Achtergrond Natura 2000-gebieden

De stand van de natuur in Nederland: bijna alle seinen staan op rood

De natuur kan haar gang gaan, hier nabij het Limburgse Borgharen langs de Maas. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het gaat slecht met de natuur in Nederland. De belangrijkste oorzaak: de agrarische sector met zijn intensieve grondgebruik en hoge stikstofuitstoot. Wat is er aan de hand? 

In het debat over de stikstofcrisis ligt ook de natuur in vuurlinie. Hebben we daar niet te veel van? Kan het niet wat minder?, zeggen boeren hardop. En zo slecht gaat het toch niet met de Nederlandse natuur? De otter gedijt, de bever, ooit bijna uitgestorven, is op sommige plekken bijna een plaag geworden. Zelfs de wolf is terug. Waar maken we ons zorgen over?

Nederland staat op een keerpunt

Het is niet louter kommer en kwel, beaamt Han Olff, hoogleraar ecologie aan Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Vooral langs de rivieren is de natuur de laatste jaren aanzienlijk opgeveerd. ‘Daar kunnen we trots op zijn.’ Met de bossen gaat het redelijk tot goed.

Maar in de rest van het land staan alle seinen op rood, benadrukt Olff. Het bodemleven in de Noordzee daalt schrikbarend. In heide- en duingebieden is de afname van soorten dramatisch, het aantal broedvogels in stedelijk gebied is gekelderd, in het boerenlandschap is sprake van regelrechte kaalslag.

Naar de belangrijkste oorzaak hoeven we volgens Olff niet lang te zoeken: dat is vooral de agrarische sector met zijn intensieve grondgebruik. De Nederlandse landbouw is wereldkampioen productie: niemand haalt zoveel opbrengst uit de grond als onze boeren. De hoeveelheid geproduceerde melk per hectare grasland is nergens zo hoog als in Nederland.

De natuur betaalt daarvoor de prijs, zegt Olff. Door de stikstofuitstoot groeien voedselarme natuurgebieden als heide en stuifzanden dicht, natte natuur verdroogt omdat de waterstand voor de landbouw laag wordt gehouden, chemische bestrijdingsmiddelen vergiftigen de leefomgeving.

En waarvoor?, zegt Olff. ‘Niet voor onszelf.’ Driekwart van de landbouwproductie gaat naar het buitenland: Nederland is de tweede grootste exporteur van landbouwproducten in de wereld. Het is de vraag of de boeren daar zelf beter van worden, benadrukt Olff.

De productie van melkveehouderijen is de afgelopen jaren aanzienlijk verhoogd, laat Olff zien. ‘Tegelijkertijd is het gemiddelde inkomen van veehouders nagenoeg gelijk gebleven.’ Boeren zitten in een race naar de bodem. Degenen die daarvan profiteren zijn grote agro-industriële bedrijven als Unilever, Avebe, FrieslandCampina en Van Drie. ‘Die hoor je niet in dit debat.’

Volgens Olff staat Nederland op een keerpunt. ‘De stikstofcrisis is net zo goed een probleem voor de boeren als voor de natuur. Nu verliezen beide partijen. We moeten een model vinden waarbij de boeren minder produceren tegen hogere marges, met minder intensief landgebruik Alleen zo kunnen we de vernietiging van het landschap tegenhouden.’

De staat van de natuur in zes leefgebieden

1. Bos

Door dood hout leven de bosbewoners op

Met de Nederlandse bossen gaat het redelijk goed. Typische bosvogels, zoals winterkoning, merel, roodborst, mees en vink nemen de laatste tien jaar toe. Zoogdieren als dassen, boommarters en de wolf zijn bezig met een opmars.

De vooruitgang is te danken aan een omslag in het bosbeheer eind vorige eeuw. Sindsdien ligt de nadruk minder op houtproductie en meer op natuurbeheer. In bossen blijft ook weer dood hout liggen, een belangrijke bron van biodiversiteit.

Onze bossen worden ouder en hoger. Dat leidt tot een verschuiving in vogelpopulaties, zegt Frank Berendse, emeritus hoogleraar natuurbeheer en plantenecologie. Holbewoners als grote bonte specht, boomklevers en boomkruipers doen het goed in oude bomen. Vogeltjes die nestelen in struikgewas hebben het juist lastiger. ‘Vroeger zag je in lage aanplant volop nesten van kneuen en geelgorzen. Die zijn er veel minder.’

Bossen worden ook gevarieerder. Eenvormig naaldbos wordt omgevormd tot gemengd loofbos. Hazel-, woel- en vleermuizen profiteren daarvan. Alleen de eekhoorn heeft het moeilijk.

Er is wel een kanttekening te maken, zegt Henk Siepel, hoogleraar Dierecologie aan de Radboud universiteit Nijmegen. De bossen op rijkere gronden doen het beter, die op arme zandgronden juist niet. ‘In oude eikenbossen, zoals het Deelerwoud, staan veel bomen om omvallen.’ Oorzaak is de verzuring van de bodem door de uitstoot van stikstof.

2. Zoet water

Otters, bevers en snoeken zijn de sterren

Dit is hét succesverhaal van het Nederlandse natuurbeleid. De kwaliteit van de natuur in en langs rivieren, plassen en sloten is sterk verbeterd. Vooral libellen en vissen die van schoon water houden zoals stekelbaars, snoek en zeelt hebben daar baat bij. Otters en bevers zijn terug, langs de oevers nestelen weer purperreigers, rietzangers en kleine karekieten.

Daarmee plukken we de vruchten van beleid dat eind vorige eeuw is ingezet, zegt Olff. Daar was wel een catastrofe voor nodig. In 1986 kwamen bij een brand in het Zwitserse chemiebedrijf Sandoz twintig ton schadelijke chemicaliën in de Rijn terecht; dode vissen dreven op de rivier.

Daarna zijn internationaal afspraken gemaakt om de waterkwaliteit te verbeteren. In Nederland kwam beleid op gang om bescherming tegen hoog water te combineren met natuurbeheer. Rivieren krijgen weer ruimte, natuurlijke oevers dienen als paaigronden- en schuilgronden voor vissen en libellen.

Het herstel is overal zichtbaar, beaamt Berendse. ‘In het Markermeer groeien tegenwoordig weer fonteinkruiden en kranswieren. Op het Veluwemeer zie ik weer krooneenden.’ Jaren geleden kon je op veel plaatsen niet zwemmen, vertelt Berendse. Het water was te vies. ‘Misschien was er daarom wel een groter draagvlak voor verandering. De gevolgen van de stikstofcrisis zijn minder zichtbaar.’

3. Open natuurgebieden 

De duinpieper is weg, insecten verdwijnen 

Met open natuurgebieden (heide, duinen, stuifzanden) gaat het ronduit slecht. Hier doet de stikstofcrisis zich het hardst gelden, zegt Berendse. Dit zijn van nature voedselarme gebieden; stikstof werkt hier juist als groeibevorderende kunstmest.

Als gevolg daarvan groeien heide en duinen dicht met grassen en struiken. Vogels die het moeten hebben van open landschap zoals tapuit en wulp hebben daar moeite mee. Korhoen en klapekster zijn vrijwel verdwenen. Vlinders gaan sterk achteruit.

Toegenomen recreatiedruk en loslopende honden spelen volgens Berendse in sommige gebieden zoals de duinen en op de Veluwe ook een rol. Daarvan hebben vooral bodembroedende vogels last, zoals de duinpieper. Die is helemaal verdwenen uit Nederland.

Een paar soorten onttrekken zich aan de achteruitgang. Het aantal nachtzwaluwen op de heide is juist toegenomen. De zandhagedis en de adder hebben schijnbaar weinig last van de vergrassing.

Met intensief beheer – afplaggen, begrazen, kappen – proberen natuurorganisaties gebieden open te houden. Maar met afplaggen worden behalve stikstof ook andere voedingsstoffen in de grond afgevoerd, zoals fosfor, calcium en magnesium.

Dat is weer slecht voor insecten en vogels, zegt Berendse. ‘Veel mezen hebben tegenwoordig te weinig kalk voor hun botten.’ Uiteindelijk is er maar één oplossing, meent de Nijmeegse hoogleraar Siepel. ‘De stikstofdepositie moet omlaag. Anders blijft het dweilen met de kraan open.’

4. Agrarisch landschap

De verwoestende landbouw 

De landbouw is de grootste grondgebruiker van Nederland: meer dan de helft van alle grond is in agrarisch gebruik (15 procent is bos en natuur). Daarmee bepalen boeren in grote mate hoe ons landschap eruit ziet.

Hier is de achteruitgang het meest dramatisch. Boerenlandvogels zoals grutto’s, kieviten en scholeksters zijn de afgelopen halve eeuw met 60 procent afgenomen. De veldleeuwerik zelfs met ruim 90 procent. Patrijzen zijn zeldzaam geworden.

Dat heeft alles te maken met de intensivering van het landgebruik, zegt Siepel. Houtwallen en greppels zijn weggehaald, akkers zijn strak getrokken en ingezaaid met monoculturen van gras en mais. ‘Voor de meeste dieren is daar niets meer te halen. De bodem is op veel terreinen dood.’ In dit landschap gedijen alleen nog algemene soorten als nijlganzen, knobbelzwanen en grauwe ganzen.

Landbouwpesticiden hebben een massaslachting aangericht onder insecten. Driekwart van de vlinders, bijen, wespen, kevers en mieren zijn verdwenen. Dat heeft zelfs Siepel als entomoloog (insectendeskundige) verrast. ‘Insecten planten zich snel voort. Je moet van goeden huize komen om die dood te maken. Maar het is gelukt.’

Zoogdieren weten zich wel te handhaven. De das is voor uitsterven behoed, vooral door het aanleggen van dassentunnels. Ook de ondergrondse woelmuis neemt toe.

Beeld de Volkskrant

5. Stedelijk gebied

Vooral de optimisten overleven in de stad 

Met de natuur in de stad gaat het niet best. Typische stadsvogels zoals mus en spreeuw zijn de afgelopen dertig jaar met meer dan de helft achteruit gegaan. Groenling, kool- en staartmees doen het ook slecht. De kuifleeuwerik is helemaal weg.

Stadsvogels hebben ruige landjes nodig om te foerageren, zegt Berendse. Daarvan zijn er in de stad steeds minder. Doordat huizen steeds beter geïsoleerd worden verdwijnt ook nestgelegenheid. Veel jonge vogels vallen ten prooi aan huiskatten.

Dieren die zich weten aan te passen aan de mens zijn juist wel succesvol. De merel die zich goed thuis voelt in stadstuintjes is daar een mooi voorbeeld van, vindt Siepel. ‘Dat was ooit een schuwe bosvogel. Nu is hij algemeen geworden in de stad.’

Voedselopportunisten als kraaien, kauwen en meeuwen profiteren van etensafval dat op straat wordt achtergelaten. Onder de zoogdieren zijn ratten, steenmarters en vossen typische cultuurvolgers die geleerd hebben hun weg te vinden in de stad.

Opmerkelijk is de terugkeer van de slechtvalk, die ooit vrijwel geheel was uitgestorven door het gebruik van bestrijdingsmiddel DDT. Slechtvalken nestelen zich in hoge gebouwen of torens van waaruit zij vooral op stadsduiven jagen.

Voor insecten is het jammer dat het maaisel van plantsoenen vaak onmiddellijk wordt opgezogen, zegt Siepel. ‘Daarmee zuig je ook alle rupsen, poppen en insecteneitjes mee.’

6. De Noordzee

Bodemberoerende visserij is het gevaar 

De stand van commercieel interessante zeevissen is redelijk stabiel. Sommige soorten (schol, sprot, haring en tong) gaan erop vooruit, andere (kabeljauw, schelvis) staan in de min. Met zeezoogdieren zoals de bruinvis en de zeehond gaat het goed.

Maar het drama van de zee speelt zich af op de bodem, waar de meeste biodiversiteit zit. De zeebodem van de diepere wateren is als een oud bos, zegt Olff: met traag groeiende soorten die een hoge leeftijd kunnen bereiken vormen. Denk aan platte oester, noordkromp, wulk, sponzen en anemonen. Omdat veel van die soorten zich langzaam voortplanten werkt een verstoring van hun leefgebied lang na.

Bodemfaunasoorten in het Nederlandse deel van de Noordzee zijn sinds 1991 met ruim 40 procent afgenomen. Een belangrijke oorzaak zijn bodemverstorende vismethodes, zoals boomkorvisserij waarbij vissers netten met zware kettingen over de zeebodem slepen.

De boomkorvisserij is sinds 2000 flink aan banden gelegd, aldus marine bioloog Tobias van Kooten. ‘Maar we zien nog nauwelijks verbetering. Het herstel lijkt langzaam te gaan.’ Hij tekent daar wel bij aan dat onderzoek op de zeebodem moeilijk en kostbaar is. Daardoor is het niet gemakkelijk een goed beeld te krijgen van wat er zich werkelijk afspeelt.

In vergelijking met andere landen doet Nederland het niet best

Ruim 13 procent van Nederland is bestempeld tot Natura 2000 gebied: een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Ter vergelijking: voor Europa als totaal is dat 18 procent van het landoppervlak. Nederland heeft 162 Natura 2000 gebieden.

Elke zes jaar moeten landen rapporteren hoe hun gebieden ervoor staan. Uit de laatste vergelijkende rapportage (2012) blijkt dat Nederland het met de bescherming van zijn Natura 2000 gebieden slechter doet dan andere Europese landen.

Van het aantal habitattypen (leefgebieden) dat Nederland geacht wordt te beschermen, verkeert maar een paar procent in een gunstige staat van instandhouding. Het merendeel is matig tot zeer ongunstig. Op een ranglijst van Europese landen bungelt Nederland daarmee bijna onderaan, nog net boven Griekenland, dat de laatste plaats bezet.

Ook als het gaat om het in stand houden van soorten scoort Nederland onder het gemiddelde: ons land staat in die lijst op de 19e plaats.

Bronnen: Compendium voor de Leefomgeving, Centraal Bureau voor de Statistiek, Wageningen Universiteit en Research, Planbureau voor de Leefomgeving, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden