weer terug, geloof ik. Ik ben daar ook wel een voorstander van. Mijn belangrijkste stripfiguurtje is een wereldverbeteraar.'

Maar elke keer als Ansje Tweedehansje de vrede gaat verkondigen in het buurthuis wordt ze weggehoond.

Hondius: 'Zij zegt: laten we nu allemaal maar lief zijn voor elkaar en dan is er vrede op aarde. En eigenlijk ben ik daar diep in mijn hart van overtuigd. Maar tegelijkertijd ben ik realist genoeg om te weten dat die boodschap niet serieus genomen zal worden. Iedereen zou me uitlachen. Daar heb ik nu gelukkig Ansje voor.'

Van Driel: 'We geloven niet meer in boodschappen en ideologieën die vanuit een bepaald standpunt worden doorgegeven en dan hun weg naar beneden vinden. Dat zorgde voor een hoop fiasco's in de vorige eeuw. Er bestaan wel zaken als waarden en normen, maar er is steeds meer een notie dat die van binnenuit moeten komen. Maar daardoor komen een hoop mensen in de problemen.'

Van Tol: 'Mensen moeten zelf gaan nadenken.'

Van Driel: 'Een aantal waarden gaat verloren. Zoals geduld hebben. Ver langens worden snel ingelost. Het consumentisme viert hoogtij. Een hele goeie vriend van mij, hij is saxofoonreparateur, is een voorbeeld van hoe het ook anders kan. Hij gooit niet zomaar iets weg, maar probeert het eerst te repareren. Over hem heb ik het boek De fijn proever geschreven. Maar het is een uitstervend soort. Tegen woordig zegt de winkelier als je geluidsapparatuur kapot is: ik kan hem terugsturen, maar dat kost u een hoop geld. U kunt beter een nieuwe kopen.'

Van Tol: 'Het gaat helemaal niet goed in de wereld.'

Wat vind je niet goed gaan?

Van Tol: 'Dat rapport-Donner over de wao bijvoorbeeld. Ze zeggen: we hebben een oplossing waarmee we 4 tot 6 miljard kunnen besparen. Weet je wat we doen? We knallen die gedeeltelijk arbeidsongeschikten er gewoon uit.

'Daarover maak ik me boos, maar ik ben ook niet in staat om een oplossing voor die mensen te bedenken. En mijn kwaadheid reikt ook niet verder dan Fokke & Sukke. Dat is mijn manier om de kwaadheid te kanaliseren.'

Schalken: 'Op wie kun je nog kwaad worden? Vroeger had je duidelijke politieke en religieuze stromingen. Ik denk dat deze generatie worstelt met een leegheid. Je wordt geconfronteerd met het feit dat je niet precies weet waar het in het grotere verband om te doen is. Dat geeft een zwart gat.'

Hondius: 'Dat gevoel heb ik helemaal niet. De politiek is ver weg en niet meer interessant. Maar daartegenover staat mijn eigen individualistische politiek: dat je je eigen verantwoordelijkheid neemt en probeert om een goed mens te zijn.'

Steeds meer striptekenaars maken autobiografische strips, zoals Maaike Hartjes en Gerrie Hondius. Maar ook de andere tekenaars halen hun inspiratie vooral uit het dagelijks leven.

Van Driel: 'Ik snuffel heel graag in fotoalbums. Laatst heb ik op de Waterloopleinmarkt in Amsterdam nog een diaslee gekocht met kiekjes die een ouder echtpaar in de jaren zestig en zeventig van elkaar hebben gemaakt. Het is heel gek om die dia's als buitenstaander te bekijken, het geeft een vreemd gevoel van intimiteit. Achter elke woondeur ligt een hele wereld, maar die krijg je nooit te zien. Die kleine wereld wil ik beschrijven.'

Van Tol: 'Wij halen inspiratie uit alles. Ik sta in de rij bij de supermarkt en denk: die bejaarden moeten een keer opschieten, ik luister de radio en hoor een interessant nieuwsbericht.

'Wij hebben niet bepaalde stokpaardjes die wij telkens berijden, hoewel men denkt dat we het alleen over seks hebben. Eigenlijk gaat het vaak over de belachelijkheid van mensen: de verspilling, vervuiling en verloedering.'

Hartjes: 'Ik haal mijn inspiratie uit mijn dagelijks leven. Daarbij gaat het niet zozeer om de dingen die ik meemaak, maar om wat ik daarover denk. Thema's waar ik dan vaak op terugkom zijn: mijn relatie, onzekerheid, vriendschap, verlegenheid. Viva-onderwerpen kortom.

Hondius:' Ik pak wat dichtbij is, mijn eigen leven dus. Ik beschrijf de worstelingen in het leven, gedachtenspinsels. Het kan over levensvragen gaan, maar ook over klein leed. Dat iemand voordringt bij de bakker bijvoorbeeld. Dan vraag ik me af of ik assertief moet zijn of het gewoon moet laten schieten. En als ik het laat schieten, ben ik dan boos op mezelf als ik thuiskom of juist trots?'

Hartjes: 'Vroeger zou men misschien eerder persoonlijke zaken in een fictief verhaal stoppen. Maar ik wil mijn gedachten met anderen delen. Dan denk ik: jullie kunnen wat van mij leren. Al is het alleen maar van mijn stommiteiten.'

Hondius: 'Hoe persoonlijker het verhaal wordt hoe herkenbaarder het is voor anderen. Maar het is moeilijk te bepalen waar de grens precies ligt want het kan ook gênant worden.

Hartjes:' Dat had ik weleens bij jou. Bij die verkrachtingsscène bijvoorbeeld. Toen dacht ik: dat wil ik eigenlijk niet weten.'

Hondius: 'Steeds meer mensen laten zich in hun kastje kijken, laten zichzelf zien voor het oog van de natie. Dezelfde trend zie je op televisie met Big Brother, Starmaker en Ik wil op tv.'

Van Driel: 'Ik denk dat het te maken heeft met de overwinning van de schaamte. Dat speelt al sinds de jaren zeventig. De gedachte erachter is dat de schaamte ons wordt aangepraat door ouders en leraren. Pas voorbij de schaamte vinden we onze individuele vrijheid. Bij het overwinnen van de schaamte zijn getuigen onontbeerlijk.

'Maar ik ben juist wel voor een beetje schroom, dat zorgt ervoor dat je niet al te snel bent met het naderen, het inlossen, het trekken van conclusies. Schroom vertraagt. En dat is gezond in een tijd dat alles op versnelling lijkt te zijn gericht.'

Jij zou geen strip maken over jouw eigen leven?

Van Driel: 'Nee. Ik houd een strikte scheiding aan tussen werk en privéleven.'

Van Tol: 'Maar je hebt wel een strip gemaakt over het leven van een ander.'

Van Driel: 'Ja, dat is een stripdocumentaire over een hoerenloper. Maar ik vind dat ik hem met veel terughoudendheid heb geschetst.'

Schalken: 'Ik zou mijn leven niet willen verstrippen. De persoon achter de strip komt dan op de voorgrond te staan. Ik vind dat dat zeer afleidend kan werken. De lezer gaat niet meer in het verhaal op.'

De opkomst van de autobiografische strip in de laatste jaren valt samen met de opkomst van vrouwelijke striptekenaars. Is dat toeval? Wat voegen vrouwelijke tekenaars toe aan de stripwereld?

Van Tol: 'Heel weinig.'

Hartjes: 'Wat is dat nu weer voor een belachelijke uitspraak?'

Van Tol: 'Oké, oké, vrouwen voegen wel wat toe. Als je zit te signeren is het altijd gemakkelijk om koffie te krijgen. Geintje, ik zie gewoon geen verschil tussen mannelijke en vrouwelijke striptekenaars.'

Hartjes: 'Ik wel. Voorheen werden strips gemaakt voor mannen door mannen. Wij bereiken voor het eerst een vrouwelijk publiek: Barbara Stok staat in de One, Gerrie in Opzij en ik in de Viva.'

Hondius: 'En wij tekenen alledrie autobiografische strips. Blijkbaar vinden vrouwen hun leven inspirerend genoeg om over te tekenen.'

Hartjes: 'Volgens mij willen mannen wegdromen met een strip terwijl vrouwen herkenbaarheid zoeken. Niet voor niets geven onze verhalen een veel realistischer beeld van vrouwen dan de traditionele strips. Daarin zijn vrouwen niet meer dan een mooie decoratie. Ze zien er sexy uit en vechten als mannen. Dat zijn dus geen echte vrouwen. Als je het over echte vrouwen wilt hebben vertel je een heel ander verhaal.'

Van Driel: 'Het is eigenlijk vreselijk triest dat mannen kennelijk niet in staat zijn een geloofwaardig vrouwelijk personage neer te zetten.'

Schalken: 'Maar ook niet in staat om een geloofwaardig mannelijk personage neer te zetten. Maaike heeft het over die omslagen met een rondborstige, schaars geklede dame. Daar staat ook een man op met een enorm falluszwaard en glimmende spierbundels.'

Hondius: 'Weet je wat vrouwen toevoegen aan de stripwereld? Een nieuwe definitie van het begrip held. Een held die openlijk tobt, kwets baar is.'

Waarom zou men willen lezen over tobbende helden?

Schalken: 'Het doet jezelf goed voelen, omdat je weet dat andere mensen hetzelfde gezeik aan hun kop hebben, dezelfde soort problemen. Dat is denk ik ook het Big Brother-succes: dat men ziet dat andere mannen niet allemaal helden met zwaarden zijn en andere vrouwen niet allemaal een mooi lichaam hebben.'

Van Tol: 'Hoewel de makers zich juist wel bijzonder willen opstellen.'

Schalken: 'De makers willen de normaliteit ontstijgen met behulp van het normaal zijn.'

Van Tol: 'Ik tekende al strips op de lagere school om mezelf op de een of andere manier te manifesteren. Dat was een uitkomst, want anders had men mij waarschijnlijk niet getolereerd. Zo voel ik het nog steeds. Ik heb vier weken niet getekend vanwege een gebroken vinger. Ik werd daar echt depressief van. Ging denken: wat een lul ben ik toch. Strips tekenen is zo verbonden met je persoonlijkheid.'

Schalken: 'Dat vind ik heel logisch. Striptekenen is min of meer waar je bestaansrecht op is gebaseerd.'

Hondius: 'Ik zou ernstig aan mijzelf gaan twijfelen als dat zo was.'

Hartjes: 'Striptekenen is een manier van communiceren met de wereld. Het bepaalt hoe mensen naar jou kijken.'

Van Tol: 'Je maakt jezelf bijzonder door het striptekenen. Als ik eerlijk ben, is dat misschien wel een grotere drive dan het geld.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden