Column

De stoere wetenschap lijkt steeds meer op stoere politiek

Onzekerheid wordt gemaskeerd met stoere wetenschap.

Het debat over de 'universiteit van de toekomst' was met enige poeha aangekondigd. Er schijnen razendsnelle veranderingen op til te zijn, een totaal andere universiteit. Gratis online-onderwijs en docenten die per hologram op meer plaatsen tegelijk kunnen lesgeven. Ik mocht het desbetreffende panel voorzitten en de eerste vraag stelde zichzelf: leuk die hologrammen, maar wat doet zo'n universiteit - waarheen en waarvoor?

Geert ten Dam, bestuursvoorzitter van de Universiteit van Amsterdam, vertelde over haar zorg: de toegankelijkheid. Zullen ook nieuwe Nederlanders de weg naar het Maagdenhuis weten te vinden? Nobele gedachte, maar ook die zei niets over de vraag waartoe de universiteit op aarde is. Het traditionele beeld van wat wetenschap vermag zagen we vorige week bij de bekendmaking van de Spinozaprijzen. De winnaars ontdekken dingen die wij niet begrijpen, zoals 'gouden nanodeeltjes die lichtbundels vastgrijpen'. Dat is de wetenschap die krachtig voorwaarts gaat met kennis die ons verder brengt.

Zo ziet de universiteit zichzelf ook graag, excellent en van topkwaliteit. Maar ik schat dat 95 procent van zowel personeel als studenten qua belangstelling en prestaties mijlenver van dit soort power science afstaat. En bij het grote publiek is wel degelijk sprake van een gezagscrisis. De rol van de wetenschap spreekt niet langer voor zich. Bestuurskundige Paul 't Hart zei op een bijeenkomst, ook over de toekomst maar dan van het openbaar bestuur: 'Gezag moet je verdienen. Als ik een toga aantrek, symbool van wetenschappelijkheid en deskundigheid, dan zullen mijn eerstejaarsstudenten mijn verhaal desondanks woord voor woord factchecken.'

En niet alleen zij. Het grote publiek gelooft niet in de veiligheid van ondergrondse CO2-opslag, ook niet met de zegen van de wetenschap. Of in vaccinatie ter voorkoming van baarmoederhalskanker. De mensen raadplegen de computer en trekken zelf hun plan. Voorheen heette dat emancipatie, nu populisme. Alle grote instellingen hebben het er moeilijk mee. Het recht, de politiek, en misschien wel vooral de wetenschap, die naar haar aard de waarheid in pacht had. Nu heerst verwarring.

Hoe dan wel? De roeping van de wetenschap is zich bekommeren om het publieke belang, zei Huub Dijstelbloem in het panel, wetenschapsfilosoof en ook verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Je zou denken dat dat geen betoog hoeft voor een instelling die midden in de samenleving staat en met ons geld wordt betaald. Maar nee, de verhouding tussen universiteit en publiek belang is 'een zoektocht', aldus Dijstelbloem. Aan de ene kant zijn publieke kennis en markt zodanig verstrengeld dat de samenleving uit het zicht is verdwenen. En aan de andere kant is de wetenschap haar distantie kwijtgeraakt, door juist bij de politiek op schoot te gaan zitten en op barse toon voor te schrijven hoe het allemaal moet.

Natuurlijk wordt ook nu nagedacht over de publieke zaak. Maar de bordjes zijn verhangen en illustratief is het boek The Ideas Industry van Daniel Drezner, deze week besproken in de Financial Times. Drezner maakt een onderscheid tussen de publieke intellectueel en de voordenker ('thought leader'). Voorheen domineerde aan de universiteit de publieke intellectueel, breed onderlegd, politiek geëngageerd, meer gericht op begrijpen dan op de snelle oplossing, type Bart Tromp, J.A.A. van Doorn of Jos de Beus. Intellectuele reuzen, allemaal overleden.

De nieuwe intellectueel is de voordenker. Hij is niet van de sociale wetenschappen, maar van de harde bètakennis. Hij is geen tobber, maar vrolijk gestemd en draagt uit wat de wetenschap presteert. Robbert Dijkgraaf is het voorbeeld. Het dominante kennisprogramma is niet langer Buitenhof maar DWDD. De voordenker heeft één onderwerp, zíjn onderwerp, en het betoog draait uit op wat we moeten doen. Oplossingen, dat is wat we willen. Jan Rotmans van de transitiekunde is ook een voorbeeld, net als ontwerper Daan Roosegaarde. Kennis is blitse kennis geworden, en het onzekere openbaar bestuur haakt graag aan. Samen gaan we smart cities bouwen, helemaal cradle-to-cradle. Zo hopen wetenschap en bestuur samen de cynische burger te verleiden.

Laatst zag ik de gerespecteerde socioloog Joop Goudsblom voorbijschuifelen. Hij leeft dus nog. Indertijd noemde Goudsblom de socioloog een 'mythenjager'. Het afschieten van onzin was voor zijn generatie een wetenschappelijke levenstaak. Karel van het Reve kon het als de beste. De mythenjager van toen is tegenwoordig een feitenjager. Dertig jaar geleden ging het debat nooit over de feiten. Feiten waren bouwstenen, pas daarna begon de wetenschap. Nu gaat het niet langer om het ontkrachten van mythen maar om van wie de feiten zijn.

De oplossing vloeit rechtstreeks voort uit de nuchtere feiten en wie er anders over denkt, heeft het niet begrepen. Wetenschap werd stoere wetenschap en lijkt sterk op stoere politiek. Bestuurders maskeren hun onzekerheid door steeds harder 'ik heb besloten' of 'ik heb opdracht gegeven' te roepen, om er geen misverstand over te laten bestaan dat zij aan de touwtjes trekken. Het kan niet verbloemen dat onze instituties steeds meer opereren in een onrustbarend luchtledige. Juist daarover moet de universiteit eens duchtig nadenken.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.