'De stikkende kinderen staan op mijn netvlies gebrand'Ooggetuigenverslag uit Syrië

et geluid was vergelijkbaar met een enorme ballon vol water die in één keer uit elkaar spat. Het was 3 uur 's nachts en ik kwam net thuis. We zijn gewend aan beschietingen en neervallende mortiergranaten. Ik ken alle geluiden inmiddels haarfijn. Maar dit geluid kon ik niet meteen plaatsen.'


Mohammed Salah al-Dein (zijn bijnaam) is een 26-jarige student scheikunde die bij het Libanese nieuwskanaal Alaan TV in dienst kwam toen de revolutie 2,5 jaar geleden begon.


'Het duurde niet lang voordat ik een alarm van een van de veldhospitalen ontving - daarvan zijn er drie in Zamalka. Of ik zo snel mogelijk naar het dichtstbijzijnde veldhospitaal kon komen, om te filmen. In het ziekenhuis trof ik grote aantallen mensen aan. Ze vertoonden geen verwondingen en er was geen bloed. Wel hadden ze ademhalingsproblemen. Sommigen hadden schuim rond de mond. Er werden steeds meer mensen binnengebracht. Ze kwamen lopend, ondersteund door kennissen, met hun eigen auto's of met de paar ambulances die nog in de wijk beschikbaar zijn.


'Hoe groter de toestroom van gewonden, hoe groter de chaos. Er was een tekort aan doktoren en een nog groter tekort aan middelen als atropine. We hielpen slachtoffers hun kleren uit te trekken en besprenkelden ze met water en azijn. Ook brachten we mensen naar de daken, zodat ze meer zuurstof binnenkregen. Daartoe hadden de moskees via de luidsprekers opgeroepen - om vooral niet naar de kelders te gaan, wat gebruikelijk is tijdens aanvallen, maar om een zo hoog mogelijk punt op te zoeken.


'Mensen die met alle mogelijke middelen geholpen waren, werden weggestuurd door doktoren, zodat nieuwe slachtoffers toegelaten konden worden. Ik ging met een groepje langs de huizen, om te checken hoe de situatie daar was. Daar troffen we veel doden aan; mensen die in de kelders waren gestorven of in hun slaap. Het probleem met huizen in Zamalka is dat ramen grotendeels zijn weggeslagen door eerdere beschietingen. Daardoor kon het gas ongehinderd de huizen binnendringen. Mensen hebben hier ook geen gasmaskers.


'Het was vreselijk om mensen naar adem te zien happen en uiteindelijk te zien sterven in elkaars armen. Vooral de stikkende kinderen staan op mijn netvlies gebrand. Wat het werk van de artsen bemoeilijkte, was dat ze zelf ook ademhalingsproblemen hadden door hun aanraking met besmette kleding. Voor zover ik weet, is er één arts gestorven.


'Ook ik had moeite met ademen. Bovendien prikten m'n ogen zo vreselijk dat ik nauwelijks iets kon zien. De doktoren adviseerden me om naar huis te gaan. Het was toen 5 uur 's ochtends.'


'Eenmaal thuis had ik pas door dat niet alleen Zamalka, maar grote delen van Ghouta getroffen waren. Via de veldhospitalen kreeg ik de dodentallen door. Elke tien minuten werden de aantallen hoger. In het eerste uur na de gifgasaanval was er alleen al in mijn wijk sprake van 186 doden, onder wie 89 vrouwen en kinderen. De dag na de aanval hebben we in Zamalka 800 doden gedocumenteerd.


'Omdat de beschietingen na de gasaanval onophoudelijk doorgingen, was het niet mogelijk om begrafenissen te organiseren. Veel lijken liggen nog in de kelders of zijn zonder ceremonie begraven.'


'Het maakt me boos dat er mensen zijn die eraan twijfelen dat het regime van Assad een chemische aanval heeft uitgevoerd. De logica ontbreekt: denkt men nu echt dat rebellen een aanval uitvoeren op hun eigen families, alleen om de VN-missie af te leiden? Bovendien: in Zamalka zijn twee raketten met gifkoppen teruggevonden. En in de naastgelegen wijk Ein Tarma één.'


'Voor mij is de gifgasaanval een teken dat Assad de controle kwijt is. De inzet van chemische wapens is zijn laatste troef. Hij weet bovendien dat hij het kan maken. De consequenties blijven uit.


'Hoe Zamalka er nu bij ligt? Het oogt als een spookstad. Veel mensen hebben de wijk verlaten, naar familieleden in de wijken waar het naar verluidt iets veiliger is. De huizen zijn verwoest. We kunnen niet meer zeggen welke gebouwen pas geraakt zijn en welke al een tijd geleden. Alles ziet er nu hetzelfde uit. Kapot en hopeloos.'


De Syrische reporter Mohammed Salah al-Dein (26) was in Zamalka, een buitenwijk van Damascus, toen de gifgasaanval plaatsvond. Hij vertelt wat zich die nacht en de volgende dag voor zijn ogen voltrok.


pagina's 4 en 5 Internationale onmacht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden