De strijd tegen terrorisme in theorie en praktijk

Deradicalisering

In de strijd tegen terrorisme is 'te veel focus op bomvesten en kalasjnikovs', zegt Fathali Moghaddam. De Iraans-Amerikaanse hoogleraar staat aan de basis van een programma tegen radicalisering dat Ben Ahmed Yerrou in Amsterdam toepast. 'Niet soft, maar broodnodig.'

Fathali Moghaddam: 'Het multiculturalisme is een deel van het probleem. Het verheerlijkt de culturele verschillen.' Beeld Julius Schrank

De theorie - Op elke trede van de trap naar terrorisme inventief zijn

Uiteraard moeten terroristen worden opgejaagd en liefst uitgeschakeld voor ze kunnen toeslaan. Maar om daar heel Brussel, het hart van Europa, dagen voor af te sluiten, gaat hoogleraar psychologie Fathali Moghaddam veel te ver. Het zekere voor het onzekere nemen lijkt kloek leiderschap. Dat is het niet, zegt Moghaddam, die is gespecialiseerd in de psychologie van conflict. 'In plaats van collectieve veerkracht te stimuleren vergroten de Belgische autoriteiten de angst onder de bevolking alleen maar.'

Moghaddam mist politiek leiderschap van autoriteiten die het hoofd koel houden in tijden van dreiging. Leiders die het acute gevaar onderkennen en tegelijkertijd oog houden voor de gevolgen van 'de oorlog tegen IS' op de langere termijn. Moghaddam vindt dat het Westen te eenzijdig energie steekt in het elimineren van jihadisten die totaal zijn geradicaliseerd.

In Moghaddams psychologisch terrorismemodel (The Staircase to Terrorism) zijn die naar de vijfde en hoogste verdieping geklommen, onbereikbaar voor iedereen. 'Begrijp me niet verkeerd. Ook ik vind dat die met alle machtsmiddelen die ons ter beschikking staan moeten worden opgespoord, gevangengezet en desnoods gedood', benadrukt hij .'Maar het is een kortetermijnstrategie, waar we uiteindelijk niet zo veel mee opschieten. Want voor elke terrorist die wordt gedood, staan twee nieuwe op.'

Moed en visie

Leiders 'met moed en visie' zouden veel meer investeren in gasten die de vijfde verdieping in het radicaliseringsproces nog niet hebben bereikt, zegt hij. 'Dat is niet soft, maar broodnodig. We focussen te veel op de bomvesten en kalasjnikovs, alsof er maar een type terrorist is. In terroristische netwerken zijn diverse specialisten actief. Denk aan financiële experts, aan netwerkers, computerdeskundigen, explosievendeskundigen, mediafiguren, managers van lokale cellen. Aan lokale predikers die de geesten van jongeren, vaak op een indirecte manier, rijp maken voor de gewelddadige jihad. We moeten inventiever zijn, op elke verdieping jongeren proberen te verhinderen de trap verder naar boven te beklimmen.'

Potentiële Syriëgangers van wie verwacht wordt dat ze zullen vertrekken of die al eens zijn tegengehouden door de autoriteiten, plaatst Moghaddam op de derde of vierde verdieping. 'Nieuwe wetgeving om die af te stoppen, lijkt me niet nodig. Volgens mij heeft het Westen voldoende juridische mogelijkheden om deze categorie jihadisten aan te pakken. Zorg dat ze worden geïsoleerd van hun radicale omgeving, beperk hun toegang tot internet, geef ze een enkelband, denk aan meldingsplicht. Wees creatief. Wellicht zijn er aanknopingspunten in de manier waarop bijvoorbeeld met voetbalhooligans wordt omgegaan.'

Vorige week was Moghaddam in Amsterdam om zijn trapmetafoor toe te lichten op een internationaal congres over preventie, deradicalisering en burgerschap, georganiseerd door TerRa (een project van de Europese Commissie). Mede op basis van zijn ideeën heeft TerRa 'gereedschapskistjes' ontwikkeld voor het signaleren en tegengaan van radicalisering in diverse sectoren van de maatschappij: voor leraren en jeugdwerkers, politieagenten, gevangenispersoneel, religieuze leiders, journalisten, gemeenten.

Beeld .

Persoonlijke ervaring

Moghaddam is verbonden aan de Georgetown University in Washington en hoofdredacteur van Peace and Conflict, een blad van de American Psychological Association. Zijn wetenschappelijk denken is sterk gevormd door zijn persoonlijke ervaringen. Hij is geboren in Iran, vertrok op 8-jarige leeftijd met zijn ouders naar Engeland, waar hij psychologie studeerde. Kort na de val van de sjah keerde hij tijdelijk terug naar zijn geboorteland. Hij maakte de islamitische revolutie van dichtbij mee. Hij werkte een tijdje als journalist, deed veldonderzoek naar culturele diversiteit in Canada, werkte voor de Verenigde Naties onder andere in Pakistan, trok van hot naar her. 'Een wereldburger' noemt hij zichzelf, 'met een speciaal oog voor de positie van minderheden'.

Dat die zouden radicaliseren vanwege armoedige omstandigheden, discriminatie of een gebrek aan stageplekken, vindt Moghaddam onzin. 'Dan zou het jihadistenleger veel omvangrijker zijn. Het gaat veeleer om gefrustreerde verwachtingen, om de perceptie van onrechtvaardigheid. De top van Al Qaida en IS wordt niet gevormd door armoedzaaiers uit de sloppenwijken. Uit westerse landen vertrekken niet louter losers naar Syrië, maar ook artsen en zakenlieden, die soms hun gezin, huis en auto achterlaten.'

Persoonlijke karaktertrekken en omstandigheden, zoals gescheiden ouders of huiselijk geweld, spelen ook een rol, zegt Moghaddam. 'Bij radicalisering gaat het vaak om een combinatie van persoonlijke en sociale factoren. Voor bepaalde individuen kan het gevoel van onrechtvaardigheid ondraaglijk worden. Ze zien geen oplossingen, raken gefrustreerd, nemen de trap naar de eerste verdieping. Daar kunnen ze charismatische leiders treffen of actiegroepjes die hun alternatieve wegen naar rechtvaardigheid bieden. Sommigen raken ook daar gefrustreerd en gaan op zoek naar steeds radicalere oplossingen om een einde te maken aan door hen ervaren onrecht.'

Grootste gevaar

Het grootste gevaar van terroristen schuilt niet in het aantal dodelijke slachtoffers dat ze maken, zegt Moghaddam. 'Dat zijn er relatief weinig. Alleen al in de Verenigde Staten komen jaarlijks 10 duizend mensen om het leven door automobilisten die onder invloed rijden en vallen er 30 duizend doden bij schietincidenten. Toch wordt de oorlog niet verklaard aan de dronken automobilist of de wapenhandelaar.

'Het grootste gevaar schuilt erin dat de oorlog die we voeren tegen Al Qaida en IS op den duur onze democratie zal ondermijnen. Terroristen, die onze open samenleving haten, zijn daar op uit. Ik maak me zorgen over de oorlogsretoriek die veel politici gebruiken. In tijden van oorlog zijn drastische maatregelen immers al snel gerechtvaardigd. Neem Guantánamo Bay. Ik zou willen dat politici een jihad beginnen voor de democratie.'

De eerste stap die in die jihad moet worden gezet is de strijd aanbinden met het multiculturalisme, adviseert Moghaddam. 'Dit is uiterst omstreden, dat besef ik. In veel landen is het multiculturalisme een heilige koe, maar ik zie het als deel van het probleem. Want het verheerlijkt de culturele verschillen, in plaats van overeenkomsten te benoemen. Vooral voor minderheden kan dat desastreus uitpakken. Moslimkinderen in Europa krijgen erin gestampt dat ze anders zijn, dat ze afwijken van de meerderheid. Ze verinnerlijken die boodschap. Dat kan frustraties opwekken en radicalisering in de hand werken.'

Moghaddam predikt 'het omniculturalisme', een streven om burgers te prikkelen over hun grenzen heen te kijken en niet te blijven hangen in hun eigen culturele gelijk. Daartoe ontwikkelde hij 'de democratiecirkel': de tien geboden voor het pro-democratische individu. 'De cirkel begint bij de bereidheid te constateren dat je het weleens bij het verkeerde eind kunt hebben en eindigt met de vaststelling dat niet alle ervaringen dezelfde waarde hebben.' Om te beginnen hoopt hij dat de cirkel wordt ingezet op westerse scholen en wie weet ooit in andere delen van de wereld.

Zijn jihad zal er een zijn van de hele lange adem. 'In drie of zelfs dertig jaar zijn geen grote resultaten te verwachten. Gedragsveranderingen voltrekken zich tergend langzaam. Ik kan alleen maar hopen dat het Westen wordt wakker geschud en bereid zal zijn en blijven in die jihad te investeren. Aan het eind van de 21ste eeuw zullen we zien of onze open en vrije samenleving heeft kunnen overleven.'

Artikel gaat verder onder video.


De praktijk - Wat als een leerling de kant van IS lijkt te kiezen?

Werk aan de winkel, realiseerde Ben Ahmed Yerrou (27) zich meteen na de aanslagen in Parijs. Al acht jaar is hij actief als sleutelfiguur op het terrein van radicalisering in Amsterdam. Hij voelde aan zijn water dat scholieren heel verschillend zouden reageren op het terroristisch geweld en dat docenten moeite zouden hebben met de mogelijke afwijkende perceptie van moslimjongeren.

'Veel van hen klaagden over de selectieve media die overdreven veel aandacht hebben voor Parijs en nauwelijks voor Beiroet. Daar moet je als docent over praten. Maar wat doe je met een leerling die de kant lijkt te kiezen van IS, die zich vooral bekommert om moslimslachtoffers?'

Voor dergelijke situaties heeft TerRa, een radicaliseringspreventieproject van de Europese Commissie, een specifiek op de doelgroep geënt 'gereedschapskistje' ontwikkeld. Yerrou, afgestudeerd jurist, heeft het vertaald in het Nederlands en ruim twintigduizend van die folders verspreid onder Amsterdamse leraren en jeugdwerkers.

Het belangrijkste advies: interventies moeten proportioneel zijn en leerlingen niet het gevoel geven dat ze er om negatieve redenen worden uitgepikt. 'In een klas met opgefokte moslimjongeren probeer je uit te leggen hoe traditionele media werken', zegt Yerrou. 'Parijs ligt dichtbij en wat dichtbij is krijgt meer aandacht. Voor moslims ligt Beiroet gevoelsmatig ook dichtbij. Daar kan over gesproken worden. '

Personen die vatbaar lijken voor radicalisering moeten behoedzaam worden benaderd, zegt Yerrou. Hij herinnert zich een melding over een meisje dat zich van haar omgeving aan het vervreemden was. Ze was een hoofddoek gaan dragen, was nogal radicaal in haar uitingen. 'Als je je ineens anders gaat gedragen tegenover zo'n meid en haar aanspreekt op iets wat ze (nog) niet is, ben je haar kwijt. Misschien is ze helemaal niet aan het radicaliseren. Maar vooral aan het worstelen met haar identiteit, zoals zoveel moslimjongeren.'

Die jongeren moeten weerbaarder worden, zegt Yerrou. 'Ze moeten aan de slag met vragen als: wie is de ware ik? Wat betekent de baard, de hoofddoek voor mij? En hoe verhoud ik me tot Amsterdam, de stad van het vrije woord? Als vrijheid belangrijk is voor mij, gun ik die ook een ander?'

Ben Ahmed Yerrou met een collega. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Bruggenbouwer

Tot twee jaar terug begeleidde Yerrou zelf nog radicaliserende jongeren. 'Bruggenbouwer zijn tussen het papieren beleid en de realiteit op straat is geen eenvoudige taak. Soms is het dankbaar werk, als het lukt een radicaliserende jongere weer de samenleving in te trekken. Maar het gaat niet altijd goed. Zo begeleidde ik eens een jongen die vanaf het begin wrijving gaf. Die afstand bleef houden. Al snel wist ik: deze moet ik doorschuiven naar de recherche. De jongen is afgereisd en is nu dood. Dat doet wat met je.'

Yerrou heeft coördinerende taken gekregen. Hij werkt voor de jongerenafdeling van de Raad voor Europa en het Amsterdamse Strategisch Netwerk Radicalisering en Polarisatie en is constant op zoek naar 'best practises en nieuw bloed'. Liefst mijdt hij de discussiezaaltjes, waar 'altijd dezelfde sprekers preken voor eigen parochie'.

Hij zoekt jongeren op die zich uit zichzelf al inzetten voor anderen. Die actief zijn in hun buurt op het gebied van sport, kunst, multimedia en dicht bij de kwetsbare groepen staan. 'Die kun je een paar jaar inzetten als sleutelfiguur. Dan gaan ze weer hun eigen gang, zoals een jongere uit IJburg. 17 was hij toen hij begon. Hij is nu 20 en net een eigen zaak begonnen.'

Stevig knellen

Soms kan de bruggenbouwerfunctie stevig knellen, bekent Yerrou. 'Als bijvoorbeeld samenwerking tussen Amsterdam en Tel Aviv wordt voorgesteld. Dat is echt niet uit te leggen aan jongeren op straat. Samenwerken met een staat die alle VN-resoluties schendt... Daarmee bevestig je hun overtuiging dat het Westen zich niet bekommert om moslimrechten. Als sleutelfiguur moet je ook dan de dialoog aangaan, al ben je het met hen eens. Het is verstandig om de overwegingen van het andere kamp te laten zien. Zeggen dat door zo'n samenwerking kritiek eerder landt.'

Leidraad in Yerrou's werk is: altijd in gesprek blijven. Juist als de gemoederen verhit raken, zoals vorige zomer tijdens het Gaza-oproer. 'Er waren veel spanningen in de wijk Transvaal, waar zowel Palestijnse als Israëlische vlaggen hingen. We moesten de onrust de kop indrukken. We hebben gekozen voor een open dialoog. Niet in een zaaltje, maar midden op straat. Het ging er superfel aan toe. Omdat de onvrede de ruimte kreeg liepen de spanningen terug, niet verder op. '

Verrassend genoeg heeft die aanpak 'nieuw bloed' opgeleverd, vertelt hij grijnzend. 'Wijkbewoners hebben geleerd dat ze het niet altijd met elkaar eens hoeven te zijn, dat ze de Amsterdamse waarden kunnen omarmen. Drie boze burgers van toen zijn nu maatschappelijk actief in de buurt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.