DE STILLE NACHT ALS WAARSCHUWEND LEERDICHT

Enkele weken geleden schreef ik over de grote Kurt Schwitters-expositie die in het Centre Pompidou in Parijs wordt gehouden. Ik citeerde daarin deze kleine tekst:..

KEES FENS

so la so mi

so la so mi

re re si

do do so

la la do si la

lo la so sai

la la do si la

De tekst is uit 1946. Hij staat afgedrukt in Kurt Schwitters' Das literarische Werk, Band I, Lyrik. Hij werd niet eerder gepubliceerd; het handschrift bevindt zich in het Kurt Schwitters Archiv te Oslo. In de 'aantekeningen' wordt verder niets vermeld.

Ik had de tekst opgevat als niet meer dan een grapje: met de noot-woordjes, die kleinste klankjes van de geschreven taal, een tekstje of een schijn-tekstje maken, dat alle grote klanken van wat gewichtige gedichten lichtelijk vals maakt. De tekst is omgeven door teksten die je lettergedichten kunt noemen of woordrijtjes, zoals 'Rackedika', dat aan het notenvers voorafgaat:

Rackedika

Rackedika

Pappaki

Rackedika

Pappaki

Pekrrrrr

Rackedika

Pekrrrrr

Orrrrr

Umta

Umta

Orrrrrr

Pekrrrr

Rackedika

Off

Er zit een systeem in, de tekst is ook duidelijk afgelopen; in de woorden herken ik niets, al zie ik in 'umta' een schaduwwoord. Ik zeg dit alles heel voorzichtig. Want ik ben teruggefloten of liever: teruggezongen. In twee brieven werd ik erop gewezen dat de 'so la so mi'-tekst het 'notenschrift' is van 'Stille Nacht, heilige Nacht'. Schwitters zal de oorspronkelijke Duitse tekst in het hoofd hebben gehad. Ik citeer die, iedereen kan dan per noot meezingen:

Stille Nacht,

heilige Nacht!

Alles schläft.

einsam wacht

nur das traute hooch-

heilige Paar

Holder Knabe im

Daar stopt het. Ik heb de regels van de coupletten moeten verknippen. Wat 'sai' overigens moet aanduiden, weet ik niet. Een van de briefschrijvers was zeer complimenteus: hij kon zich niet voorstellen dat ik de noten niet had herkend, dus niet onmiddellijk aan het zingen was gegaan. Hij dwingt mij tot een beschamende bekentenis: ik kan geen noten lezen, dus ook dit 'notenschrift' niet. De tekst blijft voor mij tekst, een tekstspel dan. Maar er blijkt een heel ander spel te worden gespeeld.

Schwitters koos de beroemdste melodie van de wereld, met een sentimentswaarde zonder weerga: het volkslied van de kersttijd. De Duitse tekst is in ontelbare talen vertaald. Maar die tekst is achter de muziek verdwenen. Het lied is muziek geworden, stemming, gevoel, kerstmis, kou en sneeuw misschien zelfs. (Een vriend van mij, indertijd docent aan een academie voor beeldende kunsten, hoorde op een Nederlandse tropische dag uit een hoek van het lokaal heel zacht 'stille nacht' neuriën. De zingende kerstroos bleek een Australiër, die door de hitte in de kersttijd van zijn land kwam. Zo is de muziek voor anderen ook nog hitte). In zijn tekst - en dat is de fraaie paradox - bracht Schwitters de tekst van het lied terug tot wat zij is: muziek. Voor de goede verstaander. Die ik niet was. En zo bracht hij, kan men verder denken, de poëzie weer terug tot haar oorsprong: de muziek. Hij laat de taal muziek maken. Maar waarom hij ineens met het lied stopte, weet ik niet. Vond hij zeven regels genoeg?

Dat ik nu mijn twijfels heb over mijn manier van lezen van de omringende teksten, zal duidelijk zijn. Wie weet welke sleutel 'Rackedika' opent. Of die lange lettersliert die 'The real disuda of the nightmare' heet. Ik lees op mijn tenen. En mijn ervaring met dat kleine tekstje van Schwitters is een waarschuwing.

Lezen kan niet zonder kennis van de talloze sleutels. Wij lopen er met bossen rond, altijd te weinig, waardoor een tekst voor ons vaak ontoegankelijk blijft. En soms gebruiken we de verkeerde, uit gewenning of per traditie, en het resultaat is er naar. De sleutel ontdekken: dat is het moeilijkste. Wanneer er een nieuwe richting in de poëzie is, ziet men ook de beroepslezers wanhopig naar de sleutel zoeken. Wie kent alle liefdesgemeenplaatsen uit de oudere poëzie? Ze zijn de sleutels die ons dit sonnet van Shakepeare doen verstaan, ik citeer het in de vertaling van Peter Verstegen:

't Oog van mijn dame geeft geen zonneschijn,

Koraal is heel veel roder dan haar mond,

Sneeuw wit? Dan moet vaalbruin haar boezem zijn,

Haar haar is zwart en niet als gouddraad blond.

De rozen van haar wangen zie ik niet,

Al ken ik rozen roze, wit en rood;

Er zijn parfums waarvan ik meer geniet

Dan wat haar mond mij ooit aan adem bood.

Ik hoor zo graag haar stem, maar neem niet aan

Dat die alle muziek vergeten doet;

'k Geef toe, nooit heb ik een godin zien gaan,

Mijn dame raakt de grond met elke voet.

Toch is mijn liefste even zeldzaam als

Wat zij aan beeldspraak logenstraft als vals

Hoe is het effect van die schitterende slotregels zonder de kennis van de poëzie die hier alle sleutels in handen speelt. Ik wou dat ik mij de lezer kon voorstellen, die die poëzie niet kent. Hoe zou hij het gedicht lezen? Een vers als dit maakt voor de zoveelste keer duidelijk dat de poëzie alleen door de poëzie is te verstaan. En nog door een heleboel kennis meer. Waarom is er aan zoveel poëzie zo weinig? Omdat elke loper erop past.

En toch. Wat gaat er aan sleutels verloren. Die van de directe, contemporaine context bijvoorbeeld. Woorden hadden eens een andere context dan nu, beelden al evenzeer. Hun resonantieruimte is verdwenen. Niemand kent die nog. 'Music-hall' van Van Ostaijen kunnen lezen als die lezers uit 1917. Alleen al de titel is al zijn connotaties kwijt, de lucht waarin die ademde. Of dit gedicht van Schwitters. Het is van omstreeks 1922; we hebben de sleutels van de kennis, misschien. Daarmee lezen we het dan. Maar verder sluit het zich in, in zijn eigen tijd, die onachterhaalbaar is. Woord voor woord. 'Es is Herbst' heet het:

Es is Herbst. Die Schwäne essen das Brot ihrer Herren mit

Tränen zusammengebacken. Einige matte Expressionisten

schreien nach Wein, denn es is noch Wein genug da, aber es

gibt keinen Expressionismus mehr.

Es lebe der Kaiser, denn es gibt keinen Kaiser mehr. Uhren

uhren die Stunden fünfundzwanzigtausendmal.

Ich gleite.

Gleite Schlingen.

Kreischt eine Maschine.

Ein Jude geigt das Tier zum Fenster hinaus.

Heraus.

Es is Herbst und die Schwäne herbsten auch.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden