DE STILTE VINDEN

De man laat nooit het achterste van zijn tong zien, maar zijn stukken zijn 'diep emotioneel' zegt zijn omgeving. Jirí Kylián viert zijn 30-jarig jubileum bij het Nederlands Dans Theater....

Jirí Kylián laat zich moeilijk kennen. Ongenaakbaar lijkt hij, afstandelijk, een man die zich graag verschuilt achter zijn imago van een sfinx - alle 30 jaar al dat hij verbonden is aan het Nederlands Dans Theater, waar hij deze maand zijn jubileum viert. Hij vertelt weinig over zijn privéleven zegt collega-choreograaf Paul Lightfoot, jarenlang topdanser in Kyliáns werk bij het NDT. 'Hij heeft iets van een monnik', vindt collega-choreograaf Mats Ek. 'Het warme gaat schuil achter een bepaalde gereserveerdheid.'

Datzelfde geldt voor veel van zijn balletten, zeker die van de laatste jaren. Die lijken abstract, zonder verhaal, maar onderhuids spelen fundamenteel menselijke emoties een grote rol. Aan het woord abstract heeft Kylián sowieso een hekel. Volgens hem is er niets abstracts aan iemand die levend en zwetend voor je staat. 'Al mijn werk gaat over liefde en dood', zegt hij altijd.

Zijn afstandelijkheid wordt wel eens - ten onrechte, zegt zijn omgeving - verward met arrogantie. Kylián gaat er niet prat op wereldberoemd te zijn. 'Hij is gewoon constant bezig balletten op tijd af te krijgen voor de première.' zegt zijn staf bij het NDT.

Hij mag dan ongenaakbaar lijken, humor heeft hij wel. 'Hij vertelt moppen als de beste', zegt Dirk Haubrich, de Nederlands-Duitse componist die de laatste jaren vaak met Kylián samenwerkt. Ook die kant manifesteert zich in sommige dansstukken met een uitgelaten theatraliteit. Zoals tijdens het gekke en groteske gegoochel met de namaakhoeden van de koningin in het recente Beatrix-ballet Chapeau, deze maand nog op tournee te zien.

Tot en met zondag is ook nog vier keer het avondvullende One of a Kind te zien, dat Kylián in 1998 creëerde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken ter viering van het 150-jarig bestaan van de Grondwet. Deze hommage aan individualiteit en vrijheid haalde staande ovaties in bijna alle wereldsteden en is nu even terug in Den Haag.

'Een echte Lord of the Dance', complimenteert Brigitte Lefèvre, directeur van het Ballet van de Parijs Opéra, waar Kylián ook het Franse publiek aan zijn voeten kreeg: 'Een van de grootste choreografen van de laatste dertig jaar. Zijn dansstukken zijn diep emotioneel zonder sentimenteel te worden.'

'Een choreograaf van wereldformaat', zegt staatssecretaris van cultuur Medy van der Laan. 'Zijn choreografieën zijn letterlijk adembenemend. Hij benut de mogelijkheden van dansers ten volle. Zelfs een losse balletvloer zet hij in om de grenzen van wat met dans mogelijk is op te rekken.'

Tijdens haar toespraak bij Kyliáns Chapeau-ballet, voor de opening van het Holland Dance Festival, citeerde ze het motto uit zijn eerdere jubileumproductie Arcimboldo (2000): Yesterday is history, tomorrow is a mystery, today is a gift. That's why it's called the present (een uitspraak van humorist Joan Rivers).

Dat motto raakt precies aan de onderstroom van bijna al het werk van Kylián. Altijd valt er een verbinding tussen heden, verleden en toekomst te ontdekken, een gaan en komen, van voorbij, naar nu, naar straks, van hier naar ginder. Dat ginder kan iets spiritueels zijn, maar ook de dood, die zich overdrachtelijk manifesteert in het magisch verdwijnen van dansers in decors vol gespleten doeken. Zijn suggestief gebruik van de achterwand is vermaard: met hun rug naar het publiek worden dansers naar achter gezogen, onzichtbare perspectieven tegemoet. Soms verschijnen ze juist uit een mistige verte en is de orkestbak hun afgrond. Vaak wijst een uitgelichte baan hen de weg of houdt een gekaderd vierkant hen halt.

Danseres Nancy Euverink, boegbeeld van NDT 1, die onder meer het belangrijke relatieduet As If Never Been (1992) danste: 'Hij laat je heel snel bewegen maar bijvoorbeeld ook heel snel stoppen. Stoppen is niet het goede woord. Het is de stilte vinden. Dat is een groot verschil. Hij vraagt je niet de ruimte te vullen met bewegingen maar met intenties. Waar kom je vandaan, waar ga je naar toe, vraagt hij altijd tijdens repetities. Hij laat je op talloze manieren door één minuut gaan. Hij heeft een fascinatie met tijd.'

Ook topballerina Sylvie Guillem, die sinds kort een solo van Kylián op haar repertoire heeft, vindt zijn vaak toegepaste slowmotion even moeilijk als fascinerend: 'Dat oogt traag maar je doet juist waanzinnig veel bewegingen tegelijkertijd.'

Op Kylians toneel zie je geen dansers maar Tanz-Menschen, zegt vriend Stefan Felsenthal (voormalig hoofd Culturele Programma's NOS). 'Geen machomannen en dunne dames. Mannen en vrouwen verschillen niet wezenlijk.' Kenners wijzen drie periodes aan in zijn oeuvre, hoofdzakelijk gescheiden door momenten dat het artistiek of persoonlijk minder goed met hem ging.

In het begin maakte hij vooral romantische neo-klassieke werken (zoals Soldatenmis uit 1980, de Psalmensymfonie en zijn grote doorbraak Sinfonietta uit 1978) die hun lyriek en dramatiek ontlenen aan heldere patronen, synchroon uitgevoerd door grote groepen dansers. Na zijn ontmoeting met Aboriginals in 1980 - hij werd als 'goede dromer' toegelaten tot hun rituelen - koos hij voor een puntiger ritmiek en strakkere bewegingen in bijvoorbeeld het animalistische Nomaden (1981) en Stamping Ground (1983).

Toen ging het mis. In 1984 pleegde danseres Karen Tims zelfmoord, in een Italiaanse hotelkamer na afloop van de laatste voorstelling van het seizoen. 'Zoiets kan gebeuren als een artistiek leider de schreeuwen om hulp niet herkent. Van een schuldgevoel wil ik niet spreken, ik weet niet of ik iets had kunnen doen. In elk geval deed ik niet genoeg om de tragedie te vermijden, dat staat vast', zei hij daarover in een interview in de Volkskrant.

In 1987 kreeg het NDT als enige gezelschap in de wereld een groot eigen theater, het huidige Lucent Danstheater, ontworpen door Rem Koolhaas. Maar het ambitieuze openingsballet daarvan pakte voor een nerveuze en depressieve Kylián niet goed uit. In datzelfde jaar betichtte de New Yorkse pers hem van het maken van 'eurorotzooi'.

Kylián besloot wat minder hooi op zijn vork te nemen en stelde artistieke onderdirecteurs aan van de afzonderlijke geledingen (de topgroep NDT I, de jonge honden van NDT II en later de seniordansers NDT III). Met No More Play (1988) begon hij aan zijn beroemde zwart-wit reeks waarin vleeskleurige lichamen schitteren tegen donkere decors.

Kern van al zijn balletten is de muzikaliteit en de onontkoombare logica, bevestigt Roel Voorintholt, die voor het jeugdensemble van Introdans diverse Kyliánstukken op het repertoire heeft. 'Of het nu op de tel of tussen de accenten is gechoreografeerd, het klopt altijd. En vergeet de weloverwogen vormgeving niet. Hij heeft een groot gevoel voor design en esthetiek.' Al moest hij in het begin wennen aan een nieuwe confrontatie met oud werk, nu stelt hij soms zelf voor delen van stukken door Introdans Ensemble voor de Jeugd te laten hernemen.

Zijn danstalent ontleent Kylián aan zijn moeder, Markèta Kyliánova, met 93 jaar nog steeds zijn belangrijkste criticus. Zo was deze voormalige danseres, gespecialiseerd in Spaanse folkloredans, aanwezig bij de première van het Beatrix-ballet Chapeau. Volgens Kyliánova kon haar zoon - als kleine jongen al van elastiek - net als zijzelf geen muziek horen zonder er dans bij te zien. Lefèvre: 'Sinds ik zijn moeder heb ontmoet, begrijp ik meer van haar zoon.'

Van zijn (overleden) vader, een rationele bankdirecteur, mocht hij alles worden, als het maar geen soldaat of danser was. En dus werd Jirí danser en zijn twee jaar oudere broer Jan militair.

Via de Royal Ballet School kwam de danser terecht bij het Stuttgarter Ballet van John Cranko, die al snel zijn choreografische ambities honoreerde, en waar hij zijn muze en vrouw, danseres Sabine Kupferberg, ontmoette.

Toen Jaap Flier, Hans Knill, Hanny Bouman en Carel Birnie haar naar het NDT wilde halen, boden ze haar vriend ook een jaarcontract aan. In 1975 werd hij definitief artistiek directeur van het NDT.

Volgens Paul Lightfoot is Kylián in al die jaren veranderd in de wijze waarop hij met dansers werkt: 'Vroeger kwam hij de studio in, liet hij een muziekstuk horen waar hij al passen op had bedacht. Nu laat hij de dansers vrijer. Reikt hen beelden aan en kijkt wat hun lichamen terug geven. Hij geeft je het gevoel dat jij de baas bent. Wat natuurlijk niet zo is: dat is hij.' Oud-danseres Roslyn Anderson, al vanaf Kyliáns komst naar Den Haag in 1973 vertrouwd met zijn werkwijze en over heel de wereld repetitor van zijn oeuvre, roemt zijn compassie voor dansers. 'Hij is royaal met complimenten en discreet met kritiek. Correcties neemt hij apart met ze door. Hij wil nooit kwetsen.' Daarvoor herinnert Kylián zich te goed zijn teleurstelling toen hij, negen jaar oud, als enige van de balletklas niet werd gecast voor een opera. En al is hij voorzichtig met woorden, dansers voelen aan alles de eruditie van deze belezen kosmopoliet. Euverink: 'Als ik niet met Jirí had gewerkt had ik nog nooit van Samuel Beckett gehoord.' In die zin lijkt hij op zijn grootmoeder, waaraan hij Sinfonietta met de volgende woorden opdroeg: 'Veel zei ze niet. Maar om wat ze zei, lag iedereen dubbel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden