De stille vormgeving van angst en gevaar

Deze rubriek belicht alledaagse fenomenen met een kunstblik. Vandaag: het gezicht van de angst in Johannesburg...

Johannesburg, hoofdstad van Zuid-Afrika, is een enge stad. Vijfduizend moorden per jaar turft het politieapparaat in de provincie Gauteng, vooral bestaand uit de steden Johannesburg en Pretoria. Ter vergelijking: in Los Angeles schommelt de murder rate rond de 600 per jaar.

Het overgrote deel van alle moorden (en ontelbare berovingen en verkrachtingen) in ‘Jozi’ vindt plaats in zwarte townships als Alexandra en Soweto. Maar de angst voor het geweld is het diepst voelbaar in juist de minst geplaagde wijken, de suburbs waar de witte en zwarte welgestelden wonen. Hier krijgt de angst een eigen vormgeving.

De wijk Melville, iets ten noorden van het centrum van Johannesburg, zou je op het eerste gezicht paradijselijk kunnen noemen. Van enige afstand lijkt het woongebied op een regenwoud, een groene verademing na de verstikkende hoogbouw van de centrale stad. In het voorjaar zoemen de suikerbekkies (kolibri’s) door de jacarandabloesems, de palmbomen wuiven in een eeuwig briesje.

Wat opvallend ontbreekt in dit lustoord, is de kuierende mens. De vermoeide financieel expert die na succesvol beleggen in het zakendistrict even verderop een blokje om gaat, nog voor het avondeten. De hoogleraar aan de universiteit van Witwatersrand die na een collegedag de hond uitlaat in zijn of haar idyllische buurtje. Niemand. Geen wandelaar te bekennen.

De bewoner van Melville wil niet gezien worden, want hij is bang. ’s Morgens zoeft hij weg in zijn fourwheeldrive, ’s avonds zoeft hij terug. Vanuit de auto (raampjes dicht!) opent hij het stalen hekwerk voor zijn oprijlaan, schuift de wagen naar binnen, en sluit het hekwerk weer. Klónk. Weg bewoner. Veilig thuis. Want thuis is een vesting, een toevluchtsoord waarvan de fortificaties hoger zijn dan het huis zelf. In de architectuur van de angst is de woning onzichtbaar, en herinnert het zachte tikken van het schrikdraad bovenop de metershoge muren voortdurend aan het gevaar.

De grootste vrees van de Johannesburger wordt dagelijks gevoed door de krant. Voorpaginanieuws: gezin overvallen in het eigen huis door tuig uit de townships. Vrouw verkracht door drie scumbags die over de muur kwamen zetten. De slachtoffers laten zich daags na het drama door de krant fotograferen, over het gezicht een oneindig triest waas, de blik naar de grond. ‘Ze kwamen toch.’

Maar de angst krijgt een nog schrijnender gezicht in de bordjes die de ommuringen opsieren, de waarschuwingen aan verkrachters en berovers. ‘Armed Response’, is naast ieder huisnummerplaatje te lezen: kom over deze muur en weet dat aan de andere kant een kogel wacht.

Het bord geplaatst door de firma Mapogo A Mathamaga (opgericht in 1996 als vigilante-beweging, na acht brute moorden op zakenmannen in de provincie Limpopo) is het meest afschrikwekkend. Twee Aziatische tijgers – zoals we die nog kennen als embleem op de spijkerjasjes van de jaren zeventig – lijken klaar om te verscheuren. In het midden de vastberaden kop van de beschermheer zelf, de baas van het bedrijf. De stropdas paste er niet meer helemaal op, maar de boodschap is duidelijk: hier wordt hard en zakelijk afgerekend met iedereen die zich vergrijpt aan de Zuid-Afrikaanse illusie van geborgenheid.Robert van Gijssel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.