'De stagnerende modernisering van de monarchie'

Zou het ooit nog wat worden met de 'modernisering van de monarchie', vraagt columnist Thomas Von der Dunk zich af.

Huwelijksvoltrekking van prinses Beatrix en Prins Claus op 10 maart l966 in Amsterdam. Beeld
Huwelijksvoltrekking van prinses Beatrix en Prins Claus op 10 maart l966 in Amsterdam.

Voor de zoveelste keer zijn, ongetwijfeld met het oog op de aanstaande troonwisseling - maar die heet al vele jaren aanstaande, en blijft toch steeds weer uit - de nodige voorstellen geformuleerd, die de politieke rol van een koning Willem IV verder moeten inperken.

Ook als de initiatiefnemers het onderling eens worden, geef ik ze weinig kans. Ten eerste wordt op dit beleidsterrein Nederland niet geregeerd door de Tweede Kamer, maar door De Telegraaf. Vraag dat maar aan Thom de Graaf: die werd tien jaar geleden, toen hij een voorzichtige poging waagde, in de krant van politiek slaapwandelend Nederland bijna gelyncht.

De hamvraag luidt dus niet: wat vindt het PVV-Kamerlid André Elissen of oud-senator Joop van den Berg (PvdA) en weten ze elkaar straks te vinden? De hamvraag luidt: wat vindt Sjuul Paradijs?

Dat is alleen daarom al de hamvraag omdat CDA en VVD inzake de monarchie wat zij vinden altijd sterk laten afhangen van wat De Telegraaf ervan vindt. En die vindt elke modernisering daarvan meestal niets.

Dat sluit in de praktijk bovendien ook zeer wel aan bij het orangistische oersentiment van het CDA en de VVD. Staatkundige voorstellen worden in die kringen niet op hun mate aan verlichte inhoud beoordeeld, maar op hun Oranjewarmte, die door hen bij alle anderen node wordt gemist.

En die grondhouding van CDA en VVD vormt de tweede reden, waarom ook dit initiatief vast weer zal doodbloeden. Voor vrijwel alle voorstellen die iets voorstellen, is een grondwetswijziging nodig - en dus een tweederde meerderheid. En het mag met CDA wel slecht gaan, zó slecht dat het samen met de VVD en de Oranjegetrouwe mannenbroeders van SGP en CU nog niet aan een derde van de zetels komt: dat zit er voorlopig niet in.

Invloed
Voor één belangrijke vernieuwing is zo'n tweederde meerderheid niet nodig - juist de vernieuwing die allang mogelijk is, maar in de praktijk nog steeds niet is doorgevoerd: dat is het terugdringen van de rol van het staatshoofd bij de kabinetsformatie, bijvoorbeeld door niet de Koning maar de Kamer de formateur aan te laten wijzen.

Veertig jaar geleden nam de Kamer in die geest de motie-Kolfschoten aan - maar daarmee is vervolgens niets gebeurd. Na elke nieuwe raadpleging van de kiezers, ging het weer als vanouds. Dat noopt tot de vraag: waarom? Waarom vlucht men in de praktijk na de verkiezingen toch altijd weer in de armen van de koningin? Dat heeft te maken met het Nederlandse partijenlandschap, als uitvloeisel van ons kiesstelsel van evenredige vertegenwoordiging zonder kiesdrempel.

A-landen
In grote landen als Duitsland, Engeland en Amerika staat bij verkiezingen de machtsvorming centraal: er zijn dankzij districtenstelsel of kiesdrempel maar een paar partijen, en op de verkiezingsavond is vrijwel altijd duidelijk, wie er regeren gaat.

Grote landen kunnen zich ook niet veroorloven op België-achtige wijze jaren zonder functionerende regering te zitten. Van hen worden namelijk internationaal steeds weer nieuwe initiatieven verwacht: zulke landen zijn als de schoolkinderen wier achternaam met een A begint - altijd als eerste aan de beurt. Dat verklaart de lichte paniek in Engeland in 2010, toen Labour verloor maar de Tory's niet genoeg wonnen en er dus - o help! - zoiets on-Brits als een coalitie moest worden gesmeed. Kleine landen zijn toeschouwernaties: zij bevinden zich in de luxe-positie van de Z-kinderen, die de kat uit de boom kunnen kijken en soms helemaal niet hoeven te beslissen.

Een prachtig voorbeeld leverde Nederland tijdens de Irak-crisis. Acht Europese landen schreven begin 2003 een steunbrief aan Bush, een hoop andere Europese landen keerden zich daar nadrukkelijk tegen. En Balkenende? Die kroop snel onder de veilige dekens van de onzijdigheid, op ons ja of nee kwam het toch niet meer aan.

In zulke voor het internationale machtsspel tweederangslanden staat bij verkiezingen niet de machtsvorming, maar de representatie centraal: ieder geluid moet gehoord worden, ieder belang in de beslissingen meegenomen worden, en dat vertaalt zich snel in een polderende compromiscultuur die ten koste van snelle besluitvorming gaat.

Gedonder
In grote landen bestaan daarom meestal twee duidelijke politieke kampen, en zijn door het geringe aantal partijen weinig verschillende combinaties mogelijk. Juist daar begint het gedonder bij ons. Er zijn feitelijk wel in hoofdzaak twee kampen, maar één grote partij wil voor het eigen kader niet weten dat zij tot een van die beide kampen behoort: het CDA.

Dat kiest in de praktijk altijd als het enigszins kan onomwonden voor de VVD, maar wil tegelijk de indruk wekken in het midden te staan, omdat een keuze vooraf leidt tot veel gedonder in eigen kring. Er wordt dus zelden openlijk vóór de verkiezingen gekozen, maar steevast pas nadien. En ook dan liefst niet te openlijk: met het oog op het noodzakelijke zwartepieten houden wij niet van heldere keuzes maar van voldongen feiten.

Daarom houdt iedereen bij de formatie de kaarten nauw tegen de borst: elke partij heeft, door de overvloed aan mogelijkheden, haar eigen 'ideale' coalitie op het oog. Die poogt men te bereiken door de andere opties eerst te laten mislukken, want dan sta je bij de eindonderhandelingen sterker. Daarom kiest de Kamer niet zelf de formateur, omdat alle partijen zich dan meteen bloot moeten geven, maar verschuilt zij zich achter de koningin.

Thomas von der Dunk is columnist van vk.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden