vier vragen wat is er mis met de stint?

De Stint staat stil, hoe moet het verder met het elektrische karretje?

De Stint mag uit veiligheidsoverwegingen niet meer rijden. In 2011 oordeelden keuringsinstanties nog dat de elektrische bolderwagens de weg op mochten. Wat is er in de tussentijd gebeurd en hoe moet het verder? Vier vragen over de Stint. 

De Stint. Beeld Foto Arie Kievit / de Volkskrant

De Stint staat nu stil, maar er was eerst toch niks mee aan de hand?

Een dag na het dodelijke ongeval met de Stint in Oss, bijna twee weken geleden, zag minister Van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) nog geen reden om de elektrische bolderkar van de weg te halen. De Stint, schreef ze aan de Tweede Kamer, was in 2012 niet voor niets tot de weg toegelaten. Daarbij: grote ongelukken hadden zich nooit voorgedaan, tot in Oss een Stint met vijf kinderen en een medewerker van een kinderdagverblijf op het spoor belandde.

Sinds maandag kijkt Van Nieuwenhuizen met heel andere ogen naar de Stint. Voorlopig onderzoek van de Inspectie Leefomgeving en Transport heeft ‘potentiële veiligheidsrisico’s’ aan het licht gebracht, net als twijfels over de technische constructie van de Stint. Die kan stilvallen of helemaal niet meer remmen, aldus de inspectie. Van Nieuwenhuizen verbood de 3.500 Stints ‘uit voorzorg’ nog langer de weg op te gaan.

Met dat besluit zet ze de schijnwerper op het werk van haar voorganger, Melanie Schultz van Haegen, en de betrokken keuringsinstanties. Schultz oordeelde in november 2011 dat de Stint veilig aan het verkeer kon deelnemen. Wel wees ze de fabrikant op enkele ‘behartigenswaardige’ opmerkingen van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (Swov) over gebruik, snelheid en breedte van het voertuig.

De Swov vroeg zich bijvoorbeeld af of iemand van 16 jaar zonder rijervaring wel op een veilige manier tien kinderen kan vervoeren. De RDW merkte op dat de Stint 35 centimeter breder was dan toegestaan. Geen probleem, vond Schultz; vanaf 2012 zou de Stint hoe dan ook binnen de toegestane norm vallen.

De Stint: het oordeel van de inspectie tegenover het verweer van directeur Renzen.

Hadden de RDW en de Swov uitgebreider onderzoek moeten doen?

Uit testen van de ILT blijkt dat een stroomkabel in het motorsysteem kan losraken of breken, waardoor een Stint uit zichzelf naar de hoogste snelheid klimt. Datzelfde kan gebeuren als het veertje in de gashendel afbreekt. Remmen door het gas los te laten lukt dan niet meer en door in de rem van het stuur knijpen, krijg je de Stint volgens de inspectie niet zomaar stil. De laatste optie, de sleutel in het contact omdraaien, noemt de ILT ‘geen natuurlijke handeling’ in een ‘panieksituatie’.  In de Stint is voor zulke gevallen een veiligheidsmechanisme ingebouwd, toch sloeg de motor niet af.

De RDW noch de Swov heeft de situatie met gebroken stroomkabel nagebootst. Het probleem was eind 2011 niet bekend toen ze de Stint onder de loep namen. ‘Je kunt niet alle gebreken in een test simuleren’, reageert de RDW. ‘We hebben naar een werkend voertuig gekeken en geen defecten gesimuleerd of ingecalculeerd’, zegt de Swov. ‘Verstoringen of defecten zaten niet in ons onderzoek.’

Hard remmen kwam bij de tests wel aan de orde. Conclusie: de Stint bleef bij een noodstop in balans, de remweg (3,5 meter bij een maximale snelheid van 15 km/u) en remvertraging waren in orde. De RDW beoordeelde het remsysteem als goedwerkend, maar kan niet zeggen op welke manieren dat precies is getest.

De keuringsinstanties blijven erbij dat ze hebben getest wat ze altijd testten en hebben gedaan wat het ministerie hen vroeg. Toch wil de ILT van de RDW opheldering over de ‘toetsingscriteria’ van toen. Een van die vragen luidt: waarom beoordeelde de RDW de belading van de Stint als ‘niet van toepassing’, terwijl bekend was dat kinderopvangorganisaties er tot tien kinderen mee zouden vervoeren? ‘Daarover kunnen we nu geen mededelingen doen’, zegt de RDW.

Remmen met een stint.

Hoe zit het met de aanpassingen die de fabrikant in het geniep zou hebben gedaan?

Edwin Renzen, directeur van Stint Urban Mobility dat de bolderkarren sinds 2012 produceert, krijgt van Van Nieuwenhuizen een flinke tik op de vingers. Hij zou ‘op eigen initiatief’ technische wijzigingen aan de Stint hebben doorgevoerd zonder deze aan het ministerie voor te leggen. De ILT constateerde bijvoorbeeld dat de 800 watt elektromotor in mei 2014 werd vervangen door een 1.200 watt krachtbron. Nog altijd ver verwijderd van de maximaal toegestane 4 kilowatt.

Bij de toelating tot de weg maakte het ministerie aan Renzen duidelijk dat aanpassingen aan de Stint niet zomaar waren toegestaan: deze moesten aan de eisen van vormgeving, technische specificaties en verkeersveiligheid blijven voldoen. Maar betekent dit ook dat hij te ver ging door er een andere motor in te schroeven? De RDW en Swov zeggen het antwoord niet te weten.

Renzen is zich van geen kwaad bewust. Een iets zwaardere motor was volgens hem nodig om makkelijker heuvelop te kunnen met de elektrische bolderkar. Ook werd de topsnelheid verhoogd van 15 naar 17,2 kilometer per uur, zodat fietsers de Stint minder vaak inhaalden op het fietspad.

Renzen zegt wel degelijk rekening te hebben gehouden met aanpassingen aan de Stint. Zo diende hij eind 2014 een verzoek in bij de RDW om een nieuw type Stint te keuren: een model waarin maar vier kinderen pasten, speciaal bedoeld voor gastouders. ‘De voorkant was 20 centimeter smaller dan de achterkant, daarom hebben we hem aan de RDW voorgelegd.’ Het voertuig kwam uiteindelijk nooit op de markt.

De eigenaar van de Stint-fabriek is stellig over de aanpassingen die hij heimelijk zou hebben doorgevoerd. ‘Het voertuig is niet wezenlijk anders dan wat het in 2011 al was. Het heeft nog steeds dezelfde afmetingen, dezelfde plek op de weg, er zitten zelfs iets meer remmen op en het blijft nog steeds binnen de maximumsnelheid van 25 kilometer per uur. Het ministerie kan nu wel zeggen dat het allemaal heel anders is geworden, maar dan moeten ze me eerst vertellen wat.’

Hoe moet het nu verder met de Stint?

Alle 3.500 karretjes staan sinds dinsdag stil, kinderopvangorganisaties en bedrijven zijn op zoek gegaan naar alternatieven. De vraag is nu of het einde van de Stint is ingeluid, of dat de vinding van Renzen en industrieel ontwerper Peter Noorlander nog een tweede kans krijgt. Renzen toonde zich dinsdag strijdvaardiger dan kort na de onheilstijding van de minister, het bedrijf werkt aan een verweer tegen de bevindingen van de ILT. Daarmee lijkt het ongeluk in Oss ook een juridisch steekspel te hebben gebaard.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.