De straat kijkt als buurman met een sabel zwaait Indonesië_Jakarta_Jalan Nipah

Altijd hangen dezelfde mannen rond in de Jalan Nipah in Jakarta. Wie er woont weet wie er zijn vrouw slaat, een vriendin heeft of te veel roddelt....

Michel Maas

Als je mijn straatje binnenrijdt, staan daar altijd dezelfde mannen bij het kleine parkeerpleintje op de kruising waar ook de publieke telefoon is. Aan die telefoon hangen altijd dezelfde meisjes en jongens, die weten hoe je gratis kunt bellen met een muntje en een touwtje. De mannen wuiven de auto door en glimlachen als ik glimlach. En eenmaal binnen in het doodlopend straatje is het niet anders. Altijd dezelfde mensen. Altijd. Het is alsof er niets is veranderd sinds ik hier ben komen wonen.

Het gaat ongemerkt. De mensen die zo vluchtig achter je autoraam voorbijschuiven hebben, zonder dat je er erg in had, in de loop van de jaren inhoud gekregen. Ik weet bijvoorbeeld dat de schooljuf met de hoofddoek met haar moeder een kleine winkel drijft waarin zij behalve zeep en snoepgoed ook kwalijke roddels verkoopt. Zij beschuldigt iedereen in de straat ervan de goot voor haar winkeltje te vervuilen en eist dan geld als compensatie, geld dat zij natuurlijk nooit krijgt. Dan is zij maanden boos en draait je de rug toe als je eraan komt.

De kleine dikke blote man met de bril bij de parkeerplaats slaat zijn vrouw. Dat is nog niet zo erg als de man met de grote snor die altijd zo hartelijk glimlacht en heel het verkeer lamlegt om mij erdoor te loodsen. Hij buigt en tikt joviaal tegen zijn pet als ik hem wat geld toesteek. Hij heeft vastgezeten voor het verkrachten van een kind.

Ik weet dat allemaal. Ik heb er niet om gevraagd. Maar als je lang genoeg in een straatje als het mijne woont gaat het vanzelf. En omgekeerd weet ook iedereen alles van mij. Hoeveel bier ik drink. Hoe hoog mijn telefoonrekening wel niet is. Hoe ongelooflijk veel boeken er rondslingeren in mijn huisje. Dat ik aan tafel eet. En nog een paar zeer saillante dingen. Toen ik hier kwam, was mijn straatje leeg. Het was het decor dat ik passeerde op weg naar huis. Nu is het gevuld geraakt met verhalen en anekdotes die ik net zo lief niet had geweten.

Aan het kruispunt in het grote huis woont de oudste zoon van ‘oma aan de overkant’. Hij is getrouwd met een vrouw die je maar hoeft tegen te komen om te weten dat zij haar halve dagen vult met het rondstrooien van roddelpraat. Zij moest eens weten. Zij hebben geen kinderen en haar man heeft nu stiekem een jonge vrouw genomen, ergens in de stad. Want hij wil een zoon, zegt hij. Zijn vrouw weet van niets, maar de bejaarde oma van de overkant is er achter gekomen en heeft meteen een beroerte gekregen die haar bijna de dood in had gejaagd. Haar jongste zoon had dat eerder al bijna voor elkaar gekregen: dat is de zoon die is gestorven aan aids (al zeggen ze liever dat het kanker was).

En dan heb ik het nog niet over die schoonzoon, die mij nooit aankijkt en altijd tot diep in de nacht voor het huis zijn bromfiets zit te poetsen. Hij zegt nooit een woord. Op een avond zag ik hem schuimbekkend een buurman te lijf gaan met de roestige antieke sabel van opa. Zij hadden ruzie om een onhandig geparkeerde auto. Ik stond achter mijn hek en keek net als de rest van de buurt hoe zijn vrouw hem resoluut vastgreep en ontwapende.

De man die naast de bakso-verkoper zit is de zoon van de ‘batakker’ die op de oprit voor zijn huis tussen schurftige katten etenswaren produceert voor de catering. Ik zeg ‘batakker’ omdat ik ook dat te weten ben gekomen: batakkers zijn Indonesiërs waar alle andere Indonesiërs een hekel aan hebben. Die lenen geld en betalen het niet terug, en maken daar ruzie over. Maar dat van die catering kan ik met mijn eigen ogen zien, elke dag. De zoon van de batakker is heel groot en harig en geestelijk niet helemaal in orde. Vrouwen zijn bang voor hem.

Naast oma woont een vrome moslim, een jonge jongen nog. Die houdt gebedsavonden met studievrienden. Hij wil naar Mekka en kent de Koran al bijna van buiten. Je zou hem in Nederland een radicale moslim noemen en bang voor hem zijn. Maar dit is Indonesië. Zijn beste vriend is een homo en hij deelt zijn tweekamerwoning met zijn zus, die een gescheiden moeder is. Zij weigerde na haar huwelijk bij haar schoonouders in te trekken, zoals dat hier gebruikelijk is, en is toen met haar kind hierheen gekomen. Haar man koos voor zijn moeder.

Al die dingen weet ik, als ik met mijn auto langzaam naar binnenrijd. Ik zwaai en glimlach. Ik geef de man met de snor zijn geld en denk: ‘kinderverkrachter’. Ik passeer het parkeerplaatsje, zie de kleine dikke met zijn handen over zijn blote buik wrijven en weet: ‘slaat zijn vrouw’. Ik zie de vrouw in het grote huis op de hoek, die als enige in de straat de mooiste roddel nog niet weet. Zonder het te weten ben ik beland in een Indonesische soapserie, waaruit je maar op één manier kunt ontsnappen: verhuizen.

Michel Maas

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden