De starter is manager van zijn eigen BV

Jongeren hebben lering getrokken uit de jarenlange dreigende flex-taal van werkgevers. Volgens Marcia Luyten beschouwen zij zich nu vooral als zelfstandige ondernemers in eigen BV, een baan voor het leven is uitzondering, maar loyaliteit aan de onderneming ook....

Marcia Luyten

TOEN ik mijn vader vertelde dat ik ontslag zou nemen bij het ministerie van Buitenlandse Zaken reageerde hij verbijsterd: 'Je gaat toch geen droomcarrière opgeven?' Zijn dochter had na jaren studie en een reeks slecht betaalde klussen eindelijk een vast contract, bij een werkgever met aanzien. Een nette betrekking, als het ware, met uitzicht op diplomatieke functies in exotische oorden.

Mijn argument dat het werk eigenlijk niet zo uitdagend was, vond mijn vader redelijk. Na een rondleiding door het ministerie concludeerde ook hij dat de fysieke omgeving niet inspirerend was. 'Maar', zei hij, 'als je voor journalistiek kiest, moet je wel zorgen voor een vast contract. Een freelancer is een arme sloeber.'

Pa heeft het verkeerd begrepen. Zelf ontslag nemen is voor twintigers normaal. Vaste contracten liggen voor hen sowieso buiten bereik - een enkele werkgever daargelaten. Nadat werkgevers en arbeidsmarktdeskundigen jarenlang dreigende flex-taal spraken, hebben de starters zich bijbehorend gedrag eigengemaakt. Als het werk niet uitdagend, leuk of interessant meer is, is de ontslagbrief snel geschreven.

Het welkom van de personeelschef van Buitenlandse Zaken - 'Gefeliciteerd, u heeft een baan voor de rest van uw leven' -zit er voorlopig niet meer in. In plaats daarvan zijn er uiteenlopende arbeidsovereenkomsten, variërend in duur, arbeidstijden en voorwaarden. Met een tijdelijk schietstoelcontract - dat tussentijds kan worden opgezegd - nemen de starters ruimschoots genoegen.

Voor dat schietstoelcontract eisen de werkgevers erg veel. De hoogopgeleide nieuwkomer op de arbeidsmarkt moet niet alleen slim zijn en een stevig cv kunnen overleggen. Hij dient ook te beschikken over een grote emotionele intelligentie: sociale vaardigheden, een sterke persoonlijkheid, creativiteit en bestand tegen stress. Daar komt bij dat van de jonge werknemer wordt verwacht dat hij zich blijft ontwikkelen. Tel daarbij een hoge omloopsnelheid in banen op en het resultaat is een behendige groep jongeren, gewend aan improvisatie en tijdelijke onzekerheid.

Noodgedwongen leerden de twintigers van de ene ijsschots op de andere springen: de aldoor veranderende situatie inschatten, mogelijkheden en kansen afwegen en risico nemen - springen zodra zich een aantrekkelijker plek aandient. Aan de hoge eisen van werkgevers willen ze best voldoen, al was het maar omdat ze daar voor hun eigen toekomst baat bij hebben.

Maar kom niet aan met de vraag naar onvoorwaardelijke loyaliteit, want de liefde moet wel van twee kanten komen. En liefde van de werkgevers hebben de twintigers nooit ervaren. De werkgevers krijgen hun eigen flexibiliteit nu als een boemerang terug. Flexibiliteit? Prima, alleen bepalen de twintigers de voorwaarden.

De starter is dan ook vooral trouw aan zijn eigen ontwikkeling. Ook al werkt hij in loondienst, hij beschouwt zichzelf in de eerste plaats als een zelfstandig ondernemer. Hij is manager van zijn eigen BV, met zijn kennis en vaardigheden als koopwaar. Zijn cv is zijn paspoort.

De BV Jong heeft het tij mee, want hoogopgeleide jonge werknemers zijn hard nodig. Een radicale omslag op de arbeidsmarkt heeft ze onverwacht in een luxepositie geplaatst. De twintiger heeft de dwang tot voortdurende verandering in dienst gesteld van de zelfontplooiing, daarmee de nood tot deugd verheffend.

Het is de arbeidsmarkt op zijn kop. Werkgevers weten van gekkigheid niet wat ze moeten doen om hoogopgeleiden binnen te halen. Lease-auto's en aardige salarissen worden de starters in het vooruitzicht gesteld. Maar voor de BV Jong is een stevig inkomen net zomin zaligmakend als het koesteren van baanzekerheid, dus worden steeds vaker sabbaticals, deeltijdbanen en opleidingen aangeboden. En de inkt van het contract is nog niet droog, of voor de onderneming begint de strijd om het nieuwe human capital te behouden.

De zittende generatie, met een vast contract, degelijke pensioenvoorziening en een bijna afgeloste hypotheek, kijkt met enig wantrouwen naar de jonge honden. Want die geven blijk van een groot ego, een zakelijke instelling, veel praatjes en ongebreidelde ambitie. Dat vinden ze ongepast, temeer daar die jongeren zich onvoldoende betrokken tonen bij de organisatie waar de veertigers en vijftigers hun zilveren jubileum nog hopen te vieren.

Dikke kans dat het jubileumfeest straks de herinnering oproept aan nooit waargemaakte dromen: een paardenstoeterij, een eigen restaurant, een wereldreis of een jaartje ertussenuit. Maar de vijftigers van nu wisten zich gehinderd door praktische bezwaren. De angst voor onzekerheid werd afgewenteld door vast te houden aan die betrekking, die pensioen, WAO, hypotheek - de hele santenkraam - veilig stelde. Ook als het werk allang niet meer zo spannend was.

Het is met jaloezie dat de zittende generatie de starters van nu bekijkt. De twintigers leggen zeggenschap over het eigen leven aan de dag en beschikken bovendien over de vaardigheden om succesvol te opereren in een veranderlijke diensten- en kenniseconomie. Zodra de BV Jong een salaris heeft waarvan je 'lekker kunt leven' - zeg ruim drieduizend gulden netto - maakt hij zich om geld en oudedagvoorzieningen weinig zorgen. De zelfverzekerde twintiger is goed af. Hij lijkt de voorloper van een sterk geëmancipeerd individu - niet geknecht door zijn eigen angsten. De jongere die minder stevig in zijn schoenen staat, heeft moeite met het hoge wisseltempo, met kiezen, en met het hoofd boven water houden.

Beide groepen weten dat de toegenomen vrijheid ook meer verantwoordelijkheid voor het eigen lot met zich meebrengt. En bij de eerstvolgende economische recessie moet blijken hoezeer het eigenzinnige van de BV Jong beklijft.

Tot die tijd moet de zittende generatie ophouden met mokken en de jongeren serieus nemen. Want ze gaan niet eindeloos zitten wachten op de echt interessante banen. Niet omdat ze zoveel haast hebben, maar omdat ze gewend zijn zich waar te maken. Lukt dat niet, gaan ze liever 'iets leuks' doen. Paarden fokken of zo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden