De stilte van Stillwater

Ze maken weidse, orkestrale folkpop, geïnspireerd op het landschap van Oklahoma. Nu ook in Nederland.

Of je nu John Steinbecks The Grapes Of Wrath (1939) leest of luistert naar Dust Bowl Ballads (1940) van Woody Guthrie, de hoofdrolspelers in beroemde vertellingen over de Dust Bowl zijn altijd vertrekkers: arme boeren uit het zanderige hart van de VS die in de jaren dertig richting de kust werden gejaagd door zware stofstormen, veroorzaakt door extreme droogte in combinatie met te intensieve, te eenzijdige akkerbouw.


De band Other Lives, deze maand viermaal live te zien in Nederland, biedt enig tegenwicht: het landschap van hun thuisstaat Oklahoma werd gevormd door de verwoestende kracht van de Dust Bowl, maar ze ontvluchtten de regio nooit. Ze keerden zelfs terug naar het slaperige stadje van hun jeugd, Stillwater, voor de opnamen van Tamer Animals, het prachtige album waarmee de groep dit jaar internationaal debuteerde.


'Wij Okies hebben een vreemde verhouding met de natuur', zegt frontman Jesse Tabish, een vriendelijke, uit de vroege jaren zeventig weggelopen beardfolkie met melancholieke hondenogen, gezeten in de bar van zijn Amsterdamse hotel. 'De natuur rond Stillwater is imposant, maar in feite is het geen natuur meer: het is uitgewoond, tijdens de Dust Bowl door de mens verwoest en in de decennia daarna op een bizarre manier weer mooi geworden. Over dat spanningsveld tussen mens en natuur schrijven we graag.'


Vrijwel alle liedjes op Tamer Animals gaan erover. Eigenlijk is dat bij Other Lives nooit anders geweest: zelfs toen de band nog Kunek heette en (rond 2005) instrumentale muziek maakte, riepen de composities veel associaties met landschappen op.


'Instrumentale bands hebben altijd de ambitie om filmscores te maken', zegt Tabish. 'Wij waren geen uitzondering. We waren allemaal fan van Ennio Morricone, alleen diende zich voor ons nooit een film aan. We maakten scores bij niet bestaande natuurfilms. Geen verhaallijn, alleen beelden.'


Toen Kunek in 2006 zijn eerste en enige album Flight Of The Flynns uitbracht, hadden tekst en zang inmiddels hun intrede gedaan. De naamsverandering in Other Lives volgde een jaar later, omdat er een bandlid vertrok en de groep het muzikaal over een andere boeg wilde gooien.


Het titelloze Other Lives-debuut (2009) en vooral Tamer Animals bevatten weidse, orkestrale folkpop, die klinkt alsof The National (de titelsong van het album had van die groep kunnen zijn) de degens kruist met Sigur Rós, compleet met gastbezoekjes van Morricone (de twang in bijvoorbeeld Old Statues) en Fleet Foxes.


'Ik groeide op met platen van The Beatles, Neil Young en Bob Dylan', zegt Tabish', 'maar ik ben toch geen muzikant geworden die altijd uitgaat van een liedje. Ik zou Other Lives eerder een ensemble dan een band noemen. Veel orkestrale popgroepen beginnen met een liedje, dat ze vervolgens aankleden. Bij ons zijn de orkestrale lagen er vaak eerder dan de melodie.'


Op Tamer Animals zijn instrumenten te horen als harmonium, orgel, viool, trompet, hoorn, klarinet en cello, maar ze werden allemaal ingespeeld door de bandleden zelf. Niet zo vreemd dat de opnamen ruim veertien maanden in beslag namen.


'We wilden graag met een orkest werken, maar dat bleek in Stillwater niet voorhanden en bovendien onbetaalbaar', zegt Tabish, 'met als gevolg dat we alle partijen zelf inspeelden: noot voor noot, laag voor laag. Pas toen de plaat af was, hebben we hem als band live leren uitvoeren. Het traditionele bandproces dat de basis van veel pop- en rockmuziek vormt, is bij ons niet het uitgangspunt.'


En toch: bombastisch wordt het nergens, volgens Tabish omdat hij het werk van minimalistische componisten als Steve Reich en Philip Glass bewondert en heeft bestudeerd. De vijf bandleden zijn muzikaal gezien niet van de straat: Tabish en zijn creatieve rechterhand Jonathon Mooney studeerden muziektheorie, terwijl celliste Jenny Hsu twaalf jaar conservatoriumstudie in haar bagage meedraagt.


Tabish: 'Toch zou het overdreven zijn om ons muzikaal geschoold te noemen. Onze composities en arrangementen zijn niet het resultaat van gedegen muzikale opleiding of theoretische kennis, maar van vallen en opstaan, trial and error, eindeloos veel studio-uren maken. We zijn muzikale huismussen. Dat word je vanzelf in Stillwater, want erg veel te doen is er niet.'


Tot composities van tien of twaalf minuten, zoals door Other Lives bewonderde formaties als Sigur Rós en Godspeed You! Black Emperor die maken, heeft het op Tamer Animals wederom niet geleid: meer dan viereneenhalve minuut van onze tijd vragen rijke, meeslepende songs als For 12 en Dust Bowl III niet.


'We hebben wel eens geprobeerd om lange stukken te componeren', zegt Tabish, 'maar het lukt ons niet, we zijn er simpelweg te ongeduldig voor. Misschien is dat een erfenis uit onze tienerjaren, toen Jonathon en ik in punkbandjes speelden. Jonathon was een fanatiek skater: hij hield van Dog Eat Dog.


'Wat we wél gemeen hebben met bijvoorbeeld Sigur Rós is de manier waarop we de stilte proberen toe te laten in onze songs. Eigenlijk zeg ik het verkeerd: je laat de stilte niet toe in je muziek, hij is er al. Je moet alleen leren hoe je voorzichtig om hem heen componeert, zodat hij op zijn plek blijft zitten.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden