De stem van de gedroomde babysit

Met haar performance Homeland doet de Amerikaanse Laurie Anderson dit weekeinde Groningen aan. Ze klinkt lief, maar vriendelijk voor haar thuisland is ze niet....

Is het ha-ha-ha-ha-ha, of is het a/a/a/a/a, of moeten we denken aan ah, ah, ah, ah, ah? Eén ding is zeker, het geluidje markeerde anno 1981 een tijdperk.

De vrouwelijke achtergrondstem die met mechanische regelmaat de puls aangeeft van het nog steeds verkrijgbare, en onder jongeren van 45 en ouder nog altijd wereldbefaamde lied O Superman van Laurie Anderson, is die van Laurie Anderson zelf. Het licht percussieve a, a, a spreekt ze uit op steeds gelijkblijvende toonhoogte, ongeveer zoals Robin de Robot praat in filmpjes van Bassie en Adriaan.

De onderkoelde hitsong O Superman kwam al gauw terecht op een 33 toerengrammofoonplaat, Big science, met op de hoes Laurie Anderson in een mixgedaante van mens en machine: met lichtgevende zonnebril, met haar handen vooruitgestoken als de polen van een levende stroomstekker, en met het haar overeind in een elektroshockcoupe die haar met vooruitwerkende kracht tot lookalike zou maken van de schrijfster Connie Palmen.

Sommigen hoorden groot optimisme in O Superman. Een ode aan de opkomende hightech, een liefdesverklaring aan de lifestyle van het nieuwe downtown Manhattan. Of gewoon een vrolijke ontdekking: dat je voor een creatief gebruik van muzikale elektronica geen ingenieursexpertise over oscillatoren en zaagtandgolven meer nodig had, maar met eenvoudig bedienbare effectapparaatjes als de harmonizer een geluid in elkaar kon knutselen dat aansloeg, en nog op wereldschaal ook. De harmonizer: je zong er met één stem in en er kwamen er verscheiden tegelijk uit, die als schaduwen met het origineel meebewogen.

Anderen gingen vooral op de teksten af van de avant gardepop die de beeldend kunstenaar en ‘performer’ Anderson wereldwijd – maar vooral in Europa – tot cultfiguur maakte, en hoorden duisternis. Ook zij hadden gelijk. Ze hoorden O Superman beginnen met de raadselachtige boodschap van een Mother in een telefoonbeantwoorder (‘Jij kent mij niet, ik ken jou wel’), en namen in de slotwoorden van het lied louter ontreddering waar:

So hold me, Mom, in your long arms. Your petrochemical arms. Your military arms. In your electronic arms.

Die Mom was natuurlijk Amerika. Het bedenkelijke Amerika van de rechtse Republikeinse president Ronald Reagan – oud-filmacteur, militarist en vriend van Amerikaanse multinationals. Het fascinerende Amerika, tevens, van de faxmachine en de telefoonbeantwoorder. Zoiets werd duidelijk in de betoverende performance waarmee Anderson op tournee ging, en waarin het lied O Superman zijn uiteindelijke bestemming vond: United States I-IV, een uitdijende muziektheatershow die zich van avond naar avond verder ontwikkelde, en die haar in het Holland Festival 1982 naar het Amsterdamse theater Carré bracht.

Daar trok ze er twee avonden voor uit om van United States I naar United States IV te komen. Een ijle impressie van een mysterieuze natie. Ook een vrije verhandeling over ‘vervoer’, ‘politiek’, ‘geld’ en ‘liefde’. Opgebouwd uit liedjes en verhalen, vergezeld van verglijdende diaprojecties en atmosferisch elektronicageluid, en incidenteel opgeluisterd met swingende hulpsaxofonisten. Met Reagan was Laurie Anderson naar bed geweest, althans in een droom. In het Witte Huis ontmoette ze lotgenotes. Reagan bleek iets onheilspellends van plan: herkozen worden. Daartoe wilde hij bij de volgende verkiezingen ook stemrecht geven aan de doden.

HELLOOOO, how are youou, sprak Anderson met diepe buikspreker-basstem als uit een hamburgerreclame – effect van een vocoder, een kastje waar je stem verhoogd of verlaagd uitkomt. Vioolspel van Laurie Anderson bracht, in plaats van snarenmuziek, verwrongen stemgeluiden te weeg – gevolg van origineel performanceknutselwerk waarop ze al enige tijd het patent had: op Andersons viool zat een bandrecorder-element, een audiotape nam de plaats in van het paardenhaar aan haar strijkstok.

Haar eigen stem bleek een uniek stempel op de performance te drukken. Een kwetsbaar maar vertrouwenwekkend stemgeluid, ongeschikt voor komedie, satire of betoog. Het was de stem van de gedroomde babysit, de kinderoppas die iedereen die van een verhaaltje houdt wel gehad zou willen hebben.

Toen ik haar daags daarop in de trein naar Keulen ontmoette voor een interview, had ze net ontbeten met een Berlijnse festivaldirecteur die een opera van haar wilde. ‘Al mijn kennissen uit Manhattan zijn bezig met opera’s voor Europa’, vertelde ze goedgemutst, doelend op collega’s uit de lofts van de buurten Soho en Tribeca, zoals Steve Reich, het duo Philip Glass/Bob Wilson en de hooggekuifde decibellenspecialist Glenn Branca. ‘Elke keer als ik op straat iemand tegenkom, is het van: hoe gaat het met jouw opera? Ja, die komt eraan.’

Haar a, a, a, zo bleek, moest worden geïnterpreteerd als ah-ah-ah. Dat had ze meegekregen van antroposofische onderwijzers: hun voorganger Rudolf Steiner vond ‘dat kinderen het alfabet beter leren als het geluid een emotionele waarde krijgt’. Een paar coupés verder zaten Andersons saxofonisten te mokken dat ze tweedeklas moesten reizen.

Zeven jaar geleden stapte Laurie Anderson het podium op van de New Yorkse Town Hall om a, a, a, haar Superman weer eens ten gehore te brengen. Ditmaal niet omwille van de nostalgie, maar van de actualiteit. Ze trad op in een solidariteitsconcert, kort na de terreuraanslag op de Twin Towers. Het lied bleek twintig jaar eerder een merkwaardig profetische strekking te hebben gehad. The voice op de telefoonbeantwoorder in het lied zegt:

This is the hand, the hand that takes. There come the planes. They are American planes. Made in America.

Nu het land in het teken staat, niet alleen van presidentsverkiezingen, een 11 septembertrauma en twijfels over de uitzichtloze bezetting van Irak, maar ook van een zelden vertoonde financiële ineenstorting, blijkt Laurie Anderson opnieuw in merkwaardig prematuur contact te hebben gestaan met de tijdgeest. The debt solution* Only an expert can deal with the problem, zingt ze op bezwerende toon, solo en meerstemmig tegelijk dankzij de goeie ouwe harmonizer (of een laptopprogramma dat daarvan is afgeleid), in Homeland. Dat is de performance waarmee Anderson sinds begin dit jaar op tournee is door Europa, Zuid-Amerika en de VS, en waarmee ze komende zaterdag met twee keyboards en een laptop, drie medemusici, een talking-stick en een toneelrookmachine het Groningse muziekcentrum Oosterpoort aandoet.

Hoewel, performance? De organisatoren van de Groningse stichting Prime en het Noord Nederlands Orkest spreken liever van een ‘serie liederen en verhalen’, respectievelijk ‘één lang stuk muziek’. In Engelse en Amerikaanse kranten zijn ook termen gevallen als ‘politico-musical’, ‘elektrische revue’, ‘klankwolken’, ‘dreamscapes’ en ‘pulserende tapijten van tere technosound’.

Op een provisorische dvd, gemaakt bij een Homeland-optreden in Lissabon (een geacheveerde registratie komt volgend jaar uit op het label Nonesuch), is te zien dat Anderson – 61 inmiddels en niet meer alleen een lookalike van Connie Palmen maar ook van de tengere meesterpianiste Maria João Pires uit Portugal – afscheid heeft genomen van dia- en videoprojecties. Ook de viool met tapestrijkstok moet ergens in Tribeca aan de wilgen hangen. Hij heeft plaats gemaakt voor een echte elektrische viool, die aan een beugel hangt ter hoogte van haar sleutelbeen, en waarmee Anderson dromerige duetten aangaat met een improviserende secondant op de altviool.

Maar verder kan Homeland worden gezien als een Bushiaanse update van het Reaganeske United States-project waarmee ze decennia geleden stopte. Kaarsjes op het podium volstaan, ter onderstreping van de sterfhuissfeer. De gedachte achter de voorstelling komt, het woord zegt het al, van Homeland Securities, de federale dienst die Amerika de binnenlandse veiligheid moet garanderen – tevens geschikt voor het weren van migranten, voor permanente gevaarneuroses en voor collectieve uitkleedpartijen bij de röntgenpoortjes op Amerika’s vliegvelden. Ja, ‘vroeger was uitkleden en plein public bedoeld als iets grappigs’.

‘Alleen een expert’ kan een probleem aan, en als je in de talkshow van Oprah op de bank zit zónder probleem, dan heb je pas echt een probleem, klinkt het in Only an expert.

Maar ook het meisje dat in het leger gaat om haar studie te betalen, en in een ‘kinderoorlog’ terecht komt van strijdkrachten die ‘geen enkele restrictie meer kennen’ hoort bij de nieuwste verworvenheden van het thuisland. Net als ‘grote machines die in de zee en de lucht kunnen boren’, een ‘grondwet, geschreven in onzichtbare inkt’, net als dikke kinderen die stikken in de lucht, ondergoedreclames op mega-billboards, en geld dat onnaspeurbaar rondtolt in cyberspace.

Het kwam haar, vooral vanwege de babyfaces die ‘jouw kerk, jouw moskee’ omver komen schieten, in The New York Times op een scherpe berisping te staan van de voormalige muziekcriticus Edward Rothstein, thans critic at large. In Boston klonk tot haar verbazing – want ze bleef toch altijd de lieve oppas – protestgeschreeuw uit de zaal.

Maar provoceren deed ze al in de jaren zeventig, met een symfonie voor toeters en auto-onderdelen onder de titel An afternoon of automotive transmission, en met de performance As:If, waarin ze probeerde voort te strompelen op schaatsen die in blokken ijs zaten vastgevroren. Langzaam smeltend, dat wel. Het meisje uit Illinois, dat van haar baptistenouders vier keer op zondag naar de kerk moest, dat alleen viool mocht spelen zonder fouten te maken, dat twee jaar op bed lag na een mislukte salto van de hoge duikplank, met landing op het beton (op bed las ze Sartre en praatte ze met haar tenen), raakte veertig jaar geleden kennelijk al iets aan dat we nu benoemen met de term klimaatprobleem.

Haar muziek is ijler geworden, transparanter en ook gepolijster dan die van United States. Maar van eenzelfde breekbaarheid. Zachte drukverplaatsingen in de harmonie. Lichte elektronische grooves, als van vingertoppen op een tafelrand. Onnadrukkelijke vocals. Een klavierman sprenkelt er boventonen bij. Noem het prevelrock, fluisterrock of trippelrock (geen triphop). Noem het in ieder geval mooi.

Amerikaans is ze evengoed wel gebleven. Begin dit jaar trouwde ze met de popzanger Lou Reed, ‘met z’n tweeën onder een boom’ in Boulder, Colorado. Op tournee. Na zestien jaar vriendjes zijn. ‘We praten maar over trouwen en we doen het nooit’, had ze gezegd, zeer op z’n Amerikaans. ‘Dan doen we het morgen toch’, was het antwoord.

Reed doet zaterdag mee in een nummer over non-communicatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden