De strijd om de toneelmarkt Vrije producenten maken zich op een belangrijk deel van het aanbod te veroveren

De grens tussen kunsttoneel en commercieel theater vervaagt. Onder de leuze 'het publiek heeft recht op top' springen de vrije producenten in het gat op de markt, dat is ontstaan nu de gesubsidieerde gezelschappen minder zijn gaan reizen....

Louis Couperus heeft nooit één toneelstuk geschreven, maar niettemin lijkt hij nu toch verantwoordelijk voor een belangrijke verschuiving in het Nederlandse toneelbestel. Vier jaar terug maakte Ger Thijs bij het Nationale Toneel een bewerking van Boeken der Kleine Zielen. Het werd niet alleen artistiek, maar ook wat publieksbereik betreft een groot succes. Het repertoiretoneel in Nederland was weer waar het wezen moest: bij groot gemonteerde, hoogstaande produkties voor een breder publiek dan de artistiek leiders tot dan toe voor mogelijk hielden.

Wie mocht denken dat Kleine Zielen gevolgd werd door een vergelijkbare produktie van het Nationale Toneel of een van de andere vijf grote gezelschappen, wachtte vergeefs. Tot nu toe heeft het stuk geen opvolger gehad, Ger Thijs deelde slechts mee dat het Nationale Toneel ooit met een bewerking van Multatuli zal komen. Maar wanneer? En wat doen de gezelschappen intussen met het publiek dat dus wel degelijk geïnteresseerd is in het klassieke repertoire?

En zie: vier jaar na het succes van Couperus springen de vrije producenten, de theatermakers die zonder subsidie werken, met graagte op deze markt. Op dit moment wordt in alle Nederlandse schouwburgen de laatste hand gelegd aan de programmering van het seizoen 1996/'97 en daarin zal met enig trompetgeschal de komst van drie grote produkties van Nederlands klassiek repertoire worden aangekondigd: Schakels van Herman Heijermans, Joseph in Dothan van Vondel en De Stille Kracht van Louis Couperus.

Schakels wordt geproduceerd door Joop van den Ende Theaterprodukties. Jules Royaards regisseert een cast met onder anderen John Kraaykamp sr., Ryan van den Akker, Henriëtte Tol en Hugo Metsers. Ton Vorstenbosch maakte in opdracht van Impresariaat Jacques Senf een toneelbewerking van Couperus' De Stille Kracht, waarin Mette Bouhuijs Peter Tuinman, Linda van Dyck, Margo Dames en vijftien andere acteurs regisseert. Vondels Joseph in Dothan wordt het eerste stuk waarmee Hans Croiset na 35 jaar trouwe dienst in het gesubsidieerde toneel zijn nieuwe produktiekern presenteert. Na Vondel volgt Een Sneeuw van Willem-Jan Otten met Annet Nieuwenhuyzen en Petra Laseur.

Het is duidelijk: de vrije producenten zijn van plan een belangrijk deel van de toneelmarkt te veroveren. Ze ruiken dat er behoefte is aan bekend repertoire en vermoeden bovendien een gat in de markt nu de gesubsidieerde groepen om diverse redenen minder reizen. Wat voor gevolgen heeft dat voor de gesubsidieerde gezelschappen? Voor de schouwburgen in het land? En gaat dat samen, kooplui en kunst?

Eén man ziet het als een levenstaak om de komende jaren het toneel weer bij het publiek terug te brengen. Eddy Habbema is vorig jaar benoemd tot artistiek leider van Van den Ende Theaterprodukties. Hij moet ervoor zorgen dat Joop trots kan zijn op het produceren van mooi theater, dat hij nog steeds ziet als de basis van zijn imperium.

Habbema: 'Het toneel heeft zich de laatste tien jaar te veel afgesneden van de maatschappij, van het publiek. Het is het research-departement van de cultuur geworden. Maar met die research moet uiteindelijk wél wat gedaan worden. Tien jaar geleden was het theater vooral celebraal, het werd gemaakt vanuit een intellectuele noodzaak. Nu mag het gelukkig weer emotioneler zijn. Het publiek zoekt naar de grens van het sentiment. Schakels moet top worden, daar heeft het publiek recht op. Niet alleen één goede hoofdrol en verder wat B-acteurs, nee, een topcast moet er straks staan.'

Dat een produktie als Schakels gemaakt wordt uit behoudzucht en inspeelt op wat het publiek kent en wil, ontkent Habbema heftig. 'Nee, het moet juist een avontuur worden. Ik haal acteurs uit alle hoeken en gaten bij elkaar, de oude Kraaykamp naast de jonge Ryan van den Akker. Weg met de hokjesgeest die nog steeds heerst in het Nederlandse toneel. En laten we wel wezen: iedere theatermaker wil toch dat het publiek na afloop van de voorstelling op die klapstoelen staat te hupsen?'

Onlangs zorgde Habbema op een congres van het Theater Instituut Nederland voor de nodige beroering door de gesubsidieerde toneelgroepen een arrogante houding en desinteresse voor het publiek te verwijten. 'Niet de smaak van het publiek telt, maar die der smaakmakers', zei hij en verweet de groepen dat ze het dilettantisme tot professie hebben verheven. Hij heeft toen een beetje willen provoceren, zegt hij nu. Natuurlijk moeten de gezelschappen hun researchtaak blijven uitoefenen. En ze moeten vooral niet bang zijn dat ze straks geen subsidie meer krijgen, omdat de vrije producenten steeds meer repertoiretoneel gaan maken en dus een deel van de markt inpikken.

Ger Thijs, artistiek leider van het Nationale Toneel in Den Haag vindt dat De Stille Kracht nu als vrije produktie kan worden uitgebracht omdat Kleine Zielen bij zijn groep een succes was. Maar deze ontwikkeling roept bij hem toch 'twee angsten op'. Thijs: 'Er dreigt een culturele woestenij in de provincie omdat de gezelschappen minder reizen en de grote vrije produkties voor veel schouwburgen te duur worden. Bovendien bestaat het gevaar dat als straks het klassieke repertoire elders wordt gemaakt, wij steeds meer in de hoek van het kunsttoneel worden gedreven. Ik vind het belangrijk dat een gezelschap naast het maken van dat fijnproeverstoneel ook een uitdaging ziet in het bereiken van een groter publiek. Wij gaan straks met Design for living van Noël Coward op tournee en willen dan toch laten zien dat er nog een andere manier is dan de Willem Nijholt-aanpak.'

De Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties (VSCD) klaagt al jaren: er wordt te weinig toneel gemaakt voor de middelgrote en kleine schouwburgen, zeg maar de provinciale theaters met een capaciteit van rond de vijfhonderd stoelen. Dat aanbod lijkt er nu te komen, maar er zit meteen een keerzijde aan: de hoge kosten. Voor één avond Schakels of De Stille Kracht moet de schouwburgdirecteur straks twintigduizend gulden neertellen, Vondel gaat twaalfduizend kosten. Een vergelijkbare produktie van een gesubsidieerde groep kost hooguit zesduizend gulden. Zo schuift de prijs van een avondje toneel al aardig richting musical. De vraag is of het publiek bereid is voor Heijermans veertig gulden per kaartje neer te tellen.

Jan Knopper, directeur van de VSCD: 'De schouwburgen hebben nauwelijks nog een programmeringsbudget en worden door de gemeenten alom gekort. Ze moèten wel risicoloos programmeren. Schakels met een paar sterren, dat zal nog wel lukken. Maar een gevaar voor vervlakking zit er wel degelijk in, het repertoire zal wat de Duitsers noemen ''bewährt'' moeten zijn - bekend en gedegen. Het aantal reisvoorstellingen van de grote gezelschappen loopt terug, het einde van het spreidingssysteem lijkt nabij. Ik ben over dit alles niet optimistisch. De macht van het geld wordt steeds groter, dat kan op den duur zelfs leiden tot het wegvallen van aanbod.'

Ook Jacques van Veen en Menso Carpentier Alting, directeuren van de schouwburgen van Groningen en Utrecht, hebben de nodige reserves. Van Veen vooral artistiek, Carpentier Alting vreest de hoge kosten. Van Veen: 'Als Eddy Habbema zegt dat het gesubsidieerde toneel niet deugt, dan houd ik daar niet van. Ook Van den Ende en al die andere vrije producenten bestaan bij gratie van het subsidiestelsel. Die twintigduizend gulden voor Schakels wordt door de schouwburg betaald, die vervolgens subsidie van de gemeente krijgt. Dan kun je wel parmantig roepen: wij gaan het helemaal anders doen!, maar dat soort ambities hoort niet thuis in het theater. Als je kijkt naar wat er tot nu toe vanuit de theaterfabriek van Aalsmeer over het land wordt uitgestort, vrees ik dat het publiek met veel vormgeweld overdonderd zal worden. Voor musicals is dat prima, toneel heeft het niet nodig. Ja, ik ben zeker huiverig, ze springen met grof geschut de toneelmarkt op. ''Zal de liefde overwinnen, of zegeviert de hebzucht?'', staat er in de aanbiedingsbrief van Schakels. Dat is inderdaad de vraag.'

Carpentier Alting: 'De vrije producenten springen duidelijk in een gat in de markt. Daar is op zichzelf niets op tegen - hoe meer Nederlands repertoire, hoe beter. Maar ik heb grote zorg over de kosten. Ik snap best dat het dure produkties zijn, de vraag is alleen of de theaters dergelijke uitkoopsommen op termijn kunnen betalen. Van den Ende en Senf zullen toch minstens honderd speelbeurten moeten maken, wil zo'n produktie uit de kosten komen. Ze moeten dus ook naar Winschoten en Cuijk.'

In de grote schouwburgen zullen Schakels, De Stille Kracht en Joseph in Dothan zeker te zien zijn. Maar in de theaters in de kleinere steden wordt het wikken en wegen. Nel Wegeling is directeur van de Streekschouwburg in Cuijk, 556 plaatsen. 'Vondel neem ik niet, het publiek zal heus niet gaan protesteren. En tussen Heijermans en Couperus zal ik waarschijnlijk moeten kiezen. Een uitkoopsom van twintigduizend gulden en maar 556 stoelen betekent dat ik er sowieso flink op moet toeleggen - als het al vol zit. Dat kun je je niet te vaak permitteren.' Cuijk heeft bovendien nog een ander probleem: in buurtgemeente Uden wordt op dit moment een splinternieuw theater gebouwd en in Venray staat er ook al een. Wegeling: 'Je kunt je afvragen hoeveel schouwburgen dit land op vijftig vierkante kilometer kan hebben.'

Wat de vrije producenten en Hans Croiset - 'Ik ben geen vrije producent hoor, ik verloochen mijn gesubsidieerde afkomst niet' - doen is inspringen op de situatie waarin de gezelschappen minder reizen (vanwege files, arbeidsomstandigheden, vervelende schouwburgdirecteuren et cetera), en hun energie liever steken in het bespelen van hun eigen theater. Maar ook dat is betrekkelijk. Volgens Ivo van Hove, artistiek directeur van het Zuidelijk Toneel, vormt het reizen zelfs het bestaansrecht van zijn groep. Van Hove: 'Ik moet er niet aan denken me terug te trekken in Eindhoven. Wij moeten en willen met onze produkties het land in. Maar het is een zware klus, dat reizen. Ik repeteer nu Caligula en moet om drie uur 's middags stoppen omdat de acteurs die ook in Maat voor Maat zitten dan snel de bus in moeten. Die zijn vervolgens om twee uur 's nachts thuis en staan hier de volgende ochtend om tien uur weer in het repetitielokaal. Rondreizen is arbeidsintensief en vergt ontzettend veel tijd en geld. Daarom gaan we alleen naar die plekken waar het zin heeft, waar er tenminste tweehonderdvijftig mensen in de zaal zitten.'

Ook voor Hans Croiset is reizen een uitgangspunt: 'In dit land bestaat een groeiende behoefte aan Nederlands repertoire. Van Joseph in Dothan en Een Sneeuw zijn nu al meer dan honderd voorstellingen verkocht. We zijn geen concurrent, niet voor de vrije producenten, niet voor de gesubsidieerde groepen. Dat het Theater van het Oosten, het Zuidelijk Toneel en Hollandia komend seizoen ook ineens met Vondel komen, uitstekend. Die man ligt al drie eeuwen onder de zoden en ik ben graag zijn pleitbezorger. Hoe meer Vondel, hoe meer vreugd'

Dat de grens tussen kunsttoneel en commercieel toneel steeds meer vervaagt, daar is iedereen het over eens. Croiset: 'Het Zuidelijk Toneel maakt kunstzinnige produkties voor een steeds groter publiek, prima toch? Toneelgroep Amsterdam speelt Ayckbourn, ook goed omdat ze daarnaast Prometheus doen. Kunsttoneel bestaat niet, kunsttoneel is vervelend, dat is alleen voor de incrowd. Kunsttoneel eet zichzelf op den duur op.'

Mattijs Bongertman van Impresariaat Jacques Senf: 'Wij hebben Dirk Tanghe Romeo en Julia laten maken en vorig jaar hebben we Het Dagboek van Anne Frank gemaakt. Dat kun je toch nauwelijks commercieel toneel noemen, enkel omdat er een breed publiek op af komt? De tijd dat een vrije produktie bestond uit een bekend toneelechtpaar dat de hele avond op een bankje zat, is allang voorbij. Het toneelpubliek is toe aan een nieuwe impuls. De gezelschappen en de vrije producenten hebben wat dat betreft een gezamenlijke taak, we moeten ophouden met sectarisch te denken.'

Op het moment dat de vrije producenten met marktgericht repertoire komen, doet TGA het omgekeerde: blind dates. TGA wil best reizen, maar niet ver van te voren al vastleggen met welke voorstelling men komt. Gerrit Korthals Altes, zakelijk leider van TGA: 'In ons eigen theater hebben wij nu de Toneelfabriek, daar maken we voorstellingen die voor een deel op reis gaan. Schouwburgdirecteuren kunnen nu zelf komen kijken. In een aantal grote theaters hopen we een week lang ons hele repertoire te laten zien. Voor een aantal andere schouwburgen kiezen we een speciale reisproduktie uit. Wij zijn een repertoiregezelschap en moeten dus veel produkties maken. Een voorstelling bij ons heeft hooguit 45 speelbeurten, dan moet er weer een nieuwe uit. Eddy Habbema kan straks met Schakels een heel seizoen het land in.'

De gesubsidieerde gezelschappen zijn, zoals Korthals Altes het noemt, 'artistiek halsstarriger' geworden wat hun reislust betreft. Jaap Jong van de Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen: 'De zes grote gezelschappen voldoen aan de spreidingseis, dat hebben we uitgezocht. Maar het gesubsidieerde toneel heeft de afgelopen jaren vijf miljoen gulden moeten inleveren dus er wordt inderdaad minder geproduceerd. Als er behoefte is aan Schakels en Couperus, prima, maar de gezelschappen zijn niet in staat dat repertoire ieder jaar aan te maken. Ger Thijs is in dit land de enige die zoiets kan, maar niet ieder seizoen wil.

'Ivo van Hove en Gerardjan Rijnders doen andere dingen en Eddy Habbema springt daar nu op in. Van Hove ontdekt een onbekende O'Neill, stoft dat stuk af en iedereen vindt het prachtig. De vrije producent denkt alleen maar: is dit een geheide hit? Het is en blijft puur marktgericht denken. Ik zie een vrije producent nog niet zo gauw de boer opgaan met Tennessee Williams of Lars Norén of Schnitzler. Joop van den Ende die Medea gaat produceren?, ik zie het nog niet zo snel gebeuren, want dat zou pas echt ernstig zijn.'

Misschien is de grens tussen het vrije en het gesubsidieerde toneel over vier jaar wel helemaal verdwenen. Een warm pleitbezorger daarvoor is Gerard Cornelisse van Bergen, het produktiehuis dat op dit moment al driftig probeert de hokjes neer te halen. Bergen produceerde met Toneelgroep Amsterdam de film en tv-serie Oude Tongen, Marleen Gorris' Antonia en de musical Willeke. Voor het komende seizoen staan een stuk van Arnon Grunberg (De Ratten, met Pleuni Touw en Hugo Metsers), een toneelstuk over Gerrit Rietvelt, een musical over de Barbie-pop en Eindeloos!, muziektheater van Rob en Dick Hauer op het repertoire.

Cornelisse: 'Toneelgroep Habbema, want zo noem ik Van den Ende in dit verband maar even, bestaat uit marketing en sterrentoneel. In Schakels staan John Kraaykamp, Ryan van den Akker en Hugo Metsers, dat zijn acteurs die je terug ziet in de bladen. Pierre Bokma staat niet in de bladen, terwijl dat toch een topacteur is.

'Bij Van den Ende maken ze toneel om straks hun eigen zalen mee te vullen. In het nieuwe musicaltheater in Amsterdam komt namelijk ook een toneelzaal. Ik weet zeker dat Van den Ende op den duur ook elders in het land eigen theaters wil. Het is eigenlijk hetzelfde model als bij de televisie: eerst de programma's maken en dan de zenders kopen.

'De gesubsidieerde groepen hebben het ook een beetje aan zichzelf te danken - de manier waarop zij met de schouwburgen omgaan is vaak respectloos. Er moet in dit land toch tenminste één artistiek leider zijn die het als een mooie taak ziet dit soort theater te maken? En waar praten we over? Over tachtig voorstellingen voor gemiddeld vijfhonderd bezoekers per avond - veertigduizend mensen, dat moet toch te doen zijn?'

Ivo van Hove ten slotte over het gevaar van te veel commercie in het theater: 'Op de televisie zie je op alle zenders altijd hetzelfde. Overal het Rad van Fortuin, in het Nederlands, Duits, Frans, Engels en Italiaans. Alles op televisie gaat steeds meer op elkaar lijken. Daarom zal er een steeds grotere behoefte komen aan een fundamenteel andere ervaring. Ademloos luisteren naar een monoloog van vijf minuten uit Rijkemanshuis bijvoorbeeld. Toneel moet niet de televisie willen kopiëren, niet die snelheid willen. Nee, niet meer MTV in het theater. We moeten oppassen, want de tendens is om in het repertoiretoneel toch die gladdere, die sterrenkant op te gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden