De strakste spijkerbroek en het langste haar Het leven van Clapton is een open boek

Hoogtepunten, diepe dalen, romantische liefde en hartverscheurend drama. Het levensverhaal van Eric Clapton is een dankbaar onderwerp voor biografen. De Engelse gitarist, die naam maakte in de jaren zestig maar zijn grootste succes drie decennia later vierde met zijn MTV Unplugged-album, werd vorig jaar vijftig - aanleiding voor maar liefst...

Colemans boek, een bewerking van een biografie die hij in de jaren tachtig schreef (en die toen onder de titel Survivor verscheen), is het meest persoonlijk. De schrijver, voormalig hoofdredacteur van het Engelse muziekblad Melody Maker, is in de loop der jaren een goede vriend van Clapton geworden, en legt het accent op het roerige privé-leven van de ster. Zo opent het eerste hoofdstuk met het verhaal over de dood van Claptons vijfjarige zoontje, dat in 1991 uit het raam

van de 53ste verdieping van een Newyorks appartement naar beneden viel. Het drama was aanleiding voor Clapton Tears in Heaven te schrijven, een ingetogen ballad die niet alleen een grote hit werd, maar die ook een periode inluidde waarin hij zijn grootste successen behaalde: van het Unplugged-album werden zo'n vijftien miljoen exemplaren verkocht.

De Amerikaan Schumacher, die onder meer een biografie van Allen Ginsberg, Dharma Lion, op zijn naam heeft staan, baseert zich uitsluitend op citaten en interviews van anderen. Dat lijkt een nadeel, maar toch overtuigt Crossroads het meest. Al was het maar doordat Schumacher minder hoogdravend is dan Coleman, die dusdanig onder de indruk is van zijn onderwerp dat hij hem voortdurend schouderklopjes lijkt te willen geven: 'Door al die gesprekken met zoveel bronnen heb ik niet alleen een diepe genegenheid voor Eric opgevat, maar bleef ik ook verbijsterd zitten met de vraag hoe hij het telkens opnieuw klaarspeelt om zijn kunst op een hoger plan te brengen, in weerwil van levensgevaarlijke omstandigheden die gewone stervelingen nooit zouden hebben overleefd.'

Een 'gewone sterveling' is Clapton volgens zijn fans inderdaad niet. De leus 'Clapton is God' achtervolgde hem vanaf het midden van de jaren zestig, toen hij - eerst bij de Yardbirds en later bij John Mayalls Bluesbreakers - naam had gemaakt als een van de grote virtuozen van de Britse popexplosie.

Clapton was een echte bluespurist, die zijn eerste grote groep, The Yardbirds, verliet toen die naar zijn idee met de single For Your Love een ontoelaatbare knieval maakte voor de commercie.

Bij de band van John Mayall, die zo mogelijk nog serieuzer was dan Clapton als het ging om het vertolken van pure blues, was hij beter op zijn plaats - al hield hij het ook daar maar kort uit. Hij was van jongs af een eenling, die weliswaar graag met anderen samenwerkte, maar uiteindelijk toch altijd weer zijn eigen weg zocht.

Coleman meet Claptons rol als 'outsider' breed uit. Hij gaat uitvoerig in op diens 'ellendige' jeugd, die hij bepalend noemt voor zijn latere leven. Clapton werd in 1945 geboren in het plaatsje Ripley (Surrey) als de zoon van de zestienjarige Pat Clapton en Ted Fryer, een Canadese soldaat, die in de Tweede Wereldoorlog in Engeland was gelegerd, maar nog voor Erics geboorte weer naar zijn eigen land (en vrouw) terugkeerde. Een buitenechtelijk kind gold in de jaren veertig nog als een schande. Daarom werd besloten dat het voor alle partijen beter was dat Eric werd opgevoed door zijn grootouders, Rose en Jack Chapp.

Zijn moeder, die een jaar later met een andere Canadese soldaat, Frank McDonald, trouwde, en naar Dortmund verhuisde, vertelt in Colemans biografie dat Eric haar ooit heeft toevertrouwd dat het feit dat hij een buitenechtelijk kind was, een van zijn drijfveren is geweest om naam te maken.

Op zijn veertiende - de rock 'n' roll was in volle gang - kreeg Eric zijn eerste gitaar, al moet het volgens Coleman geruime tijd hebben geduurd (het instrument verdween zelfs nog enige tijd in de kast) voordat hij het spel onder de knie kreeg. Hij was, zoals zo ongeveer al zijn generatiegenoten, een autodidact, die zich de speltechniek eigen maakte door te luisteren naar het gitaarwerk op obscure Amerikaanse importplaten.

Een schoolvriend zou hem later omschrijven als 'een afstandelijk jongetje, een vreemde eend in de bijt: 'Hij had de strakste spijkerbroek, het langste haar en een smerig gezicht. En uiteindelijk zat hij in zijn eentje op het grasveld in het dorp voor zichzelf gitaar te spelen. O ja, hij was absoluut een buitenbeentje.'

Het ontdekken van de bronnen van de rock 'n' roll was in Claptons eigen woorden een haast 'religieuze ervaring', die hem via Chuck Berry steeds verder terugvoerde in de tijd, tot hij de blues van Robert Johnson ontdekte.

Johnson, wiens Cross Road Blues hij later met Cream zou coveren (als Crossroads) bleef altijd een van zijn grote voorbeelden. In zijn liefde voor de blues vond Clapton een medestander in Jimi Hendrix, een jonge Amerikaanse gitarist die Londen op zijn kop zette met zijn intense, onnavolgbare sound, waarmee hij de oude blues nieuw leven inblies.

Clapton was onder de indruk. Hij probeerde hetzelfde te bewerkstelligen met Cream, de groep waarmee hij in de jaren daarop wereldfaam verwierf, en die dezelfde bezetting had als The Jimi Hendrix Experience. Met drummer Ginger Baker en bassist/zanger Jack Bruce vormde hij een trio, de kleinst mogelijke rockbezetting, die elk van de muzikanten alle ruimte bood zijn vaardigheden ten toon te spreiden.

Na Cream, dat al na drie jaar uit elkaar viel, volgde een periode waarin Clapton korte tijd deel uitmaakte van wisselende bands, Blind Faith (met Steve Winwood) en Derek & The Dominoes, voordat hij begon aan een solo-carrière: pas aan het begin van de jaren zeventig voelde hij zich zelfverzekerd genoeg om de rol van frontman (en zanger) op te eisen.

In deze periode ontspon zich ook de bizarre liefdesgeschiedenis die Clapton aanspoorde tot het schrijven van wat waarschijnlijk zijn bekendste song is: Layla, een hartverscheurende liefdesverklaring ('Layla, you got me on my knees, Layla I'm begging darling please') aan zijn grote, maar onbereikbare liefde, Pattie Boyd, de vrouw van Beatle George Harrison.

Een tranen-met-tuiten-soap verbleekt bij de gebeurtenissen die Coleman vervolgens beschrijft. Clapton laat het nummer horen aan Paula, Patties zusje met wie hij had aangepapt om dichter bij zijn grote liefde te kunnen zijn. 'Toen ze die tekst hoorde, pakte ze haar koffers en verliet volkomen overstuur mijn huis. Omdat ze besefte dat het over Pattie ging en dat ik haar alleen maar had gebruikt, veronderstel ik', vertelt Clapton in Colemans boek.

Pattie zelf vond het nummer 'zowel beangstigend als schokkend', maar ging verder niet in op de avances van de gitaarheld, die zich liet verleiden tot emotionele chantage: 'Ik zei tegen haar dat ze echt bij me moest blijven, omdat ik anders naar de verdommenis zou gaan. Ik gaf haar zelfs een pakje heroïne en zei: als je niet naar me toekomt, ga ik de komende paar jaar gebruiken. En dat deed ik ook.'

Clapton staat vol van dergelijke ontboezemingen van de ster, die er weinig moeite mee lijkt te hebben openhartig te zijn over zijn privé-leven. Dat maakt het de biograaf onverwacht makkelijk. Bij biografieën van bijvoorbeeld David Bowie of John Lennon werd nooit duidelijk waar de feitelijkheden ophielden en de roddel begon. Maar Claptons leven is een open boek. De hoofdpersoon komt ruiterlijk uit voor zijn zwakheden, voor zijn verslavingen (eerst heroïne, later alcohol), zijn amoureuze escapades, of zijn boerse directheid - zoals in de manier waarop hij Harrison later confronteerde met zijn liefde voor Pattie: 'Ik ben verliefd op je vrouw, wat denk je daaraan te gaan doen?'

Colemans biografie moet het vooral hebben van zulke sappige details, Schumachers Crossroads gaat niet meer in op het persoonlijke leven van de hoofdpersoon dan strikt noodzakelijk is: alleen voor zover het naar het idee van de auteur iets meer duidelijk maakt over het muzikale verhaal. Bij Schumacher geen gebabbel, maar een nuchter en sluitend betoog over de groei en bloei van Clapton de muzikant. Zijn analyse van Claptons oeuvre is (zelfs al is die geschreven door een fan) diepgaander en treffender dan die van Coleman. Hij legt verbanden in de muzikale geschiedenis, wijst op kleine details die toch essentieel bleken, en plaatst Clapton zo in het grote popverhaal.

Dat maakt Crossroads de meest bevredigende van de twee biografieën. Want Clapton zal toch in eerste instantie de geschiedenis ingaan als een sleutelfiguur in het voortzetten van de bluestraditie, als een groot gitarist, zanger en componist, die zijn plaats in de 'Rock 'n' Roll Hall Of Fame' ruimschoots heeft verdiend.

Michael Schumacher: Crossroads - The Life and Music of Eric Clapton. Little, Brown and Company, import Penguin Nederland, ¿ 53,50.

Ray Coleman: Clapton - De biografie van een fenomeen. Uit het Engels vertaald door Cherie van Gelder. Meulenhoff, ¿ 39,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden