'De strijd tussen twee broers dat gaat over óns'

De theatermakers Frank en René Groothof waren dertien jaar gebrouilleerd, maar zijn straks weer verenigd: in het stuk Die Ring des Nibelungen, een spannende 'Wagner' voor de jeugd....

Gejoel en gefluit toen hij opkwam in een strakke maillot. 'Dan sta je voor het vuurpeloton', weet René Groot hof. Kinderen kennen geen erbarmen. 'Als ze het niks vinden, maken ze je af. En het ís bij voorbaat toch al niks wat je doet, in hun ogen. Dat voel je. Ze zijn overspoeld door de droomfabriek die tv heet, ze hebben alles al gezien. En waar kom jíj dan in godsnaam nog mee?'

In Amsterdam-Noord is de vuurproef in zijn voordeel beslist. De bloederige sage van Heer Halewijn, met z'n onverzadigbare lust om maagden het hart uit te steken (waardoor hij onoverwinnelijk wordt), gaat er bij het overwegend allochtone publiek alsnog in als chabakkia, als bojo, als lokum; kortom, als koek. Dat is wel eens anders gelopen. In Heer len overwoog Groothof een optreden af te breken vanwege geklier door een groepje jeugdige terroristen. 'Ik zei: ”Je zit hier verdorie niet thuis voor de tv.” Andere kinderen gingen applaudisseren. Van een onderwijzer heb je niks te verwachten. Die man is allang blij als hij van dat gedonderjaag af is.'

Bij optredens in Vlaanderen valt hem gro te verschil in gedrag op. 'In België heerst gewoon meer aandacht, er is daar nog discipline. De kinderen zijn niet zo hyper als hier. In Nederland mogen ze alles, dus zitten ze mekaar gillend en rennend op de kop. Het lijkt of op alle scholen in Nederland moeilijk opvoedbare kinderen zitten.'

'Ach, laat ik maar zeggen dat het erg is', zal René Groothof er later gnuivend aan toevoegen. Dan lijk ik tenminste niet zo stom.' Zijn vogelachtige gezicht hapt in een boterham met geitenkaas. In een ander vertrek heeft zijn vrouw Winny de sopraansax verruild voor de naaimachine. Klezmer had er geklaterd in het Oostzaanse boerenhuis. René op de accordeon waarvan een toets ontbrak; en zij haar ogen magnetisch aan haar begeleider geklonken; twee dommelende honden als publiek. De helft van het jaar moet theatermaker René Groothof het hebben van bescheiden zaaltjes, de andere is hij aangewezen op de ww. Magere jaren kent hij wel uit z'n jeugd.

Wapperende handen

'Kijk, daar staat de tafel waar wij vroeger met z'n dertienen aan zaten. Kun je je dat voorstellen? Je moest je gehaktbal goed in de gaten houwen, anders was ie pleite.'

Opgegroeid met de zekerheid dat je zou branden in de hel, besprak kapperszoon Re né Groothof als vijftienjarige z'n masturbatiezonden met katholieke vriendjes in Am sterdam-West. ”D t moet je biechten'', was de reactie.' De priester zei dan: ”Helemaal abnormaal is het niet, maar je moet het wel in de hand houden.'' Vader Groothof liet z'n handen vaak wapperen, maar 'in die tijd was het normaal dat er een tik viel in een groot gezin. Toen wij groter werden, zag je hem terrein verliezen. Tragisch, ik had met hem te doen. Hij kwam er niet toe om te vragen hoe het met je ging, hij had het te druk. Ook de boekhouding deed hij zelf. Ik zie mijn vader nóg gebogen zitten boven pakken bonnetjes met elastiekjes erom'.

In de jaren vijftig was de straat nog niet van kinderen afgepakt: René Groothof noemt zich bevoorrecht. Dat meester Vonk hem ruimte gaf voor pantomime, was ook een groot groot geluk. Een glazenwasser nadoen die met een emmer water de trap oploopt: meester Vonk was zó onder de indruk, dat René zijn talent op een kweekschool mocht demonstreren.

Na doublures op verschillende mulo's gloor de de vrijheid van de ivko-school, waar je op blote voeten mocht dansen, waar je niet gepest werd met: ik ben lekker beter dan jij. Met die euforie in één ruk doorstotend naar de kleinkunstacademie, zag René Groothof tevreden hoe de daar heersende autoritaire structuur onderuit ging in de slipstream van de Maagdenhuisbezetting. Hij stapte vervolgens bij pantomime-theater Caroussel het vak in. 'Dat was je bewust worden van de ruimte om je heen zodat je die naar je hand kunt zetten. Mime wordt geassocieerd met Pierrots en gekke bekken, en is even uit de mode geweest, maar ik doe het nog steeds. Kinderen vinden het fantastisch en die zijn scherp, hoor, die zien meteen: hé het is er helemaal niet, en tóch is het er.'

Middeleeuwse sprookjes

'Ik ben zelf een beetje kind gebleven', zal hij beamen in het Groningse Kruithuis. Zweet loopt in gootjes over zijn voorhoofd. Die ochtend om zes uur opgestaan en in een busje naar Groningen gereden om het decor op te bouwen. Elastisch huppelend zal hij 's middags voor een scherm met computer-animaties vele gedaanten aannemen, die van verteller incluis. Even mag de zaal meedoen. Of iemand een naam weet uit de riddertijd? 'Mo zart', roept een jongetje enthousiast. 'Kei zer Augustus', weet een ander stellig. Voor Groothof staat vast dat kinderen z'n fascinatie voor middeleeuwse sprookjes delen. En niet worden afgeschrikt door oud-Ne der lands als ”Vader, mag ik naar Halewijn gaan?'' ”Nee, gie niet, want wie derwaart gaat en kere niet.'' Da's toch pr chtig?'

Evenals broer Frank gepokt en gemazeld bij het Werkteater, mag René Groothof graag een wolkje tegengas geven 'voor al die soapseries waarvoor kinderen alleen maar op de bank hoeven te hangen met een zak chips. 'Televisie is de dood van alle creativiteit.' René Groothof zit liever achter de piano. 'De spoeling voor makers van jeugdtheater is dun', erkent hij thuis. 'Er zijn wel zeshonderd voorstellingen per jaar en die staan doorgaans op hoog niveau. Maar je mag je handjes dichtknijpen als je subsidie krijgt om te overleven.' Gelukkig is de gemeente Am ster dam hem welgezind, en ook via fondsen elders sprokkelt René Groothof zijn budget

bij elkaar voor componist-accordeonist Peter van Os en vormgever Rogier Willems. En Winny naait de kostuums, dat scheelt.

'Zeg nou zelf: is er een mooier thema dan iets verslaan in jezelf, iets groots overwinnen en dan weer thuiskomen?' Dus legt René Groothof graag akelige verhalen op het hakblok. In zijn versie van Hans & Grietje, waar in hij optrad als keurslager met bijbehorende rode konen, werd via Het volkomen vleesboek geopenbaard hoe kinderen smakelijk kunnen worden bereid in de stoofpot van heks Babba Jaga: 'Volgens oud-Russisch recept.' Moussorgsky's Muziek van een schilderijententoonstelling zweept de spanning op. 'Kijk dat gaat zó': daar schrijdt een theatermaker van 53 jaar oud door de serre - die hij ooit voor 200 gulden in elkaar knutselde. 'Pam p m!' Als een kind op een verjaardagspartijtje, verheugt hij zich op een reprise met het Utrechts Studenten Orkest. Grijns van oor tot oor. 'Tam-tam-tararara-d mtam!'

Wanneer Frank Groothof naast zijn twee broertjes 's nachts wakker werd met een natte onderbroek, kroop hij stiekem uit bed om zich te verschonen en vervolgens uit te roepen: 'Getver, wie heeft het bed ondergepist?' Het laken werd verstopt en als het werd ontdekt, kreeg de dader geen eten. 'Een onhandelbaar kind' was hij, behept met driftaanvallen. Wie Frankie een duw gaf, kon een stoel naar z'n hersens krijgen. Als de meester klierig gedrag beantwoordde met het gooien van een krijtje, kreeg die prompt de inktpot terug.

Over zijn jongere broertjes René en Michel oefende hij macht uit door ze voor het slapen gaan verhalen te vertellen die halverwege abrupt ophielden. 'Dan zei ik: en nóu slapen, anders vertel ik morgen niet de rest.'

De verhalen waren half verzonnen, bij muziek op een tweedehands platenspeler, gekocht met het geld dat hij als hulpje van de schillenboer had verdiend. 'Ik moet zijn beneveld door de Gregoriaanse muziek die ik hoorde in de kerk. Of operaflarden uit de radio op zondagmiddag. Ik las afgezonderd in een hoekje, en combineerde 's avonds mijn fantasie met wat ik in boeken had gelezen.' Uit die schrale jaren herinnert hij zich de enige keer dat hij nieuwe kleren kreeg waarvan de wol gruwelijk kriebelde, als je ging zweten door het hollen: helemaal Theo Thijssens Taaie ongerief. Een jongen van de straat die graag door de hoerenbuurt zwierf waar hij de spannende dames herkende die hun kapsel door zijn vader lieten opbollen. Voor een bedrag dat hij aan tien mannen nog niet bij elkaar kon knippen.

'Toen mijn vader in het koor van de Mozes- en A„ronkerk ging zingen, was die gouden tijd voorbij. Die zeurtantes van dat koor wilden wel een permanentje, maar dan kon pa als gerespecteerd koorlid de veel lucratievere hoertjes natuurlijk niet meer doen. Dat betekende een enorme terugslag, de keus tussen een worstje of kolen voor de kachel.'

Kampioen afkijken was hij, en na drie keer zittenblijven in de zesde klas werd hij te hulp geschoten door slimme buurjongens. 'Die hebben me bijles gegeven, driftkikker die ik was. Ben ik nóg, bij vlagen. Ik kan me goed beheersen, maar ben als de dood voor conflicten. Om dat ik weet dat er een blinde woedeaanval kan komen. Gebeurde pas nog bij een repetitie, toen ik veel ergernis had opgepot en de indruk kreeg dat ik me niet meer met de regie mocht bemoeien. Moet je tegen mij zeggen!'

Jongetje te koop

Door zijn strenge opvoeding van de weeromstuit anti-autoritair ingesteld tegenover z'n zes kinderen. Mocht hij bij een slecht rapportcijfer tóch op de 'techniek van m'n eigen vader' terugvallen, dan is er altijd nog het sussende woord van zijn vrouw Ankie. 'Waar heeft een kind behoefte aan? Aan aandacht. Kregen we nooit omdat er zorgen waren. Mijn moeder moest erbij gaan werken, deed de boekhouding voor iemand in de buurt. Als ze 's avonds doodmoe thuis kwam, trof ze een huis vol klierende kinderen en moest ze de was doen, koken, strijken. Mijn vader kwam laat thuis, een hardwerkende man die geen idee had van wat ik uitspookte. Moor koppen uit de etalage van de bakker pikken, appels uit volkstuintjes. Als ik werd opgepakt reageerde m'n vader hardhandig. Maar hij heeft alles uit liefde gedaan, bezorgd over z'n elf kinderen in de chaos van deze wereld.'

Om naar de kinderbioscoop te kunnen, stal Frank Groothof stripboeken waar hij een gulden per stuk voor kreeg. Onder het dekzeil van de groenteman reed hij stiekem de markthallen binnen, waar 'het paradijs' wacht te. Behalve de harde handen van pa en onderwijzende stand had hij reden om de duivel te vrezen, dus ging hij uit biechten tot de kapelaans er dol van werden. 'We hadden een lieve pater die je graag op schoot nam en dan z'n hand op je buik legde. Mijn vader heeft dat nooit geweten. Als het te eng begon te worden, glipte je eraf.'

Door die lieve pater het seminarie ingepraat. Na twee maanden liep hij weg, want 'veel gedril en gepingpong, geen meisjes'. Het huis was te klein. Met ruzie aangemonsterd op een kustvaarder ('mijn moeder heeft nog dispensatie bij de koningin aangevraagd') om officiershutten schoon te maken, en wat er tóen allemaal niet gebeurde. Frank Groot hof, 56 inmiddels, vertelt zijn schelmen verhaal als uit een jongensboek vol ruwe bolsters en blanke pitten, larderend met 'weet jewels' uit de jaren zestig. We zitten in een van de vertrekken van Frank Groothofs kapitale stolpboerderij aan een watertje tussen Edam en Purmerend. Weiland en wind rondom. In de modder op het erf scharrelt een tevreden knorrend hangbuikzwijntje dat het vermogen tot joggen bezit; als beloning mag het met zoon Michiel op de sofa.

Twee zoons zijn nu in de gang aan het schilderen gezet, hun vader zegt dat de zoon van veertien beter in zijn vel zit dan hijzelf op z'n 21ste. 'Omdat ik geen zelfrespect had, wist ik nooit wat ik van iets moest vinden. Dat heeft lang geduurd.' Hij ziet zichzelf weer als vijftienjarig jochie in een vreemd land bij een hoer die zei: trek je kleren maar uit, om hem vervolgens alleen te laten. 'Net of je een prik bij de dokter komt halen. Het had zo weinig te maken met het verheven gevoel dat ik over de liefde had, dat ik met een hijskraan het zakie nog niet omhoog kon krijgen.' Hij ziet zichzelf in korte broek aan dek rondlopen in een Noord -Afrikaanse haven. Of dat jongetje te koop was, wilden ze daar weten. Als het aan de eerste machinist had gelegen, was de transactie snel beklonken. 'Dat was een etter die mij het leven zuur maakte. Als er een vingerafdruk op een glas zat, was je niet jarig. Ik was de voetveeg. Iedereen aan boord had een opleiding, behalve ik. Ik dacht: ik moet terug, de mulo afmaken.'

Zijn vrouw Ankie zegt weleens: je hebt op 'et goeie moment de juiste keuzes gemaakt. 'Ik vind het zelf een groot wonder dat ik geen crimineeltje geworden ben. Precies op tijd in de goeie trein gesprongen als die voorbij reed. Ik had een buurman die me inwijdde in klassieke muziek en antiek. Met wie ik pijprokend over Dostojevski discussieerde, al snapte ik van De gebroeders Karamazov nog geen bal.'

De moeder van een vriendin zag het: jij bent een toneelspeler, jij bent zanger. Hij hing de pias uit, ontdekte Bartók en Webern, kreeg toegang tot het conservatorium en werd gevraagd voor een rol in de musical God spel. In hasjdampen van de ene schouwburg naar de andere; flowerpower, de hele zooi. Binnen drie jaar stond hij zangles te geven aan de toneelschool. 'Bij het Werkteater zochten ze een dolle hond die iets van muziek afwist, en toen was ik helemaal in het paradijs. Ik wist van m'n santé niet af, ik deed alles op m'n intuïtie en dat vonden ze prettig want alles wat ze op de toneelschool hadden geleerd moest overboord worden gegooid.' Hij speelde een ontroerende kankerpatiënt (Opname, 1980), leerde er veel. 'Ook hoe je een bedrijf zonder directeur kunt runnen.'

Zoveel jaar later lijkt het laatste oordeel aangebroken; geheel volgens schema op zondagmiddag, in de schouwburg van Arnhem. Het jeugdig publiek lijkt betoverd, en niet alleen door spectaculaire licht- en geluidseffecten. Koning Gilgamesh, heerser over de stad Oeroek in Mesopotamië spreekt in dit verhaal over goed en kwaad zó tot de verbeelding, dat na afloop een jongetje verzucht: 'Ik wou dat koning Gilgamesh nog leefde, die kon Saddam Hussein vast wel aan.' Verteller-zanger-hoofdrolspeler Groot hof is op z'n best als hij uitlegt dat je mekaar in de tijd van het spijkerschrift op kleitabletten niet even snel een brief kon schrijven. 'Dus als je katje was overreden en je wilde dat vertellen aan een vriendinnetje in een andere stad, dan liep je naar de rivier de Eufraat, dan nam je een bonkie klei, daar boetseerde je hup een katje van, met een staart en een snuitje. Dan gaf je er een klap op, zodat ie plat was om aan te geven dat ie was overreden, je rolde een envelopje, daar stopte je het katje in en dan schoof je het zaakje in de oven, enellipse'

Groothofs lyrische bariton ('Een vlinder op het water/ denkt niet over later/ kijk eens hoe de zon/ z'n kleuren beschijnt/ wees een vlinder/ voor je verdwijnt') bevestigt hoezeer hij en kinderopera bij elkaar horen als de slak en z'n huisje. Maar hier houdt de vergelijking op. Frank Groothof en zijn bedrijf Vrije Val zetten met de snelheid van een tgv de ene prachtproductie op de rails van de verbeelding, soms wel vijf tegelijk, van Car men tot Fidelio, van Peer Gynt tot Pi nok kio. Tus sen door is hij ook nog eens elke dag met Pi no en Ieniemienie van Sesamstraat in de slag.

Broer René moet daar allemaal niet aan denken. Hij onderdrukt een geeuw en zegt: 'Dan was ik allang doorgedraaid. Wij zijn twee totaal verschillende temperamenten. Ik doe rustig één ding tegelijk. Frank niet, die heeft een energie waar je van achterover slaat. Frank is schrijver geworden en haalt alles uit de kast om zichzelf goed te verkopen. Daar ben ik weleens jaloers op.'

Schlemiel en pestkop

'Ik ben meer een soort ondernemertje', erkent Frank. 'Maar jij bent een veel begaafder mimespeler, René'. D r ben ik dan jaloers op. Toen jij bij het Werkteater kwam, dacht ik: nou kan ik wel inpakken. Het is erg meegevallen. Toen ik daar de Traviata had voorbereid, geneerde iedereen zich rot. Olga Zui d er hoek riep woedend: ”Dit mag nooit meer gebeuren''. Maar jíj zag er wat in. Jíj kwam naar me toe!'

De een de schlemiel, de ander de pestkop. Ze speelden hun jeugd na in Broertjes, en Ge broed: 'Hé, René! ik krijg 25 gulden van de melkboer als ik z'n piemel vasthou.' 'Hé, Frank! Wat zit er dan voor mij aan?' René gold als angsthaas. Frank was de branieschopper. De een heeft drie kinderen, de ander zes, 'want een paar extra maakt de lol alleen maar groter'. De een is easy going en bedachtzaam, haast verlegen. De ander een niet te stuiten Centurion-tank van begeestering. De een houdt het liever kleinschalig, de ander boert in het groot, met vier musici en drie man techniek. Frank is de prater, René hoort ironisch toe.

Frank is de plannenmaker. René de kritische regisseur; bij menige productie van z'n broer betrokken. Na zoveel jaar treden ze vanaf november weer samen op: in een bewerking van Wagners opera Die Ring des Ni be lungen, een oude droom van Frank, sinds hij De Ringeloreschat van Suske en Wiske las. 'Het gaat over machtsstrijd tussen twee archetypes. De strijd tussen twee broers. Het gaat gewoon over ons.'

Eerste dipje

Wolken strijken laag over de polder, als bij de vleugel eerst even een tussendoortje wordt doorgenomen. De tovenaarsleerling, in embryonale fase. Ofwel: wie wil weten hoe je goud leert maken, moet z'n schaduw inleveren. Frank zingt, het eerste dipje dient zich aan.

'Ik wil het hier metrisch maken', zegt Frank gedecideerd.

'Je moet het hier juist níet metrisch maken', meent René hoofdschuddend. 'Want dan haal je de spanning weg.' Hij trekt een wenkbrauw omhoog.

Het duurt vijf minuten alvorens Frank z'n keel schraapt en toegeeft: 'Mmja, je hebt wel gelijk, René. Dat vind ik eigenlijk ook.'

Bloedbroeders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden