De sticker als aflaat

Het linkse gedachtegoed in Berkeley, Californië, is net zo alomvattend als het benzineverbruik. En dat vindt een intellectueel uit Europa die rechts blijkt te zijn, opvallend....

Een van de redenen om de uitnodiging voor een verblijf in Berkeley aante nemen, was de wens weer eens wat anders te ruiken dan de stank die vaakuit de stukken walmt waarin ik als halve of hele fascist wordt beschreven.

In de Volkskrant houdt Jan Blokker altijd een emmertje drek voor mij bijde hand - het enige goedje dat hij kent, hij heeft er immers zijnhypotheek mee afbetaald - en elders zijn er genoeg linkse hypocrieten diekritiek op het vroeg-middeleeuwse belijden van radicaal bijgeloof - defundamentalistische islam - graag verslijten voor een verse vorm vanracisme.

Nu mailde een vriend dat een paar dagen geleden ene Hans Feddema zijnbehoefte deed op de meningenpagina in Het Parool en mij en passant voorracist en islamofoob versleet.

Het ruikt hier in de Berkeley Hills naar pijnbomen en eucalyptus. Maarbeneden in het stadje zijn de lokale varianten van het Linkse Leeghoofd opelke vale straathoek te vinden. Vlak voor de ingang van de campus zit eenenigszins uitgedroogde hippie al sinds 1963 naast een lange tafel waaropzijn handelswaar ligt: stukjes stof met daarop afbeeldingen van vlaggen ofpolitiek-correcte symbolen zoals het vermoeide peace-teken.

Op de dag dat de Palestijnen de vrijheid kregen om in Gaza degroentenkassen van de verdwenen kolonisten tot puin te slaan, zat de hippieonder een grote Palestijnse vlag, als het ware denkbeeldig in Gaza. De manheeft lang haar en zijn kleren verraden dat hij de kledingcode van delinkse revolutionair op zijn duimpjes kent: Leninpetje, spijkerjack,gympen, baardje.

Hij is links en boos maar hij moet ook eten en draagt daarom op zijneigen manier bij aan de toekomstige socialistische heilstaat: hij verkoopteen lapje stof dat je op je jasje kunt naaien. Daarmee toon je de wereldwaar je politiek staat en dat je opkomt voor de verdrukten waar ook terwereld. Dat is heel fijn en kost niet te veel. Voor vier dollar heb je aleen stukje stof met het profiel van Che Guevara. Gisteren zag ik achter opde bumper van een loodzware Chevrolet Suburban, zo'n gigantische SUV dieeen kwart liter premium per kilometer verbruikt, een sticker met daarop hetpeace-teken. Wat zou de bestuurder daarmee bedoelen?

Ik heb het al eerder gemeld: die cultuur van 'bumperstickers' isuitermate fascinerend. Wildvreemde automobilisten maken elkaar continuduidelijk dat ze progressief zijn, tegen Bush, voor het milieu, geen bloedvoor olie willen offeren, tegen Sharon, voor vrede, en dat Bush nog eenkeer verslagen moet worden (dat was een grapje vlak voor de laatsteverkiezingen: deze stemmers maken zichzelf nog steeds wijs dat Bush deeerste verkiezingen oneigenlijk gewonnen heeft - ook al vertellen de velerapporten over de hertellingen een ander verhaal).

Tot wie zijn die stickers gericht? Iedereen hier in Berkeley is links,dus er hoeft niemand overtuigd te worden van de perfiditeit van desamenzwering van joodse neocons en rechtse christenen.

Ik denk dat het een soort aflaatjes zijn, wat een mooie katholiekegewoonte was. Je koopt iets onaangenaams gewoon af. Je rijdt in je groteJapanse of Amerikaanse kar naar de dure privé-school om je kinderen op tehalen, je parkeert op het terrein bij de chique supermarktketen Andronico'sen ondertussen maak je via bumperstickers de achter jou rijdende SUV'sduidelijk dat je eigenlijk hardstikke links bent en subiet bereid bent omalles wat je hebt op te geven voor een rechtvaardiger wereld.

De ouders van een klasgenoot van onze dochter nodigden ons uit voor eenetentje bij hen thuis, het eerste sociale contact buiten de universiteit.Aan tafel belandde ik naast naast een prof die aan een universiteit inJapan de Engelse taal onderwees. De sierlijke Japanse jongeman die hetvoorgerecht miste omdat de metro vertraging had, bleek zijn partner tezijn. De prof vertelde dat hij met emeritaat ging en na ampel overleg hadbesloten terug te keren naar Berkeley, omdat hij zich hier politiek tochmeer thuisvoelde.

Hij was tegen Bush, zei hij. Ik niet, zei ik. Hij was tegen de oorlogin Irak. Ik niet, zei ik. Verward keek hij me aan. Kennelijk had hijgedacht dat hij in een seculiere Europese intellectuelerige jood een nabijegeest zou treffen. Hij wilde weten op basis van welke overwegingen eenzinnig mens de ellende in Irak kon rechtvaardigen. Ik gaf hem er een paar.

De verwarring nam toe. Hij vertrouwde me toe dat zijn zuster een bornagain, pro-Bush-christen was en dat hij dus veel gewend was, maar mijnsoort was hij nog niet tegengekomen. De gastheer was bang dat dit uit dehand ging lopen, greep in en wees ons er fijntjes op dat de mooie Japansejongen net drie kiezen had laten trekken en verrekte van de pijn. De jongenknikte lijdzaam. Het gesprek ging nu over de kwaliteit van ons gebit.

Afgelopen dinsdag ging het gesprek met een groepje Nederlandse studentenover hun verwachtingen van Nederland. Ze maakten zich elk op hun eigenmanier zorgen over de toekomst van ons lieve landje, waarop ze kritiekhadden maar dat ze ook prezen vanwege zijn sociale klimaat. Het hardeAmerikaanse model wezen ze af, maar ze beseften dat ons eigen stelsel nietmeer te betalen viel. Geen spoor van cynisme in hun stem, geen vervelingof geborneerdheid terwijl ze over de toekomst van ons land spraken.

Het was een zachte Californische avond op een terrasje bij de campus.Het had net een beetje geregend en het rook heerlijk naar gemaaid gras. JanBlokker kwam niet ter sprake.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden